ECLI:NL:GHSHE:2025:1323

ECLI:NL:GHSHE:2025:1323, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27-03-2025, 200.343.814_01

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 27-03-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.343.814_01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Tussenbeschikking gelasten raadsonderzoek ten aanzien van de zorgregeling en het gezag.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 27 maart 2025

Zaaknummer: 200.343.814/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/01/396917/ FA RK 23-3842

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder] ,

wonende te [land] ,

verzoekster in principaal appel,

verweerster in incidenteel appel,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. G.G. Kempenaars,

tegen

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in principaal appel,

verzoeker in incidenteel appel,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. S.J.P.H. Custers-Kuijpers.

Deze zaak gaat over:[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2013.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

hierna te noemen: de raad.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 18 april 2024, aangevuld bij beschikking van 6 juni 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2. Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 18 juli 2024, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking gedeeltelijk te vernietigen, en opnieuw recht doende:I. De raad opdracht te geven om onderzoek te doen naar de vraag welke hoofdverblijfplaats en zorgregeling het meest in het belang van [minderjarige] is en indien nodig op te schalen naar een beschermingsonderzoek.

II. Subsidiair te bepalen dat indien de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vader is, [minderjarige] in de herfst, voorjaars- en meivakanties bij de moeder is, evenals studiedagen als dit betekent dat [minderjarige] een lang weekend vrij is en dat de zomer- en kerstvakanties gelijk verdeeld worden, waarbij [minderjarige] de kerstvakantie 2024-2025 bij de moeder verblijft en dat partijen het halen en brengen gelijk verdelen;

III. Subsidiair te bepalen dat [minderjarige] ten minste een keer per week belt met de moeder en een keer per week met de moeder zal videobellen;

IV. Althans zodanig te bepalen als het hof redelijk en billijk acht.

Bij verweerschrift tevens houdende incidenteel appel met producties, ingekomen ter griffie op 14 oktober 2024, heeft de vader verzocht voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep althans de verzoeken van de moeder af te wijzen als zijnde ongegrond en in het incidenteel hoger beroep de bestreden beschikking gedeeltelijk te vernietigen en opnieuw rechtdoende het gezamenlijk gezag over [minderjarige] alsnog te wijzigen door de vader te belasten met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] met in stand lating van het overige en voorts te bepalen dat zowel de kosten in het principaal als incidenteel hoger beroep dienen te worden gecompenseerd in die zin dat elk de eigen kosten draagt.

Bij verweerschrift in incidenteel hoger beroep, ingekomen ter griffie op 25 november 2024, heeft de moeder verzocht:I. om te komen tot afwijzing van het incidenteel hoger beroep van de vader;II. subsidiair te bepalen dat het hof ook ten aanzien van de vraag of eenhoofdig gezag aan de orde dient te zijn een raadsonderzoek zal gelasten;III. Althans zodanig te bepalen als het hof redelijk en billijk acht.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 februari 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

de moeder, vanuit [land] via beeldbelverbinding, bijgestaan door mr. Kempenaars en door een tolk in de Portugese taal: J.M. van der Boom (tolknummer 373);

de vader, bijgestaan door mr. Custers-Kuijpers;

de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .

Het hof heeft de minderjarige [minderjarige] in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. Zij heeft hiervan gebruik door haar mening op te schrijven. Deze brief heeft de advocaat van de vader tijdens de mondelinge behandeling aan het hof overgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de brief voorgelezen, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 31 januari 2024;

het V8-formulier van 4 november 2024 van de zijde van de vader;

het e-mailbericht van 3 december 2024 van de zijde van de moeder.

3. De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad die in juli 2021 is beëindigd. Uit deze inmiddels ontbonden relatie is [minderjarige] geboren.

De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uit. [minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de vader.

De vader en de moeder zijn bij overeenkomst op 20 oktober 2022 onder meer en

voor zover hier van belang overeengekomen:

Beide partijen hebben de Portugese nationaliteit. [minderjarige] heeft eveneens de Portugese nationaliteit.

