ECLI:NL:GHSHE:2025:3818

ECLI:NL:GHSHE:2025:3818

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 30-09-2025
Datum publicatie 27-02-2026
Zaaknummer 20-002194-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

1. Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging in de zaak met parketnummer 96-014623-22 vanwege omstandigheid dat door Sepotbrief bij verdachte gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt dat hij niet meer zou worden vervolgd. 2. Ontoelaatbare wijziging tenlastelegging in eerste aanleg. Er is ten aanzien van dezelfde aan verdachte verweten gedraging sprake van verschillende delictsomschrijvingen die zijn opgenomen in verschillende titels van de Wegenverkeerswet die ieder een verschillend rechtsgoed beschermen en worden gekwalificeerd als misdrijf dan wel overtreding waarop verschillende straffen zijn gesteld. Daarmee is – toetsend aan de in het arrest vermelde criteria – naar het hof niet langer sprake van “hetzelfde feit” en heeft de politierechter de vordering tot wijziging van de tenlastelegging ten onrechte toegewezen. Vrijspraak volgt 3. veroordeling terzake overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 tot voorwaardelijke gevangenisstraf 2 weken, proeftijd 2 jaar.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 17 juli 2023 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummer 96-233654-22 en 96-014623-22, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 20-001236-20, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte in de zaak met parketnummer 96-233654-22 voor ‘overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 1) en ‘overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ (feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken. In de zaak met parketnummer 96-014623-22 is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging van de verdachte. Voorts heeft de politierechter in de zaak met parketnummer 96-014623-22 het onder de verdachte in beslag genomen goed, te weten twee kentekenplaten, onttrokken aan het verkeer en teruggave aan de verdachte gelast van de onder hem in beslag genomen personenauto (SEAT). Tot slot heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van de eerder voorwaardelijk opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden, onder parketnummer 20-001236-20.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, in de zaak met parketnummer 96-233654-22 het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken. In de zaak met parketnummer 96-014623-22 heeft de advocaat-generaal gevorderd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de strafvervolging, alsmede dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging wegens een onjuist vermeld parketnummer. Ten aanzien van het beslag heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de inbeslaggenomen Ford Fiesta verbeurd zal verklaren en teruggave aan de verdachte zal gelasten van de onder hem in beslag genomen personenauto (SEAT). Tot slot heeft de advocaat-generaal gevorderd de kentekenplaten niet verbeurd te verklaren, nu het Openbaar Ministerie in de zaak met parketnummer 96-014623-22 niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Door de raadsman is in de zaak met parketnummer 96-233654-22 vrijspraak bepleit van feit 2. Voorts is bepleit dat de vordering wijziging tenlastelegging van feit 2 in de zaak met parketnummer 96-233654-22, zoals gedaan door de officier van justitie in eerste aanleg, niet toelaatbaar is. In de zaak met parketnummer 96-014623-22 heeft de raadsman verzocht om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de strafvervolging, alsmede dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging wegens onduidelijkheden rondom het vermelde parketnummer. Daarnaast heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd. Ten aanzien van het beslag heeft de raadsman bepleit dat het hof, in het geval van een vrijspraak, de teruggave gelast van de inbeslaggenomen Ford Fiesta en de teruggave aan de verdachte gelast van de onder hem inbeslaggenomen personenauto (SEAT). De raadsman refereert zich aan het oordeel van het hof ten aanzien van de in beslag genomen kentekenplaten.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Het hof dient allereerst de vraag te beantwoorden of het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte in de zaak met parketnummer 96-014623-22.

Naar het oordeel van de advocaat-generaal en de raadsman dient het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat er in de zaak met bovenstaand parketnummer een sepot brief is verzonden naar de verdachte.

Het hof oordeelt als volgt.

Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel dat de sepotbrief die de verdachte heeft ontvangen in de zaak met bovenstaand parketnummer bij de verdachte het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat hij niet meer zou worden vervolgd.

Het hof zal het Openbaar Ministerie dan ook niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging in de zaak met parketnummer 96-014623-22.

