Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 2 oktober 2024 met parketnummer
01-238839-24 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf met parketnummer
01-333522-23, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘diefstal door twee of meer verenigde personen’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van de door de politierechter te Oost-Brabant op 2 februari 2024 (parketnummer
01-333522-23) opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 weken. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de tenuitvoerlegging zal gelasten van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur 2 weken met parketnummer
01-333522-23.
Door de raadsman is primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop het berust.
Indien tegen dit arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, zal het hof de inhoud van de redengevende bewijsmiddelen uitwerken in een aanvulling op dit verkorte arrest, welke aanvulling dan aan het verkorte arrest zal worden gehecht. De politierechter heeft immers volstaan met het benoemen van de bewijsmiddelen in de overweging, zonder de inhoud van die bewijsmiddelen weer te geven. Het hof is echter gebonden aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359, derde lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter,
mr. A.J. Henzen en mr. E.J. Huijskens, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. E.E. Vrieler en mr. A.M.D.J. Aerts, griffiers,
en op 25 juni 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.