ECLI:NL:GHSHE:2025:1891

ECLI:NL:GHSHE:2025:1891, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-06-2025, 20-002175-21

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 30-06-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer 20-002175-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Medeplichtigheid aan diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 9 september 2021, in de strafzaak met parketnummer 02-047560-21 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en, ter zake van het subsidiair tenlastegelegde, te weten:

- medeplichtigheid aan diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking,

veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal bevestigen met uitzondering van de straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren taakstraf subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.

Door de verdediging is vrijspraak bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

zij op of omstreeks 18 februari 2021 te Tilburg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere onkruidborstels en/of een of meerdere flessen Pokon en/of visvoer, althans een of meerdere artikelen uit het tuincentrum, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n), te weten aan [bedrijf] , heeft weggenomen met het oogmerk om die/het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

een of meer onbekend gebleven personen en/of [medeverdachte] op of omstreeks 18 februari 2021 te Tilburg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere onkruidborstels en/of een of meerdere flessen Pokon en/of visvoer, althans een of meerdere artikelen uit het tuincentrum, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan een ander dan aan die [medeverdachte] en/of haar onbekend gebleven mededader(s) toebehoorde(n), te weten aan [bedrijf] , heeft weggenomen met het oogmerk om die/het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die [medeverdachte] en/of haar onbekend gebleven mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 18 februari 2021 te Tilburg opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door met een vluchtauto klaar te staan en/of op de uitkijk te staan;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 18 februari 2021 te Tilburg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een of meerdere onkruidborstels en/of een of meerdere flessen Pokon en/of visvoer, althans een of meerdere artikelen uit het tuincentrum, althans een of meer goederen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en haar onbekend gebleven mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed/deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van het primair tenlastegelegde

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

[medeverdachte] op 18 februari 2021 te Tilburg onkruidborstels en flessen Pokon en visvoer, die aan een ander dan aan die [medeverdachte] toebehoorden, te weten aan [bedrijf] , heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die [medeverdachte] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 18 februari 2021 te Tilburg opzettelijk behulpzaam is geweest door met een vluchtauto klaar te staan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

In het geval tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op dit arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverweging

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is betoogd dat de verdachte niets van de inbraak bij de [bedrijf] afwist, maar dat zij door medeverdachte [medeverdachte] , die zij niet kende maar die zij die avond bij de getuige [getuige] thuis had ontmoet, is gevraagd haar thuis te brengen en dat zij op verzoek van medeverdachte [medeverdachte] een tussenstop maakte op de plek waar zij is aangehouden om spullen bij de vriend van deze medeverdachte te halen.

Het hof beoordeelt dit verweer als volgt.

Naar de uiterlijke verschijningsvorm – te weten: het in het holst van de nacht (rond 3.00 uur) in strijd met de tijdens de coronatijd geldende avondklok, achter het stuur van een auto zitten, wachtend op een passagier die circa een kwartier daarvoor was uitgestapt, daar waar de weg naast de [bedrijf] doodlopend is, waarbij langs dat deel van de weg geen sprake is van bewoning, waar aan de andere zijde van het aan het einde van die weg gelegen hek zich een groot parkeerterrein van [school] bevond, met op de achterbank verschillende artikelen die kort tevoren bij de [bedrijf] waren gestolen en op enig moment daar snel waren neergelegd – kan het naar het oordeel van het hof, bij gebrek aan een contra-indicatie, niet anders zijn dan dat de verdachte de medeverdachte [medeverdachte] naar de [bedrijf] heeft gebracht om deze [medeverdachte] opzettelijk behulpzaam te zijn bij de diefstal met braak. De door verdachte gegeven verklaring dat zij op aanwijzing van de medeverdachte daar was teneinde de medeverdachte – kort gezegd – behulpzaam te zijn bij zaken die met deze inbraak in het geheel geen verband houden, acht het hof niet geloofwaardig. Bij dit oordeel heeft het hof ook de volgende omstandigheid betrokken.

