ECLI:NL:GHSHE:2025:2033

ECLI:NL:GHSHE:2025:2033, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-07-2025, 200.352.653_01

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 17-07-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer 200.352.653_01
Rechtsgebied Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Art. 672 Rv. Verzoeker heeft recht en belang bij bevel boedelbeschrijving summierlijk aannemelijk gemaakt.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

Uitspraak: 17 juli 2025

Zaaknummer: 200.352.653/01

Zaaknummer eerste aanleg: 10949563 OV VERZ 24-830

in de zaak in hoger beroep van:

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: [verzoekster] ,

advocaat: mr. J.A.H. Bogaarts,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: [verweerder] ,

advocaat: mr. K.G.A.P. Boemaars.

Belanghebbenden in deze procedure:

[belanghebbende 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

en

[belanghebbende 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. K.G.A.P. Boemaars,

hierna te noemen: de belanghebbenden.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda , van 12 december 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2. Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 12 maart 2025, heeft [verzoekster] verzocht voormelde beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen en opnieuw rechtdoende:

I. op grond van artikel 672 Rv bevel te geven tot beschrijving van de boedel van de nalatenschap én de legitimaire massa van wijlen de heer [erflater] door een bij dat bevel door dit hof aan te wijzen notaris en daarbij te gelasten 1) dat de kosten van de werkzaamheden van deze notaris voor rekening komen van de nalatenschap van wijlen de heer [erflater] en 2) dat [verweerder] alle door de notaris noodzakelijk geachte informatie dient te verstrekken, zulks binnen 14 dagen na eerste verzoek daartoe en zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel dat [verweerder] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 100.000,-, althans een door het hof in goede justitie te bepalen (maximum) dwangsom;

II. op grond van artikel 4:209 lid 5 BW de vereffening van de nalatenschap te heropenen en een vereffenaar te benoemen, althans een beslissing te nemen die het hof juist acht;

III. [verweerder] te veroordelen in de kosten van het geding.

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 7 mei 2025, heeft [verweerder] verzocht [verzoekster] in het hoger beroep niet ontvankelijk te verklaren, althans de grieven van [verzoekster] te verwerpen als zijnde ongegrond of onbewezen.

Op verzoek van het hof heeft [verzoekster] een duidelijk leesbare productie 18 overgelegd.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 mei 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

[verzoekster] , bijgestaan door mr. Bogaarts voornoemd;

[verweerder] , bijgestaan door mr. Boemaars voornoemd.

De belanghebbenden zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

3. De beoordeling

Het hof gaat uit van de volgende feiten:

a. Op [sterfdatum] 2017 is overleden de heer [erflater] (hierna: erflater). Zijn laatste woonplaats was [woonplaats] .

b. Erflater heeft vier kinderen achtergelaten. Dit zijn [verzoekster] en [verweerder] , alsmede de

belanghebbenden bij deze procedure.

c. In zijn testament heeft erflater [verzoekster] uitgesloten als erfgenaam van zijn nalatenschap en heeft hij aan haar een bedrag in contanten ter grootte van de legitieme portie gelegateerd.

d. Erflater heeft in zijn testament [verweerder] benoemd tot executeur, tevens afwikkelingsbewindvoerder van zijn nalatenschap. [verweerder] heeft die benoeming aanvaard.

[verzoekster] heeft op 18 juli 2023 bij de rechtbank een verzoekschrift ingediend waarin zij aan de rechtbank heeft gevraagd, kort gezegd, om op de voet van artikel 4:204 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW) een vereffenaar te benoemen, dan wel op grond van artikel 672 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een boedelbeschrijving te bevelen én de legitimaire massa te doen vaststellen en verweerders te gelasten om alle door de notaris noodzakelijk geachte informatie te verstrekken.

In de beschikking van 29 januari 2024 heeft de rechtbank het verzoek tot benoeming van een vereffenaar afgewezen en het verzoek tot het vaststellen van de legitimaire massa verwezen naar een rolzitting van de rechtbank. Het verzoek tot het bevelen van een boedelbeschrijving heeft de rechtbank verwezen naar de kantonrechter om daarover te oordelen en daarop te beslissen.

