ECLI:NL:GHSHE:2025:1486

ECLI:NL:GHSHE:2025:1486, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27-05-2025, 200.349.573_01

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 27-05-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.349.573_01
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Hoger beroep kort geding
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289 BWBR0005291 CELEX:32012R1215 EU:32012R1215

Samenvatting

kort geding in verband met beëindiging van één van beide sponsorovereenkomsten met bandenleverancier

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.349.573/01

arrest van 27 mei 2025

in de zaak van

Hankook Tire and Technology Co. Ltd.,

gevestigd te Gyeonggi-do, Zuid-Korea,

appellante,

hierna aan te duiden als Hankook,

advocaten: mrs. A.W.P. Marsman en H.J. van der Post te Amsterdam,

tegen

1. Creventic B.V.,gevestigd te Gennep,

2. Creventic International DWC-LLC,gevestigd te Dubai, Verenigde Arabische Emiraten,

geïntimeerden,

hierna aan te duiden als Creventic B.V. en Creventic International, en samen als Creventic,

advocaat: mrs. P.G.M. Brouwer en O.Y. Vrijhoef te Amsterdam,

op het bij exploot van dagvaarding van 30 december 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis in kort geding van 16 december 2024 (verder: het bestreden vonnis) door de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen Hankook als eiseres en Creventic als gedaagden.

1. Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/336064 / KG ZA 24-402)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties 39 en 40;

de memorie van antwoord met producties 35 tot en met 44;

de mondelinge behandeling, waar:

 partijen zijn verschenen, Hankook in de personen van de heren M. [persoon A] en [persoon B] , met advocaten mrs. [persoon C] en [persoon D] ,

en Creventic in de personen van de heren [persoon E] en [persoon F] en mevrouw [persoon G] , met advocaten mrs. [persoon H] en [persoon I] ,

 de genoemde advocaten de zaak, mede aan de hand van

spreekaantekeningen, hebben toegelicht;

 de vooraf namens Hankook toegezonden producties 41 tot en met 45 zijn ingebracht;

 de twee ten tijde van de mondelinge behandeling door Hankook overgelegde ongenummerde producties zijn ingebracht;

 de vooraf namens Creventic toegezonden producties 45 tot en met 49 zijn ingebracht.

In voornoemde dagvaarding heeft Hankook een spoedbehandeling verzocht. Ter rolle van 7 januari 2025 is dit verzoek afgewezen.

Het hof heeft een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

De kern van de zaak in hoger beroep

Hankook is sinds 2014 sponsor en bandenleverancier van autoraces die door Creventic worden georganiseerd. Creventic heeft op 15 april 2024 aan Hankook een opzeggingsbrief gestuurd strekkende tot beëindiging van de tussen Creventic en Hankook bestaande samenwerking/sponsorrelatie met ingang van 31 december 2024. Aan het hof ligt onder meer de vraag voor of naar het voorlopig oordeel van het hof in dit kort geding deze opzegging rechtsgeldig is.

3. De beoordeling

De feiten

In dit hoger beroep dienen de volgende feiten voor het hof tot uitgangspunt.

a. Hankook is een rechtspersoon naar het recht van Zuid-Korea. Hankook is bandenproducent.

Creventic is organisator van autoraces, waaronder de 24H Series. Creventic B.V. - een vennootschap naar Nederlands recht - richt zich daarbij op races binnen Europa en Creventic International - een rechtspersoon naar het recht van de Verenigde Arabische Emiraten - richt zich op races buiten Europe, met name in het Midden-Oosten.

C&R Motorsports (verder: C&R) is de bandendistributeur en serviceprovider voor bandgerelateerde diensten. C&R is door Hankook bij overeenkomst van opdracht aangewezen.

Met ingang van 2014 hebben Hankook en C&R de races van Creventic gesponsord en hebben partijen alsook C&R meerdere sponsorovereenkomsten gesloten. Daarmee werd Hankook de officiële titelsponsor en exclusieve bandenleverancier voor races van de 24H-Series georganiseerd door Creventic.

Om risico’s van aansprakelijkheid te spreiden en het organiseren van races in het Midden-Oosten te vergemakkelijken is in 2018 Creventic International opgericht.

Vervolgens is de organisatie van de niet-Europese races ondergebracht bij Creventic International. De organisatie van races binnen Europa is bij Creventic B.V. blijven rusten. Deze splitsing was voorts reden om ook twee verschillende overeenkomsten op te stellen. Ten behoeve van de Europese races is de Creventic B.V.-Overeenkomst opgesteld, en ten behoeve van de niet-Europese races de Creventic International-Overeenkomst. In de getypte tekst van beide overeenkomsten was opgenomen dat de overeenkomsten betrekking hadden op de jaren 2018 tot en met 2020.

Tussen Hankook en Creventic B.V. bestaat discussie of de Creventic B.V.- Overeenkomst tussen Hankook en Creventic B.V. tot stand is gekomen. In deze overeenkomst staat, geciteerd voor zover hier van belang:

“(…)

WHEREAS, ORGANIZER, a well-recognized car racing promotor, plans to organize and control races as mentioned under Appendix 1 referred to as the 24H SERIES in the years[2018~2020] at least 3 races per year.

WHEREAS, Hankook desires to be appointed official tire supplier to the 2018~2020 24H SERIES and receive a package of promotional benefits in exchange for a sponsorship fee for the 2018~2020 period (…).”

In voormeld citaat is het jaartal 2020 telkens (handgeschreven) doorgestreept en (handgeschreven) vervangen door ‘2025’.

Uit hoofde van de Creventic B.V.-Overeenkomst heeft enkel C&R (en dus niet Hankook) een betalingsverplichting jegens Creventic.

Hankook en Creventic International zijn het met elkaar eens dat tussen hen de Creventic International-Overeenkomst tot stand is gekomen. Tussen partijen staat vast dat deze overeenkomst ziet op de jaren 2018 tot en met 2025. Wel is in geschil welke versie van de overeenkomst van kracht is. Volgens Hankook is de versie als opgenomen als productie 2c bij dagvaarding van toepassing, terwijl volgens Creventic de overeenkomst als opgenomen als productie 6 bij conclusie van antwoord geldend is.

Relevant voor de beoordeling van het geschil in deze zaak zijn de artikelen 8 en 21 van de Creventic International-Overeenkomst. Dat deze bepalingen tussen partijen gelden, is niet in geschil.

Artikel 8 van de Hankook-versie van de Creventic International-Overeenkomst is identiek aan artikel 8 van de Creventic-versie en luidt, geciteerd voor zover relevant, als volgt:

8. Termination

If either party fails to perform any of its duties or obligations under this Agreement, the non-defaulting party shall notify the defaulting party in writing of such default. The defaulting party will have thirty (30) days after such notice is received within which to cure the default. If the default is not timely cured, the non-defaulting party may immediately terminate this Agreement.

Notwithstanding anything to the contrary, either party may immediately terminate this Agreement if:

(A) the other party is found to be in breach of the provisions of Article 9.

