ECLI:NL:GHSHE:2025:1993

ECLI:NL:GHSHE:2025:1993, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-07-2025, 200.350.192_01

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 10-07-2025
Datum publicatie 08-12-2025
Zaaknummer 200.350.192_01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656

Samenvatting

Bekrachtiging van de beschikking van de rechtbank ten aanzien van het hoofdverblijf. Inzake de zorgregeling worden de beeldbelmomenten met de moeder aangepast. Voor het overige wordt de bestreden beschikking bekrachtigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 10 juli 2025

Zaaknummer: 200.350.192/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/319163 / FA RK 23-2289

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. S.E.C. Segeren-Krijnen,

tegen

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. A.M. Holmes.

Het hof merkt als belanghebbende aan:

Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: de GI (gecertificeerde instelling).

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

locatie: [locatie] ,

hierna te noemen: de raad.

In het kort:

Deze zaak gaat over:

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond van 14 oktober 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2. Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 13 januari 2025, en verduidelijkt op de mondelinge behandeling, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking (deels) te vernietigen en te bepalen dat:

- primair de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder zal zijn en subsidiair de raad te verzoeken nader onderzoek te doen en rapport en advies uit te brengen over het hoofdverblijf van de kinderen;

- dat (voor het geval de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader zal zijn) de kinderen in de week na het weekend dat zij bij de moeder zijn geweest met de moeder een beeldbelmoment hebben op dinsdagavond rond 17.30 uur, op donderdagavond rond 17.30 uur en op zondagavond rond 17.30 uur en dat de kinderen in de week na het weekend dat zij niet bij de moeder zijn geweest met de moeder een beeldbelmoment hebben op dinsdagavond rond 17.30 uur en op donderdagavond rond 17.30 uur, waarbij de moeder belt, de vader opneemt waarna de kinderen in beeld komen en waarbij de ouders geen andere zaken met elkaar bespreken;

- een en ander kosten rechtens.

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 12 maart 2025, heeft de vader verzocht de grieven van de moeder af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 juni 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

de moeder, bijgestaan door mr. Segeren-Krijnen;

de vader, bijgestaan door mr. Holmes;

[vertegenwoordiger van de raad] namens de raad.

De GI heeft het hof op 22 april 2025 bericht niet tijdens de mondelinge behandeling te zullen verschijnen.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

het procesdossier in eerste aanleg;

de brief met producties 4 tot en met 6 van de advocaat van de moeder d.d. 19 februari 2025;

de brief van de GI d.d. 3 april 2025.

3. De beoordeling

De feiten

Partijen hebben tot juni 2023 een affectieve relatie met elkaar gehad. Tijdens de relatie van partijen zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren. De vader heeft de kinderen erkend. De ouders hebben sinds 16 augustus 2019 het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] en sinds 13 juli 2021 over [minderjarige 2] .

De moeder heeft nog twee dochters, [dochter 1] en [dochter 2] . Zij wonen sinds 10 juli 2021 bij hun vader in [plaats 1] . Volgens de zorgregeling zijn zij om de veertien dagen een weekend bij moeder.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn op 21 december 2023 onder toezicht van de GI gesteld. De ondertoezichtstelling is laatstelijk verlengd tot 4 juli 2025.

Bij beschikking van 10 augustus 2023 heeft de rechtbank de raad verzocht onderzoek te doen en rapport en advies uit te brengen over de vragen welke hoofdverblijfplaats en welke zorgregeling in het belang van de kinderen is. De beslissing over het hoofdverblijf en de zorgregeling zijn aangehouden.

De raad heeft op 29 november 2023 gerapporteerd. Na een mondelinge behandeling zag de rechtbank aanleiding voor een nader onderzoek. Bij beschikking van 15 januari 2024 heeft de rechtbank de raad verzocht nader onderzoek te doen naar het hoofdverblijf van de kinderen, een voorlopige zorgregeling vastgelegd en iedere verdere beslissing aangehouden.

Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking, heeft de rechtbank bepaald dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de hoofdverblijfplaats bij de vader hebben en de volgende zorgregeling vastgesteld:

- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven één weekend per twee weken bij de moeder van vrijdag na school tot zondagavond, waarbij de moeder de kinderen om 12:15/ 12:30 uur ophaalt van de peuterspeelzaal / school en de vader hen op zondagavond om 18:00 uur ophaalt bij de moeder;

- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben iedere woensdagavond rond 19:30 uur een beeldbelmoment met de moeder. De moeder belt, de vader neemt op, daarna komen de kinderen in beeld. De ouders bespreken geen andere zaken met elkaar;

- de vakanties en feestdagen worden bij helfte verdeeld, waarbij de aaneengesloten feestdagen zoals Oud & Nieuw, Eerste en Tweede Kerstdag / Paasdag / Pinksterdag het ene jaar bij de ene ouder worden gevierd en het andere jaar bij de andere ouder.

De moeder kan zich met deze beslissing niet verenigen voor zover het betreft het hoofdverblijf en de beeldbelmomenten en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.

De standpunten

De moeder voert in het beroepschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling, samengevat, het volgende aan.

De rechtbank heeft ten onrechte het hoofdverblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader bepaald en het verzoek van de moeder het hoofdverblijf bij haar vast te stellen, afgewezen.

Toen de relatie tussen de ouders in juni 2023 is verbroken, is de moeder met de kinderen uit de woning vertrokken en heeft zij contact gezocht met Veilig Thuis. Op advies van Veilig Thuis heeft de moeder de kinderen weer in contact gebracht met de vader en is er een birdnesting-regeling afgesproken waarbij beide ouders ieder de helft van de week met de kinderen in de woning verbleven. Deze regeling is maar van korte duur geweest omdat de vader geen contact meer toestond tussen de moeder en de kinderen en hij de sloten van de woning vervangen heeft. De moeder werd door de vader op straat gezet en omdat zij in [provincie 1] geen familie of vrienden had, is zij noodgedwongen bij een vriendin in [regio] ingetrokken. In de zomer van 2023 heeft de rechtbank de birdnestingregeling vastgelegd en daar is ook enige tijd uitvoering aan gegeven. Eind september 2023 bleek dat deze regeling te veel onrust gaf voor de kinderen waarna er een tijdelijke regeling is afgesproken waarbij de kinderen één weekend per twee weken bij de moeder verbleven. Medio september 2023 kreeg de moeder een eigen huurwoning in [provincie 2] toegewezen.

De raad deed in die tijd onderzoek en was op de hoogte van de verhuizing van de moeder. De raad heeft geadviseerd het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader te bepalen omdat het in het belang van de kinderen zou zijn dat ze zouden blijven wonen waar ze tot nu toe opgegroeid zijn en dat ze naar hun vertrouwde plek op de peuterspeelzaal/basisschool zouden kunnen blijven gaan. Dat droeg volgens de raad op dat moment bij aan de benodigde rust en regelmaat. De raad vond dat de moeder een impulsieve beslissing had genomen door ver weg van de kinderen te gaan wonen. De moeder is het niet eens met dit advies en heeft er grote moeite mee dat de verhuizing nu achteraf tegen haar wordt gebruikt. Er was duidelijk afgesproken dat de weekendregeling met de moeder een tijdelijke regeling was en achteraf bezien heeft ze spijt dat ze daarmee heeft ingestemd. Er moet gekeken worden naar het belang van de kinderen en het feit dat de moeder naar [provincie 2] is verhuisd mag niet van doorslaggevend belang zijn.