De verdachte heeft wisselend verklaard over het gebeurde. Zo gaf zij, nabij de plaats en rond het moment van het delict, ten overstaan van verbalisant [verbalisant] ongevraagd aan, dat zij van niks wist en in de auto lag te slapen. Toen de verbalisant haar aanmerkte als verdachte van een inbraak bij het tuincentrum vertelde zij dat haar vriendin even was gaan plassen. In het politieverhoor van 18 februari 2021 verklaarde de verdachte echter dat zij medeverdachte [medeverdachte] helemaal niet kende, terwijl deze medeverdachte wel degene was die in de auto bij aangeefster had gezeten en deze derhalve de door haar als vriendin aangeduide persoon moet zijn geweest. Voorts heeft de verdachte in ditzelfde verhoor vier keer verklaard dat zij op haar passagier moest wachten omdat deze bij haar vriend spullen zou ophalen. Over urineren heeft de verdachte in dat verhoor niet een keer gerept. Op zitting in hoger beroep heeft de verdachte, gewezen op deze discrepantie, verklaard dat zij op de medeverdachte moest wachten in verband met het ophalen van spullen maar ook in verband met het urineren.

Voornoemde wisselende verklaringen bieden geen steun voor het aangedragen alternatieve scenario dat de verdachte daar enkel was om de medeverdachte te helpen bij het ophalen van spullen en/of het aldaar laten urineren. Deze verklaringen wijzen veeleer op het bemantelen van de waarheid. Overigens bedraagt de afstand met de auto, blijkens openbare bron, tussen de woning van getuige [getuige] (daar waar de verdachte en de medeverdachte samen zouden zijn vertrokken) en de plaats waar verdachte werd aangetroffen, slechts 1 kilometer. Dit betekent dat vrijwel onmiddellijk na vertrek kennelijk zo sterk de drang ontstond om – toevalligerwijs – nabij de plaats delict te urineren. Ook dat gegeven acht het hof niet geloofwaardig.

Het hof acht al het voorgaande in ogenschouw nemend het alternatieve scenario niet aannemelijk geworden.

Het hof acht gelet op het vorenstaande het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals bewezenverklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplichtigheid aan diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De medeverdachte van de verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een inbraak in een bedrijfspand. Een dergelijk feit zorgt voor maatschappelijke onrust en dupeert niet alleen het bedrijf waar de inbraak plaatsvindt, maar ook de samenleving als geheel, omdat bedrijven kosten moeten maken voor beveiliging en verzekeringen, welke kosten veelal aan de consument worden doorberekend. Het betreft derhalve een zeer kwalijk feit. De verdachte heeft aan dat feit een wezenlijke bijdrage geleverd door in de vluchtauto te staan wachten. Dat neemt het hof de verdachte kwalijk.

Het hof sluit voor de bepaling van de straf aan bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden, en bij straffen die door dit hof in gevallen vergelijkbaar met het onderhavige worden opgelegd. Voor een inbraak in een bedrijfspand is het uitgangspunt een taakstraf voor de duur van 120 uren. In het geval sprake is van medeplichtigheid, wordt het uitgangspunt voor het hoofdfeit met een derde verminderd, hetgeen een taakstraf van 80 uur oplevert. Een taakstraf van 80 uur acht het hof in beginsel passend.

Het hof heeft evenwel acht geslagen op het tijdsverloop in deze zaak en zal, in navolging van de advocaat-generaal, de helft van de als passend geformuleerde taakstraf voorwaardelijk opleggen. Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Bij de strafvervolging van verdachte is de redelijke termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid van het EVRM, geschonden. Gelet op de aard en duur van de op te leggen straf, zal het hof volstaan met de enkele constatering dat van een termijnschending sprake is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht;

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan;

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij;

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. H.A.T.G. Koning, voorzitter,

mr. G.J. Hanssen en mr. G. Schnitzler, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R.J. Gras, griffier,

en op 30 juni 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Schnitzler is wegens afwezigheid buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H.A.T.G. Koning
  • mr. G.J. Hanssen
  • mr. G. Schnitzler

Griffier

  • mr. R.J. Gras

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?