ECLI:NL:GHSHE:2024:323

ECLI:NL:GHSHE:2024:323, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 02-02-2024, 20-002747-21

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 02-02-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20-002747-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994. Overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Handelen in strijd met een in artikel 3 van de Opiumwet gegeven verbod. Overtreding van artikel 2:44 van de Algemene plaatselijke verordening Eindhoven 2016. Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 (het opzettelijk in ernstige mate overtreden van verkeersregels, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is), het verlaten van de plaats van een ongeval, driemaal rijden zonder rijbewijs, het weigeren van een bevel tot het uitvoeren van een bloedproef bij een vermoeden van rijden onder invloed, het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA, het aanwezig hebben van hennep alsmede het vervoeren en bij zich hebben van inbrekerswerktuigen. Dit is een groot aantal, vervelende strafbare feiten. Bij het overtreden van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 heeft de verdachte zich onvoldoende rekenschap gegeven van de geldende gedragsnormen in het verkeer en zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer (bestuurder van een motorrijtuig) en daarmee de levens en lichamelijke integriteit van anderen in gevaar gebracht. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden alsmede tot vijfmaal een hechtenis voor de duur van 1 (één) week.

Uitspraak

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep alsmede de afzonderlijke beslissing op de vordering tot (gedeeltelijke) herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van 12 november 2021 met v.i. zaaknummer 99-000705-24, en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-167213-21 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 01-224370-21 onder 1, 2, 3, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer 96-125824-21 tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het in de zaak met parketnummer 01-167213-21 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 01-224370-21 onder 1, 2, 3, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer 96-125824-21 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-167213-21 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01-224370-21 onder 1 en 2 bewezenverklaarde:

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 01-167213-21 onder 3, in de zaak met parketnummer 01-224370-21 onder 3, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer 96-125824-21 bewezenverklaarde:

verklaart verbeurd de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een scooter (beslagnummer G1783132), een handschoen (beslagnummer G1837947), twee schroevendraaiers (beslagnummer G1837948) en een knijptang (beslagnummer G1837949);

wijst de vordering tot (gedeeltelijke) herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe en gelast dat het gedeelte van de bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, d.d. 14 mei 2019 met parketnummer 01-880487-18 opgelegde vrijheidsstraf, dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog gedeeltelijk, en wel voor de duur van 90 (negentig) dagen, wordt ondergaan.

Aldus gewezen door:

mr. A.J. Henzen, voorzitter,

mr. A.R. Hartmann en mr. Y. van Setten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S. Kerssies, griffier,

en op 2 februari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Y. van Setten is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.J. Henzen
  • mr. A.R. Hartmann
  • mr. Y. van Setten

Griffier

  • mr. S. Kerssies

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?