Verder heeft de rechtbank in de tussenbeschikking van januari 2024 geoordeeld dat er in het advies van de raad te weinig aandacht is geweest voor de situatie rondom de geboorte van de kinderen, de wijze waarop door de vader met de andere kinderen van de moeder werd omgegaan en het strafrechtelijk verleden van de vader. De rechtbank oordeelde ook dat de moeder gegronde redenen had voor haar verhuizing en dat het enkele feit dat de kinderen in hun vertrouwde woonomgeving kunnen blijven wonen onvoldoende is om het hoofdverblijf bij de vader te bepalen. Temeer nu de kinderen nog erg jong zijn. Op basis van deze overwegingen heeft de rechtbank opdracht gegeven aan de raad om nader onderzoek te doen. In het nader rapport persisteert de raad grotendeels in het eerder gegeven advies, terwijl er wederom geen onderzoek is gedaan naar de onveilige situatie bij partijen in de periode rondom de geboorte van [minderjarige 2] . De moeder heeft haar dochters uit de eerdere relatie in die periode naar hun biologische vader gebracht omdat de situatie bij de vader in [woonplaats vader] onveilig was. Uit het dossier van de verloskundige blijkt ook dat er zorgen waren rondom het gedrag van de vader. Gelet hierop en gelet op het dossier van Veilig Thuis met politiemeldingen is het voor de moeder onbegrijpelijk dat de raad niet heeft vast kunnen stellen dat de vader kampt met agressieregulatie problemen.

De moeder heeft ook zorgen over de nieuwe relatie van de vader en de verzorging van de kinderen door de vader. Beide kinderen hebben een ontzettend slecht verzorgd gebit.

Met de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader gaat de rechtbank voorbij aan de eigen overwegingen in de eerdere beschikking van januari 2024. Het is in het belang van de kinderen dat zij bij de moeder komen wonen. De kinderen verblijven nu één weekend per veertien dagen bij de moeder en de kinderen geven aan meer bij de moeder te willen zijn. Ook is het in het belang van de kinderen dat zij meer contact hebben met hun halfzussen; de uit de eerdere relatie van de moeder geboren dochters.

De moeder ziet de kinderen weinig en ze mist haar kinderen. Vanwege de financiële situatie van de ouders is een uitbreiding van de weekendregeling, gezien de vervoerskosten, niet mogelijk.

Tevens zou de moeder graag vaker met de kinderen willen beeldbellen. De vader heeft weliswaar gezegd dat de moeder altijd mag bellen, maar in de praktijk blijkt dit toch lastig. Om die reden verzoekt de moeder het hof om extra beeldbelmomenten vast te leggen.

De vader voert in het verweerschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling, samengevat, het volgende aan.

De rechtbank heeft gemotiveerd en op de juiste gronden de beslissing genomen het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader te bepalen. Doorslaggevend is daarbij geweest dat de kinderen sinds het uiteengaan van de ouders bij de vader in [woonplaats vader] verblijven en daar ook naar de peuterspeelzaal en naar school gaan. Zij zijn er geworteld. De moeder is zelf verhuisd naar de omgeving [plaats 2] en de rechtbank heeft daarbij overwogen dat het er op lijkt dat de moeder onvoldoende doordacht heeft wat de consequenties hiervan zijn, zoals het uitsluiten van een coouderschap, de grote reisbewegingen voor de kinderen en het financiële kostenplaatje. De kinderen mogen niet de dupe worden van de ondoordachte keuzes van de moeder. Daarbij kan zij ook de keus maken om terug te verhuizen naar [woonplaats vader] .

De vader betwist dat het bij hem onveilig zou zijn en dat hij agressieregulatie problemen heeft. Ook betwist hij dat hij de kinderen slecht verzorgt. De moeder onderbouwt haar stellingen niet en ook om die reden faalt de eerste grief van de moeder. De tweede grief van de moeder faalt eveneens. De moeder verzoekt drie beeldbelmomenten per week vast te leggen. Momenteel vinden er tweemaal per week beeldbelmomenten plaats en het zou voor de kinderen een te grote beïnvloeding van hun dagdagelijkse ritme meebrengen als dat wordt uitgebreid naar drie momenten. In de wijziging van het tijdstip kan de vader zich wel vinden, maar niet in het extra beeldbelmoment in het weekend. Dat is niet in het belang van de kinderen en het werkt belemmerend wanneer de vader in het weekend met de kinderen op pad zou willen gaan. De vader vindt het goed wanneer de moeder eens een keer extra wil beeldbellen maar hij zou het liever pragmatisch willen benaderen en het ritme van de kinderen voor het overige ongestoord willen laten.

