ECLI:NL:GHSHE:2025:816

ECLI:NL:GHSHE:2025:816, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25-03-2025, 200.326.290_01

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 25-03-2025
Datum publicatie 22-12-2025
Zaaknummer 200.326.290_01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

De (vaststelling van de) omvang van de legitieme portie van twee kinderen die bij testament van erfopvolging zijn uitgesloten, in een nalatenschap waarin twee andere kinderen de erfgenamen zijn. Vervolg op ECLI:NL:GHSHE:2024:2060 en ECLI:NL:GHSHE:2024:3297

Uitspraak

8. Het verdere geding in hoger beroep

Het verder verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

- het hiervoor genoemde tussenarrest van 22 oktober 2024 waarbij het hof de zaak naar de rol heeft verwezen voor uitlating over de te benoemen deskundige(n) en de voorgenomen vraagstelling;

de door [appellante] genomen akte uitlating voorgenomen deskundigenbericht;

de door [geïntimeerde sub 1] genomen akte uitlating.

Het hof heeft een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op de stukken van het hoger beroep en van de eerste aanleg.

9. De beoordeling

Summiere samenvatting van het voorafgaande tussenarrest

In het kader van de in hoger beroep door [appellante] voorgelegde vorderingen B tot vaststelling van de legitimaire massa en legitieme portie en C tot uitbetaling van het restant legitieme portie, beperkt het partijdebat zich nog (slechts) tot de (omvang van de) legitimaire massa die bepalend is voor de legitieme portie die [appellante] in de nalatenschap van erflater toekomt. Daarbij is beslissend de waarde die de woning in het economisch verkeer op 10 december 2018 had en op dit punt oordeelt het hof deskundigenonderzoek noodzakelijk. Het hof is voornemens om [appellante] met het deskundigenvoorschot te belasten en aan een makelaar/taxateur de volgende vragen voor te leggen:

Kunt u gemotiveerd aangeven welke waarde in het economisch verkeer de onroerende zaak met vrijstaande villa aan de [adres] in [postcode] [plaatsnaam] op 10 december 2018 had?

Wat acht u verder van belang om op te merken?

Het hof heeft de zaak naar de rol verwezen voor uitlating over de te benoemen deskundige(n) en de voorgenomen vraagstelling.

De verdere beoordeling

[appellante] stelt nu voor dat [persoon A] (van [de makelaar 1] te ’ [vestigingsplaats] , hierna: [persoon A] ) tot deskundige wordt benoemd en voor het geval dat een ander mocht worden benoemd, dat [persoon A] in ieder geval bij het deskundigenbericht dient te worden betrokken. [appellante] licht toe dat [persoon A] het te taxeren onroerend goed persoonlijk goed kent, dat [persoon A] voor het overlijden van erflater nog bij erflater en het te taxeren onroerend goed betrokken is geweest en dat [persoon A] mogelijk nog in het bezit is van relevante stukken, waaronder foto’s en (verkoop)informatie.

[geïntimeerde sub 1] wenst de benoeming van één persoon:

- die, althans wiens kantoor, geregistreerd staat als NVM-taxateur Wonen;

- die zelf geregistreerd is als registertaxateur bij Nederlands Register Vastgoed Taxateurs

(hierna: NRVT);

- die werkzaam is binnen een straal tot zo’n 20 kilometer van de woning;

- die niet verbonden is aan de eerder betrokken kantoren Viermakelaars, [de makelaar 1]

en/of Raadhuys Makelaars.

Als deskundige stelt [geïntimeerde sub 1] voor de heer [persoon B] ( [makelaar 2] te [vestigingsplaats] ).

Wat betreft de voorgestelde vraag 1 acht [geïntimeerde sub 1] “met vrijstaande villa” suggestief en wenst hij die bewoordingen uit de vraagstelling weg te laten.

[geïntimeerde sub 1] wil dat nadrukkelijk wordt bepaald dat partijen de deskundige relevante argumenten en bescheiden ter kennis mogen brengen, omdat de toenmalige woning -door verkoop en verbouwing- niet meer feitelijk te bezichtigen is.

Het hof zal volstaan met de benoeming van één deskundige. Nu partijen niet samen één of dezelfde persoon voordragen en dienaangaande zelfs tegenstrijdige wensen uiten, zal het hof overgaan tot de benoeming van een niet eerder betrokken makelaar/taxateur uit de omgeving van Rosmalen.

Het hof ziet geen aanleiding om expliciet te bepalen dat partijen hun argumenten en eventuele bescheiden ter kennis van de deskundige mogen brengen. De wet (artikel 190 lid 2 Rv) schrijft de deskundige immers al voor dat partijen bij het onderzoek in de gelegenheid moeten worden gesteld om opmerkingen te maken en verzoeken te doen. Verder zal de deskundige binnen de grenzen van de opdracht de nodige vrijheid hebben om in beginsel zelfstandig en op basis van eigen professionaliteit, kennis en kunde onderzoek te doen op de wijze die de deskundige het beste voorkomt.

Het hof zal niet op voorhand de inschakeling van een al eerder betrokken makelaar/taxateur aan de deskundige voorschrijven. Hoewel raadpleging door een eerder reeds betrokken makelaar/taxateur vanwege een mogelijk verwijt van (schijn van) partijdigheid voorshands minder gewenst lijkt, zal het hof de inschakeling van een al eerder betrokken makelaar/taxateur aan de deskundige echter voorshands ook niet verbieden. Als de deskundige voor het onderzoek gebruik mocht gaan maken van informatie van derden, dient de deskundige daarvan gemotiveerd melding te maken in het rapport. Uiteindelijk dient de deskundige evenwel zelf onpartijdig en naar beste weten op basis van de eigen kundigheid of professionele ervaring aan het hof te rapporteren.

Nu de betreffende villa deel uitmaakt van de te taxeren onroerende zaak, ziet het hof geen bezwaar tegen de door [geïntimeerde sub 1] gewenste aanpassing van vraag 1.

Het hof beslist nu als volgt.

10. De uitspraak

Het hof:

bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de volgende vragen:

Kunt u gemotiveerd aangeven welke waarde in het economisch verkeer de onroerende zaak aan de [adres] in [postcode] [plaatsnaam] op 10 december 2018 had?

Wat acht u verder van belang om op te merken?

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vraag/vragen:

[persoon C]

[X taxaties]

[adres]

[vestigingsplaats]

telefoon: [nummer]

mobiel:

Email: [mailadres];

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van het concept-rapport – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het rapport van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het rapport tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed rapport, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het rapport aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijke, ondertekende rapport ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van € 1.650,--, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar maakt, in welk geval het hof op het bezwaar zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

bepaalt dat [appellante] het voorschot van € 1.650,-- zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

verzoekt de deskundige, indien de kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

benoemt mr. M.G.W.M. Stienissen tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

verwijst de zaak naar de rol van 22 juli 2025 in afwachting van het deskundigenrapport;

verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenrapport naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenrapport aan de zijde van [appellante] ;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, C.M.J. Peters en J. van der Steenhoven en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 25 maart 2025.

griffier rolraadsheer

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.G.W.M. Stienissen tot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?