GERECHTSHOF ‘S-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 17 juli 2025
Zaaknummer: 200.339.294/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/01/385638 / FA RK 22-4005
in de zaak in hoger beroep van:
[de vader] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. R.J.S. Houtackers,
tegen
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M.J.L. Schram.
Deze zaak gaat over de volgende minderjarige kinderen:- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ;- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] .
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad.
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Oost-Brabant van 22 december 2023 en 15 maart 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2. Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 22 maart 2024, heeft de vader verzocht om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen: - dat de zorgregeling van de kinderen in het weekend bij de vader begint op vrijdag na school, dan wel op vrijdagavond 18.00 uur en doorloopt tot dinsdagochtend;
- dat het hoofdverblijf van [minderjarige 2] of [minderjarige 1] bij de vader zal zijn;- dat de door de vader te betalen kinderalimentatie met ingang van 22 december 2023 € 129,- per kind per maand zal bedragen althans een zodanig lager bedrag dan € 155,50 per kind per maand dat het hof juist acht.
Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 17 mei 2024, heeft de moeder verzocht om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat de grieven van de vader afgewezen dienen te worden en de bestreden beschikkingen bekrachtigd dienen te worden, met een kleine aanpassing in de zorgregeling op zaterdagochtend in de weekenden dat de kinderen bij de vader zijn:- de vader haalt [minderjarige 1] voor de voetbal bij de moeder op en de moeder brengt [minderjarige 2] na de voetbal naar de vader.
Bij wijze van zelfstandig verzoek heeft de moeder verzocht te bepalen dat de volgende informatie- en consultatieregeling tussen de ouders zal gelden:Bij gezagsbeslissingen zullen ouders elkaar informeren per e-mail waarop de andere ouder veertien dagen de tijd krijgt om te reageren en waarna ouders gezamenlijk de beslissing nemen. Mochten de ouders niet in staat zijn tot een gezamenlijke beslissing dan leggen zij hun geschil voor aan een Parenting Coördinator. Ten aanzien van de normale informatieverstrekking zullen de ouders een keer per maand rechtstreeks aan elkaar mailen waarbij de ander daarop kan reageren met vragen die binnen veertien dagen zullen worden beantwoord. Hierbij kan de eventuele hulpverlening aanpassingen adviseren.
Bij verweerschrift op het zelfstandig verzoek, ingekomen ter griffie op 2 juli 2024, heeft de vader verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, het zelfstandig verzoek/de zelfstandige verzoeken van de moeder af te wijzen.
Bij berichten van respectievelijk 3 en 4 oktober 2024 hebben de advocaten van partijen het hof verzocht de behandeling van de zaak aan te houden in afwachting van het verloop van een traject dat partijen bij de gezinsadvocaat gaan starten.
Per brief van 10 oktober 2024 heeft het hof partijen bericht dat de behandeling van de zaak voor vier maanden wordt aangehouden, te weten tot 10 februari 2025. De geplande mondelinge behandeling op 14 oktober 2024 heeft geen doorgang gevonden.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 3 november 2022;
het V8-formulier d.d. 20 maart 2025 van de zijde van de vader;
het V8-formulier d.d. 24 maart 2025 van de zijde van de moeder.
3. De feiten
Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. De echtscheidingsbeschikking is op 28 augustus 2019 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Ten tijde van het uiteengaan van partijen hebben zij afspraken gemaakt over – onder meer en voor zover hier relevant – de hoofdverblijfplaats van de kinderen, de verdeling van de zorgtaken en de kinderalimentatie. Deze afspraken zijn vastgelegd in een ouderschapsplan dat door partijen is ondertekend.
In voornoemd ouderschapsplan zijn partijen overeengekomen dat:- de kinderen de hoofdverblijfplaats hebben bij de moeder;- de kinderen bij de vader verblijven: - eens per week van dinsdag 18.00 uur tot woensdag 18.00 uur; - eens per twee weken van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur.
Daarnaast hebben partijen afspraken gemaakt over de verdeling van de vakanties en feestdagen. Ten aanzien van de kinderalimentatie zijn partijen overeengekomen dat met ingang van 1 mei 2019 en zolang de kinderen minderjarig zijn en bij de moeder wonen, de vader aan de moeder een alimentatie betaalt van € 249,- per kind per maand.
Vervolgens zijn partijen overeengekomen dat de zorgregeling met ingang van 1 mei 2020 wijzigt in die zin dat:- in de oneven weken de vader de kinderen van dinsdag 18.00 uur tot en met woensdag 18.00 uur bij zich heeft en vervolgens van vrijdag 18.00 uur tot en met maandag 18.00 uur;
- in de even weken van woensdag 18.00 uur tot en met donderdag 18.00 uur. Ook zijn partijen een gewijzigde vakantieregeling overeengekomen. Tot slot zijn partijen overeengekomen dat met ingang van 1 mei 2020 en zolang de kinderen minderjarig zijn en bij de moeder wonen, de vader aan de moeder een alimentatie betaalt voor de kinderen van € 200,- per kind per maand.
Bij tussenbeschikking van 18 november 2022 van de rechtbank Oost-Brabant heeft de rechtbank – kort gezegd – een voorlopige zorgregeling vastgesteld. De definitieve beslissing over de zorgregeling en de hoofdverblijfplaats is aangehouden in afwachting van een door partijen te volgen hulpverleningstraject bij [instantie] . De definitieve beslissing over de kinderalimentatie is op verzoek van de advocaten van partijen aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen in nader overleg met elkaar te treden.