De oorspronkelijke tenlastelegging

Verdachte is bij inleidende dagvaarding - voor zover nog aan de orde - ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 96-233654-22:

1.hij op of omstreeks 21 december 2021 te Eersel, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend;

2.hij op of omstreeks 21 december 2021 te Eersel als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de Odradastraat, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

Vordering wijziging tenlastelegging

Ter zitting in eerste aanleg heeft de officier van justitie een vordering tot wijziging van de tenlastelegging gedaan. Die vordering hield in dat feit 2 in de zaak met parketnummer 96-233654-22 diende te worden gewijzigd naar:

hij op of omstreeks 21 december 2021 te Eersel terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Odradastraat als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Toelaatbaarheid wijziging tenlastelegging

De raadsman heeft ter zitting in eerste aanleg geen bezwaar gemaakt tegen de gevorderde wijziging. De politierechter heeft de gevorderde wijziging toegewezen.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de wijziging niet geoorloofd is omdat, kort gezegd, geen sprake is van hetzelfde feit. Naar het oordeel van de advocaat-generaal is sprake van een rechtens geoorloofde wijziging.

Het hof oordeelt als volgt.

Het hof stelt voorop dat bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van de wijziging van de tenlastelegging de aan de te leggen maatstaf is of de in de aanvankelijke tenlastelegging omschreven gedraging hetzelfde feit in de zin van artikel 313, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in verbinding met artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht vormt als de in vordering tot wijziging van de tenlastelegging omschreven gedraging.

Bij toepassing van die maatstaf dient te worden onderzocht

( i) of de verwantschap tussen de verschillende delictsomschrijvingen waarop de tenlastelegging en de wijziging van de tenlastelegging zijn toegesneden – mede in aanmerking genomen of de strekking van de verschillende delictsomschrijvingen niet wezenlijk uiteenloopt – van zodanige aard is, en tevens

(ii) of de in de oorspronkelijke tenlastelegging en de wijziging van de tenlastelegging verweten gedragingen zijn begaan onder omstandigheden waaruit blijkt van een zodanig verband met betrekking tot de gelijktijdigheid van die gedragingen en de wezenlijke samenhang in het handelen en de schuld van de verdachte, dat de gedachte achter de in artikel 313, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering opgenomen beperking, die naar artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht verwijst, meebrengt dat de gevorderde wijziging toelaatbaar is.

In de eerste plaats dient daarbij als relevante vergelijkingsfactor te worden betrokken de juridische aard van de feiten. Indien sprake is van verschillende delictsomschrijvingen, kan de mate van verschil tussen de strafbare feiten van belang zijn, in het bijzonder wat betreft de rechtsgoederen ter bescherming waarvan de onderscheidene delictsomschrijvingen strekken, en de strafmaxima die op de onderscheiden feiten zijn gesteld, in welke strafmaxima onder meer tot uitdrukking komt de aard van het verwijt en de kwalificatie als misdrijf dan wel overtreding.

In de tweede plaats dient als relevante vergelijkingsfactor te worden betrokken de gedraging van de verdachte. Indien de tenlastelegging en de vordering tot wijziging daarvan niet dezelfde gedraging beschrijven, kan de mate van verschil tussen de gedragingen van belang zijn, zowel wat betreft de aard en de kennelijke strekking van de gedragingen als wat betreft de tijd waarop, de plaats waar en de omstandigheden waaronder zij zijn verricht (HR 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM9102).

De oorspronkelijk aan verdachte verweten gedraging is in de tenlastelegging omschreven als, kort gezegd, het rijden zonder rijbewijs als bedoeld in artikel 107 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994. De in de vordering tot wijzing van de tenlastelegging omschreven gedraging behelst, kort gezegd, het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs als bedoeld in artikel 9 lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994. Er is ten aanzien van dezelfde aan verdachte verweten gedraging derhalve sprake van verschillende delictsomschrijvingen die zijn opgenomen in verschillende titels van de Wegenverkeerswet die ieder een verschillend rechtsgoed beschermen en worden gekwalificeerd als misdrijf dan wel overtreding waarop verschillende straffen zijn gesteld van ten hoogste een jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie respectievelijk zes maanden hechtenis of een geldboete van de derde categorie. Daarmee is – toetsend aan de hierboven vermelde criteria – naar het hof niet langer sprake van “hetzelfde feit” en heeft de politierechter de vordering tot wijziging van de tenlastelegging ten onrechte toegewezen.

Dit brengt met zich dat deze wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep alsnog ontoelaatbaar wordt geoordeeld en dat het hof recht zal doen op de oorspronkelijke in de inleidende dagvaarding opgenomen tenlastelegging.