(B) if the other Party (i) makes an assignment for the benefit of creditors, (ii) is adjudicated bankrupt, (iii) files a voluntary petition or answer seeking reorganization arrangement, readjustment of its debts or any other relief, (iv) has filed against it an involuntary petition In bankruptcy or seeking reorganization, readjustment of its debts or any other relief under Bankruptcy Law, which petition is not discharged within 30 days, or (v) applies for or permits the appointment of a receiver or trustee for its assets or a substantial portion of its assets.(…)”

In artikel 21 van de Hankook-versie van de Creventic International-Overeenkomst staat:

21. Notice

All notices or submissions to be made or delivered by either party will be sent by registered mail, return receipt requested, overnight delivery service, personally delivered, e-mail, or Fax to the appropriate party at its respective address set forth below:

If to Hankook: If to Organizer:

15th FL. Motorsports Team DWC Business Center 1st Floor

133, Teheran-ro, Gangnam-gu P.O. box 390667, Dubai Logistic City

Seoul, 135-723, Korea Dubai, UAE

Email: [mailadres A]

Attn: [naam]

or to such other person or address as indicated in any notice submitted in accordance with this Paragraph. Delivery is deemed to have occurred upon receipt or first properly attempted delivery.

Artikel 21 van de Creventic-versie van de Creventic International-Overeenkomst is gelijkluidend aan de Hankook-versie van de Creventic International-Overeenkomst met dien verstande dat in de Hankook-versie een ander e-mailadres en geadresseerde worden vermeld, namelijk:

Email: [mailadres B]

Attn: [naam]

i. Uit hoofde van de Creventic International-Overeenkomst hebben zowel Hankook en C&R betalingsverplichtingen jegens Creventic.

Creventic International heeft drie facturen, gedateerd op 2 januari 2024, aan Hankook verzonden, voor in totaal € 225.000,00. Creventic International heeft ten aanzien van deze facturen zowel op 16 januari 2024 als op 27 februari 2024 een betalingsherinnering gestuurd. De facturen zijn op 8 mei 2024 voldaan.

Bij e-mail van 13 maart 2024 heeft Creventic een schriftelijke verklaring verzonden aan het e-mailadres [mailadres B] met de navolgende inhoud:

Dear Sir,

Despite reminders enclosed invoices have not been paid. We have not received any commends on our reminders or information the invoices would not be correct.

We remind you that this is not according to our contract and that we consider this non-payment a breach of the contract between us as partners.

Please react and rectify this as soon as possible or at least within 30 days.

Kind regards,

[persoon E] -Creventic

Op 15 april 2024 heeft Creventic aan Hankook een opzeggingsbrief gestuurd strekkende tot beëindiging van de tussen Creventic en Hankook bestaande samenwerking/sponsorrelatie met ingang van 31 december 2024. In deze opzeggingsbrief welke is verzonden aan de heer [persoon A] en (later ook aan) de heer [persoon M] (beide werkzaam voor Hankook) staat, geciteerd voor zover hier van belang:

“(…)

Furthermore, we refer to Article 8 “Termination” and Article 21 “Notice” of our contract. The following breaches of contract have been committed and reported in accordance with Article 21, but the actions as desired in Article 8 have not been taken. (…)

2. Failure to fulfill agreed payment obligations

Invoices were sent on 02.01.2024. We have repeatedly requested payment of these invoices. This level of delay, now over 100 days overdue, has never occurred before. We also reported this through the specified method in the contract by sending an email on 13.03.2024 to [mailadres B]. Unfortunately, this notification did not result in a response or payment, resulting in 1 breach of contract. (…)”

Bij schrijven van 30 mei 2024 heeft Hankook aan Creventic laten weten dat de beëindiging ongeldig was en dat de overeenkomsten van kracht zijn gebleven.

Op 30 mei 2024 heeft Creventic, zonder instemming van Hankook, de beëindiging van de overeenkomsten in de pers aangekondigd en de nieuwe samenwerking met Michelin als exclusieve bandenleverancier en titelsponsor van de 24H-series vanaf 2025 aangekondigd.

Partijen hebben gecorrespondeerd over (onder meer) de beëindiging van de overeenkomsten door Creventic, de persberichten en de rectificatie daarvan.

De procedure in eerste aanleg bij de voorzieningenrechter

In dit met de dagvaarding van 12 november 2024 ingeleide geding heeft Hankook gevorderd dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. Creventic gebiedt om haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten na te komen binnen 2 werkdagen na het vonnis, waaronder:

i. dat Creventic de naam Hankook (met uitsluiting van elke andere naam) opneemt als onderdeel van de titel van de races die zijn opgenomen in de overeenkomsten voor het seizoen 2025 overeenkomstig artikel 2.1 van de overeenkomsten,

ii. dat Creventic voldoet aan artikel 7.9 van de overeenkomsten (betrekking hebbend op persberichten),

iii. dat Creventic voldoet aan het voorkeursrecht krachten artikel 5.2. van de overeenkomsten door Hankook de mogelijkheid te bieden de overeenkomsten vóór 30 juni 2025 te verlengen onder dezelfde voorwaarden als die welke aan of van derden, waaronder Michelin, zijn aangeboden of aanvaard; en

Creventic gebiedt een rectificatie uit te brengen bestaande uit een gecorrigeerd persbericht waarin staat dat Hankook de officiële titelsponsor en exclusieve bandenleverancier blijft voor het seizoen 2025; en

bepaalt dat de veroordelingen onder (a) en/of (b) dienen te worden nagekomen op verbeurte van een dwangsom van € 500.000,00 voor iedere overtreding van dit gebod, te vermeerderen met een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat deze overtreding voortduurt, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom; en

Creventic B.V. en Creventic International hoofdelijk veroordeelt in de kosten van het geding, alsmede in de gebruikelijke nakosten (zowel zonder als met betekening), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van de uitspraak des de ene gedaagde betalende, de andere gedaagde zal zijn bevrijd.

Bij het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis van 16 december 2024 heeft de voorzieningenrechter - kort samengevat - overwogen dat de navolgende vier problemen/omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, leiden tot het oordeel dat voor toewijzing van het gevorderde geen plaats is:

onduidelijkheden omtrent het contractuele beoordelingskader, die nopen tot een nader feitenonderzoek;

het om praktische redenen onwenselijk late tijdstip waarop het kort geding aanhangig is gemaakt en waarop in dit kort uitspraak gedaan zal kunnen worden;

de onduidelijke positie van C&R Motorsport bij toewijzing van het door Hankook gevorderde;

de praktische gevolgen die naar aard en omvang voor zowel partijen als derden bij toewijzing van het gevorderde groot zijn.

De voorzieningenrechter heeft Hankook veroordeeld in de proceskosten, met wettelijke rente.