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek om te bevelen dat een notariële beschrijving van de nalatenschap van erflater wordt opgemaakt afgewezen en is [verzoekster] in haar verzoek tot het doen vaststellen van de legitimaire massa van de nalatenschap niet ontvankelijk verklaard. De proceskosten zijn gecompenseerd aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

[verzoekster] kan zich met deze beslissingen niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen. Zij stelt in grief 1 onder meer dat de kantonrechter ten onrechte het verzoek om een boedelbeschrijving op te maken heeft afgewezen omdat de vereffening is voltooid. De schulden zijn weliswaar door [verweerder] voldaan, maar evident is voor alle partijen dat de omvang van de boedel, de legitimaire massa en daarmee dus ook de (legitieme) vordering van [verzoekster] niet juist zijn vastgesteld en berekend. Er dient kritisch gekeken te worden naar de door erflater gedane (papieren) schenkingen, naar de diverse leningen en naar de (financiële achtergronden bij) het onroerend goed dat erflater in eigendom had. [verzoekster] heeft er dan ook om deze reden voldoende recht en belang bij het door haar gedane verzoek tot het notarieel laten beschrijven van de boedel van erflater.

In grief 2 stelt [verzoekster] dat de rechtbank ten onrechte haar verzoek tot heropening van de vereffeningsprocedure heeft afgewezen. [verzoekster] stelt dat de rechtbank de verkeerde juridische maatstaf heeft gehanteerd en voor het geval dit wel de juiste maatstaf zou zijn, dan zijn er meer dan voldoende bijzondere omstandigheden die er toe nopen dat de vereffeningsprocedure heropend dient te worden. Bovendien staat vast dat de omvang van de boedel en de legitimaire massa – na onderzoek van de vereffenaar – alleen maar zal toenemen en dat deze ‘extra’ baten tezamen met de al vastgestelde baten meer dan voldoende zullen zijn om de kosten van de vereffenaar te voldoen.

[verzoekster] voert ter zitting aan dat zij al jaren aan het vechten en op zoek naar de waarheid is en dat er na zeven jaar nog steeds onduidelijkheden zijn over (papieren) schenkingen, leningen en het onroerend goed. Volgens [verzoekster] is het gedeelte van de vaststelling van de legitimaire massa nog niet afgewikkeld en voor dat deel zou een vereffenaar benoemd kunnen worden.

[verweerder] voert verweer en voert aan dat [verzoekster] tegen de beschikking van 29 januari 2024, waarin onder meer de vordering van [verzoekster] tot benoeming van een vereffenaar is afgewezen omdat de vereffening is voltooid, geen hoger beroep heeft ingesteld en dat daarmee de beschikking op dit onderdeel in kracht van gewijsde is gegaan. Daarmee staat vast dat de vereffening is voltooid. Omdat tegen dit onderdeel niet gegriefd is kan grief 1 volgens [verweerder] niet slagen.

In het verweer over grief 2 stelt [verweerder] dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten gevolge waarvan de vereffening heropend zou kunnen worden. [verweerder] concludeert dat [verzoekster] al heropening van de vereffening heeft gevraagd en dat dit verzoek is afgewezen. Nu [verzoekster] niet van deze uitspraak in hoger beroep is gekomen is dit oordeel onherroepelijk en dient [verzoekster] de gevolgen hiervan te dragen en niet te trachten om via een andere beroepsprocedure alsnog die beschikking aan te tasten.

Verzoek boedelbeschrijving

Het hof stelt over het verzoek om een boedelbeschrijving te bevelen het volgende voorop.

