ECLI:NL:GHSHE:2025:2032

ECLI:NL:GHSHE:2025:2032, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-07-2025, 200.349.256_01

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 03-07-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer 200.349.256_01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Mondeling uitspraak; voorlopige contactregeling vastgelegd en de beslissing over het ouderlijk gezag, de definitieve contactregeling en de hoofdverblijfplaats wordt aangehouden in verband met gelijktijdige behandeling van het hoger beroep tegen de beslissing waarbij de contactregeling is opgeschort.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 3 juli 2025

(schriftelijke uitwerking vastgelegd op 17 juli 2025)

Zaaknummer: 200.349.256/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/325195 / FA RK 23-4651

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in principaal hoger beroep,

verweerster in incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. S.C. van Heerd,

tegen

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in principaal hoger beroep,

verzoeker in incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. B. Willemsen.

Het hof merkt als informant aan:

Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI).

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

regio Limburg, vestiging: [vestiging] ,

hierna te noemen: de raad.

In het kort:

Deze zaak gaat over:

hierna ook te noemen: de kinderen.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 22 oktober 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2. Het geding in principaal en incidenteel hoger beroep

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 12 december 2024, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en verzocht:

- de verzoeken van de vader aangaande de wijziging van de (reguliere) zorg- en contactregeling alsnog af te wijzen;

- de bestreden beschikking te wijzigen voor zover deze betrekking had op het ouderlijk gezag en te bepalen dat aan de moeder alleen het gezag toekomt ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ;

- de bestreden beschikking voor zover deze betrekking heeft op de verdeling van zorg- en opvoedingstaken gedurende de zomervakantie en Vader- en Moederdag te bekrachtigen.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 3 maart 2025, heeft de vader verzocht de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep althans haar hoger beroep af te wijzen.

Tevens heeft de vader incidenteel hoger beroep ingesteld en verzocht voormelde beschikking te vernietigen voor zover het betreft het hoofdverblijf en te bepalen dat het hoofdverblijf van de kinderen alsnog wordt gewijzigd in die zin dat de kinderen hun hoofdverblijf bij de vader zullen hebben waarbij de vader de zorg voor hen zal gaan dragen.

Bij verweerschrift in incidenteel appel met producties, ingekomen ter griffie op 8 april 2025, heeft de moeder verzocht de vader niet-ontvankelijk te verklaren in zijn incidenteel hoger beroep althans het incidenteel hoger beroep van de vader af te wijzen als zijnde ongegrond en onbewezen en de bestreden beschikking op dit punt te bevestigen.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 juli 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door mr. Van Heerd;

-de vader, bijgestaan door mr. Willemsen;

- [vertegenwoordiger van de raad] namens de raad;

- [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2] namens de GI.

Het hof heeft [minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het V8-formulier van de advocaat van de moeder d.d. 23 juni 2025 met als bijlage producties 25 en 26;

- het V6-formulier van de advocaat van de vader d.d. 25 juni 2025 met als bijlage het beroepschrift van de vader tegen de opschorting van de zorgregeling.

Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep van 3 juli 2025 heeft het hof mondeling uitspraak gedaan. Deze beschikking is de schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak.

3. De beoordeling in het principaal en incidenteel appel

De feiten

Partijen hebben van juni 2015 tot juni 2018 een affectieve relatie met elkaar gehad.

Uit de relatie van partijen zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren. De vader heeft de kinderen erkend.

De moeder heeft ook nog twee minderjarige kinderen uit een eerdere relatie.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn bij beschikking van 28 mei 2018 onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is sindsdien telkens verlengd, laatstelijk tot 28 mei 2026.