De procedure bij dit hof

In dit met de dagvaarding van 30 december 2024 ingeleide hoger beroep formuleert Hankook vier grieven. Hankook concludeert - samengevat - dat het hof bij arrest uitvoerbaar bij voorraad het bestreden vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende:

Creventic International gebiedt om haar verplichtingen uit hoofde van de Creventic International-Overeenkomst na te komen binnen 2 werkdagen na het arrest;

Creventic B.V. gebiedt om haar verplichtingen uit hoofde van de Creventic B.V.-Overeenkomst na te komen binnen 2 werkdagen na het arrest;

Creventic International en Creventic B.V. in het bijzonder gebiedt om binnen

2 werkdagen na het arrest de naam van Hankook (met uitsluiting van elke andere

naam) op te nemen als onderdeel van de titel van:

i. de 24H Dubai race die plaatsvindt op 10-12 januari 2025;

ii. de 6H Abu Dhabi race die plaatsvindt op 18-19 januari 2025;

iii. de 12H Mugello race die plaatsvindt op 21-23 maart 2025 in Italië;

iv. de 12H Spa-Francorchamps race die plaatsvindt op 18-20 april 2025 in

België;

v. de 12H Misano race die plaatsvindt op 23-24 mei 2025 in Italië;

vi. de 12H Paul Ricard race die plaatsvindt op 4-5 juli 2025 in Frankrijk; en

vii. de 24H Barcelona race die plaatsvindt op 26-28 september 2025 in Spanje;

Creventic International gebiedt te voldoen aan het voorkeursrecht krachtens artikel

van de Creventic International-Overeenkomst, onder meer door Hankook de

mogelijkheid te bieden deze overeenkomst vóór 30 juni 2025 te verlengen onder

dezelfde voorwaarden als die welke aan of van derden, waaronder Michelin, zijn

aangeboden of aanvaard; en

Creventic B.V. gebiedt te voldoen aan het voorkeursrecht krachtens artikel 5.2 van

de Creventic BV-Overeenkomst, onder meer door Hankook de mogelijkheid te

bieden deze overeenkomst vóór 30 juni 2025 te verlengen onder dezelfde

voorwaarden als die welke aan of van derden, waaronder Michelin, zijn

aangeboden of aanvaard; en

Creventic International en Creventic B.V. gebiedt een rectificatie uit te brengen

bestaande uit een gecorrigeerd persbericht waarin staat dat Hankook de officiële

titelsponsor en exclusieve bandenleverancier blijft voor het seizoen 2025; en

bepaalt dat de veroordelingen onder (a), (b), (c), (d), (e) en (f) voor zover geheel of

gedeeltelijk toegewezen dienen te worden nagekomen op verbeurte van een

dwangsom van € 500.000,00 voor iedere overtreding van één of meer van deze

geboden, te vermeerderen met een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag of

gedeelte van een dag dat deze overtreding voortduurt, althans een door het

gerechtshof in goede justitie te bepalen dwangsom; en

Creventic International en Creventic B.V. hoofdelijk veroordeelt in de kosten van

het geding in beide instanties, alsmede in de gebruikelijke nakosten (zowel zonder

als met betekening), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel

6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van de uitspraak, des de ene

geïntimeerde betalende de andere geïntimeerde zal zijn bevrijd.

Creventic weerspreekt de grieven en concludeert - naar de kern genomen - dat het hof uitvoerbaar bij voorraad Hankook niet-ontvankelijk zal verklaren, de vorderingen in hoger beroep af zal wijzen en het bestreden vonnis bekrachtigd en Hankook zal veroordelen in de proces- en nakosten, met wettelijke rente.

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Hankook is gevestigd in Zuid-Korea en Creventic International in de Verenigde Arabische Emiraten. Dit betekent dat de zaak een internationaal karakter heeft. Vaste rechtspraak is dat de regels van internationaal bevoegdheidsrecht, die bepalen of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt, van openbare orde zijn. Dit betekent dat zowel de rechter in eerste aanleg als de rechter in hoger beroep ertoe is gehouden ambtshalve de rechtsmacht van de Nederlandse rechter aan een onderzoek te onderwerpen.

Nu partijen, zo blijkt uit rechtsoverweging 4.1. van het bestreden vonnis, aan de voorzieningenrechter kenbaar hebben gemaakt dat tussen hen niet in geschil is dat tussen partijen is overeengekomen dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft (en partijen tegen deze constatering niet hebben gegriefd), is het hof van oordeel ten aanzien van de verhouding tussen Hankook en Creventic B.V. op grond van artikel 25 van de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken bevoegd te zijn.

Ten aanzien van de verhouding tussen Hankook en Creventic International, als neergelegd in de Creventic International-overeenkomst, heeft te gelden dat partijen in artikel 23 van die overeenkomst - waarbij het hof volledigheidshalve opmerkt dat dit artikel 23 identiek is in zowel de Hankook- als de Creventic-versie - een forumkeuzebeding zijn overeengekomen, op grond waarvan de Nederlandse rechter bevoegd is (zie artikel 8 Rv).

Er is geen grief gericht tegen toepassing van het Nederlandse recht op de vorderingen, zodat ook het hof hiervan uit zal gaan.

Spoedeisend belang

Het hof moet ambtshalve beoordelen of Hankook een spoedeisend belang heeft bij beoordeling van haar vorderingen in kort geding. Het begrip spoedeisend belang wordt in kort geding in verschillende betekenissen gebruikt: ten eerste als vereiste om toegang te krijgen tot de kortgedingrechter (bevoegdheids- of ontvankelijkheidsvereiste) en ten tweede als vereiste voor toewijzing van de verlangde voorziening.

Voor de bevoegdheid van de kortgedingrechter of, met andere woorden, de ontvankelijkheid van de eiser in kort geding, kan de enkele, ook impliciete stelling dat eiser een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, volstaan. Deze eerste betekenis van het begrip spoedeisend belang wordt ook wel afgeleid uit de aard van de vordering. De beantwoording van de vraag of een zodanig spoedeisend belang (in de tweede betekenis) bestaat dat de verlangde voorziening daadwerkelijk moet worden gegeven, is afhankelijk van de uitkomst van een beoordeling van de voorlopige merites van de zaak en van afweging van de belangen van partijen, (in beginsel) beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak.

Naar het oordeel van het hof heeft Hankook, uitgaande van haar stellingen, voldoende spoedeisend belang (in de eerstgenoemde betekenis) bij haar vorderingen om die vorderingen in kort geding te laten beoordelen.

Of aannemelijk is dat Hankook een zodanig spoedeisend belang (in de tweede betekenis) heeft dat de door haar gevorderde voorzieningen daadwerkelijk moet worden gegeven, zal het hof hierna bij de gezamenlijke behandeling van de grieven beoordelen.

Grief I is gericht tegen het oordeel dat het contractuele beoordelingskader onzeker is en dat nader feitenonderzoek zou moeten plaatsvinden. Met grief II komt Hankook op tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat zij de procedure te laat aanhangig gemaakt zou hebben. Grief III is gericht tegen het oordeel dat de positie van C&R onduidelijk is, en met grief IV wordt gegriefd tegen het toekennen van gewicht aan vermeende praktische en financiële gevolgen in geval van toewijzing van de vorderingen.

De Creventic International-overeenkomst

Creventic International en Hankook zijn beiden partij bij de Creventic International-Overeenkomst. Artikel 8 van die overeenkomst bepaalt dat als sprake is van een gebrek in de nakoming van de overeenkomst opzegging van de overeenkomst mogelijk is dat nadat de in gebreke verkerende partij daarvan schriftelijk in kennis is gesteld en die partij dertig dagen de tijd heeft gekregen om het gebrek te verhelpen. Is het gebrek ná die dertig dagen niet verholpen, dan kan overgegaan worden tot opzegging van de overeenkomst. Artikel 21 van de Creventic International-Overeenkomst bepaalt (onder meer) naar welk e-mailadres de schriftelijke verklaring verzonden dient te worden.

