ECLI:NL:GHSHE:2025:3445

ECLI:NL:GHSHE:2025:3445, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-08-2025, 20-002206-24

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 21-08-2025
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer 20-002206-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2024:5681
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001854 BWBR0006297

Samenvatting

Poging tot zware mishandeling.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 16 augustus 2024, in de strafzaak met parketnummer 02-108385-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1984,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en ter zake van ‘poging tot zware mishandeling’ (subsidiair tenlastegelegde) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijke strafdeel heeft de rechtbank, naast een algemene voorwaarde, bijzondere voorwaarden verbonden, te weten een meldplicht bij de verslavingsreclassering, behandeling door [verslavingskliniek] , een inspanningsverplichting voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding en medewerking verlenen aan het afnemen van een diagnostisch onderzoek. Voorts is de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toegewezen tot een bedrag € 1.047,50, bestaande uit € 47,50 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 april 2023 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank heeft de benadeelde partij voor wat betreft de overige materiële schade niet-ontvankelijk verklaard in de vordering en voor wat betreft de overige immateriële schade is deze afgewezen. Ten slotte heeft de rechtbank de verdachte veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij en deze tot op datum vonnis begroot op nihil.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met, zo begrijpt het hof, uitzondering van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof, naast de door de rechtbank toegewezen schadevergoeding, eveneens toe zal wijzen de gevorderde schade die ziet op de daggeldvergoeding ter hoogte van € 35,00.

De raadsvrouw van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit van het primair dan wel subsidiair tenlastegelegde. Voorts is een straftoemetingsverweer gevoerd en is ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij aangevoerd dat de verdediging ervan uitgaat dat het hof tot eenzelfde oordeel als de rechtbank zal komen. Er is geen verweer gevoerd tegen de vordering voor zover deze ziet op de daggeldvergoeding.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling en verbetering van de bewijsvoering en met uitzondering van de beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.

Aanvulling en verbetering van de bewijsmiddelen

Het hof zal de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aanvullen met het navolgende bewijsmiddel:

- Het geschrift, te weten de medische verslaglegging betreffende [slachtoffer 1] d.d. 24 april 2023:

Patiënt

[slachtoffer 2]

[geboortedag 2] 1983

(…)

Conclusie

Steekverwonding in de buik.

Voorts zal het hof het door de rechtbank onder 1. gebezigde bewijsmiddel, te weten het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , aanvullen met het navolgende:

“De twee mannen bleven continu dicht bij elkaar.”

Ten slotte verbetert het hof het door de rechtbank onder 4. gebezigde bewijsmiddel, in die zin dat de datum van het proces-verbaal van bevindingen wordt aangepast naar 26 april 2023.

Verbetering van de bewijsoverweging

Het hof zal de bewijsoverweging van de rechtbank op de navolgende wijze vervangen.

De raadsvrouw van de verdachte heeft – overeenkomstig de ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitnota – vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair tenlastegelegde. Daartoe is samengevat aangevoerd dat de verdachte geen opzet – ook niet in voorwaardelijke zin – heeft gehad op de dood van [slachtoffer 2] dan wel op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 2] .

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte met zijn handelen opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer 2] , reden waarom de verdachte zal worden vrijgesproken van de primair tenlastegelegde poging tot doodslag.

Vervolgens ziet het hof zich voor de vraag gesteld of de verdachte opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 2] .

Het hof is van oordeel dat niet is gebleken dat de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde handelen vol opzet of de intentie (‘willens en wetens’) heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel kan echter ook worden aangenomen als sprake is van voorwaardelijk opzet. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is volgens bestendige jurisprudentie aanwezig indien de verdachte zich met zijn gedraging willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Daarbij geldt dat de beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging, al dan niet beoordeeld naar de uiterlijke verschijningsvorm, en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het moet daarbij gaan om een naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans die in de gegeven omstandigheden de reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid creëert dat het gevolg intreedt. Met de thans gebruikelijke formulering van de maatstaf van de aanmerkelijke kans is geen wezenlijk andere of grotere mate van waarschijnlijkheid tot uitdrukking gebracht dan met de in de oudere rechtspraak gebruikte formulering ‘de geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen kans’. Deze kans is echter niet afhankelijk van de aard van het gevolg waar die kans betrekking op heeft. De verdachte die wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, dient tevens die kans ten tijde van de gedraging bewust te hebben aanvaard (op de koop toe te hebben genomen). Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg, dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het gevolg heeft aanvaard (vgl. HR 25 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9049 en HR 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:718).

Het hof stelt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen vast dat de verdachte als eerste een mes heeft gepakt en vervolgens, terwijl hij dichtbij aangever stond, met het mes zwaaiende bewegingen en in ieder geval één stekende beweging heeft gemaakt en heeft geprobeerd aangever te steken. Uit de medische verslaglegging volgt ook dat er daadwerkelijk in de buik van aangever is gestoken. Het hof is van oordeel de verdachte met zijn handelen, te weten het met een mes maken van zwaaiende bewegingen en in ieder geval één stekende beweging ter hoogte van – gelet op de plaats van het aangetroffen letsel – de buik van aangever, een plek waar zich meerdere vitale organen bevinden, de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij aangever zwaar lichamelijk letsel zou kunnen toebrengen.

Het hof verwerpt mitsdien het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging in al zijn onderdelen.

Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals in de bewezenverklaring van de rechtbank is vermeld.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 3.590,44. Deze vordering valt uiteen in de volgende posten:

Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.047,50, bestaande uit € 47,50 aan materiële schade (posten i., ii, iii. en iv.) en € 1.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 april 2023.

Namens de benadeelde partij is te kennen gegeven dat de vordering in hoger beroep wordt gehandhaafd.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 71,30 (posten i., ii., iii. en v.). De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de gevorderde reiskosten naar de rechtbank (post iv.) overweegt het hof als volgt. Een redelijke uitleg van artikel 532 Sv brengt mee dat bij de begroting van de daar bedoelde kosten dezelfde maatstaf wordt gehanteerd als in civiele procedures (vgl. HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, rechtsoverweging 2.7.3). Op grond van artikel 238 Rv komen reis- en verblijfkosten slechts voor vergoeding in aanmerking voor zover in persoon - dat wil zeggen: zonder gemachtigde (advocaat) - wordt geprocedeerd. Procedeert de benadeelde partij met een gemachtigde, dan komen slechts de kosten voor salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde voor vergoeding in aanmerking, en dus niet ook de in artikel 238 lid 1 Rv bedoelde kosten van de benadeelde partij. De benadeelde partij heeft niet in persoon geprocedeerd, maar met een gemachtigde. Dit betekent dat de reiskosten naar de rechtbank ook niet voor vergoeding als proceskosten in aanmerking komen. Deze kosten komen ook niet in aanmerking als kosten gemaakt ter vaststelling van de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:96, tweede lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Het hof zal de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Immateriële schade

De gevorderde immateriële schade betreft schade als bedoeld in artikel 6:106 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek. Er is sprake van lichamelijk letsel en daarnaast heeft de benadeelde partij door het incident last van angstklachten en depressieve klachten waar hij ook voor onder behandeling is geweest bij een GGZ-praktijkondersteuner. Het hof begroot de schade naar maatstaven van billijkheid op een bedrag ter hoogte van € 1.000,00. Het hof zal het overige gedeelte van de vordering met betrekking tot de immateriële schade afwijzen.

Conclusie

Aldus zal het hof de vordering tot schadevergoeding toewijzen tot een bedrag ter hoogte van

€ 1.071,30.

Wettelijke rente

Het toe te wijzen bedrag zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente. Wat betreft de materiële schade merkt het hof op dat deze schade op verschillende tijdstippen is ontstaan. Het hof zal derhalve bij wijze van moderatie bepalen dat de wettelijke rente ter zake van de materiële schade zal aanvangen op 19 juli 2024, zijnde de dag waarop de vordering is ingediend, tot aan de dag der algehele voldoening. Ten aanzien van de immateriële schade zal het hof bepalen dat de wettelijke rente zal aanvangen op 24 april 2023, zijnde het moment waarop de schade is ontstaan, tot aan de dag der algehele voldoening.

Proceskosten

Het hof zal de verdachte, die als de in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, ten slotte veroordelen in de proceskosten aan de zijde van de benadeelde partij, ten tijde van het wijzen van dit arrest begroot op nihil. Voorts zal de verdachte worden veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging van dit arrest door de benadeelde partij nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [slachtoffer 1] is toegebracht tot een bedrag van € 1.071,30. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over de immateriële schade vanaf 24 april 2023 en over de materiële schade vanaf 19 juli 2024 een en ander tot aan de dag van de algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van de beslissing op vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel en doet in zoverre opnieuw recht:

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het subsidiair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.071,30 (duizend eenenzeventig euro en dertig cent) bestaande uit € 71,30 (eenenzeventig euro en dertig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;

verklaart de vordering van de benadeelde partij met betrekking tot de reiskosten niet-ontvankelijk en wijst de vordering tot schadevergoeding met betrekking tot de immateriële schade voor het overige af;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1] , ter zake van het subsidiair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.071,30 (duizend eenenzeventig euro en dertig cent) bestaande uit € 71,30 (eenenzeventig euro en dertig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag van de voldoening;

bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 20 (twintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt;

bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op

19 juli 2024 en van de immateriële schade op 24 april 2023;

bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Aldus gewezen door:

mr. A.J. Henzen, voorzitter,

mr. O.A.J.M. Lavrijssen en mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Peperkamp, griffier,

en op 21 augustus 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.J. Henzen
  • mr. O.A.J.M. Lavrijssen
  • mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo

Griffier

  • mr. M. Peperkamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?