ECLI:NL:GHSHE:2026:1061

ECLI:NL:GHSHE:2026:1061

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 21-04-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer 20-000878-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBOBR:2023:988

Samenvatting

De verdachte en de medeverdachte hebben zich in de periode van 21 september 2019 tot 13 juni 2021 tijdens 28 oppasmomenten door de verdachte (veelal in de ouderlijke woning van de meisjes) schuldig gemaakt aan het plegen van seksuele misdrijven jegens zeven zeer jonge meisjes. Deze seksuele misdrijven bestonden uit het vervaardigen van pornografische video’s en afbeeldingen, die de verdachte en de medeverdachte met elkaar hebben gedeeld, alsmede het plegen van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het drogeren van haar dochter en het in bezit hebben van een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. Het hof is van oordeel dat zowel de verdachte als de medeverdachte ieder op hun eigen wijze een wezenlijke rol hebben gespeeld in de totstandkoming van het tenlastegelegde, waarbij zij ieder op zich elkaar hebben versterkt en aangevuld en zijn meegegaan met de ander, zonder op de rem te trappen en dat niet valt te concluderen dat de rol van de een als erger moet worden beschouwd dan de rol van de ander. Het hof legt aan de verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren, met aftrek van voorarrest, alsmede een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel zoals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht. Het hof is van oordeel dat niet aan de wettelijke criteria voor het opleggen van tbs is voldaan, en zal om die reden geen tbs-maatregel aan de verdachte opleggen. Tevens heeft het hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen. Daarbij heeft het hof onder meer aan de moeder van een van de slachtoffers een bedrag van € 5.000,00 aan schokschade toegekend.

Uitspraak

Parketnummer : 20-000878-23

Uitspraak : 21 april 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 13 maart 2023, in de strafzaak met parketnummer 01-154214-21 tegen:

[VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,

thans gedetineerd in [detentieadres].

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van:

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is aan de verdachte een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opgelegd en zijn de onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer. Tevens heeft de rechtbank beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en is ten behoeve van de slachtoffers, voor zover hun vorderingen als benadeelde partij zijn toegewezen, de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Ten slotte heeft de rechtbank ten behoeve van drie slachtoffers die zich niet als benadeelde partij hebben gevoegd, de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

De benadeelde partij de dochter van de verdachte, [slachtoffer 8], heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 31.785,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Namens de benadeelde partij is bij e-mailbericht van 6 maart 2026 en ter terechtzitting in hoger beroep van 11 maart 2026 te kennen gegeven dat de vordering voor zover deze ziet op de kosten van studievertraging, te weten een bedrag van € 21.400,00, niet langer wordt gehandhaafd. Gelet daarop is dat gedeelte van de vordering van de benadeelde partij in hoger beroep niet meer aan de orde.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en de verdachte, opnieuw rechtdoende, zal veroordelen ter zake van de tenlastegelegde feiten, primair tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren, met aftrek van voorarrest, en tevens zal gelasten de niet op voorhand gemaximeerde maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met bevel tot verpleging. Subsidiair, bij niet oplegging van deze maatregel, heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren, met aftrek van voorarrest, en dat aan haar tevens de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel zoals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd. De advocaat-generaal heeft verder ten aanzien van het beslag gevorderd dat het hof overeenkomstig het vonnis van de rechtbank zal beslissen. Ten slotte heeft de advocaat-generaal, op de wijze zoals hieronder nader uiteen is gezet, een standpunt ingenomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft met betrekking tot de bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten geen verweer gevoerd. Verder heeft de verdediging het hof verzocht de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren conform de conclusies van de deskundigen in eerste aanleg en bij afwijking hiervan is het hof bij wijze van voorwaardelijk verzoek verzocht die deskundigen te horen. De verdediging heeft bepleit niet mee te gaan in de eis van de advocaat-generaal, maar eerder tot matiging van de straf over te gaan, ook in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. Verzocht is aan de verdachte geen tbs-maatregel op te leggen en ook in dat kader zijn, indien het hof overweegt tbs op te leggen, voorwaardelijke verzoeken gedaan tot het horen van deskundigen. De verdediging kan zich wel vinden in oplegging van de maatregel zoals bedoeld in artikel 38z Wetboek van Strafrecht. Ten slotte heeft de verdediging, op de wijze zoals hieronder nader uiteen is gezet, een standpunt ingenomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel.

Vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:

1

zij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 21 september 2019 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2], althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

telkens afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 1]), een minderjarig kind dat aan haar zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en/of in bezit heeft/hebben gehad,

welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

het met een vibrator oraal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 1], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsnaam: VID-20190921-WA002.mp4)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer 1], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer 1], althans deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp (vibrator in haar hand houden en/of aan een vibrator likken) en/of in een (erotisch getinte) houding, (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsna(a)m(en): VID-20190921-WA0003.mp4 en/of VID-20190921-WA0000.mp4)

en/of

het houden van de (blote) vagina boven/bij en/of op het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 1], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam: huawei067.mp4);

2.

zij op of omstreeks 17 januari 2020 en/of 12 maart 2020 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, meerdere malen, althans eenmaal, ontucht heeft gepleegd met een aan haar zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 2]), immers heeft zij, verdachte, met de hand(en) en/of vinger(s) (in) de schaamstreek van die [slachtoffer 2] betast en/of aangeraakt en/of geknepen en/of over die schaamstreek gewreven;

3

zij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 17 januari 2020 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

telkens afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 2]), een minderjarig kind dat aan haar zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben verspreid en/of in bezit heeft/hebben gehad,

welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

het met de hand(en) en/of vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van die [slachtoffer 2] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsna(a)m(en): huawei 291.mp4, p en/of VID_20200312_132512.3gp en/of VID_20200312_133230.3gp);

4

zij op of omstreeks 25 januari 2020 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 3]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan haar zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 3] , immers heeft zij, verdachte, meermalen, althans eenmaal,

- [ slachtoffer 3] (deels) uitgekleed en/of

- een vloeibare substantie over de schaamlippen en/of vagina van die [slachtoffer 3] gesmeerd/gedaan en/of

- die [slachtoffer 3] een kus gegeven en/of over het gezicht van die [slachtoffer 3] gelikt en/of

- een vinger van haar, verdachte, in de vagina van die [slachtoffer 3] gebracht/geduwd en/of gehouden en/of

- met de hand(en) en/of vinger(s) de vagina en/of schaamlip(pen) van die [slachtoffer 3] betasten/aangeraakt en/of erover heen gewreven en/of

- met haar tong de vagina, althans schaamstreek, van die [slachtoffer 3] betast en/of gelikt en/of

- met de tong over en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 3] gelikt en/of

- die [slachtoffer 3] haar, verdachtes, vagina laten betasten/aanraken met de hand(en) en/of vinger(s);

5.

zij op of omstreeks 15 februari 2020 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 3]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en/of een minderjarig kind was dat aan haar zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft zij, verdachte, meermalen, althans eenmaal,

- [ slachtoffer 3] (deels) uitgekleed en/of

- die [slachtoffer 3] een kus gegeven en/of over het gezicht van die [slachtoffer 3] gelikt en/of

- die [slachtoffer 3] haar, verdachtes, vagina laten betasten/aanraken met de hand(en) en/of vinger(s) en/of

- haar, verdachtes, (blote) vagina in de nabijheid van het gezicht van die [slachtoffer 3] gehouden en/of zichzelf gemasturbeerd in de buurt van die [slachtoffer 3] en/of bij het gezicht van die [slachtoffer 3] ;

6.

zij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 25 januari 2020 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

telkens afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 3]), een minderjarig kind dat aan haar zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en/of in bezit heeft/hebben gehad,

welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

het met de/een vinger(s) vaginaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 3] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsnaam: huawei 303.mp4);

en/of

het met de en/of hand(en) en/of vinger(s) en/of tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van die [slachtoffer 3] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met hand(en) en/of vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door die [slachtoffer 3] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsna(a)m(en): VID-20200125-WA0008.mp4 en/of VID_20200215_204842.3gp en/of huawei 299.mp4 en/of huawei 301.mp4 en/of huawei 302.mp4)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer 3] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer 3], althans deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp (een riem om haar nek) en/of in een (erotisch getinte) houding, (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam: huawei 300.mp4)

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 3], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam: VID_20200215_204842.3gp);

7

zij op of omstreeks 15 februari 2020 en/of 27 juni 2020 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum 4]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan haar zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, een of meer handeling(en) heeft/hebben gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 4] , immers heeft zij, verdachte, en/of haar mededader, meermalen, althans eenmaal,

(15 februari 2020)

- zichzelf gemasturbeerd in bijzijn van die [slachtoffer 4] en/of dichtbij het gezicht van die [slachtoffer 4] en/of

- een vibrator tegen/tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 4] gehouden en/of een vibrator tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 4] bewogen en/of

(27 juni 2020)

- over de luier van die [slachtoffer 4] gewreven bij de schaamstreek en/of

- de billen van die [slachtoffer 4] betast/aanraakt en/of

- [ slachtoffer 4] (deels) uitgekleed en/of

- met de hand(en) en/of vinger(s) de vagina en/of schaamlip(pen) van die [slachtoffer 4] betast/aangeraakt en/of erover heen gewreven en/of

- met de tong over en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 4] gelikt en/of

- met haar, verdachtes, tong de anus van die [slachtoffer 4] betast en/of gelikt en/of

- de vinger(s) in de anus van die [slachtoffer 4] gebracht/gehouden en/of

- een vibrator tegen de anus van die [slachtoffer 4] gehouden;

8

9.

zij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 15 februari 2020 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2], althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

telkens afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL/ goednummer 676834))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum 4]), een minderjarig kind dat aan haar zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en/of in bezit heeft/hebben gehad,

welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

het met de/een vinger(s) anaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 4] , althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsnaam: VID _20200627_202958.3gp en/of 5642327621037323790.0)

en/of

het met de hand(en) en/of vinger(s) en/of tong en/of vibrator betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of billen en/of anus van die [slachtoffer 4], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsna(a)m(en): VID-20200627-WA0004.mp4 en/of VID-20200627-WA000S.mp4 en/of VID_20200627_203954.3gp en/of VID_20200627_202958.3gp en/of VID_20200627_202642.3gp en/of VID_20200627_202838.3gp en/of VID_20200627 _204313.3gp)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer 4], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer 4], althans deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp (een riem om haar nek) en/of in een (erotisch getinte) houding, (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsna(a)m(en): VID_20200627_202113.3gp en/of VID_20200627_202346.3gp en/of 8675243215882993952.0)

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 4], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam: VID_20200215_204227.3gp);

zij op 11 juli 2020 en/of 8 augustus 2020 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 5]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan haar zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, een of meer handeling(en) heeft/hebben gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 5], immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader, meermalen, althans eenmaal,

(11 juli 2020)

- [ slachtoffer 5] opgemaakt met make-up en/of (zwarte) netkousen aangetrokken en/of

- de schaamlippen van die [slachtoffer 5] aangeraakt/betast met haar, verdachtes, hand(en) en/of vinger(s) en/of

- de hand gepakt van die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 5] de tepel/borst van haar, verdachte, laten betasten en/of

- die [slachtoffer 5] een tongzoen gegeven en/of

- die [slachtoffer 5] een vibrator/dildo tegen haar eigen vagina laten aanhouden en/of

- haar vagina tegen het gezicht van die [slachtoffer 5] gehouden en/of nabij het gezicht van die [slachtoffer 5] gehouden en/of over het gezicht, in elk geval lichaam, van die [slachtoffer 5] geplast en/of gesquirt en/of

- een vibrator/dildo in de mond van die [slachtoffer 5] geduwd/gestopt en/of (hierbij) heeft gezegd “jij ook in jouw hoerenbek, jij ook in je hoerenbek, nog een keer in je hoerenbek”, althans woorden van soortgelijke strekking en/of

(8 augustus 2020)

- [ slachtoffer 5] (deels) uitgekleed en/of

- de schaamlippen van die [slachtoffer 5] aangeraakt/betast met haar, verdachtes, hand(en) en/of vinger(s) en/of

- die [slachtoffer 5] een vibrator/dildo in haar eigen mond laten brengen en/of houden en/of eraan doen likken en/of

- zichzelf gemasturbeerd in de nabijheid van die [slachtoffer 5] en/of

- gespuugd op de vagina en/of schaamstreek van die [slachtoffer 5] en/of (vervolgens) over de vagina van die [slachtoffer 5] gewreven en/of

- die [slachtoffer 5] haar eigen vagina laten insmeren met een vloeibare stof en/of

- de vinger(s) in de anus van die [slachtoffer 5] geduwd/gebracht en/of gehouden;

10

zij op of omstreeks 3 oktober 2020 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 5]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en/of een minderjarig kind was dat aan haar zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft/hebben gepleegd, immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader meermalen, althans eenmaal,

- zichzelf gemasturbeerd in de nabijheid van die [slachtoffer 5] en/of

- haar vagina tegen het gezicht van die [slachtoffer 5] gehouden en/of nabij het gezicht van die [slachtoffer 5] gehouden en/of over het gezicht, in elk geval lichaam, van die [slachtoffer 5] geplast en/of gesquirt;