Tegen een dergelijk bevel voor een bij dat bevel aan te wijzen notaris als bedoeld in artikel 672 Rv is op grond van lid 1 laatste volzin van voormeld artikel geen hogere voorziening toegelaten. Tegen de weigering tot het geven van een dergelijk bevel - zoals in de onderhavige zaak - is hoger beroep wel mogelijk, zodat [verzoekster] ontvankelijk is in haar hoger beroep.Nu de rechtbank in haar beschikking van 29 januari 2024 de zaak voor het verzoek boedelbeschrijving uitsluitend heeft verwezen naar de kantonrechter kan de beslissing aangaande de vereffening geen reden zijn [verzoekster] op dit punt toegang tot het hof te ontzeggen.

Artikel 672 lid 3 Rv bepaalt dat het bevel tot boedelbeschrijving wordt gegeven, indien de verzoeker zijn recht en belang summierlijk aannemelijk heeft gemaakt.

Het hof is van oordeel dat [verzoekster] haar recht en belang bij een notariële boedelbeschrijving summierlijk aannemelijk heeft gemaakt met de door haar gegeven toelichting. Zij heeft als legataris, wiens vordering op grond van het testament van erflater gelijk is aan haar legitieme portie als legitimaris, belang bij een overzicht van (papieren) schenkingen, leningen en de financiële achtergronden van het onroerend goed van erflater aangezien deze posten een rol kunnen spelen bij de omvang van de legitimaire massa van de nalatenschap van erflater. [verweerder] heeft de hoogte van het legaat van [verzoekster] vastgesteld zonder met deze (mogelijke) posten rekening te houden, omdat deze posten er volgens hem niet zouden zijn. [verzoekster] heeft in de loop der jaren [verweerder] diverse keren om nadere informatie gevraagd maar zij heeft de verzochte informatie niet allemaal gekregen.

Uit de overgelegde bankafschriften leidt het hof af dat er in het jaar voor het overlijden van erflater betalingen zijn gedaan aan de andere erfgenamen (onder andere rentebetalingen aan verschillende personen over diverse jaren en aflossingen van leningen, alsook betaling aan erflater met de vermelding ‘lening’ en substantiële overboekingen aan erfgenamen met vermelding ‘conform afspraak’ dan wel ‘studie [naam] ’) waarvan het hof van oordeel is dat deze betalingen een nadere toelichting/onderbouwing van [verweerder] behoeven.

Ook ter zitting is gebleken dat [verweerder] nog niet alle informatie aan [verzoekster] heeft verstrekt, omdat hij dacht dat die informatie niet van belang zou zijn.

Nu het hof gebleken is dat [verweerder] thans nog steeds niet alle informatie aan [verzoekster] heeft verstrekt, is het hof van oordeel dat hiermee voldaan is aan de voorwaarde voor het geven van een bevel tot boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater waaruit tevens blijkt wat de omvang van de legitimaire massa is. Het verzoek komt daarom in zoverre voor toewijzing in aanmerking.

[verzoekster] heeft in eerste aanleg mr. [toegevoegd notaris] , als toegevoegd notaris in het protocol van mr. [notaris] , notaris te [kantoorplaats] , verbonden aan [kantoor] , kantoorhoudende te [postcode] [kantoorplaats] , [adres] bereid gevonden om een boedelbeschrijving op te maken en wel tegen een uurtarief van € 225,- exclusief btw, leges, griffierechten en kantoorkosten.

Het is het hof niet gebleken dat [verweerder] tegen genoemde toegevoegd notaris bezwaar heeft gemaakt, zodat het hof deze notaris zal aanwijzen om de boedelbeschrijving op te maken. De kosten hiervan komen ten laste van de nalatenschap van erflater.

Het hof zal tevens bepalen dat [verweerder] alle door de notaris noodzakelijk geachte informatie dient te verstrekken, zulks binnen 14 dagen na eerste verzoek daartoe. [verweerder] heeft echter aangegeven geen verdere informatie te hebben zodat hij deze ook niet kan verschaffen. Het hof zal, nu onvoldoende vaststaat dat [verweerder] nog stukken in zijn bezit heeft die hij dient te verschaffen - behoudens het tijdens de mondelinge behandeling door [verweerder] genoemde stuk aangaande de onroerende zaak [onroerende zaak] , dat hij heeft toegezegd aan [verzoekster] te zullen verstrekken -, dan ook thans geen dwangsom opleggen.