Vrijspraak

Nu het hof zal uitgaan van de oorspronkelijke in de inleidende dagvaarding opgenomen tenlastelegging waarin aan de verdachte ten laste wordt gelegd dat hij heeft gereden zonder dat aan hem een rijbewijs was afgegeven, zal het hof de verdachte van feit 2 in de zaak met parketnummer 96-233654-22 vrijspreken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-233654-22 onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 21 december 2021 te Eersel als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 96-233654-22 onder 1 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Door de raadsman is ter terechtzitting in hoger beroep verzocht om bij een bewezenverklaring te volstaan met het opleggen van geheel voorwaardelijke straf met een proeftijd van 1 jaar. De raadsman heeft verzocht om in elk geval geen straf op te leggen die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt en verzocht geen ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen. Daarbij heeft hij het hof verzocht om bij de strafoplegging in strafmatigende zin rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij op 21 december 2021 niet heeft voldaan aan de verplichting om mee te werken aan een bloedonderzoek, nadat tegen hem de verdenking was ontstaan dat hij een auto had bestuurd onder invloed van een combinatie van verdovende middelen. Door aldus te handelen heeft hij verhinderd dat kon worden vastgesteld of, en zo ja, in welke mate, hij onder invloed van drugs verkeerde. De verplichting om aan dergelijke bevelen gevolg te geven bestaat mede ter bevordering van de verkeersveiligheid, die in gevaar wordt gebracht wanneer er onder invloed van drugs aan het verkeer wordt deelgenomen.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof in strafverzwarende zin acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 22 mei 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor artikel 163 lid 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan overtreding van de Wegenverkeerswet 1994.

Tevens heeft het hof acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de raadsman naar voren gebracht dat de verdachte een ISD-maatregel heeft ondergaan en heeft laten zien dat hij echt een andere weg in is geslagen. Daarnaast werkt de verdachte als autohandelaar in België waarvoor hij een rijbewijs nodig heeft.

Alle omstandigheden afwegende zal het hof aan de verdachte opleggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. Het hof ziet onvoldoende aanleiding om aan de voorwaardelijke straf een proeftijd van 1 jaar te verbinden, zoals bepleit door de raadsman.

Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Het hof stelt ten slotte vast dat bij de strafvervolging van de verdachte in de fase van hoger beroep de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het EVRM, is geschonden. Op 27 juli 2023 heeft de verdachte hoger beroep ingesteld. Op 30 september 2025 zal het hof arrest wijzen. Daarmee is de redelijke termijn die voor deze fase doorgaans op twee jaren wordt gesteld met iets meer dan 2 maanden overschreden. Echter, gelet op de op te leggen straf zal het hof volstaan met de enkele constatering dat sprake is van een termijnschending, zonder daar in strafmatigende zin consequenties aan te verbinden.

Beslag

In de zaak met parketnummer 96-233654-22:

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven personenauto (Ford Fiesta), volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het onder feit 1 met parketnummer 96-233654-22 bewezenverklaarde is begaan. Het hof zal dit voorwerp verbeurd verklaren en heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

In de zaak met parketnummer 96-014623-22:

Het hof zal de teruggave aan verdachte gelasten van de in beslag genomen personenauto (SEAT). De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven kentekenplaten dienen te worden onttrokken aan het verkeer, nu het hof concludeert dat het gebruik van valse kentekenplaten een strafbaar feit is en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Het hof is met de advocaat-generaal en de raadsman van oordeel dat het Openbaar Ministerie in de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk niet tenuitvoergelegde straf niet-ontvankelijk is, nu het parketnummer zoals vermeld op de vordering na voorwaardelijke veroordeling en het parketnummer in het vonnis van de politierechter, te weten 20-001236-20, niet overeenkomt met het parketnummer van het arrest waarbij aan de verdachte een rijontzegging met een voorwaardelijke deel van 4 maanden is opgelegd. Dat betreft blijkens het uittreksel uit het justitieel documentatieregister namelijk de zaak met het parketnummer 20-000142-20.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het in de zaak met parketnummer 96-014623-22 tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-233654-22 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-233654-22 onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 96-233654-22 onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

personenauto Ford Fiesta, [kenteken] , chassisnummer [chassisnummer 1] .

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

2 STK Kentekenplaat, goednummer PL2100-2021287652-1884732.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: personenauto SEAT, chassisnummer [chassisnummer 2] .

Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging, met parketnummer 20-001236-20.

Aldus gewezen door:

mr. A.C. Bosch, voorzitter,

mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. C.P.J. Scheele, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. E.E. Vrieler, griffier,

en op 30 september 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. C.P.J. Scheele is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.C. Bosch
  • mr. W.E.C.A. Valkenburg
  • mr. C.P.J. Scheele

Griffier

  • mr. E.E. Vrieler

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand