ECLI:NL:GHSHE:2025:3381

ECLI:NL:GHSHE:2025:3381, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18-07-2025, 20-001982-24

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 18-07-2025
Datum publicatie 03-12-2025
Zaaknummer 20-001982-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd. Medeplegen van opzetheling.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 24 juli 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-221168-24 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1997,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

volgens mededeling van de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte vrijgesproken van het onder 2 primair tenlastegelegde, het onder feit 1 en feit 2 subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd’ (feit 1) en ‘medeplegen van opzetheling’ (feit 2 subsidiair), de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De inbeslaggenomen personenauto is door de politierechter verbeurdverklaard.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.

De raadsman heeft primair bepleit dat de verdachte integraal wordt vrijgesproken. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de inbeslaggenomen personenauto aan de verdachte dient te wordt teruggegeven.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, met verbetering van de gronden waarop dit berust en met uitzondering van de opgelegde straf. In zoverre zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd.

Verbetering van de bewijsmiddelen

Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Oost-Brabant, op ambtsbelofte opgemaakt onder registratienummer PL2100-2024148211 door verbalisant [verbalisant 1] , brigadier van politie, gesloten d.d. 11 juli 2024, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde dossierpagina’s 1-226. Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 7 juli 2024, dossierpagina’s 25-28, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 1] :

Op 7 juli 2024 zat ik op het terras bij de [restaurant 1] te Eindhoven.

De man kwam naar mijn tafel gelopen.

Ik zag dat de man met een wit A4’tje naar mij toe kwam gelopen.

Hij legde het papiertje bij mij op mijn tafeltje.

Ik zag dat hij op een gegeven moment wegliep bij mij.

Toen ik op mijn tafel keek, zag ik dat het papiertje en mijn telefoon weg waren.

Ik zag dat de man met een andere man wegliep.

Ik zag dat zij in de richting van een auto liepen.

Ik zag dat ze instapten.

Ik zag dat het een lichtgrijs voertuig betrof en dat het kenteken van het voertuig mogelijk Duits was.

Ik zag dat het kenteken startte met " [kenteken] ".

Mijn telefoon betreft:

- Zwarte Samsung,

- Op het moment dat je op een knop drukt, staat er op de achtergrond een foto van

mijn kleinkind,

- De code is te ontgrendelen aan de hand van een 8-cijferige code.

2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 juli 2024, dossierpagina’s 29-31, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 1] :

Op 7 juli 2024 zat ik op het terras in Eindhoven.

Ik zag dat er op het terras van de [restaurant 1] twee mannen liepen, die mij opvielen omdat zij over het terras liepen en bij tafeltjes gingen staan waar al mensen zaten.

Ik zag dat de mannen van het terras afliepen in een stevig tempo en dat er een vrouw achter hen aanliep. Ik hoorde dat de vrouw die achter de mannen aanliep riep: “Mijn telefoon is gestolen!” Ik pakte een van de mannen vast.

Ik zag dat er naast de Sissy-boy een personenauto stond met een Duitse kentekenplaat en een draaiende motor. Het was een zilvergrijze Opel Corsa. In de auto zat een persoon achter het stuur.

Ik zag dat de persoon die ik vasthield zich losrukte en dat hij, samen met de andere persoon waarmee hij op het terras was, in de Opel Corsa dook.

Ik ging voor de Opel Corsa staan omdat ik niet wilde dat deze wegreed. De Opel gaf gas en reed me bijna aan. Ik kon nog net op tijd aan de kant springen. Ik zag dat de Opel snel wegreed over de busbaan.

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 7 juli 2024, dossierpagina’s 34-36, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 2] :

Op 7 juli 2024liep ik samen met mijn vrouw het terras op bij lunchroom [restaurant 1] in Eindhoven. We liepen naar een tafeltje toe dat leeg was. Er stond nog een tafeltje. Aan dat tafeltje zat een mevrouw alleen.

Terwijl wij naar het tafeltje liepen, zag ik dat er ook twee andere mannen naar dat tafeltje liepen.

Ik zag dat een van de mannen naar het tafeltje naast ons liep, waar de mevrouw zat.

Ik zag dat de man een blaadje aan de mevrouw liet zien. Ik zag dat de andere man naar ons tafeltje liep en bij mij begon te bedelen.

Ik zag dat de man met het briefje, bij het tafeltje naast ons, wegliep van het terras af, in de richting van de Sissy-Boy, gelegen tegenover het terras. Ik zag dat de vrouw die aan het tafeltje zat achter de man aan liep. Ik hoorde dat de vrouw riep dat haar telefoon weg was. Ik zag dat de man die bij mij bedelde ook met die man meeliep en ik kreeg het vermoeden dat deze bij elkaar hoorden.

