ECLI:NL:GHSHE:2025:690

ECLI:NL:GHSHE:2025:690, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11-03-2025, 20-003268-23

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 11-03-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20-003268-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2023:1698
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Veroordeling voor verduistering, witwassen, belaging en handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Arrest na terugwijzing door de Hoge Raad. Gevangenisstraf van 6 maanden met aftrek van het voorarrest.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch

gewezen, na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 17 juli 2020, in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 03-147562-19, 03-218095-19, 03-218101-19, 03-218105-19 en 03-050848-20 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1972,

thans uit anderen hoofde verblijvende in [verblijfplaats] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte door de politierechter vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 03-147562-19 onder 2 primair tenlastegelegde feit en is de verdachte ter zake van:

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Tevens heeft de politierechter aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) opgelegd, inhoudende een contactverbod met aangeefster [benadeelde 1] en haar drie kinderen voor de duur van 36 maanden, met 2 weken vervangende hechtenis voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan (tot een maximum van 6 maanden). De politierechter heeft bevolen dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Voorts heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] , die betrekking heeft op feit 1 in de zaak met parketnummer 03-147562-19, gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 740,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor het toegewezen bedrag, beide te vermeerderen met de wettelijke rente. De benadeelde partij is voor het overige in de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] , die betrekking heeft op feit 2 subsidiair en feit 3 primair in de zaak met parketnummer 03-147562-19, is geheel toegewezen tot een bedrag van € 19.445,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor het toegewezen bedrag, beide te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] , die betrekking heeft op parketnummer 03-218095-19, is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 100,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor het toegewezen bedrag, beide te vermeerderen met de wettelijke rente. De benadeelde partij is voor het overige in deze vordering niet-ontvankelijk verklaard. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] , die betrekking heeft op parketnummer 03-218101-19, is geheel toegewezen tot een bedrag van € 7.046,64, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor het toegewezen bedrag, beide te vermeerderen met de wettelijke rente.

Ten aanzien van het beslag heeft de politierechter als volgt beslist:

Ten slotte heeft de politierechter de vordering tot gevangenneming van de verdachte toegewezen.

Namens de verdachte is bij akte van 27 juli 2020 tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van 2 maart 2022 (parketnummer 20-001565-20) heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep, voor zover dat was gericht tegen de beslissing van de politierechter tot partiële vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 03-147562-19 onder 1 tenlastegelegde verduisteren van

Voorts heeft het hof bij voormeld arrest het vonnis waarvan beroep, voor zover nog aan de orde, bevestigd met aanvulling van de bewijsoverwegingen en met uitzondering van de opgelegde straf en de motivering daarvan, van de beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen en van de beslissing op het beslag. In zoverre is het vonnis vernietigd en heeft het hof opnieuw rechtgedaan.

Zodoende heeft het hof aan de verdachte opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden alsmede een vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), inhoudende een contactverbod met aangeefster [benadeelde 1] en haar drie kinderen voor de duur van 36 maanden, met 2 weken vervangende hechtenis voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan (tot een maximum van 6 maanden). Het hof heeft bevolen dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] , die betrekking heeft op feit 1 in de zaak met parketnummer 03-147562-19, voor zover nog aan de orde in hoger beroep, toegewezen tot een bedrag van € 740,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor het toegewezen bedrag, beide te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] , die betrekking heeft op feit 2 subsidiair en feit 3 primair in de zaak met parketnummer 03-147562-19, is geheel toegewezen tot een bedrag van € 19.445,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor het toegewezen bedrag, beide te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] , die betrekking heeft op parketnummer 03-218095-19, is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 200,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor het toegewezen bedrag, beide te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor het overige is de vordering afgewezen. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] , die betrekking heeft op parketnummer 03-218101-19, is gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 6.822,64, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor het toegewezen bedrag, beide te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor het overige is de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Ten slotte heeft het hof de teruggave gelast aan de rechthebbende, te weten [bedrijf 2] te [plaats] , van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten 1 STK Aanhanger (parketnummer 03-147562-19).