Verzoek heropening vereffening

In grief 2 verzoekt [verzoekster] om heropening van de vereffening van de nalatenschap van erflater, maar het hof zal dit verzoek afwijzen. In de beschikking van 29 januari 2024 heeft de rechtbank het verzoek om een vereffenaar te benoemen afgewezen omdat de vereffening voltooid was. Hiervan is [verzoekster] niet in hoger beroep gekomen zodat dit onderdeel van de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Ook is thans niet duidelijk of er nog iets te vereffenen valt. Dit hangt immers af van de boedelbeschrijving waaruit zou kunnen volgen dat de legitieme portie van [verzoekster] groter is dan wat aan haar thans als legaat is uitgekeerd.

Bovendien is het hof van oordeel dat in dat geval een nadere vereffening ook niet nodig is om de erfgenamen mogelijk te veroordelen om nog een bedrag aan [verzoekster] te betalen, aangezien dit in het kader van de verdeling tussen de erfgenamen en [verzoekster] kan worden betrokken en er nog een procedure aangaande de legitieme portie op de parkeerrol bij de rechtbank staat.

Conclusie

Op grond van het vorenstaande zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen, doch uitsluitend voor zover die betrekking heeft op de afwijzing van het bevel om een boedelbeschrijving op te laten maken door een notaris. Het verzoek van [verzoekster] om op grond van artikel 672 Rv bevel te geven tot beschrijving van de boedel van de nalatenschap en de legitimaire massa van erflater door de in het dictum genoemde notaris en daarbij te gelasten dat de kosten van de werkzaamheden van deze notaris voor rekening komen van de nalatenschap van erflater wordt toegewezen. Het verzoek te bepalen dat [verweerder] de door de notaris verzochte informatie dient te verstrekken zal ook worden toegewezen.

De overige verzoeken van [verzoekster] zal het hof afwijzen.

Deze beschikking zal ten aanzien van het bevel tot het opmaken van de boedelbeschrijving – hoewel daarom is verzocht – niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, valt niet in te zien welk belang [verzoekster] daarbij heeft. Tegen deze beschikking staat op dat onderdeel namelijk geen hogere voorziening open.

Voor het overige zal het hof de beschikking wel uitvoerbaar bij voorraad verklaren zoals in het dictum is aangegeven.

Het hof zal de proceskosten in hoger beroep – gezien de familierelatie van partijen - compenseren, in die zin dat partijen hun eigen proceskosten dienen te voldoen.

4. De beslissing

Het hof:

vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 december 2024, doch uitsluitend voor zover de rechtbank het verzoek om te bevelen dat er een notariële boedelbeschrijving van de nalatenschap van erflater heeft afgewezen;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

beveelt het opmaken van een boedelbeschrijving van de tot de nalatenschap van de op [sterfdatum] 2017 overleden heer [erflater] behorende vermogensbestanddelen en de omvang van de legitimaire massa;

wijst aan voor het opmaken van de hiervoor bedoelde boedelbeschrijving:

mr. [toegevoegd notaris] , als toegevoegd notaris in het protocol van mr. [notaris] , notaris te [kantoorplaats] , verbonden aan [kantoor] , kantoorhoudende te [postcode] [kantoorplaats] , [adres] , zulks tegen het in r.o. 3.8 vermelde tarief en bepaalt dat deze kosten ten laste van de nalatenschap van erflater komen;

bepaalt dat [verweerder] binnen twee weken nadat de notaris hem daarom heeft verzocht alle door de notaris noodzakelijk geachte informatie dient te verstrekken en bepaalt dat [verzoekster] een afschrift van het procesdossier aan de notaris dient te verstrekken;

bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan de notaris dient te sturen;

verklaart de beschikking voor wat betreft de onderdelen 4.4 en 4.5 uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. R.R.M. de Moor, J.I.W.M. Bartelds en M.W.M. Souren en is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Notamail 2026/5 Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/26 JERF Actueel 2026/11
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?