GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.341.103/01
arrest van 10 december 2024
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna: [de broer] ,
advocaat: mr. I.H.M. Mooren-van Weereld,
tegen
1. [geïntimeerde sub 1] ,
2. [geïntimeerde sub 2] ,
3. [geïntimeerde sub 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [de weduwe] ,
voor zichzelf en als wettelijk vertegenwoordiger van:
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [kind 1] ,
en
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [kind 2] ,
geïntimeerden,
hierna gezamenlijk: [geïntimeerden]
advocaat: mr. M.P.H. van Maanen Winters,
als vervolg op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 maart 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:2169) dat door de Hoge Raad is vernietigd bij arrest van 10 november 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1531).
1. Het geding in eerdere instanties
Voor het verloop van de procedure tot en met het arrest van de Hoge Raad van 10 november 2023 verwijst het hof naar het vonnis van de rechtbank Gelderland van 8 mei 2019, naar de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 september 2020, 20 april 2021 en 22 maart 2022 en naar het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad van 10 november 2023.
2. Het geding in hoger beroep na verwijzing
Het verloop van de procedure na cassatie blijkt uit:
het exploot van betekening en oproeping zijdens [de broer] ;
de memorie na verwijzing zijdens [de broer] ;
de antwoordmemorie na verwijzing zijdens [geïntimeerden] met producties 1 tot en met 6.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
[de broer] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank van 8 mei 2019 en tot niet-ontvankelijk verklaring van [geïntimeerden] in hun vorderingen, althans tot afwijzing van hun vorderingen, met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten van alle instanties.
[geïntimeerden] hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank van 8 mei 2019, met veroordeling van [de broer] in de proceskosten van alle instanties.
3. De beoordeling
Het hof zal eerst een mondelinge behandeling bepalen om de zaak met partijen te bespreken, voordat het hof de zaak verder gaat beoordelen. Tijdens de mondelinge behandeling zal ook aan de orde komen of een oplossing (schikking) kan worden bereikt.
De geplande duur van de zitting is circa twee uur maar er dient rekening gehouden te worden met een uitloop. De advocaten mogen aan het begin van de zitting de standpunten toelichten gedurende maximaal tien minuten, eventueel aan de hand van spreeknotities.
Het hof verwijst verder naar hetgeen in het procesreglement is vermeld.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4. De uitspraak
Het hof:
bepaalt een mondelinge behandeling op een nader te bepalen datum, ten overstaan van nader te bepalen raadsheren, die daartoe zitting zullen houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch, met het hiervoor onder 3.1 vermelde doel;
bepaalt dat partijen zelf aanwezig zullen zijn samen met hun advocaten;
bepaalt dat de advocaten de zaak desgewenst aan het begin van de zitting maximaal 10 minuten mogen toelichten aan de hand van spreeknotities;
verwijst de zaak naar de rol van 7 januari 2025 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf en hun advocaten in de periode van 4 tot 26 weken na de datum van dit arrest, waarna het hof dag en uur van de zitting zal vaststellen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M. van Ham, J.M.H. Schoenmakers en J.J.M. van Lanen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 10 december 2024.
griffier rolraadsheer