Ik zag dat er een stukje verder een voertuig stond. Het was een Opel Corsa, lichtgrijs van kleur, voorzien van een Duits kenteken.

De man trok zich van mij los en liep samen met de andere man naar de Opel Corsa. Ik zag dat ze beiden in de auto stapten en dat de auto vrij vlot vertrok. Ik zag dat de Opel wegreed met het portier nog open.

4. Het proces-verbaal van bevindingen met fotobijlage d.d. 7 juli 2024, dossierpagina’s 18-19, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :

Vandaag, 7 juli 2024, was ik belast met de surveillance in ’s-Hertogenbosch. Ik reed samen met verbalisant [verbalisant 3] en [verbalisant 4] .

Wij kregen de melding dat een Duits voertuig op de A2 links reed die zeer onveilig en agressief rijgedrag vertoonde. Het zou een Opel Corsa moeten zijn met een Duits kenteken.

Uiteindelijk kregen wij ter hoogte van Nieuwegein op de A2 zicht op het Duitse voertuig. Wij hebben hier het voertuig een stopteken gegeven waaraan de bestuurder voldeed. Samen met collega’s van andere regio’s konden wij de drie inzittenden aanhouden.

Op het bureau van Nieuwegein hebben wij de auto onderzocht. Ik vond op de achterbank in de leuning 6 telefoons, helemaal ingewikkeld in aluminiumfolie. Deze telefoons waren weggestopt in de bekleding. Ook lag er een rol aluminiumfolie in een vakje rechtsachter bij de achterbank. Voorin het voertuig aan de passagierszijde lag een A4’tje waarop wat onleesbaars stond geschreven.

5. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juli 2024, dossierpagina’s 45-47, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] :

Op 7 juli 2024 hoorden wij dat er een melding uitgegeven werd over een ANPR-hit die gekoppeld was aan een beroving uit Brabant.

Wij hoorden dat er een Opel Corsa bij betrokken was, grijs van kleur, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken] .

Kort daarna zagen wij dat de grijze Opel Corsa voorzien van Duitse kentekenplaten ons passeerde.

Op het moment dat wij achter het voertuig reden, zagen wij dat er drie personen in het voertuig zaten. Wij zagen dat er één persoon op de achterbank van het voertuig zat. Wij zagen dat er een bestuurder in het voertuig zat en wij zagen dat er een bijrijder in het voertuig zat.

Wij zagen dat de persoon op de achterbank naar achteren keek door de achterruit van het voertuig. Wij zagen dat de persoon, nadat hij naar achteren had gekeken, heen en weer begon te bewegen op de achterbank. Wij zagen dat hij met zijn armen heen en weer ging. Wij zagen dat het rechterdeel van de achterbank naar beneden geklapt werd. Wij zagen dat de persoon op de achterbank heen en weer schoof en zijn armen bewoog. Wij zagen dat het rechterdeel van de achterbank na een korte periode weer omhoog werd gedaan door de persoon op de achterbank. Wij zagen dat de persoon die op de achterbank zat weer in het midden van de achterbank ging zitten. Na ongeveer twee kilometer is het genoemde voertuig op de vluchtstrook tot stoppen gedwongen.

Wij zagen dat, wat later bleek verdachte [verdachte] te zijn, van de bestuurdersstoel van het voertuig kwam.

Verdachte

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Geboren : [geboortedag 1] 1997

Geboorteplaats : [geboorteplaats 1] in Roemenië

6. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juli 2024, dossierpagina 48, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 7] :

Op 7 juli 2024 was ik werkzaam bij de Afhandeleenheid op het hoofdbureau van politie te Eindhoven. Aan de balie bevond zich aangeefster [aangever 1] . Gezien de omschrijving die zij had gegeven, zag ik dat de in beslag genomen Samsung telefoon onder volgnummer [nummer] aan deze omschrijving voldeed. Ik hoorde aangeefster zeggen dat een jong kind als achtergrond op haar telefoon stond. Ik zag dat dit inderdaad het geval was en dat de verdere omschrijving die zij van het kind gaf volledig overeenkwam. Ik vroeg haar hoe ze haar telefoon ontgrendelde. Ik hoorde haar zeggen dat ze dit middels een 8-cijferige code deed. Desgevraagd gaf ze mij deze code en ik zag dat toen ik deze code intoetste, de telefoon ontgrendeld werd.

7. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juli 2024, dossierpagina’s 49-61, met bijlage, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 8] :

Op 7 juli 2024 vond in Eindhoven op het terras van [restaurant 1] aan [adres 2] een diefstal plaats van een telefoon. Bij de diefstal was een Opel Corsa, zilverkleurig, met Duits kenteken betrokken.

