15. Het tussenarrest van 16 januari 2024
Bij genoemd arrest heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek zal worden verricht door de heer ing. [persoon B] .
Verder is bepaald dat het voorschot van € 5.000,-- voorlopig ten laste van partijen komt (elke partij betaalt € 2.500,--). De termijn van inzending van het rapport van de deskundige is bepaald op drie maanden nadat de griffier de ontvangst van het voorschot heeft bericht. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
16. Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling
Geïntimeerde heeft op 25 januari 2024 en appellante heeft op 7 februari 2024 het voorschot van € 2.500,-- (in totaal € 5.000,--) op de aangegeven wijze voldaan.
De deskundige heeft bij e-mailberichten van 31 mei 2024 en 27 juni 2024 aan de griffier van het hof bericht dat de werkzaamheden omvangrijker zijn gebleken dan tevoren was ingeschat. De deskundige stelt dat hij thans een goed zicht heeft op de nog te verrichten werkzaamheden en de bijbehorende tijdsbesteding en verwacht dat een aanvullend voorschot van € 3.357,75,-- inclusief BTW toereikend zal zijn voor de totale bestede en nog te besteden tijd. De deskundige verzoekt een aanvullend voorschot van voormelde omvang te bepalen.
Ook heeft de deskundige in het e-mailbericht van 31 mei 2024 uitstel verzocht van enkele maanden voor het indienen van het definitieve rapport.
Op 27 juni 2024 heeft de griffier van het hof in een brief aan advocaten van partijen aangegeven dat de deskundige om een aanvullend voorschot heeft gevraagd en partijen in de gelegenheid gesteld binnen een termijn van veertien dagen te reageren op deze verhoging.
Mr. Wertenbroek heeft bij brief van 8 juli 2024 bericht dat zij instemt met de verhoging van het voorschot in de hoop dat het deskundigenrapport niet daadwerkelijk tot 27 augustus a.s. op zich laat wachten.
Mr. Hissink heeft bij H16 formulier van 9 juli 2024 laten weten dat [geïntimeerde] instemt met een aanvullend voorschot in de verwachting dat het deskundigenrapport in ieder geval niet later dan 27 augustus 2024 gereed zal zijn. Mr. Hissink geeft nog aan dat, vermits het saldo op de gezamenlijke door de erven en [geïntimeerde] aangehouden bankrekening inmiddels is aangegroeid tot een bedrag van meer dan € 110.000,--, er van uit wordt gegaan dat het aanvullend voorschot ten laste van dit saldo zal worden gebracht.
Het hof zal beslissen zoals in het dictum is bepaald. Het aanvullend voorschot dient bij helfte door partijen te worden voldaan. Daartoe kan, nu daarover tussen partijen geen overeenstemming bestaat, geen gebruik worden gemaakt van het saldo van de gezamenlijk door [geïntimeerde] en de erven aangehouden bankrekening.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
17. De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 3.357,75 inclusief btw;
bepaalt dat elk van partijen de helft van genoemd aanvullend voorschot van € 3.357,75, derhalve € 1.678,87, zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 8 oktober 2024;
verwijst de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar een nog te bepalen roldatum voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van beide partijen;
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.J. van Laarhoven, P.P.M. van Reijsen en G.J. Vossestein en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 30 juli 2024.
griffier rolraadsheer