Namens de verdachte is op 4 maart 2022 tegen voormeld arrest beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad heeft bij arrest van 5 december 2023 (rolnummer 22/00772) het arrest van het hof van 2 maart 2022 vernietigd, maar uitsluitend voor wat betreft de beslissingen over het onder 2 en 3 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 03-147562-19, en de strafoplegging, en met uitzondering van de aan de verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van [benadeelde 1] (in de zaken met parketnummers 03-218095-19 en 03-218101-19) en ten behoeve van [benadeelde 2] (in de zaak met parketnummer 03-147562-19), en de zaak teruggewezen naar dit hof opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Omvang van het hoger beroep na terugwijzing door de Hoge Raad

De Hoge Raad heeft het arrest van het hof van 2 maart 2022 partieel vernietigd, te weten uitsluitend voor wat betreft de beslissingen over het onder 2 en 3 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 03-147562-19, en de strafoplegging, met uitzondering van de aan de verdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van [benadeelde 1] (in de zaken met parketnummers 03-218095-19 en 03-218101-19) en ten behoeve van [benadeelde 2] (in de zaak met parketnummer 03-147562-19).

De omvang van het hoger beroep is na terugwijzing derhalve beperkt, in die zin dat het hof enkel een oordeel dient te vellen over de in de zaak met parketnummer 03-147562-19 onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten, de strafoplegging en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] . In zoverre zal het hof de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw berechten en afdoen.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het bestreden vonnis dat thans – na terugwijzing – nog aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is – na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad – gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep, voor zover nog aan de orde, zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, aan de verdachte zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit van de aan de verdachte in de zaak met parketnummer 03-147562-19 onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten. Subsidiair, indien het hof tot een ander oordeel komt, heeft de raadsman een voorwaardelijk verzoek ingediend tot het horen van [benadeelde 1] als getuige. Meest subsidiair heeft de raadsman een straftoemetingsverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het bestreden vonnis, voor zover na terugwijzing nog aan het oordeel van het hof onderworpen, met aanvulling van de gronden waarop het berust en met uitzondering van de aan de verdachte opgelegde straf. Gelet op hetgeen door de Hoge Raad in zijn arrest van 5 december 2023 is geoordeeld, ziet het hof aanleiding om de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen aan te vullen.

Aanvulling van de bewijsmiddelen

Het hof vult de door de politierechter ten aanzien van de, in de zaak met parketnummer 03-147562-19 onder 2 subsidiair en 3 primair bewezenverklaarde feiten, gebezigde bewijsmiddelen aan, zodat deze als volgt komen te luiden.

Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Limburg, district Noord- en Midden-Limburg, BVH-registratienummer 2018144326 / 2018189512, gesloten d.d. 28 januari 2019, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , hoofdagent van politie (aantal pagina’s: 133, doorgenummerd van 1 tot en met 99 en vervolgens van 1 tot en met 34). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 20 september 2018 met bijlagen, pagina’s 13 tot en met 18, voor zover inhoudende (als de verklaring van [aangever] ):

Op donderdag 20 september 2018 verscheen voor mij, in het politiebureau. Hoofdbureau, Mathildelaan 4, 5611 BL Eindhoven , een persoon die mij opgaf te zijn:

Achternaam: [aangever]

Voornamen: [aangever]

Geboren: [geboortedag 2] 1965

Hij deed aangifte namens het slachtoffer

Rechtspersoon naam: [benadeelde 3]

Adres: [adres 1]

Postcode plaats: [adres 1]

Gemeente: [adres 1]

“Ik ben namens het slachtoffer gerechtigd tot het doen van aangifte. Ik ben eigenaar van [benadeelde 3] gevestigd te [adres 1] .