De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling geadviseerd het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader te laten. Het raadsonderzoek heeft weliswaar al even geleden plaatsgevonden, maar met inachtneming van de meest recente informatie handhaaft de raad het eerdere advies. Er is geen aanleiding voor een nader onderzoek. De verwachting is dat er dan hetzelfde advies uitkomt. Beide ouders hebben een andere lezing van het verleden. Zij kunnen nog veel stappen zetten in hun onderlinge communicatie en proberen elkaar wat meer tegemoet te komen. Zij luisteren nu met wantrouwen naar elkaar. De moeder heeft ontzettend veel moeite om het los te laten. De ouders zouden hun blik op de toekomst moeten richten om ervoor te zorgen dat het met de kinderen goed blijft gaan. Wanneer het hoofdverblijf van de kinderen bij de moeder zou worden bepaald dan moeten de kinderen verplaatst worden en wordt hun hele situatie weer overhoop gehaald. Dat is niet in het belang van de kinderen.

De raad kan zich wel vinden in het verzoek van de moeder om vaker een beeldbelmoment te laten plaatsvinden.

De GI heeft in de brief van 8 april 2025 te kennen gegeven aan te kunnen sluiten bij het advies van de raad. Er zijn geen zorgen over de verzorging van de kinderen door de vader. Voor wat betreft de beeldbelmomenten vindt de GI het verzoek van de moeder passend.

De motivering van de beslissing

Het hof overweegt als volgt.

De verzoeken van de moeder zijn gebaseerd op artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). In geval van gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag kunnen geschillen hieromtrent aan de rechter worden voorgelegd. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

De rechter kan eveneens op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan omvatten de beslissing bij welke ouder de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben en waarbij een zorgregeling (waaronder begrepen contact via beeldbellen) wordt vastgelegd.

Het hof ziet geen aanleiding voor een nader raadsonderzoek en acht zich, op grond van de stukken en mondelinge behandeling, voldoende voorgelicht om een beslissing te kunnen nemen.

Hoofdverblijfplaats

Ten aanzien van de hoofdverblijfplaats overweegt het hof als volgt.

Het is invoelbaar dat de moeder, zoals zij te kennen heeft gegeven, haar kinderen mist, mede gelet op de goede band die zij met hen heeft en het feit dat zij nu als moeder niet een actieve(re) rol kan vervullen. Vaststelling van de hoofdverblijfplaatsvan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de moeder acht het hof echter op dit moment niet in het belang van de kinderen, om de volgende redenen.

Uit de onderzoeken van de raad is naar voren gekomen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met de beide ouders een goede band hebben en dat beide ouders hun kinderen met veel liefde en zorg willen grootbrengen. Het is zo dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] al hun hele leven en ook nadat de vader en de moeder in 2023 uit elkaar zijn gegaan, bij de vader in [woonplaats vader] verblijven. Zij gaan ook in die omgeving naar school en naar de peuterspeelzaal. Net als de raad, de GI en de rechtbank acht het hof het niet in het belang van de kinderen dat zij nu uit hun vertrouwde omgeving worden weggehaald. De moeder heeft niet voldoende onderbouwd waarom het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is om deze stabiele en vertrouwde omgeving te wijzigen of waarom een hoofdverblijf bij de moeder méér in hun belang zou zijn. De moeder heeft bovendien niet inzichtelijk gemaakt hoe zij invulling zou willen geven aan de rigoureuze verandering.

Voorts stelt het hof vast dat uit de stukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er over beide ouders geen zorgen zijn met betrekking tot de basisverzorging en de veiligheid van de kinderen.

De zorgen die de moeder heeft geuit rondom de vader zijn, in tegenstelling tot hetgeen de moeder stelt, wel degelijk door de raad meegewogen. Er zijn geen recente strafrechtelijke delicten en de raad heeft geconstateerd dat niet kan worden gesteld dat de vader op dit moment kampt met agressieregulatieproblemen.

Wat betreft de door de moeder gestelde recente zorgen over het slechte gebit van [minderjarige 2] , heeft de vader afdoende uitleg gegeven. [minderjarige 2] heeft te lang ranja uit een flesje gedronken waardoor zij een vorm van tandbederf heeft gekregen. De vader heeft daarop adequaat gehandeld door met haar naar de tandarts te gaan en de adviezen van de tandarts op te volgen.