4. De omvang van het hoger beroep

Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking, heeft de rechtbank de door partijen bij overeenkomst van 20 oktober 2022 overeengekomen zorgregeling als volgt gewijzigd en inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de volgende regeling vastgesteld:- [minderjarige] heeft contact met de moeder in het eerste weekend van de maand van vrijdag na school tot zondagavond 20.00 uur, waarbij het contact plaatsvindt in Nederland en de moeder [minderjarige] op vrijdag ophaalt en op zondagavond weer terugbrengt en zij ervoor zorgt dat [minderjarige] in de avond heeft gegeten;- in de zomervakantie verblijft [minderjarige] in de even jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder en in de oneven jaren andersom, waarbij partijen uiterlijk 1 februari voorafgaand aan de zomervakantie aan de andere ouder melden of zij op vakantie gaan en waar naartoe;- in de kerstvakantie verblijft [minderjarige] in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder. Indien beide partijen tijdens de vakantie naar Portugal gaan, zal [minderjarige] de eerste week doorbrengen bij de vader en de tweede week bij de moeder. Indien beide partijen in Portugal zijn, haalt de moeder [minderjarige] op het adres van de vader in Portugal op en brengt de moeder [minderjarige] op het adres van de vader in Portugal terug;- gedurende de overige vakanties zal er buiten de reguliere zorgregeling extra contact mogelijk zijn tussen de moeder en [minderjarige] gedurende maximaal de helft van de vakantie van 10.00 uur tot 20.00 uur. Indien het contact minder is dan drie dagen, zal het contact plaatsvinden in Nederland. Indien het contact drie dagen of meer is, zal de moeder in overleg met [minderjarige] haar meenemen naar [land] , mits de moeder niet hoeft te werken;- het overleg over de overige vakanties vindt plaats uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de betreffende vakanties en bij voorkeur in de eerste maand na het begin van een nieuw schooljaar zodra alle schoolvakanties bekend zijn. Voorts is bepaald dat de moeder aan de vader een dwangsom van € 250,- betaalt voor iedere keer dat de moeder [minderjarige] niet op de afgesproken dag terugbrengt naar de vader, behoudens aantoonbare vertraging door onvoorziene omstandigheden, mede te delen ommegaand na ontstaan ervan, tot een maximum is bereikt van € 10.000,-.

Het verzoek van de moeder om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar te bepalen is afgewezen. Het verzoek van de vader om hem eenhoofdig met het gezag over [minderjarige] te belasten is eveneens afgewezen.

De vader en de moeder kunnen zich deels niet met deze beslissing verenigen en zijn hiervan in (incidenteel) hoger beroep gekomen.

5. De beoordeling

Rechtsmacht

Deze zaak kent internationale aspecten nu zowel de ouders als [minderjarige] de Portugese nationaliteit hebben en de moeder in [land] woont. Het internationale karakter van de zaak vraagt een beoordeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter.

Op grond van de hoofdregel van artikel 7 van Verordening (EU) 2019/1111 van

25 juni 2019 (Brussel II-ter) zijn in zaken van ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waar een kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig is gemaakt. Voor het bepalen van de rechtsmacht zoekt het hof aansluiting bij de overwegingen van de rechtbank over de rechtsmacht nu de rechtbank in de bestreden beschikking gemotiveerd heeft overwogen dat hoewel [minderjarige] op het moment van indiening van het verzoekschrift feitelijk bij de moeder in [land] verbleef, dit een tijdelijke situatie betrof en dat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is zodat aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt.

Nu de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van het verzoek is Nederlands recht van toepassing (artikel 15 lid 1 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996).

De ontvankelijkheid 5.4. De vader voert – samengevat – het volgende aan. De moeder is niet-ontvankelijk in haar hoger beroep nu de moeder een foutief fysiek exemplaar van haar hoger beroepsschrift op 22 juli 2024 per post aan het hof heeft overgelegd dat wezenlijk verschilt van het exemplaar dat de moeder op de laatste dag van de beroepstermijn, 18 juli 2024, digitaal via Zivver bij het hof heeft ingediend. Daardoor heeft de advocaat van de vader ervan uit moeten gaan dat dit door de advocaat verstuurde fysieke beroepsschrift de juiste versie is, temeer nu ook het hof niet later alsnog het later via Zivver digitaal ontvangen exemplaar fysiek aan de advocaat van de vader heeft doen toegekomen.Duidelijk is dat (de advocaat van) de moeder niet de juiste gang van zaken heeft gevolgd omtrent het indienen van het beroepschrift waardoor dit in strijd is met de goede procesorde. Alle procesdeelnemers dienen zich aan de regels te houden en als dat niet is gebeurd dan dienen daar consequenties aan te worden verbonden, in casu niet-ontvankelijkheid van de moeder in hoger beroep ook als dit tot gevolg heeft dat daardoor het incidenteel hoger beroep van de vader niet kan worden beoordeeld.