Omstreeks eind augustus 2018 kwam een voor mij onbekende persoon met vrouw en kind bij mij in het bedrijf. De man toonde interesse in een caravan. De man heeft even rondgelopen en wist eigenlijk vrij snel welke caravan het moest worden. De keuze van de man viel op een caravan van het merk Fendt type Saphir 560 die ik op voorraad had in mijn showroom. Ik heb een offerte gemaakt voor de man. Het kenteken van de te kopen caravan betreft [kenteken] . Er is een afspraak gemaakt dat de man op 5 september 2018 de caravan zou komen halen en betalen.

Op woensdag 5 september 2018 kwam de man omstreeks 1300 uur bij ons bedrijf en vertelde zijn nieuwe caravan te komen halen. Er is een nieuw contract opgesteld, het nieuwe te betalen bedrag was 19.445 euro. Mijn collega die de caravan zou uitleveren heeft aan de afdeling administratie gevraagd of het te betalen bedrag binnen was, dit bleek niet het geval en mijn collega heeft dit medegedeeld aan de koper. Mijn collega heeft toen aan de man gevraagd of hij mogelijk wilde pinnen. De man vertelde niet te willen pinnen want hij zou het geld op maandag 3 september 2018 overgemaakt hebben naar ons bedrijf, hij vertelde wel dat het vanaf een Belgische bank afkomstig was. De man vroeg aan mijn collega of hij toch de caravan mee kon nemen want hij was immers op vakantie en zijn oude caravan was verkocht. Mijn collega, genaamd [getuige 1] , heeft overlegd met mij en ik besloot als eigenaar van het bedrijf dat [getuige 1] de caravan mee mocht geven. De man vroeg of de caravan wel op zijn naam gezet kon worden, mocht hij onderweg aangehouden worden door de politie dan kon hij aantonen dat de caravan zijn eigendom was. Ik heb toen besloten de caravan wel op zijn naam te zetten maar de tenaamstellingscode achter te houden, dit is een deel van het kenteken. De man heeft als onderpand zijn legitimatie (identiteitskaart) afgegeven. [getuige 1] heeft de identiteitskaart aangenomen maar niet helemaal goed gekeken want het bleek dat deze op 11 juli 2018 was verlopen. Maar de gegevens en de foto klopten wel. Via de tenaamstelling kon ik ook zien dat de gegevens van de man overeenstemden met de contract gegevens en zijn identiteitskaart. De man heeft de caravan op woensdag 5 september 2018 om 14.05 de caravan op naam gekregen.

De gegevens van de man betreffen:

[verdachte] , [geboortedag 1] 1972 te [geboorteplaats]

Persoonsnummer [persoonsnummer]

Identiteitskaart voorzien van nummer [documentnummer] afgegeven in de gemeente [plaats] .

Omdat ik twee dagen later zag dat het geld nog niet binnen was op mijn rekening, heb ik telefonisch contact met hem opgenomen. Ik kreeg de heer [verdachte] aan de telefoon en hij deelde mede dit vreemd te vinden, hij had het echt overgemaakt en zou contact opnemen met de bank. 10 minuten later belde de heer [verdachte] terug met de mededeling dat er iets fout was gegaan bij de bank en dat het bedrag terug op zijn rekening stond. Hij zou het direct weer overmaken naar mijn bedrijfsrekening. Op dinsdag 11 september 2018 heb ik weer telefonisch contact opgenomen met [verdachte] , zo mocht ik hem inmiddels noemen, het geld was namelijk nog steeds niet binnen. [verdachte] deelde mede dat hij het echt niet snapte en hij zweerde op het graf van zijn kinderen dat het geld overgemaakt was. Ik heb hem gezegd nog twee dagen te wachten en dat het geld dan toch echt binnen moest zijn. [verdachte] beloofde dit. Twee dagen later weer hetzelfde liedje, er was nog geen geld binnen en ik heb weer contact opgenomen met [verdachte] . Hij belde mij later terug, snapte er niets van en [verdachte] zou nu persoonlijk naar zijn bank gaan om het te regelen. Ik had toen inmiddels wel het vermoeden dat er iets niet klopte.

