Parketnummer: 20-001607-22
Uitspraak : 25 september 2025
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 11 juli 2022 in de strafzaak met parketnummer 02-688118-15 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1953,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij het vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de officier van justitie ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte, het tenlastegelegde bewezenverklaard en dat gekwalificeerd als ‘medeplegen van in de uitoefening van een beroep/bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd’ (feit 1 primair (het hof begrijpt: feit 1)) en ‘diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd’ (feit 2), de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.
De raadsman van de verdachte heeft geen verweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het bestreden vonnis en met de redengeving waarop dit berust, met verbetering van de bewijsvoering en met aanvulling van de strafmotivering.
Het hof zal de bewijsvoering van de rechtbank verbeteren door middel van een uitwerking van de bewijsmiddelen en deze bewijsmiddelen opnemen in een aanvulling op dit arrest indien tegen dit arrest beroep in cassatie wordt ingesteld.
Het hof zal de strafmotivering van de rechtbank aanvullen in verband met de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
Aanvulling strafmotivering
Het hof verenigt zich met hetgeen door de rechtbank omtrent de op te leggen straf is overwogen en beslist. Het hof zal deze overwegingen aanvullen met de constatering dat ook in hoger beroep sprake is van een schending van de redelijke termijn. Het hof zal daaraan echter geen consequenties verbinden gelet op de door de rechtbank opgelegde straf, die door het hof wordt bevestigd, en volstaan met de enkele constatering dat ook in hoger beroep de redelijke termijn is overschreden.
BESLISSING
Het hof:
bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,
mr. C.P.J. Scheele en mr. M.C.C. van de Schepop, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N. van Abeelen en mr. D.S. Yap, griffiers,
en op 25 september 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. J.T.F.M. van Krieken en mr. M.C.C. van de Schepop zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.