De moeder voert – samengevat – het volgende aan. De advocaat van de moeder heeft op 18 juli 2024 hoger beroep ingesteld door een beroepschrift via Zivver in te dienen bij het hof met de advocaat van de vader in de cc. Vervolgens is er abusievelijk een foutief fysiek exemplaar van het beroepschrift naar hof gestuurd, dat het hof op 22 juli 2024 heeft ontvangen. Pas op 14 oktober 2024 is in het verweerschrift van de wederpartij geconstateerd dat een foutieve fysieke versie van het beroepschrift per post is ingediend, waardoor er twee versies van het beroepschrift in omloop waren. Dit laat onverlet dat de digitale versie van het beroepschrift, die via Zivver is ingediend, juist en volledig is en de advocaat van de vader heeft deze gelijktijdig met het hof ontvangen. Daarnaast had de advocaat van de vader kunnen aannemen dat het via Zivver ontvangen beroepschrift de juiste versie was en dat bij de indiening van de papieren versie sprake was van een evidente vergissing. Daardoor is er geen sprake van strijd met de goede procesorde. De vader kon zich dan ook zonder problemen verweren op de juiste versie van het beroepschrift en heeft dit ook gedaan. Dat de vader nu verzoekt om de niet-ontvankelijkheid van de moeder in het hoger beroep lijkt juist misbruik van het recht te zijn, hetgeen niet in het belang van partijen is en al helemaal niet in het belang van [minderjarige] .

Het hof overweegt over de ontvankelijkheid van de moeder in het hoger beroep als volgt. Het hof stelt voorop dat het (digitale) exemplaar dat de moeder op 18 juli 2024 via Zivver heeft ingediend, door het hof binnen de beroepstermijn is ontvangen. De advocaat van de vader stond in de cc van dit e-mailbericht waardoor ook zij dit beroepschrift (tijdig) heeft ontvangen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij desgevraagd bevestigd dat zij het Zivver exemplaar van het beroepschrift in cc van de advocaat van de moeder heeft ontvangen. Vervolgens heeft de advocaat van de moeder een fout gemaakt door abusievelijk een fysiek exemplaar van het beroepschrift naar het hof te sturen dat afwijkt van het digitale exemplaar dat via Zivver is ingediend, welke het hof vervolgens abusievelijk heeft doorgestuurd naar de wederpartij en daarbij een verweertermijn te geven. Vervolgens heeft het hof na ontvangst van de juiste fysieke versie van het beroepschrift nagelaten om deze door te sturen naar de advocaat van de vader. Omdat de moeder haar beroepschrift zoals hiervoor overwogen wel tijdig heeft ingediend via Zivver en de advocaat van de vader dit ook heeft ontvangen, kunnen de daaropvolgende gemaakte fouten, zowel door de advocaat van de moeder als het hof, niet leiden tot het niet-ontvankelijk verklaren van de moeder in het hoger beroep.

De moeder is dan ook ontvankelijk in haar verzoeken in hoger beroep.

Het voorgaande laat onverlet dat het hof constateert dat de vader mogelijk in zijn verdedigingsbelang is geschaad. Gelet hierop is tijdens de mondelinge behandeling aan (de advocaat van) de vader gevraagd of hij nog een nadere verweertermijn wenst om alsnog op het juiste beroepschrift verweer te voeren. De advocaat van de vader heeft aan het hof kenbaar gemaakt dat de vader van deze mogelijkheid geen gebruik wil maken nu hij al in zijn verweerschrift heeft gereageerd op het (juiste) beroepschrift van de moeder.