Op dinsdag 18 september 2018 in de ochtend zag ik in de RDW kenteken opvraging dat de bewuste caravan die ochtend om 09.50 uur was overgeschreven, ik kan niet zien op welke naam. Op donderdag 20 september 2018 heb ik telefonisch contact gezocht met het RDW en gevraagd hoe het zat met de kenteken codes. Het bleek dat [verdachte] al op donderdag 6 september 2018 in de ochtend de caravan tenaamstellingscodes die ik bewust had achtergehouden, opnieuw aangevraagd had bij de RDW. Hij heeft dus eigenlijk een vermissing van de codes doorgegeven. Je krijgt dan als houder automatisch nieuwe codes waarmee je de caravan kunt overschrijven. Ik ben toen eens op Marktplaats gaan kijken en zag tot mijn verbazing dat de caravan te koop werd aangeboden door [bedrijf] . De politie in [plaatsnaam 1] is toen meteen gaan kijken bij het bedrijf [bedrijf] en heeft de caravan inbeslaggenomen.

Ik heb U een mail gestuurd met de verklaring van het RDW alsmede een mail met een kopie van dc identiteitskaart van [verdachte] . De foto van [verdachte] op de identiteitskaart is 100% zeker de persoon die in mijn bedrijf de caravan heeft meegenomen.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.”

2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 22 november 2018 met bijlagen, pagina’s 19 tot en met 31, voor zover inhoudende als de verklaring van [getuige 1] :

V: Ik ben bij u terecht gekomen naar aanleiding van de gedane aangifte door uw leidinggevende bij [benadeelde 3] , gelegen aan [adres 1] , ter zake verduistering.

A: Dat is duidelijk.

V: Ik wil u vragen om het verhaal zo uitgebreid mogelijk te vertellen, inclusief details die voor u wellicht niet relevant lijken. Mogelijk is dit voor ons namelijk wel van belang. Wat kunt u me vertellen over de verduistering?

A: Er kwamen toen een man, een vrouw en twee kinderen de zaak binnen. Zij waren op zoek naar een caravan. Enkele dagen later kwamen ze terug. Hun oog viel toen op een caravan van het merk Fendt, type Spahir 560 TFK. Er werd afgesproken dat de man de caravan een week later zou komen ophalen. Bij de daadwerkelijk koop van de caravan was de man alleen. Hierop heb ik gecontroleerd of de betaling voor de caravan reeds binnen was. Dit was niet het geval. De man gaf toen aan dat een medewerker het geld voor de caravan wel reeds had overgemaakt via een Belgische bank. Dat moest dus goed komen. Op datzelfde moment belde de man ook nog zijn bank op om te informeren of het geld reeds was overgemaakt. Dat kwam allemaal heel overtuigend over. De man zei daarop dat het was blijven liggen, maar dat de bank het geld nu zou overmaken. De man vertelde dat hij ondanks de uitgestelde betaling wel graag de caravan al mee wilde nemen. Hij gaf ook aan dat ik het tijdelijke tenaamstellingsverslag moest houden, zodat hij de caravan niet kon overschrijven op een andere naam. Dit heb ik dan ook gedaan. Later ben ik erachter gekomen dat de man een nieuw tenaamstellingsverslag had aangevraagd bij de RDW. Met dit verslag kon hij de caravan wel weer overschrijven op een andere naam.

In de periode nadat de man de caravan had meegenomen, hebben we vaker met hem gebeld omdat de betaling maar niet binnen kwamen. Er is aldus nooit betaald voor de caravan. Uiteindelijk kwamen we erachter op 19 september 2018 dat de caravan was overgeschreven op een ander bedrijf. Dit betrof caravanbedrijf [naam 1] in [plaats] .