De moeder heeft vanaf de geboorte het eenhoofdig ouderlijk gezag over de kinderen gehad. Bij beschikking van de rechtbank Limburg van 21 oktober 2021 heeft de rechtbank de vader mede met het ouderlijk gezag belast. Bij diezelfde beschikking heeft de rechtbank het hoofdverblijf van de kinderen bij de moeder bepaald en een zorgregeling tussen de vader en de kinderen vastgelegd, inhoudende dat de kinderen (na een opbouw onder regie van de GI) om de week een weekend van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader zullen verblijven.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de vader tot wijziging van het hoofdverblijf afgewezen. Wel heeft de rechtbank een gewijzigde zorgregeling vastgelegd inhoudende dat de kinderen in de even weken van vrijdagmiddag uit school tot de volgende vrijdag voor school bij de vader en in de oneven weken van vrijdagmiddag uit school tot de volgende vrijdag voor school bij de moeder zullen verblijven. Het wisselmoment vindt plaats op vrijdagmiddag uit school en de ouder waar de kinderen die week gaan verblijven zal het vervoer van de kinderen vanuit school regelen. De zorgregeling loopt door tijdens de vakanties met uitzondering van de zomervakantie. Tijdens de zomervakantie zullen de kinderen in de even jaren de eerste drie weken (vanaf vrijdag uit school tot drie weken later op vrijdag om 18.00 uur) bij de vader verblijven en de laatste drie weken (van vrijdag 18.00 uur tot aan het begin van het nieuwe schooljaar) bij de moeder en in de oneven jaren omgekeerd. Het wisselmoment tijdens de (overige) vakanties en op vrije dagen zal op vrijdagmiddag om 18.00 uur zijn (behalve tijdens de laatste drie weken van de zomervakantie) waarbij de ouder waar de kinderen die week hebben verbleven voor het vervoer naar de andere ouder zal zorgen. In het weekend van Vaderdag verblijven de kinderen gedurende dat hele weekend bij de vader. In het weekend van Moederdag verblijven de kinderen gedurende dat hele weekend bij de moeder. De rechtbank heeft het verzoek van de moeder om haar het eenhoofdig gezag toe te kennen afgewezen.

Bij beschikking van 23 april 2025 heeft de rechtbank op verzoek van de GI de door de kinderrechter vastgestelde zorgregeling opgeschort. Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld. Deze zaak is bij het hof geadministreerd onder zaaknummer 200.356.424/01.

De moeder kan zich met de bestreden beslissing over het gezag en de reguliere zorgregeling (rov. 3.4) niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.

De standpunten

De moeder voert - zakelijk weergegeven - het volgende aan.

De eerste grief van de moeder richt zich tegen de tussenbeschikking van de rechtbank van 9 februari 2024. De rechtbank heeft in die beschikking omstandigheden meegenomen in haar beslissing, te weten het tumult dat na afloop van de mondelinge behandeling in de hal van het gerechtsgebouw heeft plaatsgevonden, waarop partijen niet hebben kunnen reageren. Hiermee heeft de rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor geschonden en een zogenaamde verrassingsbeslissing gegeven hetgeen volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad verboden is. De rechtbank heeft de schijn van vooringenomenheid gewekt. Immers, hoe kan de rechtbank kennisnemen van hetgeen na de mondelinge behandeling buiten de zittingszaal heeft plaatsgevonden? Ook oordeelde de rechtbank op voorhand al over de partner van de moeder terwijl het onderzoek van de raad nog moest plaatsvinden.

De tweede grief van de moeder richt zich tegen de beslissing van de rechtbank om het gezamenlijk gezag in stand te laten. Het staat vast dat de kinderen in een loyaliteitsconflict verkeren. Volgens de rechtbank is dat het gevolg van de strijd tussen de ouders die ook al aanwezig was voordat de vader mede met het gezag was belast. Sinds de vader mede met het gezag is belast, is de situatie echter verergerd. De strijd is toegenomen en nog meer verhard. De vader blijft in procedures het hoofdverblijf van de kinderen ter discussie stellen. Hij geeft er blijk van dat hij niet rust totdat de kinderen hun hoofdverblijf bij hem zullen hebben. Dat kan alleen maar zolang hij mede met het gezag is belast. Ook zijn er sinds de vader mede met het gezag is belast, veel discussies geweest over gezagsbeslissingen. De kinderen komen hierdoor nog meer klem te zitten.

De derde grief van de moeder richt zich tegen de door de rechtbank zodanig gewijzigde zorgregeling dat de kinderen om de week bij één van de ouders verblijven. De rechtbank gaat er aan voorbij dat er met deze regeling nog meer overleg en afstemming tussen de ouders nodig is terwijl vaststaat dat de vader en de moeder niet met elkaar kunnen communiceren. Het is voor de moeder onbegrijpelijk hoe de rechtbank dit – tegen het advies van de raad en de GI in – heeft kunnen vastleggen. Inmiddels heeft de GI ook geconstateerd dat de kinderen sindsdien nog meer loyaliteitsproblemen laten zien. Inmiddels heeft de rechtbank deze contactregeling, op verzoek van de GI, tijdelijk opgeschort.