Standpunten zorgregeling (principaal hoger beroep) 5.7. De moeder voert – samengevat – het volgende aan. Het contact tussen de moeder en [minderjarige] kan niet een keer per maand in Nederland plaatsvinden zoals in de bestreden beschikking is bepaald. De moeder woont niet in Nederland en zij heeft daar geen geschikte plek om het contact te laten plaatsvinden. De moeder kan zich de overnachtingen en benzinekosten niet veroorloven. Daar komt bij dat de moeder een nog jong kind in [land] heeft waar zij ook rekening mee moet houden en de moeder en haar partner niet dusdanig veel verlofdagen hebben om de contactmomenten te realiseren. In de praktijk komt het erop neer dat [minderjarige] en de moeder elkaar weinig zien. Nu de contactmomenten niet eens per maand kunnen plaatsvinden is het van belang dat de moeder en [minderjarige] meer tijd met elkaar doorbrengen tijdens vakanties, feestdagen en andere vrije dagen omdat zij dit gedurende de rest van het jaar niet kunnen.

Het halen en brengen van [minderjarige] dient gelijkelijk te worden verdeeld tussen de ouders. Daarnaast dient een regeling opgenomen te worden ten aanzien van (video-)belcontacten omdat in de praktijk is gebleken dat de moeder [minderjarige] anders niet spreekt met uitzondering van de periode dat [minderjarige] bij haar is. De moeder wil [minderjarige] in ieder geval twee keer per week spreken en zien via (video-)bellen.

Om te bepalen welke zorgregeling in het belang van [minderjarige] is, dient het hof een raadsonderzoek te gelasten. De moeder heeft zorgen over [minderjarige] en het is onmiskenbaar dat [minderjarige] in twee werelden lijkt te leven. De rechtbank heeft dit raadsonderzoek nagelaten, maar het hof dient zich alsnog te laten adviseren door de raad.

De vader voert – samengevat – het volgende aan. De moeder heeft een bewuste keuze gemaakt om naar [land] te verhuizen. Als de moeder een goed contact met [minderjarige] wil moet zij daarin investeren en het feit dat zij aangeeft dat haar tweede kindje ervoor zorgt dat zij [minderjarige] niet meer tussentijds kan bezoeken, helpt daarbij niet. De vader begrijpt dat de moeder ter compensatie van de weekenden wil dat [minderjarige] in de vakanties zoveel mogelijk bij de moeder is. De vraag is echter of [minderjarige] het prettig vindt om elke vakantie en extra vrije dagen naar [land] te gaan. Zij wil graag ook wat met vader en vriendinnen ondernemen, zeker nu zij ouder wordt en het reizen elke keer niet fijn vindt. De zorgregeling die de rechtbank heeft vastgesteld doet recht aan de situatie waarbij de moeder in [land] woont. De moeder geeft bovendien niet concreet aan hoe zij de zorgregeling wil invullen. Het verzoek van de moeder is vrij vaag geformuleerd en vergt overleg van partijen hetgeen nu juist niet lukt en voor [minderjarige] leidt tot vervelende situaties. Van de vader kan niet worden gevergd dat hij halverwege tegemoet komt met het halen en brengen. De vader kan dit niet regelen met zijn werk en huishouden. Daarnaast brengt dit veel extra kosten met zich mee, terwijl de moeder in het geheel niet bijdraagt aan de kosten voor [minderjarige] en van de moeder mag dan ook enige inzet worden verwacht. Het is niet in het belang van [minderjarige] om haar te verplichten om wekelijks twee keer te bellen met de moeder. De vader stimuleert [minderjarige] altijd contact te hebben, maar de moeder lijkt dit niet te begrijpen. De vader is ervan overtuigd dat meer positieve en exclusieve aandacht van de moeder voor [minderjarige] , ook tussen de vakanties door, en meer begrip voor de belevingswereld en behoeftes van [minderjarige] , als ook meer constructief overleg tussen de ouders zal bevorderen dat [minderjarige] ook tussentijds wel contact met haar moeder wil hebben. De vader heeft geen bezwaar tegen een eventueel raadsonderzoek, maar hij ziet er eigenlijk het nut niet van. Daarnaast denkt hij dat [minderjarige] hier ook geen behoefte aan heeft, onder andere vanwege haar slechte ervaring met een gesprek met een [land] rechter. Als een raadsonderzoek echter in het belang van [minderjarige] wordt geacht, dan heeft de vader niets tegen een raadsonderzoek mits het gaat over de zorgregeling en niet over de hoofdverblijfplaats en over het halen/brengen van [minderjarige] .

