Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 3 september 2024, in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 02-190940-24 en 02-178671-24, 02-226276-24, tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1967,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘het besloten lokaal bij een
ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen’ (in de zaken met parketnummer 02-190940-24, 01-178761-24 en 02-226276-24, feit 2) en ‘diefstal’ (in de zaak met parketnummer 02-226276-24, feit 1) veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken, waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde tot dezelfde straf wordt veroordeeld als in eerste aanleg, te weten een gevangenisstraf van vier weken, waarvan drie weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De raadsman heeft een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 02-190940-24:
1.hij op of omstreeks 11 juni 2024 te Tilburg in het besloten lokaal aan [adres 2] bij de [bedrijf 1] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 23 oktober 2023 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 12 maanden;
Zaak met parketnummer 02-226276-24 (gevoegd):
1.hij op of omstreeks 14 juli 2024 te Tilburg, althans in Nederland, blikken bier, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan supermarkt [bedrijf 1] ( [adres 2] ), in elk geval aan een ander, toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.hij op of omstreeks 14 juli 2024 te Tilburg, in het besloten lokaal aan [adres 2] bij de [bedrijf 1] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 26 oktober 2023 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 12 maanden;
Zaak met parketnummer 02-178671-24 (gevoegd):
1.hij op of omstreeks 30 mei 2024 te Tilburg, in het besloten lokaal aan [adres 3] bij de [bedrijf 2] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 4 oktober 2023 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 12 maanden.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummers 02-190940-24, 02-226276-24 onder 1 en 2 en 02-178671-24 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
Zaak met parketnummer 02-190940-24:
1.hij op 11 juni 2024 te Tilburg in het besloten lokaal aan [adres 2] bij de [bedrijf 1] in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 23 oktober 2023 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 12 maanden;
Zaak met parketnummer 02-226276-24 (gevoegd):
1.hij op 14 juli 2024 te Tilburg blikken bier, die aan supermarkt [bedrijf 1] ( [adres 2] ) toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.hij op 14 juli 2024 te Tilburg in het besloten lokaal aan [adres 2] bij de [bedrijf 1] in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 26 oktober 2023 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 12 maanden;
Zaak met parketnummer 02-178671-24 (gevoegd):
1.hij op of omstreeks 30 mei 2024 te Tilburg in het besloten lokaal aan [adres 3] bij de [bedrijf 2] in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 4 oktober 2023 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van 12 maanden;
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummers 02-190940-24, 02-226276-24 onder 2 en 02-178671-24 bewezenverklaarde levert op:
in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.
Het in de zaak met parketnummer 02-226276-24 onder 1 bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De raadsman heeft erop gewezen dat de verdachte voornemens is te emigreren naar [land] en dat het de verwachting is dat een op te leggen straf invloed zal hebben op de mogelijkheid daartoe. Indien de straf van de advocaat-generaal wordt gevolgd, kan volgens de raadsman waarschijnlijk geen emigratie plaatsvinden, omdat er dan nog een voorwaardelijke straf met een proeftijd van twee jaren open staat. De verdachte is na onderhavige feiten niet opnieuw in aanraking gekomen met politie en justitie. De raadsman heeft verzocht daarmee rekening te houden bij het bepalen van de straf. Primair verzoekt de raadsman om overeenkomstig artikel 9a van Wetboek van Strafrecht de verdachte geen straf of maatregel op te leggen, zodat een veroordeling niet aan een emigratie naar [land] in de weg hoeft te staan. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de zaak aan te houden, ten einde te onderzoeken wat het gevolg is van een op te leggen straf voor emigratie naar [land] . Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen. Meest subsidiair heeft de raadsman verzocht een onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen.
Het hof overweegt als volgt.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van blikken bier bij de supermarkt en is, terwijl hij een winkelverbod had, bij een aantal supermarkten wederrechtelijk binnengedrongen. Dergelijke feiten brengen naast materiële schade overlast voor (het personeel van) het betrokken winkelbedrijf met zich mee. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven zich van de nadelige gevolgen van zijn handelen niets aan te trekken en geen respect te hebben voor andermans eigendommen. Het hof acht dit kwalijk.
Verzoek om nader onderzoek
De verdediging heeft gesteld dat bepaalde straffen mogelijk in de weg kunnen staan aan emigratie, maar heeft geen enkel bewijsstuk overlegd op grond waarvan dit aannemelijk kan worden geacht. Het enkele feit dat de bewindvoerder van verdachte, van wie gesteld noch gebleken is dat hij over bijzondere kennis op dit gebied beschikt, dit zou hebben geuit aan de verdachte en/of zijn advocaat is hiervoor onvoldoende. Het hof is daarom van oordeel dat hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd onvoldoende aannemelijk is geworden. Daarbij overweegt het hof dat het nog maar de vraag is of de verdachte daadwerkelijk zal verhuizen indien dit mogelijk zou zijn, ook dit is niet aannemelijk geworden. Voorts overweegt het hof dat de verdachte reeds over een extensief strafblad beschikt, hetgeen kennelijk - gelet op het feit dat verdachte heeft verklaard in het recente verleden nog naar [land] te zijn afgereisd - geen reden is geweest om de toegang tot [land] te weigeren. In dat kader ligt het niet voor de hand dat een in de onderhavige strafzaak op te leggen straf dat wel zou zijn. Gelet op het voren overwogene acht het hof het door de verdediging gewenste nadere onderzoek niet noodzakelijk. Het hof wijst het verzoek om nader onderzoek te doen en de zaak daartoe aan te houden dan ook af.
Straf
Blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende de verdachte van 12 mei 2025 is hij eerder ter zake van soortgelijke misdrijven onherroepelijk veroordeeld. Dit weegt in het nadeel van de verdachte.
Gelet op de ernst van de feiten en de recidive is de door de politierechter opgelegde deels voorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel gerechtvaardigd. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft het hof evenwel gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. In hetgeen door de raadsman daaromtrent naar voren is gebracht ziet het hof aanleiding te volstaan met een gevangenisstraf van twee weken, zodat de verdachte, na het uitzitten daarvan en indien nog gewenst, de emigratie naar het buitenland verder kan onderzoeken en in gang kan zetten. Het proces van emigratie zal hierdoor slechts enigszins worden uitgesteld.
Conclusie
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van twee weken, passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 57, 138 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaken met parketnummers 02-190940-24, 02-226276-24 onder 1 en 2 en 02-178671-24 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaken met parketnummers 02-190940-24, 02-226276-24 onder 1 en 2 en 02-178671-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
Aldus gewezen door:
mr. S.C. van Duijn, voorzitter,
mr. M. van der Horst en mr. P. van Etteger, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.H.M. van Gennip, griffier,
en op 15 augustus 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. P. van Etteger is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.