4. De omvang van het hoger beroep
Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking van 18 december 2023 heeft de rechtbank, voor zover in hoger beroep relevant, de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder bepaald. Voorts is bepaald dat de vader in het kader van de kinderalimentatie met ingang datum beschikking een bijdrage voor de kinderen voldoet van € 155,50- per maand. De definitieve beslissing over de zorgregeling, waaronder de regeling voor vakanties en feestdagen, is aangehouden.
Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking van 15 maart 2024 heeft de rechtbank de volgende definitieve zorgregeling vastgesteld:- buiten de vakanties verblijven de kinderen:
- op maandag en dinsdag bij de vader;
- op donderdag en vrijdag bij de moeder;
- de woensdagen en weekenden worden afwisselend bij de vader dan wel bij de moeder doorgebracht;
op de woensdagen dat de kinderen bij de moeder verblijven brengt de vader [minderjarige 2] woensdagochtend voor school naar de moeder en aansluitend [minderjarige 1] naar school. De kinderen verblijven dan aansluitend tot zaterdag bij de moeder (zie hierna);
op de woensdagen dat de kinderen bij de vader verblijven zal de vader [minderjarige 2] voor de voetbaltraining van [minderjarige 1] naar de moeder brengen. De vader zal [minderjarige 1] na de voetbaltraining naar de moeder brengen;
op de zaterdagen dat de kinderen bij de vader verblijven zal de moeder de kinderen naar de vader brengen. Als er geen voetbal is, zorgt zij ervoor dat de kinderen om 09.00 uur bij de vader zijn. Als er wel voetbal is, zal de vader de tijd met de moeder afstemmen, zodat [minderjarige 1] tijdig op voetbal kan zijn. Echter, als de moeder op vrijdagavond voor het weekend van de vader niet thuis is waardoor zij oppas nodig heeft, zullen de kinderen op vrijdagavond naar de vader gaan in plaats van zaterdagochtend 09.00 uur. De kinderen blijven na het weekend aansluitend bij de vader tot woensdagochtend;
- tijdens de vakanties verblijven de kinderen bij ieder van de ouder, overeenkomstig de tussen partijen gemaakte en op schrift gestelde afspraken, waarvan een kopie aan de bestreden beschikking is gehecht.
De vader kan zich met deze beslissingen niet verenigen voor zover het de kinderalimentatie, hoofdverblijfplaats en zorgregeling betreft en is hiervan in hoger beroep gekomen.
De moeder kan zich met deze beslissing niet verenigen voor zover het de zaterdagochtend betreft in de weekenden dat de kinderen bij de vader zijn. De moeder heeft daarnaast een zelfstandig verzoek om een informatie- en consultatieregeling tussen de ouders te laten gelden.
5. De beoordeling
Kinderalimentatie 5.1. Uit voornoemde V8-formulieren blijkt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de kinderalimentatie. Partijen hebben het hof verzocht vast te leggen dat de kinderalimentatie voor 2023 is bepaald op € 149,75 per kind per maand, geïndexeerd naar 2024 is dat € 159,- per kind per maand en naar 2025 is dat € 169,38 per kind per maand. Voorts is overeenstemming bereikt dat er over en weer geen vorderingen meer zijn aangaande achterstallige kinderalimentatie.
Nu partijen overeenstemming hebben bereikt over de kinderalimentatie, de grieven ter zake kennelijk niet worden gehandhaafd en niet is gebleken dat de overeengekomen kinderalimentatie niet in overeenstemming is met de wettelijke maatstaven, zal het hof overeenkomstig de afspraak van partijen beslissen.
Hoofdverblijfplaats, zorgregeling en informatie- en consultatieregeling
Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de hoofdverblijfplaats van de kinderen en de zorgregeling en hebben verzocht om een (nieuwe) mondelinge behandeling te bepalen. Voorts heeft de vader zich verweerd tegen het zelfstandige verzoek van de moeder om een informatie- en consultatieregeling tussen partijen te laten gelden.
Het hof zal een datum voor de mondelinge behandeling gaan bepalen. Partijen zal worden verzocht twee weken na heden hun verhinderdata voor de maanden augustus tot en met december 2025 op te geven.
Slotsom
Dit leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 22 december 2023, doch uitsluitend voor zover het de kinderalimentatie betreft;
en in zoverre opnieuw rechtdoende;
bepaalt de kinderalimentatie voor 2023 op € 149,75 per kind per maand, geïndexeerd naar 2024 € 159,- per kind per maand en naar 2025 € 169,38 per kind per maand;
bepaalt dat partijen met betrekking tot achterstallige betalingen in het kader van de kinderalimentatie over en weer niets meer van elkaar te vorderen hebben;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
stelt de advocaten van partijen in de gelegenheid uiterlijk binnen twee weken na de datum van deze beschikking aan de griffie van dit hof verhinderdata op te geven voor de maanden augustus tot en met december 2025;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.N.M. Antens, A.M. Bossink en M.I. Peereboom - van Drunick en is op 17 juli 2025 in het openbaar uitgesproken door mr. E.M.C. Dumoulin in tegenwoordigheid van de griffier.