Standpunten gezag (incidenteel hoger beroep)

De vader voert – samengevat – het volgende aan. Tussen partijen ontstaan veel discussies over de zorgregeling. De moeder houdt zich slecht aan afspraken of reageert pas heel laat. In het verleden heeft de vader hinder ondervonden van het feit dat er sprake is van gezamenlijk gezag omdat hij een handtekening van de moeder nodig had. Tijdens de coronapandemie was dit bijvoorbeeld vervelend in verband met vaccinaties voor [minderjarige] , maar ook de aanvraag van een paspoort, toestemming voor medische behandelingen en schoolaangelegenheden heeft altijd veel voeten in aarde. De moeder wil niet tekenen voor afspraken die in samenspraak met CJG zijn gemaakt. Daarnaast gaat de vader geregeld met [minderjarige] naar België en dan heeft hij steeds een toestemmingsformulier nodig.

Het niet reageren of het steeds blijven vasthouden aan eigen standpunten ondanks een overeenkomst of uitspraak levert vertraging en irritatie op en belemmert het nemen van gezagsbeslissingen zoals voor een schoolkeuze of medische aangelegenheden. Dit is schadelijk voor het welzijn van [minderjarige] . Het zijn de vele strubbelingen bij elkaar waardoor [minderjarige] wel degelijk klem of verloren raakt. Er is gezien de omstandigheden voldoende reden om het gezamenlijk gezag te wijzigen in eenhoofdig gezag.

De moeder voert – samengevat – het volgende aan. De communicatie tussen partijen verloopt niet goed. De moeder belemmert het contact tussen de vader en [minderjarige] niet en zij probeert ook contact te hebben met de vader over de ontwikkeling van [minderjarige] , maar de vader is zeer negatief over de moeder ook in het bijzijn van [minderjarige] . Zo wil hij geen cadeaus van de moeder in zijn huis dan wel maakt hij spullen kapot in het bijzijn van [minderjarige] . De moeder wil dat [minderjarige] zich vrij voelt om met beide ouders contact te hebben. De moeder krijgt van de vader helemaal geen informatie over de ontwikkeling van [minderjarige] . Wel heeft de moeder goed contact met school. Het zou goed voor [minderjarige] zijn als zij psychische hulp zou krijgen, omdat [minderjarige] wordt belast met volwassenenproblematiek en de moeder niet wil dat [minderjarige] daar nu of in de toekomst last van krijgt. De moeder is bang dat de vader probeert de moeder zoveel mogelijk te elimineren uit het leven van [minderjarige] . Voor de moeder is het echter belangrijk dat zij zoveel als mogelijk betrokken blijft. Ook nu partijen gezamenlijk het gezag hebben informeert de vader de moeder niet over [minderjarige] , laat staan hoe dat zal zijn als de vader eenhoofdig gezag zou hebben.

Ook ten aanzien van het gezag dient een raadsonderzoek gelast te worden.

Advies van de raad (principaal en incidenteel hoger beroep)

De raad adviseert – samengevat – als volgt. Net als tijdens de procedure bij de rechtbank adviseert de raad een raadsonderzoek te gelasten met daarin als belangrijkste vraag hoe de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken dient te zijn. [minderjarige] lijkt klem te zitten tussen de ouders, wat bijvoorbeeld blijkt uit het feit dat zij duidelijk kiest voor twee werelden: bij de vader is er alleen de vader en is er geen ruimte voor de moeder (en haar halfzusje) en vice versa. Ondanks dat de vader (emotionele) toestemming geeft aan [minderjarige] om contact te hebben met de moeder en bij haar te zijn, lijkt het voor [minderjarige] makkelijker om de werelden te scheiden. Er dient hulpverlening te komen voor [minderjarige] waarin zij de boodschap krijgt dat zij het fijn mag hebben bij de moeder en haar halfzusje alsook bij de vader.

Vanwege de afstand tussen de [land] en Nederland zal het onderzoek met name gericht zijn op hoe de vakanties moeten worden verdeeld. Een vakantie van een week door de helft knippen, zoals in de bestreden beschikking is bepaald, is een te grote reis voor een paar dagen. Evenmin is de huidig vastgestelde weekendregeling haalbaar, nog daargelaten dat gebleken is dat deze regeling voor de moeder niet uitvoerbaar is. Daarnaast wil de raad tijdens het raadsonderzoek een gesprek met [minderjarige] voeren om zo te onderzoeken hoe zij daadwerkelijk over de situatie denkt. Daarnaast kan het verzoek van de vader om hem eenhoofdig te belasten met het gezag over [minderjarige] in het onderzoek worden betrokken.

Oordeel van het hof in principaal en incidenteel hoger beroep

Het hof overweegt als volgt.

Het hof stelt allereerst vast dat de moeder geen hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank over de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] en de dwangsom die is gekoppeld aan de niet nakoming van de zorgregeling zodat deze onderwerpen niet langer in geschil zijn. Daarnaast is tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep gebleken dat de ouders overeenstemming hebben over de kerstvakantie en zomervakantie in die zin dat deze vakanties conform de bestreden beschikking worden uitgevoerd. Gelet hierop zijn tussen partijen de reguliere zorgregeling, de overige schoolvakanties, de studiedagen en het gezag nog in geschil.

Uit de stukken en uit hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken is gebleken dat aan de reguliere zorgregeling die in de bestreden beschikking is bepaald geen uitvoering wordt gegeven c.q. geen uitvoering kan worden gegeven evenals aan de regeling ten aanzien de schoolvakanties, met uitzondering van de kerst- en zomervakantie. Dit heeft tot gevolg dat de moeder en [minderjarige] elkaar de afgelopen periode slechts in een deel van de zomervakantie en tijdens de kerstvakantie hebben gezien. In de tussenliggende periode is er (nagenoeg) geen contact tussen de moeder en [minderjarige] omdat [minderjarige] buiten de fysieke contactmomenten om geen (telefonisch) contact met de moeder zoekt, ondanks dat de vader dit contact tussen de moeder en [minderjarige] probeert te stimuleren. De huidige situatie acht het hof onwenselijk, zorgelijk en niet in het belang van [minderjarige] . Op grond van de op dit moment beschikbare informatie acht het hof zich onvoldoende voorgelicht om een verantwoorde beslissing te kunnen nemen op de voorliggende verzoeken ten aanzien van het de zorgregeling en het gezag. Het hof zal de raad dan ook verzoeken om een onderzoek in te stellen en te rapporteren en adviseren over de volgende vragen:

- Wat is het advies van de raad over het verzoek van de vader om hem eenhoofdig te belasten met het gezag over [minderjarige] ?- Welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken komt het meest tegemoet aan de belangen van [minderjarige] en hoe dient die regeling qua aard, duur en frequentie te worden vormgegeven?

- Is hulpverlening nodig? Zo ja, welke, ten behoeve van wie en met welk doel? - Welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn niet in voorgaande vragen aan de orde gesteld en zijn wel van belang om in de rapportage en het advies te vermelden?

Het hof zal de verdere behandeling van het hoger beroep zes maanden aanhouden, teneinde de resultaten van het onderzoek en het advies van de raad af te wachten. Het hof zal partijen vervolgens in de gelegenheid stellen om binnen twee weken schriftelijk te reageren op het rapport en het advies van de raad.

Op grond van het vorenstaande zal het hof iedere verdere beslissing aanhouden.

6. 6. De beslissing

Het hof:

verzoekt de raad een onderzoek in te stellen conform hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 5.12.2 is overwogen;

verzoekt de raad tijdig vóór de hierna te noemen pro forma datum rapport en advies uit te brengen aan het hof, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de raadslieden van partijen;

houdt iedere verdere beslissing PRO FORMA aan tot 29 september 2025.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.P. de Beij, E.M.D.M. van der Linden en M.A. Stammes en is op 27 maart 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?