Tussen partijen is niet in geschil dat de schriftelijke verklaring op 13 maart 2024 is verzonden, dat Hankook ten tijde van het verzenden van deze verklaring nalatig was in de betaling van de facturen (waarvan, volledigheidshalve opgemerkt, de grondslag voor betaling is gelegen in de Creventic International-Overeenkomst) en dat Creventic International op zowel 16 januari 2024 als 27 februari 2024 betalingsherinneringen heeft verstuurd die door Hankook zijn ontvangen voor de nog openstaande facturen. Wel is in geschil of de schriftelijke verklaring naar het correcte e-mailadres is verzonden. Volgens Hankook heeft Creventic International de schriftelijke verklaring naar een e-mailadres verstuurd dat vermeld was in een eerdere versie van de Creventic International-Overeenkomst en is dit e-mailadres bij een latere versie (handgeschreven) aangepast. Daarmee is, aldus Hankook, geen sprake van een rechtmatige opzegging.

Het hof is voorshands van oordeel dat Hankook niet aannemelijk heeft gemaakt dat Creventic International heeft ingestemd met de gewijzigde versie - en daarmee met de wijziging van het e-mailadres in artikel 21 - van de Creventic International-Overeenkomst. Het hof begrijpt uit hetgeen Hankook hieromtrent naar voren heeft gebracht dat deze wijziging volgens Hankook op of voor 20 maart 2019 is aangebracht, maar Hankook laat na te stellen en - gezien de betwisting voor Creventic International: zij weerspreekt dat zij met de wijziging heeft ingestemd hetgeen volgens Creventic International mede blijkt uit een niet door Creventic International ondertekende gewijzigde versie - te onderbouwen dat Creventic International met die wijziging heeft ingestemd. Zo heeft zij niet aangegeven wanneer zij de gewenste wijzigingen aan Creventic International heeft voorgesteld en wanneer Creventic International hiermee heeft ingestemd. Zij laat ook na aan te geven wanneer zij de wijzigingen in de overeenkomst aan Creventic International heeft toegezonden en waaruit dan blijkt dat Creventic International hiermee heeft ingestemd.

De heer [persoon M] van Hankook schrijft op 16 februari 2024 het navolgende aan Creventic, geciteerd voor zover hier van belang:

We are writing to follow up on your recent messages regarding contract termination and cancelling off races for this year. (…) If you have any suggestions for the contract renewal of any matters related to the current contracts, please let us know (…)

Voorts schrijft de heer [persoon M] van Hankook op 20 maart 2024 aan Creventic, geciteerd voor zover hier van belang:

“(…) we are writing to remind you of your obligations regarding public announcement and disclosure relating to het Sponsorship Agreement. (…) we note that you have not sent us any official response to our previous letter. For the sake of good order, should you wish to discuss any issues relating to the Sponsorship Agreements including the renewal, please send us a formal reply in accordance with the requirements under Article 21.1 so that the relevant issues can be addressed fully and promptly in a proper manner. (…)

Hankook stelt zich op het standpunt dat op grond van beide schrijven van de heer [persoon M] , Creventic op grond van het bepaalde in artikel 21 waarin staat “or to such other person or address as indicated in any notice submitted in accordance with this Paragraph” - gehouden was de schriftelijke verklaring van 13 maart 2024 aan de heer [persoon M] van Hankook te richten. Beide brieven dienen, aldus Hankook, als een kennisgeving in de zin van artikel 21 te worden gekwalificeerd.

Het hof is van oordeel dat Creventic alleen al geen rekening met het schrijven van

20 maart 2024 kon houden, omdat deze verstuurd is ná verzending van de schriftelijke verklaring van Creventic. Ook het schrijven van 16 februari 2024 kan Hankook niet baten: dit schrijven kan niet zo worden begrepen als dat een schriftelijke verklaring in de zin van artikel 21 van de Creventic International-Overeenkomst naar de heer [persoon M] dient te worden verzonden.

Het verwijt van Hankook dat Creventic de heer [persoon N] , die volgens Hankook gekoppeld is aan het e-mailadres [mailadres B] niet kende en hij sinds 2018 niet meer bij de sponsorrelatie tussen Hankook en Creventic betrokken is, kan Hankook evenmin baten. Behalve dat Hankook - gezien de betwisting door Creventic van de door Hankook betrokken blote stellingname - niet aannemelijk heeft gemaakt dat bij Creventic bekend was dat [persoon N] niet langer betrokken was bij beide overeenkomsten, mocht Creventic op grond van de voor haar ongewijzigde overeenkomst ervanuit gaan dat ze het juiste e-mailadres gebruikte voor het versturen van de schriftelijke verklaring.

Het hof gaat er voorts aan voorbij dat, zoals door Hankook gesteld, de schriftelijke verklaring (al dan niet in copy) naar de heer [persoon A] - als vaste contactpersoon van Hankook - diende te worden verzonden. Het verzenden van de schriftelijke verklaring (ook) aan de heer [persoon A] was mogelijk wel zo sympathiek van Creventic geweest, maar enige grondslag daarvoor biedt artikel 21 van de Creventic International-Overeenkomst niet.

Op grond van het onder de rechtsoverwegingen 3.6.1. tot en met 3.6.4. overwogene is het hof voorshands van oordeel dat Creventic de schriftelijke verklaring op 13 maart 2024 naar het juiste e-mailadres ( [mailadres B] ) heeft verzonden en dat daarmee voldaan is aan het vereiste van een schriftelijke verklaring als opgenomen in artikel 8 van de Creventic International-Overeenkomst.

Volledigheidshalve merkt het hof op dat als onweersproken door Creventic aangevoerd de e-mail van 13 maart 2024 Hankook heeft bereikt, hetgeen betekent dat Hankook dan ook - conform de strekking van artikel 8 van de Creventic International-Overeenkomst - bekend was met de schriftelijke verklaring. Dat die verklaring mogelijk niet (direct) bij de (in de ogen van Hankook en) voor Hankook in relatie tot de overeenkomsten meest geschikte persoon terecht is gekomen, kan niet aan Creventic worden tegengeworpen.

Tussen partijen is niet in geding dat de schriftelijke verklaring niet heeft geleid tot betaling van de facturen binnen dertig dagen. Daarmee is het gebrek blijven voortbestaan en heeft Creventic International de Creventic International-Overeenkomst op grond van artikel 8 van die overeenkomst mogen beëindigden.

Hankook stelt voorts dat, voor het geval Creventic International de schriftelijke verklaring van 13 maart 2024 wel op correcte wijze heeft verzonden, de beëindigingsbrief van 15 april 2024 ongeldig is. Hoewel deze brief als een schriftelijke verklaring in de zin van artikel 21 van de Creventic International-Overeenkomst dient te worden aangemerkt, is deze niet aan [persoon N] verzonden, aldus Hankook.

Het hof is van oordeel dat deze grief tardief is, aangezien deze grief in strijd met de tweeconclusieregel pas tijdens de mondelinge behandeling is aangevoerd. Creventic heeft ook terecht bezwaar tegen deze nieuwe grief gemaakt. Bovendien faalt deze grief ook op inhoudelijke gronden. Hankook gaat daarmee voorbij aan haar eerdere stellingname dat met het schrijven van 20 maart 2024 van de heer [persoon M] (van Hankook) Hankook voor ogen heeft gehad het aanspreekpunt als opgenomen in artikel 21 van de overeenkomst te wijzigen. Creventic International heeft - tussen partijen is immers niet in geschil of het schrijven van 15 april 2024 aan [persoon M] is verstuurd - daarmee dan ook het schrijven van 15 april 2024 op correcte wijze geadresseerd. Daarnaast heeft Hankook niet aangevoerd dat zij de beëindigingsbrief niet zou hebben ontvangen.