De man had trouwens ook zijn identiteitsbewijs achtergelaten bij het afhalen van de caravan. Later viel me wel op dat dit bewijs verlopen was. Op dezelfde dag dat de man de caravan had meegenomen, belde hij mij enkele uurtjes later op.

V: We hebben diverse onderwerpen besproken. Over een aantal zaken zou ik graag nog iets meer willen weten. Wat kun nog meer vertellen over de dag, datum en tijdstippen van het bovenstaande verhaal?

A: De eerste keer dat de man samen met een vrouw en twee kinderen binnen kwam was het 29 of 30 augustus 2018. Het afleveren van de caravan vond plaats op woensdag 5 september 2018. Diezelfde woensdag om 14:06 uur is de caravan op naam gezet. Bij de overdracht was de man alleen.

V: Hoe weet u zeker dat het de voornoemde data betroffen?

A: 31 augustus 2018 komt van het koopcontract af dat ik toen heb opgemaakt en 5 september 2018 komt van het tenaamstellingsverslag af van de RDW. Daarnaast zagen wij via de site van de RDW dat de caravan op 19 september 2018, te 09:50 uur, was overgeschreven naar een nieuwe eigenaar

V: Wat kunt u mij vertellen over van de man die de caravan heeft overgenomen?

A: De personalia op zijn identiteitskaart komen overeen met de personalia die de man bij ons eerder had opgenomen voor het koopcontract. Deze personalia betreffen: [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1972 te [geboorteplaats] . De man noemde zichzelf [verdachte] . Zijn adres betrof de [adres 2] .

V: Wat kunt u mij vertellen over de betrokken caravan?

A: Het is caravan van het merk Fendt, Saphir 560, kleur wit en het kenteken [kenteken] , [VIN-nummer] .

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 4 december 2018 met bijlage, pagina’s 32 tot en met 38, voor zover inhoudende als de verklaring van [getuige 2] :

A: Op woensdag 19 september 2018 kwam een klant onze zaak binnen met een caravan. Hij bood deze caravan te koop aan. Hierop heb hebben meneer [naam 1] , de eigenaar van de zaak, en ik de caravan uitgebreid gecontroleerd. Mede hebben wij het voertuig nagetrokken in het RDW-register. Er was niks met het voertuig aan de hand. Vervolgens hebben wij onderhandeld over de prijs van de caravan. De man wilde graag 16.000 euro voor de caravan hebben. Wij boden daarop 15.500 euro. Daarmee is de man uiteindelijk akkoord gegaan. Hierop heb ik het rijbewijs en de bankpas van de verkoper gevraagd om zijn gegevens te controleren. Ik zag dat op het rijbewijs van de verkoper van de naam [verdachte] stond. Daarnaast zag ik dat op de bankpas van de Rabobank de volgende adresgegevens stonden: [adres 2] . De verkoper gaf aan dat hij het bedrag graag contant wilde hebben. Echter hadden wij dit niet vooraf besproken, daarom hadden we geen 15.500 euro contant beschikbaar. We hadden op dat moment 6700 euro contant liggen. Dit bedrag hebben wij contant aan de verkoper betaald en de rest, 8800 euro, hebben wij middels een overschrijving betaald. De verkoper gaf aan dat wij de 8800 euro konden overmaken naar de bankrekening van zijn vrouw. Dit betrof [rekeningnummer 1] op naam van [betrokkene] .

V : We hebben diverse onderwerpen besproken. Over een aantal zaken zou ik graag nog iets meer willen weten. Wat kun nog meer vertellen over de caravan?

A: De caravan was een Fendt, type Saphir 560 en voorzien van het Nederlands kenteken [kenteken] .

V: Wat kun je nog vertellen over het rijbewijs van de verkoper?

