GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
Uitspraak : 5 juni 2025
Zaaknummer : 200.352.147/01
Zaaknummers eerste aanleg : C/03/337940 / FT RK 25/17 en C/03/337941 / FT RK 25/18
in de zaak in hoger beroep van:
1. [appellant] en
2. [appellante],
beiden wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
hierna te noemen: de man en de vrouw en gezamenlijk [appellant] c.s.,
advocaat: mr. D.G.A. Rossi te Kerkrade .
5. Het tussenarrest van 1 mei 2025
Bij dat tussenarrest heeft het hof de vrouw in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk 16 mei 2025 schriftelijk uit te laten over of zij toegelaten wil worden tot de WSNP in het licht van het huwelijksgoederenregime in combinatie met de omstandigheid dat het verzoek van haar echtgenoot wordt afgewezen.
6. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof heeft vervolgens kennisgenomen van de inhoud van de brief van 14 mei 2025 van mr. Rossi waarin hij namens de vrouw het hof – kort weergegeven – heeft bericht dat [appellant] c.s. zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en dat de vrouw niet gebaat is bij de toelating tot de WSNP. De vrouw wenst derhalve haar verzoek tot toelating tot de WSNP c.q. het ingestelde beroep in te trekken.
7. De verdere beoordeling
Zoals reeds is geoordeeld in het tussenarrest van 1 mei 2025 (r.o. 3.5.14.), is het hof van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het verzoek van de man om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling moet worden afgewezen, maar dat het verzoek van de vrouw in beginsel moet worden toegewezen.
Het hof begrijpt echter uit voornoemd bericht (hiervoor onder 6.1.) dat de vrouw haar hoger beroep tegen het vonnis van 25 februari 2025 van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, waarbij de rechtbank de verzoeken om toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft afgewezen, niet langer handhaaft. Dit brengt mee dat de vrouw niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar ingestelde hoger beroep.
8. De uitspraak
Het hof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep voor zover het verzoek van de man om toegelaten te worden tot de schuldsanering is afgewezen en
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, K.J.H. Hoofs en T. van Malssen en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2025.