ECLI:NL:GHSHE:2024:4173

ECLI:NL:GHSHE:2024:4173, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-12-2024, 20-000158-24

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 09-12-2024
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer 20-000158-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Geen voldoende zorg dragen voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 15 januari 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-087342-22 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1942,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘geen voldoende zorg dragen voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een geldboete van € 1.200,00, subsidiair 22 dagen hechtenis, waarvan

€ 900,00, subsidiair 18 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] is toegewezen ad € 92,15, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.

Door en namens de verdachte is vrijspraak bepleit. Daarnaast zijn opmerkingen gemaakt ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 1 juli 2021 te Bergen op Zoom, geen voldoende zorg heeft gedragen voor het onschadelijk houden van (een) onder zijn hoede staand(e) gevaarlijk dier(en), te weten de (Mechelse) herdershonden met de roepnaam ‘ [naam 1] ’ en/of ‘ [naam 2] ’, immers deze hond(en) niet heeft teruggehouden tijdens het uitlaten op het uitlaatveld op de Vijverberg Gageldonk, althans niet voorkomen dat die hond(en) een -andere- hond (de herdershond genaamd ‘ [naam 3] ’) aanviel(en) en/of be(e)t(en) en/of -tijdig- heeft terug geroepen, althans onvoldoende controle over die hond(en) heeft gehad

en/of

heeft hij, verdachte, die hond(en) - waarvan hij wist of had kunnen weten dat deze hond(en) gevaarlijk was/waren - op de openbare weg en/of op het uitlaatveld op de Vijverberg Gageldonk los laten verblijven, dat die onder zijn hoede staande hond(en) (de (Mechelse) herdershonden, genaamd ‘ [naam 1] ’ en/of ‘ [naam 2] ’) een aldaar bevindende/staande/lopende hond (de herdershond -reu- genaamd ‘ [naam 3] ’) heeft gebeten en (fors) letsel/verwonding heeft toegebracht.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit. Daartoe is -op gronden zoals verwoord in de pleitnota- kort samengevat aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te bewijzen een van de honden van de verdachte de hond [naam 3] van aangever heeft gebeten. De aangifte is op verschillende punten onjuist en ongeloofwaardig. Daarnaast bevindt zich in het dossier geen steunbewijs voor de aangifte. Uit de dierenartsverklaring volgt immers niet hoe laat aangever bij de dierenarts is geweest en er zijn ook geen foto’s beschikbaar van de verwondingen bij hond [naam 3] . Aangever heeft bovendien eerst zelf verklaard bij de politie dat hij geen verwondingen zag. Verder kan niet worden vastgesteld wanneer de door de dierenarts vastgestelde bijtgaten zijn ontstaan. Voorgaande dient te leiden tot vrijspraak van het tenlastegelegde. Subsidiair heeft de verdediging betoogd dat, indien het hof van oordeel is dat er daadwerkelijk een bijtincident heeft plaatsgevonden, er geen sprake is van het bestanddeel ‘gevaarlijk dier’ hetgeen eveneens leidt tot vrijspraak van het tenlastegelegde.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt het volgende. Op 2 juli 2021 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van een incident waarbij zijn hond [naam 3] gebeten zou zijn. Hij heeft verklaard dat hij op 1 juli 2021 op het uitlaatveld op de Vijverberg Gageldonk te Bergen op Zoom liep met zijn hond [naam 3] en een pup. De hond [naam 3] liep los en de pup was aangelijnd. Er kwamen twee honden op hem afrennen die niet waren aangelijnd. Zijn hond [naam 3] sprong er tussen om aangever en de pup te beschermen. De honden gingen vechten. De eigenaar van de honden -de verdachte- riep naar zijn honden maar die luisterden niet. Aangever zag geen verwondingen bij zijn hond [naam 3] en is, op advies van een buitengewoon opsporingsambtenaar, naar de dierenarts gegaan. De bijlage bij de aangifte behelst een verklaring van de dierenarts van de [dierenkliniek] , waaruit blijkt dat op 1 juli 2021 door de dierenarts is geconstateerd dat in de linker achterpoot van hond [naam 3] twee bijtgaten van hoektanden zaten. Het was niet nodig om te hechten; de bijtgaten zijn schoongemaakt en ontsmet. De verdachte heeft verklaard dat zijn honden niet gevaarlijk zijn en de hond van aangever niet hebben gebeten. Volgens de verdachte kunnen de bijtgaten ook voor of na het incident zijn ontstaan, nu aangever ook aan de verdachte vertelde dat zijn pup scherpe tandjes had die hond [naam 3] tijdens het stoeien ook zouden kunnen verwonden.

Naar het oordeel van het hof is er geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden dat (een van) de honden van verdachte de hond [naam 3] van aangever op 1 juli 2021 hebben gebeten. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat aangever heeft verklaard dat hij direct na het incident geen verwondingen heeft gezien bij zijn hond [naam 3] . Pas nadat aangever naar de dierenarts is gegaan, heeft deze vastgesteld dat de hond [naam 3] twee bijtgaten had in zijn linker achterpoot. Uit de verklaring van de dierenarts blijkt niet op welk tijdstip de bevindingen zijn waargenomen en er zitten tevens geen foto’s in het dossier van het letsel van hond [naam 3] . Het hof stelt gelet op voorgaande vast dat er weliswaar bijtgaten zijn waargenomen bij hond [naam 3] op 1 juli 2021, maar dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat deze bijtwonden door de hond(en) van verdachte zijn veroorzaakt.

Resumerend heeft het hof uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 674,63, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 92,15, vermeerderd met de wettelijke rente.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.

Nu aan verdachte ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [slachtoffer] in de vordering niet worden ontvangen.

Het hof zal de proceskosten compenseren in dier voege dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Aldus gewezen door:

mr. S.V. Pelsser, voorzitter,

mr. dr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. drs. J.J. Peters, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Mobach, griffier,

en op 9 december 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.V. Pelsser
  • mr. dr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
  • mr. drs. J.J. Peters

Griffier

  • mr. M.B. Mobach

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?