De vierde grief van de moeder richt zich tegen de overweging van de rechtbank dat er zorgen zijn over het opvoedklimaat bij de moeder. Zowel de GI als de raad hebben geconcludeerd dat er geen zorgen zijn over het opvoedklimaat bij de moeder. Alleen de vader stelt dat de opvoedomgeving bij de moeder een bedreiging voor de kinderen oplevert. De moeder betwist dit nadrukkelijk. Ook de rol van de nieuwe partner van de moeder wordt door de rechtbank ten onrechte als argument gebruikt om de zorgregeling te wijzigen. De moeder ontkent niet dat er zorgen zijn over de kinderen maar dat is niet het gevolg van de opvoedomgeving bij de moeder.

In het verlengde daarvan grieft (grief 5) de moeder over de overweging van de rechtbank dat een coouderschap meer rust kan brengen ten aanzien van de zorgen over het seksueel getinte gedrag van [minderjarige 1] . De rechtbank lijkt de oorzaak ten onrechte bij de moeder te zoeken. Dit is op geen enkele manier onderbouwd en kan ook geen grond zijn om de zorgregeling te wijzigen.

De moeder kan zich niet vinden in het incidenteel verzoek van de vader om het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader te bepalen. Inmiddels is de situatie zo dat de zorgregeling tussen de vader en de kinderen is opgeschort en verblijven de kinderen volledig bij de moeder. Dit maakt een wijziging van het hoofdverblijf niet in het belang van de kinderen.

De vader voert - zakelijk weergegeven - het volgende aan.

Er is geen sprake van een verrassingsbeschikking. Het is meer dan terecht dat de rechtbank in de tussenbeschikking melding heeft gemaakt van de escalatie die na de mondelinge behandeling buiten de rechtszaal heeft plaatsgevonden. De rechter zal dat direct meegekregen hebben aangezien de spanning dusdanig opliep dat de parketpolitie er aan te pas moest komen. In de tussenbeschikking van 9 februari 2024 is enkel besloten tot een raadsonderzoek en zijn alle overige beslissingen aangehouden. De overweging die de rechtbank heeft gewijd aan de escalatie onderstreept juist hetgeen de vader stelt, namelijk dat de nieuwe partner van de moeder en haar familie een negatieve rol spelen in de hele situatie.

Het is een terechte beslissing van de rechtbank om het gezamenlijk gezag in stand te laten. De vader bestrijdt de stelling van de moeder dat er een verslechtering is opgetreden sinds de vader mede het gezag heeft. Bij een verdeling van de zorg zoals door de rechtbank is beslist, past ook alleszins dat beide ouders samen het gezag hebben. De vader erkent dat er diverse discussies zijn geweest maar ouderlijk gezag betekent ook niet dat de ouders het overal over eens moeten zijn. Als er geen overeenstemming kan worden bereikt dan kan de rechter om een beslissing worden gevraagd. Een dergelijk verzoek is nooit door de moeder aan de rechtbank voorgelegd.

De vader maakt zich al jaren ernstige zorgen over de kinderen. De vader betwist dat hij zijn huis vol heeft hangen met camera’s en dat hij alles opneemt. De vader heeft zich wel eens genoodzaakt gevoeld gesprekken met de kinderen op te nemen. De uitspraken en gedragingen van de kinderen waren en zijn soms zo zorgelijk dat de vader vreest dat wanneer hij daarvan geen opname maakt, niemand hem zal geloven. Dan zou hij zijn kinderen tekortdoen. De vader zou willen dat het niet nodig zou zijn en hij zorgt er dan ook altijd voor dat de kinderen niet meekrijgen dat hij opnames maakt. De moeder toont op geen enkele manier aan dat het gezamenlijk gezag zorgt voor een verergering van de strijd. De situatie is zorgelijk maar dat is niet aan het gezag te wijten. Het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag is terecht en op juiste gronden afgewezen.