Daarbij komt dat ook de GI in het kader van de ondertoezichtstelling te kennen heeft gegeven geen zorgen te hebben over de verzorging van de kinderen bij de vader en hoe het met de kinderen gaat. Dat wordt ook door de school en de peuterspeelzaal bevestigd.

In wat de moeder naar voren heeft gebracht, ziet het hof aldus geen aanleiding om aan te nemen dat er gegronde zorgen zijn rondom de vader die maken dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen niet bij de vader bepaald zou kunnen worden.

Het hof geeft de moeder in overweging om te onderzoeken of zij dichter in de buurt van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kan gaan wonen en daarbij ook de omgangsregeling met haar oudste twee dochters kan uitvoeren. In die situatie zou de moeder voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een veel grotere zorgrol kunnen krijgen waarbij de vader al heeft aangegeven een co-ouderschapsregeling prima te vinden.

Al het voorgaande in aanmerking nemende is het hof van oordeel dat vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader het meest in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is. De grieven van de moeder falen op dit punt en het hof zal het verzoek van de moeder op dit punt afwijzen.

Beeldbelmomenten

Ten aanzien van de beeldbelmomenten overweegt het hof als volgt.

Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep hebben de vader en de moeder een nadere afspraak gemaakt over de beeldbelmomenten die de moeder en de kinderen met elkaar hebben in die zin dat – in afwijking van hetgeen is beslist in de bestreden beschikking ‑ iedere dinsdagavond en donderdagavond rond 17.30 uur een beeldbelmoment plaatsvindt. Het hof zal in zoverre dienovereenkomstig beslissen.

De moeder verzoekt verder nog een extra beeldbelmoment op de zondag in het weekend dat de kinderen niet bij haar zijn (geweest). De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep aangegeven in beginsel geen moeite te hebben met een extra beeldbelmoment maar liever niet in het weekend. Bovendien wenst hij dit extra contactmoment niet vast te leggen maar liever in onderling overleg te regelen.

Zowel de raad als de GI hebben te kennen gegeven het verzoek van de moeder passend te vinden en ook het hof is van oordeel dat op de zondag dat de kinderen niet bij de moeder zijn (geweest), een extra beeldbelmoment zou moeten kunnen plaatsvinden. Het hof zal het tijdstip ook rond 17.30 uur bepalen met dien verstande dat dit tijdstip in onderling overleg kan worden verschoven (bijvoorbeeld in verband met een weekenduitje) naar 19.30 uur.

Het hof zal het verzoek van de moeder op dit punt dan ook toewijzen.

Afsluitende conclusie

Omdat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven voor wat betreft de beeldbelmomenten, zal het hof deze op dit punt vernietigen en voor het overige zal het hof de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, bekrachtigen.

Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, gelet op de familierechtelijke aard van de procedure.

4. De beslissing

Het hof:

vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond van 14 oktober 2024 doch slechts voor zover het betreft de ten aanzien van de zorgregeling vastgestelde beeldbelmomenten en in zoverre opnieuw rechtdoende:

stelt de volgende regeling over de beeldbelmomenten vast:

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben iedere dinsdagavond en donderdagavond rond 17.30 uur een beeldbelmoment met de moeder. In het weekend dat de kinderen niet bij de moeder zijn (geweest), hebben [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daarnaast ook op de zondagavond rond 17.30 uur een beeldbelmoment met de moeder, met dien verstande dat dit tijdstip in onderling overleg kan worden verschoven (bijvoorbeeld in verband met een weekenduitje) naar 19.30 uur. De moeder belt, de vader neemt op, daarna komen de kinderen in beeld. De ouders bespreken geen andere zaken met elkaar;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, voor het overige;

compenseert de proceskosten in hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.C. Dumoulin, S.P.A. Wensink-Vergunst en M.E.M. Beijersbergen en is in het openbaar uitgesproken door mr. P.P.M. van Reijsen op 10 juli 2025 in tegenwoordigheid de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?