Verwijzend naar hetgeen het hof onder de rechtsoverwegingen 3.6.1. tot en met 3.6.6. heeft overwogen heeft Creventic International, zo luidt het voorlopig oordeel van het hof in dit kort geding, de Creventic International-Overeenkomst op de juiste wijze en, daarmee, rechtsgeldig opgezegd. Dit betekent dat de voorzieningenrechter de vorderingen als opgenomen onder a, d en f van rechtsoverweging 3.3.1. (zover die vordering ziet op Creventic International), zij het op andere gronden, terecht heeft afgewezen.

De Creventic B.V.-overeenkomst

Totstandkoming van de Creventic B.V.-overeenkomst

Tussen partijen is in geschil of de Creventic B.V.-Overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Het hof is van oordeel dat dit wel het geval is, en overweegt daartoe als volgt.

Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (artikel 6:217 BW). De vraag of sprake is van wilsovereenstemming en of een

overeenkomst tot stand is gekomen, is afhankelijk van wat partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten toekennen, hebben afgeleid (artikelen 3:33 en 3:35 BW). Aanbod en aanvaarding zijn vormvrij en hoeven niet uitdrukkelijk plaats te vinden: zij kunnen in elke vorm geschieden en kunnen besloten liggen in een of meer gedragingen.

Creventic B.V. heeft de door haar ondertekende Creventic B.V.-Overeenkomst op

2 januari 2019 per e-mail aan Hankook verstuurd. Of en wanneer Hankook de overeenkomst heeft getekend - volgens Creventic heeft Hankook de overeenkomst pas zeer recent ondertekend, zodat de overeenkomst niet rechtsgeldig tot stand is gekomen - kan naar het oordeel van het hof in het midden blijven nu uit de navolgende gedragingen van Creventic volgt dat zij uitvoering aan deze overeenkomst heeft gegeven:

Creventic heeft Hankook van 2018 tot en met 2024 aangewezen als officiële titel sponsor en exclusieve bandendistributeur van de 24H-Series. Dit is conform het bepaalde in artikel 3.2 van de Creventic B.V.-Overeenkomst;

Creventic heeft Hankook ook andere promotionele voordelen verleend, waaronder de plaatsing van Hankook logo’s tijdens de races en op de website van Creventic gedurende 2018 tot en met 2024;

Creventic heeft van 2018 tot en met 2024 vergoedingen (sponsoring en promotiebijdragen) gefactureerd die exact overeenkomen met de vergoedingen als opgenomen Appendix 2 en 3 van de Creventic B.V.-Overeenkomst, en welke door Hankook zijn voldaan. Tussen 2019 en 2024 heeft Creventic vijftig facturen verzonden.

In het licht van deze feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat de Creventic B.V.- Overeenkomst wel degelijk tussen partijen tot stand is gekomen. Dat Creventic daar eerder ook vanuit ging, volgt overigens ook uit de e-mails van 11 februari 2022 en 2 november 2022 van Creventic aan Hankook. In de e-mail van 11 februari 2022, welke betrekking heeft op de - als door Hankook onbetwist gestelde - Creventic B.V.-Overeenkomst, staat, geciteerd voor zover hier van belang:

“(…) For your information we included the figures from our existing agreement regarding the minimum 3 hours test (Which will remain). (…)”

In de e-mail van 2 november 2022, welke betrekking heeft op de - als door Hankook onbetwist gesteld - Creventic B.V.-Overeenkomst, staat, geciteerd voor zover hier van belang:

“(…) Regarding your call yesterday, The contract says:

Apendix 2 , 2.1

In case sales prices will rise after mutual agreement among Hankook, C&R and ORGANIZER, the “commission” will rise at the same percentage by Parties written consent.

Usually you tell me how strict the Koreans are with contracts. Now it is the other way around”.

Het hof passeert het verweer van Creventic dat voor ieder afzonderlijk evenement en nieuwe races afzonderlijke afspraken en regelingen zijn gemaakt. Creventic onderbouwt haar verweer door te stellen dat er ook andere races hebben plaats gevonden dan als in de Creventic B.V.-Overeenkomst zijn vermeld. Volgens Hankook zien de in de overeenkomst opgenomen races (als opgenomen in Appendix 1) op de races die hebben plaatsgevonden in 2018 en beoogt de lijst niet te definiëren op welke locaties races in 2019 en daarna plaats dienen te vinden.

Het hof acht het niet aannemelijk dat Appendix 1 een alomvattend overzicht van de races geeft waar de Creventic B.V.-Overeenkomst op van toepassing is. Volgens de tekst van de Creventic B.V.-Overeenkomst betreft Appendix 1 slechts een lijst met races en series die door Creventic B.V. worden georganiseerd, hetgeen de bovengenoemde uitleg van Hankook ondersteunt. Op het moment dat Creventic de Creventic B.V.-Overeenkomst in januari 2019 ondertekende was bovendien reeds bekend dat de volgende races in Mugello en Brno zouden plaatsvinden. Beide races zijn niet in Appendix 1 opgenomen. Creventic heeft op generlei wijze aannemelijk gemaakt dat zij (voor enige) race(s) in 2019 en nadien afzonderlijke afspraken en regelingen heeft gemaakt. Dit had zeker in het licht van de weerspreking van het verweer door Hankook wel van haar mogen worden verwacht. Hoe kwamen die afspraken tot stand? Wie waren daarbij betrokken? Welke parameters waren bij het maken van die afspraken van belang? Ook had van Creventic een toelichting verwacht mogen worden hoe het kan dat, ondanks al die afzonderlijke afspraken en regelingen, desalniettemin toch telkens - waarbij het hof wijst op de hiervoor opgesomde gedragingen - conform de Creventic B.V.-Overeenkomst is gehandeld. Behalve dat in een kortgedingprocedure geen ruimte bestaat voor het leveren van bewijs, zou het hof gezien het gebrek aan onderbouwing hier ook niet in een bodemprocedure aan toe zijn gekomen.

Duur van de Creventic B.V.-overeenkomst

Tussen partijen is voorts in geschil of de overeenkomst is gesloten tot 2020 of tot en met 2025. Hankook stelt zich op het standpunt dat de overeenkomst is verlengd tot en met 2025. Creventic voert aan dat (in het geval het hof oordeelt dat de overeenkomst wel tot stand is gekomen) zij deze heeft getekend voor de periode tot en met 2020 en niet voor de wijziging, tot en met 2025, alsook dat de overeenkomst ná 2020 is overgegaan in een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

Het hof is voorts van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de overeenkomst is verlengd tot en met 2025 en overweegt daartoe als volgt.

Gesteld noch anderszins is gebleken dat er een wijziging in omstandigheden heeft plaatsgevonden ná 2020. Ook ná 2020 hebben races plaatsgevonden die - zoals blijkt uit de

feiten en omstandigheden als opgesomd in rechtsoverweging 3.6.2. - Hankook sponsorde en voorzag van banden en waarvoor Creventic facturen - overeenkomstig de afspraken als opgenomen in de Creventic B.V.-Overeenkomst - heeft gemaakt die door Hankook zijn voldaan. Uit de in rechtsoverweging 3.7.3 genoemde gedragingen van Creventic blijkt dat zij tot en met 2024 uitvoering aan de Creventic B.V.-Overeenkomst heeft gegeven. De e-mails waarin Creventic zich beroept op het bestaan van de Creventic B.V.-Overeenkomst van 11 februari 2022 en 2 november 2022 zijn beide van ná 2020. Van gewijzigde afspraken en regelingen is overigens niet gebleken (zie hetgeen het hof hieromtrent overweegt in rechtsoverweging 3.7.3.).