A: Ik heb het rijbewijs van de verkoper in mijn handen gehad. Daarvan heb ik zijn achternaam overgenomen. Aangezien de adresgegevens van de verkoper niet op het rijbewijs stonden, vroeg ik naar zijn bankpas. Ik kan me niet meer herinneren welke gegevens er verder op het rijbewijs stonden. Ik zag wel dat de foto op het rijbewijs overeenkwam met de verkoper. Op de bankpas stond ook de naam [verdachte] en de adresgegevens. Daarnaast heeft meneer [verdachte] mij ook de tenaamstellingscode van de RDW overhandigd en het kentekenbewijs van de caravan. Alle gegevens kwamen met elkaar overeen.

4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 december 2018 met bijlagen, pagina’s 39 tot en met 45, voor zover inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant] :

Op donderdag 22 november 2018 heb ik, verbalisant [verbalisant] , het bedrijf [bedrijf 2] bezocht. Aldaar trof ik een medewerkster van het bedrijf, genaamd [getuige 2] . Na het overhandigen van de vordering werden de navolgende gegevens verstrekt:

1. Een kopie van de inkoopverklaring

2. Een kopie van de banktransactie

3. Een kopie van de voorzijde van het kentekenbewijs

4. Een kopie van de achterzijde van het kentekenbewijs

5. Een kopie van de brief van het RDW betreffende de tenaamstellingscode

1. Een kopie van de inkoopverklaring

Op de inkoopverklaring stonden de navolgende gegevens van de verkopende partij:

[verdachte] / [betrokkene] , wonende aan [adres 2] . De inkoopprijs van de caravan betrof 15.500,00 euro. Hiervan was 6700 euro contant voldaan en 8800 euro overgemaakt naar een bankrekening voorzien van het [rekeningnummer 1] op naam van [betrokkene] .

2. Een kopie van de banktransactie

Op de banktransactie stond vermeld dat er op 19 september 2018 een bedrag van 8800 euro was overgemaakt van een bankrekening voorzien van het [rekeningnummer 2] op naam van [bedrijf 2] naar een bankrekening voorzien van het [rekeningnummer 1] op naam van [betrokkene] .

3. Een kopie van de voorzijde van het kentekenbewijs

Op de voorzijde van het kentekenbewijs stonden de navolgende gegevens vermeld: Het kenteken: [kenteken] , de datum van de tenaamstelling: 05 september 2018 en de houder: [verdachte] , wonende aan [adres 2] .

4. Een kopie van de achterzijde van het kentekenbewijs

Op de achterzijde van het kentekenbewijs stonden alle voertuiggegevens van de voornoemde caravan vermeld.

5. Een kopie van de brief van het RDW betreffende de tenaamstellingscode

De brief van het RDW was gericht aan [verdachte] , wonende aan [adres 2] . De brief is verzonden op 7 september 2018 en bevatte een nieuwe tenaamstellingscode voor het voertuig met kenteken [kenteken] .

5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 17 januari 2019, pagina’s 92 tot en met 99, voor zover inhoudende als de verklaring van verdachte [verdachte] :

V: Waar is jouw identiteitsbewijs?

A: Toen ben ik gaan kijken voor nieuwe caravan bij [benadeelde 3] . Dat was een Fendt Saphir 560 met het kenteken [kenteken] . Ik heb de caravan toen op een camping in Meerssen neergezet. Daar hebben we een paar weken vakantie gevierd met [naam 2] en de kinderen. Daarop besloot ik om de caravan weer te verkopen. Hij was gewoon te groot. Toen heb ik de caravan weer verkocht aan een zaak in [plaats] op het industrieterrein . De vrouw die daar stond zei dat er hagelschade op de caravan zat. Toen is er nog iets van de prijs afgegaan. Volgens mij heb ik er 14.500 euro of 15.000 euro voor gekregen. Die zaak in [plaats] had 5000 of 6000 euro contant liggen. Dat heb ik daar gekregen. En de rest is overgemaakt naar de bankrekening van [betrokkene] . Ik heb het geld overgemaakt naar de bankrekening van [betrokkene] , omdat ik zelf mijn bankgegevens niet bij me had en ik mijn vrouw niet kon bereiken. Toen hebben we [betrokkene] gebeld. Zij heeft daar verder niks mee te maken. [betrokkene] heeft dat geld van haar rekening afgehaald en aan mij gegeven.

