ECLI:NL:GHSHE:2025:3782

ECLI:NL:GHSHE:2025:3782

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 27-08-2025
Datum publicatie 30-01-2026
Zaaknummer 20-000387-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Veroordeling wegens een mishandeling en twee vernielingen (ruiten en tafels) tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand. Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 4 februari 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-331326-24 en 01-270772-24, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 01-025435-24, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

thans uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Sittard te Sittard,

postadres: [adres 1] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 01-331326-24 en het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 01-270772-24 bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als:

de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. De officier van justitie is in de vordering tot tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling (01-025435-24) niet-ontvankelijk verklaard. Voorts heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toegewezen tot een bedrag van € 700,00 te vermeerderen met de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van € 700,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor wat betreft het restant van de vordering moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard. Tevens heeft de advocaat-generaal gevorderd om het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf onder parketnummer 01-025435-24.

Namens de verdachte is door diens raadsvrouw bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken ten aanzien van het hem tenlastegelegde onder parketnummer 01-331326-24. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de raadsvrouw bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering wordt verklaard gelet op de bepleite vrijspraak voor het feit waarop de vordering ziet, dan wel wegens onvoldoende onderbouwing van de vordering. Tevens is een straftoemetingsverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 01-331326-24:

hij op of omstreeks 17 oktober 2024 te Helmond [slachtoffer] heeft mishandeld door een vaas, bloempot en/of glaswerk, althans enig voorwerp, tegen die [slachtoffer] te gooien;

Zaak met parketnummer 01-270772-24 (gevoegd):

1.hij op of omstreeks 24 augustus 2024 te Eindhoven opzettelijk en wederrechtelijk

- tafels en/of een asbak, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] ; - ruiten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [stichting 1] , in elk geval (telkens) aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield en/of beschadigd;

2.hij op of omstreeks 25 augustus 2024 te Eindhoven opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [stichting 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield en/of beschadigd.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-331326-24 en in de zaak met parketnummer 01-270772-24 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 01-331326-24:

1.hij op 17 oktober 2024 te Helmond [slachtoffer] heeft mishandeld door enig voorwerp tegen die [slachtoffer] te gooien.

Zaak met parketnummer 01-270772-24 (gevoegd):

1.hij op of omstreeks 24 augustus 2024 te Eindhoven opzettelijk en wederrechtelijk

- tafels die aan [benadeelde] toebehoorden;

- ruiten die aan [stichting 1] toebehoorden heeft vernield.

2.hij op 25 augustus 2024 te Eindhoven opzettelijk en wederrechtelijk een ruit die aan [stichting 2] toebehoorde heeft vernield.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

T.a.v. parketnummer 01-331326-24

De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie Eenheid Oost-Brabant, registratienummer PL2100-2024229953, gesloten d.d. 21 oktober 2024 (doorgenummerde pagina's 1 tot en met 47), nader te noemen: het politiedossier.

Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat de navolgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 18 oktober 2024 (pg. 6-7), voor zover inhoudende als verklaring van aangever ( [slachtoffer] ), wonende te [adres 2] :

Ik doe aangifte van mishandeling. Ik kan u hierover het volgende verklaren:

Op donderdag 17 oktober 2024, omstreeks 23.50 uur, stond ik op mijn balkon aan de achterzijde van mijn appartement een sigaret te roken. Ik zag dat [verdachte] op het balkon bij mijn buurvrouw stond. De balkons liggen ongeveer 2 meter uit elkaar vandaan. Ik hoorde dat [verdachte] tegen mij met luide stem riep: " Heb jij aangifte tegen mij gedaan?!" Ik zag dat hij een glas kapot gooide op zijn eigen balkon. Ik zag dat hij vervolgens de woning binnen ging en enkele seconden later terug buiten op het balkon verscheen. Ik zag dat hij 2 vazen in mijn richting gooide. Eerst gooide hij de eerste vaas. Ik voelde dat deze vaas tegen mijn hoofd kwam. Ik voelde direct een stekende pijn aan mijn hoofd. (…)

Ik liep mijn woning in en ik voelde aan mijn hoofd en zag aan mijn handen bloed zitten. Ik voelde ook bloed over mijn gezicht vloeien. Vervolgens heb ik de politie gebeld.

2. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 18 oktober 2024 (pg. 11-12), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige] , wonende te [adres 3] :

Op donderdag 17 oktober, om (…) 23.52 uur had ik de politie voor de tweede keer gebeld. Ik hoorde twee personen tegen elkaar schreeuwen. Het geschreeuw kwam vanaf het balkon van [adres 2] en ik vermoed van balkon [adres 4] . Ik hoorde aan hun stem dat het twee mannen waren. De mannen stonden allebei op hun eigen balkon. Ik stond op dat moment op mijn eigen balkon, dat heeft afstand van ongeveer 3 meter tot het balkon van mijn buurman van [adres 2] . Ik gok dat het balkon van [adres 4] op ongeveer 6 meter afstand is.

(…)

Vervolgens zag ik dat de bewoner van [adres 4] vanaf het balkon naar de bewoner van [adres 2] een voorwerp gooide. (…) Ik hoorde de buurman van [adres 2] schreeuwen dat hij de politie ging bellen. Ik hoorde hem tijdens dit telefoongesprek naar de politie roepen dat hij bloed op zijn hoofd had.

3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 oktober 2023 (pg. 13-16), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :

Op donderdag 17 oktober 2024, waren wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , belast

met een noodhulpdienst in Helmond. Omstreeks 23.55 uur kregen wij het verzoek van het operationeel centrum om te gaan naar [adres 4] en [adres 2] . Er zou namelijk een voorwerp tegen het hoofd van melder aangegooid zijn waardoor het hoofd van de melder bloedde. Wij hoorden dat dit voorwerp gegooid zou zijn door [verdachte] . (…) De melder zou [slachtoffer] zijn. (…) [adres 2] [adres 4] en [adres 2] zijn appartementen in een appartementencomplex van drie verdiepingen hoog. Beide woningen liggen op de eerste verdieping naast elkaar. De woningen hebben aan de voor- en achterzijde een balkon. (…)

Toen wij ter plaatse kwamen zagen collega’s iemand op het balkon staan aan de achterzijde van het pand. Hierop werd gevraagd of hij naar buiten wilde komen. Wij, verbalisanten, zagen een persoon uit het appartementencomplex komen. Dit betrof [slachtoffer] en wij zagen dat hij bloed in zijn gezicht had ter hoogte van zijn linkeroog en neus. Wij hoorden hem schreeuwen en roepen dat hij problemen had met [verdachte] . Kort daarna zagen wij dat er iemand op het balkon stond aan de voorzijde van het pand. Dit betrof [verdachte] . Wij zagen dat [verdachte] ons aan het filmen was. Wij vroegen of [slachtoffer] naar collega'’s wilden lopen zodat hij uit het zicht was van [verdachte] . Collega [verbalisant 3] sprak met [slachtoffer] waar hij vertelde dat [verdachte] een vaas tegen zijn gezicht gegooid had waar hij het letsel in zijn gezicht van had. Ook vertelde [slachtoffer] dat hij hier aangifte van wilde doen.

(…)

Wij, verbalisanten, zijn met [slachtoffer] naar zijn eigen woning gegaan voor het opnemen van de aangifte. (…) In de woning van [slachtoffer] zagen wij meerdere bloeddruppels op de grond liggen. Er werden foto’s gemaakt van het letsel van [slachtoffer] , van de bloeddruppels in de woning en van de scherven afkomstig van de vaas die gegooid werd.

Ik, verbalisant [verbalisant 2] , nam de aangifte op van [slachtoffer] . Wij hoorden [slachtoffer] zeggen

dat hij op zijn balkon stond aan de achterzijde en dat [verdachte] op het balkon ernaast stond. [verdachte] zou geroepen hebben waarom [slachtoffer] aangifte gedaan had tegen hem waarop [verdachte] een glas op zijn eigen balkon kapot gooide. Wij hoorden [slachtoffer] zeggen dat [verdachte] daarna een vaas naar het hoofd van [slachtoffer] gooide. Wij hoorden hem zeggen dat deze vaas in zijn gezicht kwam en dat het direct bloedde.

4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 oktober 2024 (pg. 17-18), voor zover inhoudende als relaas verbalisant [verbalisant 4] :

Op donderdag 17 oktober 2024 was ik, verbalisant, belast met een melding van een

mishandeling. Hierbij sprak ik [slachtoffer] . Ik hoorde hem zeggen dat [verdachte] vazen naar

zijn hoofd had gegooid. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat hij hierdoor ook pijn had. Ik zag

bloed uit zijn linker wenkbrauw komen. Ik zag een wond bij zijn linker wenkbrauw,

maar kon door het bloed niet goed zien hoe groot deze wond was.

Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] .

T.a.v. parketnummer 01-270772-24

De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie Eenheid Oost-Brabant, registratienummer PL2100-2024185438, gesloten d.d. 28 augustus 2024 (doorgenummerde pagina's 1 tot en met 52), nader te noemen: het politiedossier.

Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat de navolgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Het hof volstaat op de voet van het bepaalde in artikel 359 lid 3 Wetboek van Strafvordering met de opgave van de bewijsmiddelen, aangezien de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en er geen vrijspraak is bepleit.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 01-331326-24 bewezenverklaarde levert op:

mishandeling.

Het in de zaak met parketnummer 01-270772-24 onder feit 1 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Het in de zaak met parketnummer 01-270772-24 onder feit 2 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling door een vaas(achtig voorwerp) tegen het gezicht van het slachtoffer te gooien. Het slachtoffer heeft hierdoor letsel opgelopen. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Verder heeft de verdachte meerdere ruiten en tafels vernield van/in de woningen die worden gehuurd door zijn ex-vriendin en de moeder van zijn ex-vriendin. De slachtoffers ervaren gevoelens van onveiligheid door het handelen van de verdachte, naast de lichamelijke en materiële schade die het bewezenverklaarde heeft veroorzaakt. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Bij de straftoemeting heeft het hof acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 27 mei 2025, waaruit volgt dat de verdachte onder andere al meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor mishandelingen.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de duur van 1 maand met zich brengt.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 4.500,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 700,00.

De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van verdachtes onder parketnummer 01-331326-24 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2024. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Het hof verklaart de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [slachtoffer] is toegebracht tot een bedrag van € 700,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie is in zijn vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf onder parketnummer 01-025435-24 niet-ontvankelijk, nu de advocaat-generaal heeft aangegeven dat deze voorwaardelijk opgelegde straf reeds ten uitvoer is gelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 57, 63, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-331326-24 en in de zaak met parketnummer 01-270772-24 onder feiten 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 01-331326-24 en in de zaak met parketnummer 01-270772-24 onder feiten 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-331326-24 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 700,00 (zevenhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-331326-24 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 700,00 (zevenhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 14 (veertien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 17 oktober 2024.

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 01-025435-24.

Aldus gewezen door:

mr. J.J. Peters, voorzitter,

mr. H.A.T.G. Koning en mr. C.N.G.M. Starmans, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R.R.A.C. Dinnissen, griffier,

en op 27 augustus 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. C.N.G.M. Starmans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?