Voorts acht het hof van belang dat Hankook sinds 2014 reeds sponsor was van de door Creventic georganiseerde races in en buiten Europa. Met de oprichting van Creventic International in 2018 is - om risico’s van aansprakelijkheid te verspreiden en het organiseren van races in het Midden-Oosten te vergemakkelijken - gekozen om voor de races binnen en buiten Europa twee verschillende overeenkomsten op te stellen. Beide overeenkomsten zijn op eenzelfde wijze opgesteld en dienen ook hetzelfde doel: sponsoring van Hankook van de door Creventic georganiseerde races tegen betaling van een op voorhand vastgestelde vergoeding. Daarbij maken al deze races, zo heeft het hof tijdens de mondelinge behandeling begrepen, tezamen deel uit van één serie en één kampioenschap. Verder is tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep door Creventic onweersproken gesteld dat deelnemers aan deze races gedurende al deze races - het hof begrijpt dat daarmee zowel de Europese als de niet-Europese races worden bedoeld - op dezelfde Hankook-banden rijden en dat de raceauto’s - voor zo’n gehele serie - op Hankook-banden worden afgesteld. In het licht van die omstandigheden is het hof van oordeel dat aannemelijk is dat met de verlenging van de Creventic International-Overeenkomst tot en met 2025 partijen óók voor ogen hebben gehad de Creventic B.V.-Overeenkomst te verlengen tot en met 2025. Daarmee is sprake van een overeenkomst voor bepaalde tijd.

Géén beëindiging van de Creventic B.V.-overeenkomst

Een overeenkomst voor bepaalde tijd is in beginsel niet tussentijds opzegbaar, tenzij partijen hieromtrent andere afspraken hebben gemaakt. In artikel 8 van de Creventic B.V.-Overeenkomst staat (onder meer): “(…) If either party fails to perform any of its duties or obligations under this Agreement, the non-defaulting party shall notify the defaulting party in writing of such default. The defaulting party will have thirty (30) days after such notice is received within which to cure the default. If the default is not timely cured, the non-defaulting party may immediately terminate this Agreement.(…)”

Creventic heeft op 13 maart 2024 Hankook verzocht om betaling van de facturen als verzonden door Creventic International op grond van de Creventic International-Overeenkomst. Nu de verplichting tot betaling van die facturen niet voortvloeit uit de Creventic B.V.-Overeenkomst kan er simpelweg géén sprake zijn van een tekortkoming in de nakoming van de Creventic B.V.-Overeenkomst. De door Creventic in de beëindigingsbrief van 15 april 2024 genoemde beëindigingsgronden betreffen (gestelde) tekortkomingen met betrekking tot de Creventic International-Overeenkomst. Dit betekent dat de Creventic B.V.-Overeenkomst met het schrijven van 15 april 2024 van Creventic niet rechtsgeldig is opgezegd en de Creventic B.V.- Overeenkomst is blijven voortbestaan.

Voor zover Creventic heeft willen betogen dat met de aanwezigheid van Hankook op de afscheidsmeeting tijdens de 24H-race in Barcelona op 13 september 2024, Hankook heeft ingestemd met de opzegging van (in ieder geval) de Creventic B.V.-overeenkomst wordt dit betoog niet gevolgd.

Vooropgesteld zij dat Hankook tijdens de mondelinge behandeling bij het hof onbetwist gesteld heeft dat tijdens de afscheidsmeeting slechts één persoon van Hankook aanwezig was en dat dit “een vertegenwoordiger betrof die uit beleefdheid er heen is gegaan”. Het

hof is met Hankook van mening dat uit die enkele aanwezigheid op een afscheidsmeeting van een Hankook-medewerker - die geen enkele betrokkenheid heeft bij of zeggenschap heeft ten aanzien van de contractuele relatie van partijen - niet kan worden afgeleid dat Hankook dan ook heeft ingestemd met de opzegging. Het hof acht daarbij voorts van belang dat in laatste schrijven van Hankook aan Creventic vóór de afscheidsmeeting (dit schrijven is gedateerd op 11 juni 2024) nadrukkelijk staat dat zij niet instemt met de “press releases” en dat “Creventic has not validly terminated the Agreements, and the current Agreements in any event remain in force and effect until 31 December 2024 [het hof begrijp, gezien de verwijzing in deze brief naar de brief van 30 mei 2024 dat niet 2024 maar 2025 is bedoeld]”. Behalve dat in dit schrijven geen enkele instemming met de opzegging is (in) te lezen, is ook niet gesteld of anderszins gebleken dat in de periode tussen 11 juni 2024 en de afscheidsmeeting door Hankook uitlatingen zijn gedaan die wel nopen tot het oordeel dat Hankook met de opzegging instemde.

Met het voortbestaan van de Creventic B.V.-overeenkomst is Creventic B.V. gehouden tot nakoming van de daaruit voortvloeiende verplichtingen (vordering b onder rechtsoverweging 3.3.1.). Dit betekent onder meer dat Creventic B.V. de naam van Hankook (met uitsluiting van elke andere naam) dient op te nemen als onderdeel van de titel van de 12H Paul Ricard race die plaatsvindt op 4-5 juli 2025 in Frankrijk en de 24H Barcelona Race die plaatsvindt op 26-28 september 2025 in Spanje (vordering c onder vi. en vii. onder rechtsoverweging 3.3.1.).

Hankook heeft gevorderd dat nakoming van de overeenkomst alsook voornoemde naamvermelding binnen twee werkdagen na het wijzen van het arrest dient te geschieden. Het hof is met Creventic van oordeel dat de gevorderde termijn van twee werkdagen te krap is om uitvoering te geven aan deze vordering. Creventic stelt primair dat een termijn voor nakoming moet worden vastgesteld na de laatste race van 2025 in Barcelona, en subsidiair dat minimaal twaalf weken nodig zijn om van bandenleverancier te wisselen, goedkeuring van de FIA verkrijgen, de teams de auto’s te laten herontwikkelen, de banden via C&R van Hankook te kopen en de logistiek te regelen.

Het hof is voorshands van oordeel dat van Hankook niet gevergd kan worden dat nakoming wordt uitgesteld tot ná de Barcelona-race. Dit zou effectief betekenen dat aan de Creventic B.V.-Overeenkomst geen uitvoering wordt gegeven (voor zover de overeenkomst ziet op de races) en Hankook daarmee voor geen enkele race meer als sponsor optreedt. Het hof merkt voorts op dat ook een termijn van twaalf weken niet van Hankook niet kan worden gevergd. Dit zou immers betekenen dat (evenals de eerder in 2025 plaatsgevonden Europese races) de Paul Ricard race aan haar voorbij gaat. Het hof acht het daarbij van belang dat Creventic bewust gekozen heeft om vóór het einde van de looptijd van de Creventic B.V.-Overeenkomst, ondanks bezwaar van Hankook, met een ander (Michelin) in zee te gaan. Daarbij: dat met de goedkeuring van de FIA een termijn van twaalf weken gemoeid is, is door Hankook zodanig gemotiveerd betwist dat Creventic niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit ook daadwerkelijk het geval is. Het hof zal de termijn dan ook vaststellen op zeven werkdagen, waarbij het opmerking verdient dat tussen het wijzen van dit arrest en de eerst volgende race (12H Paul Ricard race) ruim vijf weken zitten om goedkeuring te verkrijgen en de raceauto’s af te stemmen op Hankook banden.