V: Hoe kan het dat de verkoopster van [bedrijf] heeft verklaard dat op woensdag 19 september 2018 een klant de voornoemde caravan (van het merk Fendt, type Saphir 560, kleur wit en voorzien van het Nederlands kenteken [kenteken] ) te koop bij hen aanbood?

A: Dat klopt. Dat is dat bedrijf in [plaats] geweest waar ik de caravan heb verkocht.

Voorwaardelijk verzoek

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte het hof voorwaardelijk, namelijk indien het bij de beraadslaging tot het oordeel komt dat de verdachte niet dient te worden vrijgesproken van de hem in de zaak met parketnummer 03-147562-19 onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten, verzocht om [benadeelde 1] als getuige te horen.

Het hof acht het, gelet op het verhandelde ter terechtzitting en de inhoud van de bewijsmiddelen zoals hiervoor weergegeven, niet noodzakelijk om [benadeelde 1] als getuige te horen.

Het hof wijst het verzoek van de raadsman dan ook af.

Op te leggen straf

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. In het bijzonder is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verduisteren van een houtkloofmachine, een caravan en een personenauto. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat in hem werd gesteld en heeft hij de benadeelden veel schade berokkend. Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen door de desbetreffende caravan vervolgens te verkopen aan een derde. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Opbrengsten van misdrijven worden hierdoor bovendien aan het zicht van justitie onttrokken, waardoor witwassen ook het plegen van misdrijven aantrekkelijk kan maken. De verdachte heeft zich bij zijn handelen slechts laten leiden door eigen financieel gewin en heeft geen oog gehad voor de schadelijke gevolgen hiervan voor de benadeelden en voor de samenleving in het algemeen.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het mishandelen en belagen van zijn ex-vriendin. Daarmee heeft de verdachte een grote inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. Vanwege de belaging heeft de aangeefster zich genoodzaakt gevoeld om, samen met haar kinderen, te verhuizen en onder te duiken. De grote impact van het handelen van de verdachte op aangeefster en haar gezin behoeft, naar het oordeel van het hof, dan ook geen nader betoog.

Ten slotte is bewezenverklaard dat de verdachte een ploertendoder voorhanden heeft gehad. Het ongecontroleerde bezit van wapens kan in zijn algemeenheid een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich meebrengen en een gevoel van onveiligheid in de samenleving veroorzaken.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het hof verzocht aan de verdachte een aanzienlijke lagere straf op te leggen dan de straf die door de advocaat-generaal is geëist (een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden). Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte kampt met ernstige hartproblemen – de verdachte heeft de afgelopen tijd verschillende hartinfarcten gehad en is meermaals opgenomen voor behandeling –, dat sprake is van een forse overschrijding van de redelijke termijn en dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Hoewel het hof oog heeft voor de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, is het hof, gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten, van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het hof heeft daarbij ook rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 16 december 2024, eerder meermalen ter zake van soortgelijke strafbare vermogensfeiten onherroepelijk is veroordeeld.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft het hof voorts rekening gehouden met het tijdsverloop tussen de pleegdata van de ten laste van de verdachte bewezenverklaarde feiten en de definitieve afhandeling van de zaak.

Alles afwegende, acht het hof passend en geboden aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van het voorarrest.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis – voor zover na terugwijzing aan het oordeel van het hof onderworpen – doch uitsluitend ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht:

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige met inachtneming van het vorenoverwogene.

Aldus gewezen door:

mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter,

mr. S.V. Pelsser en mr. drs. M.C.C. van de Schepop, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S. Kerssies, griffier,

en op 11 maart 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. C.A. van Roosmalen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?