Door het Real Time Intelligence Center (RTIC) werd gezocht op basis van het door getuigen doorgegeven model, Opel Corsa, Duits kenteken eindigend op [kenteken] . Het RTIC vond het kenteken [kenteken] en dit kenteken werd in de ANPR geplaats in verband met de mogelijke betrokkenheid bij de diefstal.

Op 7 juli 2024 om 12.37 uur gaf het kenteken een hit op een ANPR-locatie, A2 links ter hoogte van hectometerpaal 72.4.

De Opel werd door de politie staande gehouden en de inzittenden werden aangehouden.

Aangetroffen telefoons

Telefoon(Iphone) met goednummer: 2224527

Ik, verbalisant [verbalisant 8] , opende de telefoon en zag dat er medische gegevens opgeslagen werden onder SOS. Ik opende de gegevens en zag dat er de naam [aangever 3] , 21 jaar stond. Ik zag dat er als noodcontact gegevens [naam] stond. Ik belde het telefoonnummer en kreeg een vrouw aan de lijn. Ik hoorde dat de vrouw tegen mij zei dat de telefoon van haar dochter was gestolen en zij gaf mij een actueel telefoonnummer van haar dochter. Ik belde het telefoonnummer en hoorde dat ik een vrouw aan de lijn kreeg die zich voorstelde als [aangever 3] . Ik hoorde dat zij tegen mij zei dat haar telefoon op 5 juli 2024 in de middag was gestolen terwijl zij bij [restaurant 2] in Den Haag aan een tafeltje zat. Vervolgens zocht ik in het politiesysteem op de naam [aangever 3] en zag dat er op 5 juli 2024 aangifte was gedaan.

Telefoon(iPhone) met goednummer: 224523

Ik, verbalisant [verbalisant 8] , opende de telefoon en zag dat er medische gegevens opgeslagen werden onder SOS. Ik opende de gegevens en zag dat er de naam [aangever 2] , 30 jaar stond.

Ik nam vervolgens contact op met [aangever 2] en hoorde dat [aangever 2] mij vertelde dat hij op 5 juli 2024 op het terras zat bij [restaurant 3] , gelegen aan het Leidseplein in Amsterdam. Hij vertelde dat er een man naar hem toe kwam met een wit stuk papier met een vreemde taal erop en dat deze het stuk papier op de tafel legde. Nadat hij weigerde hem geld te geven, pakte de man het papier op en de iPhone van [aangever 2] en liep snel weg. Ik hoorde dat [aangever 2] vertelde dat hij 2 minuten later merkte dat zijn telefoon weg was.

8. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 juli 2024, dossierpagina’s 64-81, met bijlage, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 10] :

Op 9 juli 2024, waren wij, verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 9] , belast met het onderzoek naar een diefstal gepleegd op 7 juli 2024. In verband met dit onderzoek werd door ons een voertuig met het Duitse kenteken [kenteken] , onderzocht.

Wij zagen dat het voertuig grijs van kleur was.

We zagen achter in het voertuig op de grond aan de linkerzijde een grote prop aluminiumfolie liggen.

Daarnaast zagen wij aan de rechterzijde van de achterbank dat de rugleuning kapot was. Wij zagen dat de stof van de rugleuning kapot gescheurd was op de naad. Doordat de stof opengescheurd was, ontstond er een ruimte in de rugleuning om eventueel spullen te verbergen.

9. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 9 juli 2024, dossierpagina’s 82-84, met bijlage, voor zover inhoudende als verklaring van [aangever 2] :

Ik doe aangifte van diefstal van mijn telefoon, iPhone 13.

Mijn moeder en ik zaten buiten op het terras van [restaurant 3] , vlakbij de tramhalte Leidseplein, waar ik mijn iPhone 13 Pro voor me op tafel had liggen. De verdachte stak de straat over waar wij zaten en kwam direct op mij af. Toen hij naar de tafel kwam, legde hij een wit vel papier op mijn telefoon en begon om geld te vragen. Nadat wij weigerden hem geld te geven, pakte hij zijn vel papier en de iPhone eronder op en liep snel weg. Ik merkte ongeveer 2 minuten nadat hij vertrok dat mijn telefoon weg was.

Het incident vond plaats op 5 juli 2024.

De locatie van het incident was: [restaurant 3] restaurant, [adres 3] .

10. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 5 juli 2024, dossierpagina’s 112-114, met bijlage, voor zover inhoudende als verklaring van [aangever 3] :

Ik doe aangifte van diefstal van mijn telefoon. Ik ben de eigenaar van de telefoon

van het merk Apple, type iPhone 13 Pro Max.

Op 5 juli 2024 zat ik samen met mijn vriendin aan een tafeltje bij horecagelegenheid [restaurant 2] , gelegen aan [adres 4] .

Ik legde mijn telefoon op tafel. Er kwam een man naar ons tafeltje gelopen. Terwijl de man met ons in gesprek wilde gaan, legde de man een papieren blaadje over mijn telefoon. Ik hoorde de man iets tegen ons zeggen. Achter de man die ons aansprak, stond nog een andere man. Omdat wij de man niet begrepen, vertrok de man die ons aansprak. De man die achter hem stond vertrok ook.

Op 5 juli 2024, omstreeks 15:08 uur, zag ik dat mijn telefoon en het papiertje waren weggenomen.

11. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juli 2024, dossierpagina’s 92-99, met bijlage, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 8] :

Op 10 juli 2024 was ik belast met het onderzoek naar een diefstal van een iPhone, gestolen op [adres 3] op 5 juli 2024.

In de aangifte van [aangever 2] verklaarde hij dat zijn telefoon op het terras van [restaurant 3] , gelegen aan [adres 3] , gestolen werd op 05 juli 2024. Ik heb daarop de beelden gevraagd van Team Technisch Toezicht van de politie Amsterdam,

opgenomen rond het Leidseplein in de periode van 16.30 uur - 16.55 uur.

Ik zag dat de beelden waren opgenomen op 5 juli 2024 van 16.30 uur tot 16.55 uur.

Camera 90 (Leidseplein/terras):

Ik zag dat er om 16.39.25 uur twee mannen linksonder het beeld in liepen. Een van de twee voldeed aan het signalement opgegeven door de getuige, namelijk bruine hoodie, donkere broek, donker haar, licht getinte huidskleur. Ik zag dat naast hem een man liep met een donkere broek, zwart vest met daaronder uit komend een crèmekleurig shirt, licht getinte huidskleur, zwart haar en een baard.

Ik zag dat zij samen wegliepen. Ik zag dat deze camera vrijwel direct boven het plaats delict hing.

Camera 89 (Leidseplein/Korte Leidsedwarsstraat/Sportcafe):

Ik zag dat de mannen richting de camera liepen en daardoor met hun gezicht duidelijk in beeld kwamen. Vervolgens zag ik dat zij uit beeld verdwenen op het Leidseplein.

12. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juli 2024, dossierpagina’s 104-111, met bijlage, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 9] :

Op 10 juli 2024, was ik belast met het opsporingsonderzoek naar een diefstal in vereniging gepleegd in Eindhoven, echter zouden zij tevens verantwoordelijk zijn voor diefstallen elders in het land. In verband met dit onderzoek ontving een collega camerabeelden met daarop twee verdachten van een diefstal in vereniging gepleegd op het Leidseplein te Amsterdam.

Van deze beelden werden stills gemaakt, die naar mij werden toegezonden middels e-mail.

Op deze stills zag ik twee personen. Ik herkende deze twee personen als de personen die zijn aangehouden in verband met een gepleegde diefstal in vereniging in Eindhoven. Ik herkende deze personen in verband met het feit dat ik hen heb gezien, gesproken en gefotografeerd op 8 juli 2024.

Ik herken verdachte 1 als [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag 2] 2006 te [geboorteplaats 2] . Ik herkende hem aan zijn smalle en lange postuur, zijn smalle gezicht, donkere haren en bakkenbaarden met lichte baardgroei.

Ik herken verdachte 2 als [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedag 3] 2001 te [geboorteplaats 3] .

Ik herkende hem aan zijn gezette postuur, zijn donkere baardgroei en zijn uiterlijke gezichtskenmerken.

Daarnaast heb ik het voertuig van de verdachten doorzocht, waarin ik diverse kledingstukken aantrof. Ik zag op een van de gemaakte stills dat verdachte 1 op dat moment een bruine hoodie droeg die ik tijdens de doorzoeking van het voertuig heb aangetroffen in het voertuig. Tevens draagt verdachte 2 een zwart jack, welke verdachte 1 aanhad ten tijde van de aanhouding met betrekking tot het onderzoek in Eindhoven. Daarnaast draagt verdachte 2 een tas welke hij tevens om had ten tijde van de aanhouding.

Ik zag op een andere still dat verdachte 1 zwarte schoenen droeg. Ten tijde van het doorzoeken van het voertuig trof ik tevens een paar zwarte schoenen aan die geheel overeenkwamen met de schoenen die verdachte 1 droeg op still.

13. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 juli 2024, dossierpagina’s 118-119, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :

Op 11 juli 0224 was ik, verbalisant [verbalisant 1] , belast met het onderzoek naar de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

Na hun aanhouding zijn er zes telefoons inbeslaggenomen die waren aangetroffen in de leuning van de achterbank van de auto waarin zij reden. Deze telefoons waren alle in aluminiumfolie gewikkeld. Het is algemeen bekend dat dit bewust wordt gedaan om signalen van en naar de telefoon te blokkeren zodat de telefoon niet kan worden gevonden of op afstand kan worden uitgezet.

Uit onderzoek bleek verder dat één telefoon in Eindhoven was weggenomen, één telefoon in Amsterdam was weggenomen en één telefoon in Den Haag was weggenomen.

Van de resterende drie telefoons is het, ten tijde van opmaak van dit proces-verbaal, nog niet gelukt de eigenaar te achterhalen. Het opstartscherm van twee telefoons waren in ieder geval Nederlandstalig en de derde telefoon is teruggezet of teruggegaan naar fabrieksinstellingen.

Gezien de feiten en omstandigheden waarbij deze resterende drie telefoons zijn aangetroffen is het zeer aannemelijk dat deze telefoons van diefstal afkomstig zijn.’

14. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 9 juli 2024, dossierpagina’s 200-205, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte] :

V = Vraag verbalisant

A = Antwoord verdachte

O = Opmerking verdachte (het hof begrijpt: verbalisant)

A: Ik werd gestopt door de politie met twee andere personen. A: Ik zat achter het stuur.O: Op 7 juli 2024 is er aangifte gedaan van diefstal van een telefoon in Eindhoven.V: Wat brengt jullie in Eindhoven?A: Die twee mannen hebben mij benaderd.

A: Ik heb ze naar meerdere locaties gebracht, naar Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven.

Ze vroegen mij om ze naar het centrum te brengen en daar 20 of 30 minuten te wachten.

A: Ik zag dat ze de rugleuning achterin lostrokken en ik zag aluminiumfolie.

A: Zij hebben de rugleuning achterin naar beneden gedaan.A: Ik vervoerde deze mannen vanaf donderdag 4 juli 2024.

15. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juli 2024, dossierpagina’s 173-180, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 2] :

V = Vraag verbalisant

A = Antwoord verdachte

O = Opmerking verdachte (het hof begrijpt: verbalisant)

A: Ja, ik heb een telefoon gestolen.

O: Op 7 juli 2024 ben je aangehouden. In de auto zaten nog twee andere personen.

V: Wie zijn die twee personen?

A: Dat zijn mijn vrienden.

A: Ik ken deze twee personen al lang.

O: De aangever verklaarde dat zij in het restaurant zat toen zij door twee mannen werd benaderd.A: Ik ging naar het restaurant. Het was niet binnen maar op het terras. Ik zag de telefoon en heb er een papier opgedaan en heb de telefoon meegenomen. De vrouw is mij achterna gekomen en heeft haar telefoon terug gevraagd. Ik ben in de auto gestapt en vertrokken.O: De aangeefster verklaarde dat zij door een man met een wit A4’tje met tekens erop werd aangesproken.V: Was jij die man?A: Ja.O: In de auto waar jullie in zaten is een dergelijk briefje aangetroffen, ik laat je hiervan nu een foto zien. A: Ja, dat is het briefje.V: Wie was er bij jou?A: Ik was met de jongeman. Niet de bestuurder.V: Wist de jongeman wat er ging gebeuren?A: Zeker wist hij wat er ging gebeuren. Hij was bij mij.V: Hadden jullie van tevoren afgesproken om een telefoon te stelen.A: Ja. V: Na de diefstal in de auto zijn jullie in de auto gestapt, waar ben jij gaan zitten?A: Op de bijrijdersstoel. V: Zijn jullie ook in andere plaatsen geweest?A: Ja, ik ben in Amsterdam en Den Haag geweest.V: Er zijn zes telefoons in de auto aangetroffen die van diefstal afkomstig zijn. klopt dit?A: Ja.

O: De leuning van de achterbank achter de bijrijderstoel was opengetrokken en daar lagen de telefoons van diefstal afkomstig in.

V: Wat kun je daarover verklaren?

A: Dat klopt.

O: De telefoons waren verpakt in aluminiumfolie.

V: Wat kun je daarover verklaren?

A: Ja, dat klopt.

V: Waarom doe je dat?

A: Om het signaal af te schermen.V: Heb jij in Amsterdam een telefoon gestolen?A: Ja. V: Hoe heb je de diefstal in Amsterdam gepleegd, op de dezelfde manier als in Eindhoven?A: Ja.

16. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 10 juli 2024, dossierpagina’s 148-152, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :

V = Vraag verbalisant

A = Antwoord verdachte

O = geconstateerde opmerking

O: [medeverdachte 2] (het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]) verklaarde dat alle zes de telefoons, die bij jou achterin lagen in aluminiumfolie, gestolen waren en achter in de rugleuning van de achterbank lagen.

V: Wat kun jij daarover verklaren?

A: Ja, dat klopt. Die waren in aluminium folie ingepakt in de auto.

V: In Amsterdam is ook een telefoon gestolen. Daar ben jij op de beelden gezien. (…) Wat kun jij daarover verklaren?

A: Ja, dat klopt. V: Heb jij die telefoon daar gestolen?A: Ja.

A: We zijn vier keer uit de auto gestapt. Ik heb gestolen.

V: Wist de bestuurder dat de telefoons in de auto gestolen waren?

A: Ik denk dat hij dat ook wist.

Verbetering van de bewijsoverwegingen

De raadsman van de verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde feit is daartoe in de eerste plaats aangevoerd dat er geen sprake is van medeplegen. Niet de verdachte, maar de twee medeverdachten hebben de feitelijke uitvoeringshandelingen verricht. Uit het procesdossier volgt immers dat de verdachte de medeverdachten in zijn auto heeft opgewacht na de diefstallen, waardoor de verdachte niet bij de wegnemingshandelingen betrokken kan zijn geweest. Uit het dossier volgt voorts niet dat de verdachte een materiële en/of intellectuele bijdrage aan het strafbare feit van voldoende gewicht heeft geleverd. Nu er enkel sprake is van gedragingen die doorgaans in verband worden gebracht met medeplichtigheid, dient uitgebreid te worden gemotiveerd waarom in dit geval sprake zou zijn van medeplegen, hetgeen bij vonnis waarvan beroep onvoldoende is gebeurd. Voorts heeft de raadsman naar voren gebracht dat de verdachte geen opzet had op de tenlastegelegde feiten. Hij was immers de chauffeur en wist van niets. De verdachte heeft weliswaar zijn motor laten draaien ten tijde van de diefstal in Eindhoven, maar het is niet ondenkbaar dat hij dit deed om de airco te laten werken. Dat de verdachte in Eindhoven snel is weggereden, zou volgens de raadsman evenmin duiden op betrokkenheid bij het tenlastegelegde, aangezien de verdachte zag dat de medeverdachten gestrest waren, hij daardoor zelf in paniek raakte en zo snel mogelijk van de inzittenden af wilde.

Nu de verdachte geen betrokkenheid had bij en/of opzet had op het onder 1 tenlastegelegde, dient vrijspraak te volgen.

Ten aanzien van het onder 2 primair tenlastegelegde heeft de raadsman aangevoerd dat onvoldoende is gebleken door wie en onder welke omstandigheden de diefstallen zijn gepleegd, reden waarom vrijspraak dient te volgen. Tot slot is ten aanzien van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde feit aangevoerd dat er geen opzet of schuld aan de zijde van de verdachte kan worden aangetoond op het moment van verkrijgen van de mobiele telefoons, reden waarom ook ten aanzien van dit feit vrijspraak dient te volgen.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden gekwalificeerd wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Op grond van het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt het hof vast dat op 5 juli 2024 in Amsterdam de telefoon van [aangever 2] is gestolen. Aangever [aangever 2] heeft in dit verband verklaard dat zijn iPhone 13 is gestolen door een man. De man zou een vel papier met daarop een onleesbare tekst op de telefoon van aangever hebben gelegd en om geld hebben gevraagd. Vervolgens heeft de man het vel papier en de iPhone van aangever gepakt en is hij snel weggelopen. Op 5 juli 2024 is in Den Haag tevens de iPhone 13 Pro Max van aangeefster [aangever 3] gestolen op soortgelijke wijze als hiervoor beschreven. Op 7 juli 2024 is in Eindhoven de Samsung telefoon van aangeefster [aangever 1] gestolen, opnieuw door een man die haar benaderde met een vel papier dat hij op de telefoon legde en wegliep met het papier met daaronder de mobiele telefoon van aangeefster. Deze man liep vervolgens tezamen met een andere man weg naar een lichtgrijze Opel Corsa met draaiende motor, naar later bleek: de Opel Corsa van de verdachte met het Duitse kenteken [kenteken] , en stapte samen met de medeverdachte in. Getuige [getuige 1] ging voor het voertuig staan, maar de bestuurder van het voertuig gaf – terwijl het portier nog openstond – gas en reed snel weg, waardoor die [getuige 1] bijna werd aangereden. De desbetreffende Opel Corsa is later op de A2 gesignaleerd, alwaar de bestuurder volgens een melder zeer onveilig en agressief rijgedrag zou hebben vertoond. Ten tijde van de achtervolging van voormeld voertuig is gezien dat in het voertuig drie personen zaten. Gezien werd dat de persoon op de achterbank het rechterdeel van de achterbank naar beneden klapte, bewegingen met zijn armen maakte en de achterbank enige tijd later weer omhoog deed. Vervolgens is het voertuig tot stilstand gebracht en zijn de inzittenden aangehouden. De verdachte [verdachte] was de bestuurder van het voertuig. In de Opel Corsa werden een rol aluminiumfolie en een vel papier met onleesbare tekst aangetroffen en op de grond aan de linkerzijde van het voertuig werd een grote prop aluminiumfolie aangetroffen. In de rechterzijde van de rugleuning van de achterbank zat een opening, waarin later zes telefoons zijn aangetroffen die allemaal gewikkeld waren in aluminiumfolie. Drie van die telefoons betroffen de gestolen telefoons van aangevers [aangever 2] , [aangever 3] en [aangever 1] . Van de overige telefoons was één telefoon teruggezet naar de fabrieksinstellingen en twee telefoons stonden ingesteld in de Nederlandse taal, terwijl de verdachte en zijn medeverdachten allen Roemeens spreken.

Ten overstaan van de politie heeft medeverdachte [medeverdachte 2] bekend dat hij, tezamen met een ander, telefoons heeft gestolen. Dit hadden zij van tevoren afgesproken. [medeverdachte 2] verklaarde dat hij de telefoons stal door telkens een vel papier op een telefoon te leggen en de telefoon onder het papier mee te nemen. Tevens heeft hij verklaard dat hij in Eindhoven, Den Haag en Amsterdam is geweest. Volgens medeverdachte [medeverdachte 2] zijn de zes in de auto aangetroffen telefoons alle van diefstal afkomstig. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij de politie bekend op deze wijze in Amsterdam een telefoon te hebben gestolen, dat alle gestolen telefoons in de auto in aluminiumfolie zijn gepakt, dat ze vier keer zijn uitgestapt, dat hij heeft gestolen en dat hij denkt dat de verdachte ook wist dat de telefoons in de auto gestolen waren.

De verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij de bestuurder was van het voertuig waarin hij tezamen met de medeverdachten is aangetroffen. Hij zou door de medeverdachten zijn gevraagd om hen naar verschillende locaties te brengen, alwaar de verdachte telkens twintig à dertig minuten zou moeten hebben gewacht. De verdachte heeft verklaard dat hij de medeverdachten op verschillende dagen naar verschillende locaties heeft gebracht en dat hij de medeverdachten telkens in het centrum heeft afgezet. De verdachte zou vervolgens in de auto zijn gebleven. De verdachte verklaarde de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] te hebben vervoerd vanaf 4 juli 2024. Hij heeft voorts gezien dat de medeverdachten de rugleuning achterin lostrokken, dat ze die naar beneden hebben gedaan en hij zag aluminiumfolie.

Gelet op het vorenoverwogene stelt het hof vast dat de verdachte in de periode van 5 juli tot en met 7 juli 2024 met zijn Opel Corsa de medeverdachten naar verschillende locaties heeft gebracht in Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven. Hij bleef daar steeds twintig tot dertig minuten wachten tot zijn medeverdachten weer in zijn auto stapten en hij heeft weet van de handelingen van de medeverdachten omtrent de verstopplek. Deze medeverdachten hebben verklaard in de tussentijd telefoons te hebben gestolen, die daarna in de auto in aluminiumfolie zijn verpakt en in de leuning van de achterbank van de auto van verdachte zijn verstopt. De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de verdachte op 7 juli 2024 met een draaiende motor zijn medeverdachten stond op te wachten. Toen de medeverdachten op haastige wijze instapten, gaf de verdachte direct gas en reed de getuige die voor zijn auto stond bijna aan. De getuige kon naar eigen zeggen nog net op tijd aan de kant springen. De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat de auto snel optrok en wegreed met één portier nog open. Ook op de snelweg heeft de verdachte zeer onveilig en agressief rijgedrag vertoond. Bij gebrek aan een aannemelijke andere reden voor dit weggedrag, gaat het hof ervan uit dat dit rijgedrag van de verdachte werd ingegeven door de wens van de verdachte om aan de politie te ontkomen, wetende van de telefoons die zich in zijn auto bevonden en de criminele herkomst daarvan. Na aanhouding van de verdachte is in zijn voertuig een verstopplek gevonden waarin zes gestolen en in aluminiumfolie gewikkelde telefoons lagen. De verdachte wist bovendien van het lostrekken en het naar beneden halen van de rugleuning achterin zijn auto en heeft het aluminiumfolie gezien waarmee de telefoons zijn omwikkeld. Aluminiumfolie wordt, zo mag algemeen bekend worden verondersteld, gebruikt om signalen van en naar de gestolen telefoons te blokkeren, zodat de telefoon niet kan worden gevonden of op afstand kan worden uitgezet. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de telefoons in de auto zijn ingepakt in aluminiumfolie en medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij dit deed om het signaal af te schermen. Om die reden acht het hof zeer aannemelijk dat de verdachte in de kleine ruimte van zijn auto het verpakken en verstoppen van alle telefoons moet hebben gezien en om die reden wist dat deze van misdrijf afkomstig waren.

Op grond van de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan, alsmede dat de verdachte opzet had op de onder 1 tenlastegelegde diefstal en de onder 2 subsidiair tenlastegelegde opzetheling en dat hij wist dat de in zijn auto aangetroffen telefoons van diefstal afkomstig waren. Hoewel geen sprake is van wegnemingshandelingen door de verdachte zelf, is de bijdrage van de verdachte aan het onder 1 tenlastegelegde, gelet op het vorenoverwogene, naar het oordeel van het hof van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen.

Het hof verwerpt het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging in al zijn onderdelen.

Resumerend acht het hof, op grond van het hiervoor overwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Meer in het bijzonder overweegt het hof het navolgende.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal, tezamen en in vereniging met anderen, van drie mobiele telefoons (feit 1), alsmede het medeplegen van opzetheling van drie mobiele telefoons (feit 2 subsidiair). Verdachte is samen met de medeverdachten in heel korte tijd naar verschillende plaatsen in Nederland gereden om door middel van een truc telefoons van aangevers te stelen. Deze telefoons werden daarna in de auto van verdachte met aluminiumfolie omwikkeld en in de leuning van de achterbank van zijn auto verstopt. Door aldus te handelen heeft de verdachte op zeer brutale wijze materiële schade, overlast en ergernis veroorzaakt en bovendien blijk gegeven van een gebrek aan respect voor andermans eigendomsrecht. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.

Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 17 april 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder ter zake van enig strafbaar feit is veroordeeld. Uit het ECRIS-uittreksel d.d. 10 juli 2024 volgt evenwel dat de verdachte in 2016 onherroepelijk is veroordeeld ter zake van heling in het Verenigd Koninkrijk.

Het hof heeft tevens acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. De raadsman van de verdachte heeft in dit verband naar voren gebracht dat de verdachte een eigen bedrijf heeft, waarmee hij allerhande klussen verricht bij het (schoonmaak)bedrijf van een familielid en [bedrijf] .

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft het hof acht geslagen op de omstandigheid dat bij het plegen van de diefstallen sprake was van een professionele werkwijze, waarbij de mobiele telefoons op drie afzonderlijke momenten, verspreid over meerdere dagen, in drie verschillende steden in een georganiseerd verband en op geraffineerde wijze zijn gestolen. Het hof is derhalve van oordeel dat het bewezenverklaarde – in ieder geval qua ernst – gelijk is te stellen aan mobiel banditisme. In dat verband heeft het hof zich rekenschap gegeven van de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin bij mobiel banditisme, in geval van recidive, als vertrekpunt voor de op te leggen straf per strafbaar feit wordt uitgegaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Het hof heeft zich bij de straftoemeting echter in het voordeel van de verdachte rekenschap gegeven van de omstandigheid dat de verdachte telkens niet bij de wegnemingshandeling zelf betrokken was en bij het bewezenverklaarde aldus als bestuurder van de vluchtauto een – binnen de bandbreedte van het medeplegen – kleinere rol heeft aangenomen dan de medeverdachten.

Naar het oordeel van het hof kan, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder gelet op de aard, ernst en brutaliteit van het onder 1 bewezenverklaarde, de hiervoor bedoelde professionele werkwijze en in verband met een juiste normhandhaving, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Het hof zal aldus een hogere straf opleggen dan de eis van de advocaat-generaal, nu die eis naar het oordeel van het hof, mede gelet op het vorenoverwogene, onvoldoende recht doet aan de aard en ernst van het onder 1 en 2 subsidiair bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Aldus gewezen door:

mr. A. Muller, voorzitter,

mr. T. van de Woestijne en mr. C.M.A. Ellens - Veenhof, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Burgmeijer, griffier,

en op 18 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Ellens - Veenhof is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A. Muller
  • mr. T. van de Woestijne
  • mr. C.M.A. Ellens - Veenhof

Griffier

  • mr. A. Burgmeijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?