De naamgeving van de races als onder i. tot en met v. opgenomen worden niet toegewezen, nu deze reeds vóór het wijzen van dit arrest hebben plaatsgevonden. Dit alles betekent eveneens dat Creventic B.V. gehouden is om een rectificatie uit te brengen bestaande uit een gecorrigeerd persbericht waarin staat dat Hankook de officiële titelsponsor en exclusieve bandenleverancier is voor de Paul Ricard en de Barcelona races.

Voorkeursrecht

Op grond van artikel 5.2. van de Creventic B.V.-Overeenkomst komt aan Creventic B.V. een voorkeursrecht toe. Met het voortbestaan van de Creventic B.V.-Overeenkomst blijft (althans in beginsel) ook het voorkeursrecht voortbestaan. Creventic voert hiertegen aan dat het vertrouwen in samenwerking is verstoord, dat onduidelijk is in hoeverre C&R bereid is om ook ná 2025 invulling aan haar rol te geven, dat teams zich zullen terugtrekken uit de 24H-series als Hankook weer bandenleverancier wordt, dat Hankook het aanbod van Michelin niet heeft kunnen evenaren en dat Hankook ten aanzien van het voorkeursrecht ook in een bodemprocedure de mogelijkheid heeft om haar belangen veilig te stellen door aanspraak te maken op schade. Het hof is van oordeel dat het verweer niet slaagt, en overweegt daartoe als volgt.

Het hof begrijpt dat onderhavige procedure een wissel trekt op het vertrouwen van partijen in elkaar. Echter is het hof niet gebleken van een dusdanig geschaad vertrouwen dat - wanneer uitoefening van het voorkeursrecht ook daadwerkelijk leidt tot voorzetting van de overeenkomst - van Creventic B.V. niet in redelijkheid kan worden gevergd dat zij nog met Hankook zal samenwerken. Creventic B.V. heeft geen feiten en omstandigheden naar voren gebleken die haar gesteld gebrek aan vertrouwen onderbouwen. Bovendien geldt dat overeenkomsten in beginsel moeten worden nagekomen.

Voorts heeft Hankook een verklaring van C&R van 15 januari 2025 overgelegd waarin (onder meer) staat: “C&R remains committed to fulfilling the sponsorship agreements established with Creventic and Hankook. C&R continues to be capable of providing the necessary services as stipulated in the current sponsorship agreements with Creventic and Hankook.” Het hof begrijpt deze verklaring zo dat C&R wel degelijk bereid is invulling aan haar rol te geven. Daarbij komt dat Hankook voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat C&R namens Hankook diensten verricht en de positie van Hankook over de geldigheid van de Creventic B.V.-Overeenkomst dient te volgen.

Dat teams zich zullen terugtrekken wanneer Hankook weer bandenleverancier wordt, is door Hankook gemotiveerd betwist. In het licht van die (uitvoerige) betwisting heeft Creventic niet aannemelijk gemaakt dat dit daadwerkelijk het geval zal zijn. En zelfs als één of meerdere teams niet langer deelnemen is dit op zichzelf onvoldoende om tot het oordeel te komen dat van Creventic op grond van de redelijkheid en billijkheid niet kan worden gevergd dat aan het voorkeursrecht te worden gehouden. Zo is onder meer onduidelijk hoeveel teams volgens Creventic zich (daadwerkelijk) zullen terugtrekken en, of en zo ja in hoeverre dit van invloed is op de door Creventic georganiseerde races. Daarbij is het overigens beslist niet ondenkbaar dat eventueel bij de teams - als door Creventic gesteld -

bestaande bedenkingen en/of zorgen over het rijden op Hankook-banden kunnen worden ondervangen of worden weggenomen.

Creventic stelt weliswaar dat Hankook het aanbod van Michelin niet kan evenaren, maar van een onderbouwing - die in het licht van de betwisting door Hankook wel had mogen worden verwacht - is niet gebleken. Daarbij: als Hankook het aanbod daadwerkelijk niet kan evenaren dan zal dit duidelijk worden bij het uitoefenen van het voorkeursrecht.

Dat Hankook in een bodemprocedure schade kan vorderen, maakt niet dat Creventic B.V. niet in redelijkheid aan het voorkeursrecht kan worden gehouden.

Verwijzend naar hetgeen in rechtsoverweging 3.9.2. is overwogen, wordt Creventic B.V. geboden te voldoen aan het voorkeursrecht krachtens artikel 5.2. van de Creventic-B.V. Overeenkomst (vordering f onder rechtsoverweging 3.3.1.).

Dwangsommen

Een dwangsom wordt opgelegd wanneer een prikkel tot nakoming nodig is. Het hof is tijdens de mondelinge behandeling gebleken dat Creventic B.V. bij een toewijzend arrest de op haar rustende verplichtingen zal nakomen. Verder is het niet ondenkbaar dat met het opleggen van een dwangsom de verhouding tussen partijen (nog meer) onder druk komt te staan. Mocht Creventic B.V. de op haar rustende verplichtingen onverhoopt toch niet nakomen dan heeft het hof er vertrouwen in dat Hankook de beschikbare juridische paden om Creventic B.V. daartoe toch te bewegen, weet te bewandelen.

Belangenafweging

Creventic betoogt dat zelfs als de grieven wel slagen, de vorderingen moeten worden afgewezen in het licht van de belangenafweging die bij een uitspraak in kort geding plaatsvindt. Creventic voert de navolgende omstandigheden aan en voert in dit verlengde van die omstandigheden tevens aan dat het belang van het voortbestaan van Creventic zwaarder dient te wegen dan de financiële belangen van Hankook:

a. praktische onuitvoerbaar om tijdig banden te leveren en met deze banden te testen,

b. investeringen in banners, stickers, promotie, teamkleding en andere marketingmaterialen die specifiek gericht zijn op de samenwerking met Michelin,

c. kwaliteit van de Hankook-banden,

d. terugtrekking van deelnemende teams met mogelijke schadeclaims van deze team jegens Creventic,

e. Creventic kan geen goedkeuring krijgen op de reglementen door de FIA.

Het hof is van oordeel dat de hiervoor opgesomde omstandigheden niet maken dat de vorderingen alsnog dienen te worden afgewezen. Vooropgesteld zij dat Creventic de huidige situatie zelf heeft laten ontstaan. Nog vóór de beëindiging van de looptijd en nog vóórdat Hankook tekortschoot in de nakoming was Creventic in onderhandeling met Michelin. Uit de stellingnames van Creventic is het hof gebleken dat Michelin beduidend meer voor het sponsorschap wilde betalen dan Creventic met Hankook is overeengekomen, hetgeen maakte dat Creventic - ondanks de vele jaren van samenwerking en het bestaan van de overeenkomsten - zo spoedig mogelijk met Michelin in zee wenste te gaan. Hankook heeft zich daar, vanaf het moment dat zij weet kreeg van het voornemen van Creventic om de overeenkomsten vroegtijdig te beëindigen, nadrukkelijk tegen verzet. Desondanks is Creventic vóórdat de looptijd van beide overeenkomsten was verstreken met Michelin in zee gegaan.

