GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.310.791/01
arrest van 20 februari 2024
in de zaak van
1. [B.V. 1] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [appellant 2] ,wonende te [woonplaats] ,
3. [appellant 3] ,wonende te [woonplaats] ,
4. [appellant 4] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellanten in principaal hoger beroep,
geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,
hierna gezamenlijk aan te duiden als [appellanten] , en ieder afzonderlijk als
[B.V. 1] respectievelijk [appellant 2] , [appellant 3] en [appellant 4] ,
advocaat: mr. G.R.A.G. Goorts te Helmond,
tegen
Gemeente Peel en Maas,
gevestigd te Panningen,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als de gemeente,
advocaat: mr. H.C.M. van Haastert te Zwolle,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 5 juli 2022 in het hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, onder zaaknummer C/03/276543 / HA ZA 20-194 gewezen vonnis van 19 januari 2022.
5. Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest van 5 juli 2022 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft bepaald, welke mondelinge behandeling niet heeft plaatsgevonden;
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg
6. De beoordeling
in principaal en incidenteel hoger beroep
Voordat het hof tot de beoordeling van het onderhavige principale en incidentele hoger beroep overgaat, gelast de meervoudige kamer van het hof een mondelinge behandeling. Het doel van deze mondelinge behandeling is tweeledig. Het eerste doel van de mondelinge behandeling is het verkrijgen van inlichtingen van partijen met betrekking tot de in artikel 13 lid 1 van de koopovereenkomst van 31 december 2011, tussen de gemeente en [B.V. 2] , contractueel bedongen boete, waarover het hof vragen heeft. Het tweede doel van de mondelinge behandeling is het beproeven van een minnelijke regeling. Daartoe vraagt het hof alle appellanten in principaal hoger beroep tevens geïntimeerden in incidenteel hoger beroep, te weten: appellant 1 [B.V. 1] vertegenwoordigd door haar (middellijk) bestuurders en [appellant 2] , [appellant 3] en [appellant 4] , ter mondelinge behandeling aanwezig te zijn.
Het hof vraagt geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellante in incidenteel hoger beroep, te weten: de gemeente, ter mondelinge behandeling aanwezig te zijn vertegenwoordigd door een tot het aangaan van een schikking bevoegd persoon.
Partijen worden verzocht hun verhinderdata voor de periode van vier tot twintig weken na de datum van dit arrest op te geven.
Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
7. De uitspraak
Het hof:
op het principaal en incidenteel hoger beroep
gelast een mondelinge behandeling op een nader te bepalen datum en tijd, ten overstaan van de meervoudige kamer die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te ’s-Hertogenbosch met het hiervoor onder rechtsoverweging 6.1 vermelde doel;
bepaalt dat partijen zelf aanwezig zullen zijn samen met hun advocaten en dat als het om een rechtspersoon gaat, deze deugdelijk vertegenwoordigd moet worden door een persoon die van de zaak op de hoogte is en die bevoegd is een schikking aan te gaan;
verwijst de zaak naar de rol van 12 maart 2024 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf en hun advocaten in de periode van 4 (vier) tot 20 (twintig) weken na de datum van dit arrest;
bepaalt dat het hof na genoemde roldatum dag en uur van de mondelinge behandeling zal vaststellen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. Y.L.L.A.M. Delfos-Roy, K.J.H. Hoofs en J. den Hoed en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 februari 2024.
griffier rolraadsheer