De rechtbank heeft terecht een co-ouderschapsregeling opgelegd. Dat deze nog niet het gewenste resultaat heeft, is te wijten aan het feit dat de moeder nog steeds belastend over de vader tegen de kinderen spreekt en samen met haar nieuwe partner voor een belaste thuissfeer zorgt. De strijd wordt helaas voortgezet. De moeder geeft het geen kans en heeft ook bewust de schottenaanpak voorkomen. Zij neemt het risico voor een uithuisplaatsing van de kinderen kennelijk voor lief. De vader meent dan ook dat het belang van de kinderen er het meest mee gediend zou zijn wanneer de kinderen volledig bij hem zouden komen wonen. Om die reden stelt de vader incidenteel hoger beroep in en verzoekt hij het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader te bepalen.

De zorgen die de rechtbank heeft geuit over het opvoedklimaat bij de moeder zijn volkomen terecht. Die zorgen zijn gelegen in het niet meewerken aan de omgangsmomenten van de kinderen met de vader, de rol van de nieuwe partner van de moeder, het feit dat er al jaren sprake is van zorgelijk gedrag van de kinderen op seksueel gebied en het feit dat er tot op heden nauwelijks onderzoek naar is gedaan.

De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren gebracht. De rechtbank heeft, op verzoek van de GI, de contactregeling tijdelijk opgeschort. De directe aanleiding tot dit verzoek was het feit dat de GI zag dat er sprake was van toenemende spanning tussen de kinderen en de vader. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kregen steeds meer klachten en ervaarden steeds forsere loyaliteitsproblematiek. Zij ontwijken vragen over de thuissituatie, doen belastende uitspraken en komen onvoldoende toe aan hun eigen ontwikkeling. De GI maakt zich ernstig zorgen over de identiteitsontwikkeling en de gehechtheidsrelaties van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Daarnaast is bij [minderjarige 1] sprake van forse kindeigen problematiek. Om de kinderen de rust te geven zodat ze even helemaal niet hoeven te kiezen tussen de beide ouders, heeft de GI een verzoek tot opschorting van de contactregeling met de vader ingediend, welk verzoek door de rechtbank is toegewezen. De GI is voornemens een gezinsbelevingsonderzoek te laten verrichten door [instantie] ( [instantie] ).

Onlangs heeft de vader wel weer een onbegeleid contactmoment met [minderjarige 2] gehad. Dat is goed verlopen. Een volgend contactmoment is nog niet gepland. [minderjarige 1] wil sinds enige maanden geen contact met de vader en voor hem is er meer nodig om het contact te herstellen. Vanwege de verstoorde dynamiek zal er eerst een gesprek moeten plaatsvinden met de vader en daarna ook met [minderjarige 1] .

De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling het hof geadviseerd om een voorlopige contactregeling tussen de kinderen en de vader vast te leggen. Het is vanwege het contactherstel met [minderjarige 1] belangrijk dat er op korte termijn een gesprek tussen de vader en een gedragswetenschapper gepland wordt. Het moet voor [minderjarige 1] duidelijk zijn dat de vader niet boos op hem is.

Vervolgens is het advies van de raad om de zaak verder aan te houden zodat het onderhavige hoger beroep gelijktijdig behandeld kan worden met het hoger beroep dat is gericht tegen de opschorting van de contactregeling.

De raad zet kanttekeningen bij een gezinsbelevingsonderzoek. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zitten dermate klem dat het de vraag is of een dergelijk onderzoek een goed beeld zal geven.

De motivering van de beslissing

Het hof overweegt het volgende.

Zoals is besproken tijdens de mondelinge behandeling zal het hof een voorlopige contactregeling tussen de vader, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vastleggen en verder alle beslissingen drie maanden aanhouden in afwachting van de nader te plannen mondelinge behandeling van het hoger beroep betreffende de opschorting van de contactregeling (bij het hof geadministreerd onder zaaknummer 200.356.424/01) zodat deze zaken gevoegd en gelijktijdig behandeld kunnen worden.

Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is gebleken dat de vader recentelijk een dagdeel onbegeleid contact met [minderjarige 2] heeft gehad en dat dit goed is verlopen. Gelet hierop is het hof van oordeel dat er wekelijks onbegeleid contact kan zijn tussen de vader en [minderjarige 2] voor een dagdeel per week en zal daarom een voorlopige regeling vastleggen. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is besproken dat het contactmoment iedere woensdag zal plaatsvinden van 14.00 uur (na school) tot 18.30 uur, waarbij de vader [minderjarige 2] haalt en brengt. Deze regeling gaat per direct in, dus ook in de zomervakantie, met uitzondering van de weken wanneer de moeder met de kinderen op vakantie is.

Ten aanzien van [minderjarige 1] volgt het hof het advies van de raad. Het hof draagt de GI op om binnen veertien dagen (vóór de vakantie van de moeder) een aan de GI verbonden gedragswetenschapper of gedragsdeskundige een gesprek te laten houden met de vader respectievelijk met [minderjarige 1] en, zo mogelijk ook, met de vader en [minderjarige 1] gezamenlijk, om de tussen hen gerezen spanningen te bespreken, de lucht te klaren en om te bespreken wat nodig is om het contact weer op gang te brengen. Nadat deze gesprekken hebben plaatsgevonden zal het contact tussen de vader en [minderjarige 1] direct hervat worden en zal in beginsel dezelfde voorlopige regeling gelden als voor [minderjarige 2] . De vader heeft alsdan voorlopig recht op onbegeleid contact met [minderjarige 1] op iedere woensdag van 12.00 uur (na school) tot 18.30 uur waarbij de vader [minderjarige 1] haalt en brengt.

Het hof wenst door de vader, de moeder en de GI geïnformeerd te worden als er onverhoopt een stagnatie plaatsvindt in de uitvoering van deze voorlopige contactregeling. Voorts wenst het hof uiterlijk twee weken voorafgaand aan de nader te plannen mondelinge behandeling een update te ontvangen van alle ontwikkelingen.

Het hof zal de verdere behandeling van het geschil tussen partijen over het ouderlijk gezag, de hoofdverblijfplaats en de contactregeling aanhouden en deze zaak voegen bij het door de vader aanhangig gemaakte hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank waarbij de contactregeling tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de vader is opgeschort.

Beslist wordt als volgt.

4. De beslissing

Het hof:

op het principaal en incidenteel appel:

stelt als voorlopige contactregeling vast dat de vader en [minderjarige 2] gerechtigd zijn tot contact met elkaar iedere woensdag (na school) vanaf 14.00 uur tot 18.30 uur waarbij de vader [minderjarige 2] (van school) haalt en naar de moeder terugbrengt;

draagt de GI op om binnen veertien dagen (vóór de vakantie van de moeder) een aan de GI verbonden gedragswetenschapper of gedragsdeskundige een gesprek te laten houden met de vader respectievelijk met [minderjarige 1] en, zo mogelijk ook, met de vader en [minderjarige 1] gezamenlijk, zoals omschreven in rechtsoverweging 3.14, zodat vervolgens het contact tussen de vader en [minderjarige 1] kan worden hersteld;

stelt (nadat deze gesprekken hebben plaatsgevonden) als voorlopige contactregeling vast dat de vader en [minderjarige 1] gerechtigd zijn tot contact met elkaar iedere woensdag (na school) vanaf 12.00 uur tot 18.30 uur waarbij de vader [minderjarige 1] (van school) haalt en naar de moeder terugbrengt;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt iedere verdere beslissing aan tot PRO FORMA 3 oktober 2025 in afwachting van de nader te plannen mondelinge behandeling van het hoger beroep betreffende de opschorting van de contactregeling tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de vader (bij het hof geadministreerd onder zaaknummer 200.356.424/01);

verzoekt de vader, de moeder en de GI tijdig vóór 3 oktober 2025 de hiervoor genoemde pro forma datum verslag uit te brengen (dan wel eerder als er onverhoopt een stagnatie plaatsvindt in de uitvoering van de voorlopige contactregeling), onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de advocaten van partijen, de GI en de raad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. G.M. Goes, J.C.E. Ackermans-Wijn en M.E.M. Beijersbergen, bijgestaan door mr. E.G.A. Janssen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025. Deze beschikking is daarna op schrift gesteld op 17 juli 2025 en ondertekend door mr. G.M. Goes.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.G.A. Janssen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?