Voor 2025 staan, voor Europa, nog twee races op de planning. Tussen het wijzen van dit arrest en de eerst volgende race zit een tijdbestek van ruim 5 weken. Op Hankook rust de verplichting om de banden tijdig te leveren. Hankook heeft tijdens de mondelinge behandeling meerdere malen naar voren gebracht dat zij de banden ook daadwerkelijk tijdig kan leveren. Het hof heeft geen reden om aan die toezegging van Hankook te twijfelen. Zonder nadere toelichting die door Creventic niet is gegeven, valt niet in te zien waarom door de teams niet (tijdig) met de Hankook-banden kan worden getest.

Dat het omschakelen van Michelin- naar Hankook-banden voor de deelnemende teams wellicht nadelig is en dat dit mogelijkerwijs tot gevolg kan hebben dat teams besluiten te stoppen of besluiten een schadeclaim bij Creventic B.V. in te dienen, is niet ondenkbaar maar behalve dat Creventic B.V. niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit daadwerkelijk het geval zal zijn, is het hof van oordeel dat het risico op schadeclaims van derden alsook de reeds door Creventic gemaakt kosten ten behoeve van de samenwerking met Michelin een risico is dat Creventic heeft genomen door te handelen zoals zij heeft gedaan.

Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof is met partijen gesproken over de van de FIA benodigde goedkeuring voor de bandenwissel. Hankook heeft gemotiveerd weersproken dat de FIA aan de bandenwissel in de weg staat. Hankook heeft daarbij gewezen op de eerdere bandenwissel tijdens het 2014-raceseizoen: toen zijn de teams overgegaan van Dunlop- op Hankook-banden. Creventic heeft daarop aangegeven dat het niet 100% onmogelijk is, maar dat het ook niet makkelijk is. Dit ongemak zal Creventic, gezien haar wijze van handelen, op de koop moeten toenemen.

De kwaliteit van de banden van Hankook, wat daar verder ook van zij, was voor Creventic geen reden om de overeenkomsten te beëindigen. Alleen al daarom gaat het hof hieraan voorbij.

Het hof begrijpt, verwijzend naar hetgeen onder rechtsoverweging 3.11.2. overwogen, dat Creventic weliswaar nadeel en/of ongemak kan ondervinden door het toewijzen van de vorderingen, maar ziet niet in hoe met dit nadeel en/of ongemak het voortbestaan van Creventic in geding is. Dat het voorbestaan van Creventic wel in het geding zou zijn, heeft Creventic niet aannemelijk gemaakt.

Anders dan Creventic stelt, zijn de belangen van Hankook niet louter financieel van aard, maar ook reputationeel. Creventic gaat eraan voorbij dat de (zo blijkt uit de gedingstukken: intensieve) samenwerking tussen Creventic en Hankook ruim tien jaar heeft geduurd. Het hof merkt op dat het beslist niet zo kan zijn dat, zoals Creventic lijkt te suggereren, de belangenafweging in haar voordeel dient uit te vallen alleen omdat de belangen van Hankook, aldus haar, financieel van aard zijn. Waarom zou bij een louter financieel belang zijdens Hankook het belang van Creventic prevaleren, in de gegeven situatie dat Creventic ervoor heeft gekozen met Michel in zee te gaan, terwijl Hankook zich daartegen verzette en de Creventic B.V.-Overeenkomst van kracht was?

Verwijzend naar hetgeen onder rechtsoverwegingen 3.11.2. tot en met 3.11.4. is overwogen is het hof van oordeel dat aannemelijk is dat Hankook een zodanig spoedeisend belang heeft (zie rechtsoverwegingen 3.5.1. tot en met 3.5.3.) dat de door haar gevorderde voorzieningen daadwerkelijk moet worden gegeven.

Slotsom

Verwijzend naar hetgeen het hof heeft overwogen onder de rechtsoverwegingen 3.11.1. tot en met 3.11.4, slagen de grieven (deels)I en III, behoeft grief II geen beoordeling, en faalt grief IV. Dit betekent dat het bestreden vonnis wordt vernietigd.

Omdat de vorderingen van Hankook ten aanzien van Creventic B.V.-Overeenkomst in hoger beroep worden toegewezen, en Creventic B.V. daarmee in het ongelijk wordt gesteld, zal het hof Creventic B.V. tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Hankook in hoger beroep en in eerste aanleg veroordelen. Nu Creventic in deze procedure steeds één processtuk heeft ingediend, laat het hof een proceskostenveroordeling van Hankook jegens Creventic International achterwege.

De kosten voor de procedure bij de rechtbank aan de zijde van Hankook worden vastgesteld op:

- dagvaarding € 112,37

- griffierecht € 688,00

- salaris advocaat € 1.661,00

Totaal € 2.461,37

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Hankook worden vastgesteld op:

- dagvaarding € 135,97

- griffierecht € 827,00

- salaris advocaat € 2.428,00 (2 punten x € 1.214,00, tarief II)

- nakosten € 178,00

Totaal € 3.568.97

Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen.

4. De uitspraak

Het hof, rechtdoende in kort geding,:

vernietigt het betreden vonnis van de voorzieningenrechter, en opnieuw rechtdoende,

gebiedt Creventic B.V. om haar verplichtingen uit hoofde van de Creventic B.V.-Overeenkomst na te komen binnen 7 werkdagen na vandaag;

gebiedt Creventic B.V. in het bijzonder om binnen 7 werkdagen na vandaag de naam Hankook (met uitsluiting van elke andere naam) op te nemen als onderdeel van de titel van:

vi. de 12H Paul Ricard race die plaatsvindt op 4-5 juli 2025 in Frankrijk, en

vii. de 24H Barcelona race die plaatsvindt op 26-28 september 2025 in Spanje;

gebiedt Creventic B.V. te voldoen aan het voorkeursrecht krachtens artikel 5.2. van de Creventic B.V.-Overeenkomst, onder meer door Hankook de mogelijkheid te bieden deze overeenkomst vóór 30 juni 2025 te verlengen onder dezelfde voorwaarden als die welke aan of van derden, waaronder Michelin, zijn aangeboden of aanvaard;

gebiedt Creventic B.V. een rectificatie uit te brengen bestaande uit een gecorrigeerd persbericht waarin staat dat Hankook de officiële titelsponsor en exclusieve bandenleverancier blijft voor het seizoen 2025 met betrekking tot de races voortvloeiende uit de Creventic B.V.-Overeenkomst;

veroordeelt Creventic B.V. in de kosten van beide instanties, tot aan het bestreden vonnis aan de zijde van Hankook wat betreft de eerste aanleg vastgesteld op € 2.461,37 en tot aan deze uitspraak in hoger beroep vastgesteld op € 3.568,97. Als Creventic B.V. niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet Creventic B.V. € 92,00 extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening,

voornoemde proceskosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;

verklaart dit arrest ten aanzien van de daarin vervatte veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. K.J.H. Hoofs, J.M.H. Schoenmakers en J. van der Beek en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 mei 2025.

griffier rolraadsheer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?