11

zij, op een of meer tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 11 juli 2020 tot en met 13 juni 2021 te [pleegplaats 3] en/of Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2], althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

telkens afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 5]), een minderjarig kind dat aan haar zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben verspreid (via de mobiele telefoon) en/of in bezit heeft/hebben gehad,

welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

het met de tong en/of vinger(s) en/of vibrator/dildo anaal en/of oraal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 5], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsna(a)m(en): VID_20200711_184140.3gp en/of VID-20200809-WA0008.mp4)

en/of

het met de hand(en) en/of vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of billen en/of mond van die [slachtoffer 5], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsna(a)m(en): VID_20200711_183026.3gp en/of VID_20200711_183344.3gp en/of VID-20200809-WA0006.mp4 en/of VID-20200809-WA0007.mp4)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer 5], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer 5], althans deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is (te weten zwarte netkousen draagt en/of een oogmasker) en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp (vibrator in haar hand houden) en/of in een (erotisch getinte) houding, (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsna(a)m(en): VID_20200711_182836.3gp en/of VID_20200711_183909.3gp en/of VID-20200809-WA0009. mp4 en/of VID-20200809-WA0010.mp4)

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 5], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het houden van een vagina bij het gezicht van die [slachtoffer 5], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,

en/of

het urineren over het gezicht en/of het lichaam van die [slachtoffer 5], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsna(a)m(en): VID_20201003_183600.3gp en/of VID-20200809-WA0004.mp4 en/of VID-20200809-WA0005.mp4 en/of VID-20200809-WA0011.mp4 en/of YouCut_20201003_190035296.mp4);

12

zij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 9 oktober 2020 tot en met 8 januari 2021 te [pleegplaats 3], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum 6]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan haar zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, een of meer handeling(en) heeft/hebben gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 6], immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader meermalen, althans eenmaal,

- die [slachtoffer 6] een tongzoen gegeven en/of

- daarbij gezegd “doe nog es je tong naar buiten” en/of “Ja tong naar buiten nu!”, althans woorden van soortgelijke strekkingen en/of

- met de tong over en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 6] gelikt en/of

- de vinger(s) in de anus van die [slachtoffer 6] gebracht/gehouden en/of (vervolgens) heen en weer bewogen en/of (daarbij) gezegd “[slachtoffer 6], dan ga ik je neuken in je k….reet. Blijf maar lekker zo liggen ja” en/of “ik wil niks horen! Ja goed zo, zitten blijven”, althans woorden van soortgelijke strekking en/of

- de hand en/of vinger(s)van die [slachtoffer 6] tegen haar, verdachtes, vagina gehouden en/of [slachtoffer 6] met haar vinger(s) haar, verdachte, laten vingeren en/of (hierbij) gezegd “ga maar door, jaa, toe maar, doe mamma maar vingeren he, doe je hand er maar in”, althans woorden van soortgelijke strekking en/of

- de hand(en) en/of vinger(s) en/of (een) voorwerp(en) in de anus van die [slachtoffer 6] gebracht/gehouden en/of

- de hand(en) en/of vinger(s) en/of (een) voorwerp(en) in de vagina van die [slachtoffer 6] gebracht/gehouden en/of

- de hand(en) en/of vinger(s) en/of (een) voorwerp(en) tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 6] gebracht/gehouden;

13

zij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 25 september 2020 tot en met 8 januari 2021 te [pleegplaats 3], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum 6]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en/of een minderjarig kind was dat aan haar zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft/hebben gepleegd, immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader meermalen, althans eenmaal,

- die [slachtoffer 6] gekust en/of

- de billen van die [slachtoffer 6] betast/aangeraakt en/of

- [ slachtoffer 6] (deels) uitgekleed en/of

- tegen die [slachtoffer 6] gezegd “jawel [slachtoffer 6], raak maar eens aan, raak jezelf maar eens aan. Ja nu!”, althans woorden van soortgelijke strekking en/of

- die [slachtoffer 6] een tongzoen gegeven en/of

- daarbij gezegd “doe nog es je tong naar buiten” en/of “Ja tong naar buiten nu!”, althans woorden van soortgelijke strekkingen/of

- haar, verdachtes, vagina betast/aangeraakt in bijzijn van die [slachtoffer 6] en/of

- zij, verdachte, zichzelf gemasturbeerd in het bijzijn van die [slachtoffer 6] en/of dichtbij het gezicht van die [slachtoffer 6] en/of

- met de hand(en) en/of vinger(s) de vagina en/of schaamlip(pen) van die [slachtoffer 6] betast/aangeraakt en/of erover heen gewreven en/of

- op de vagina van die [slachtoffer 6] gespuugd en/of

- met de tong over de schaamlippen van die [slachtoffer 6] gelikt en/of

- met de vinger(s) en/of hand(en) de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer 6] betast en/of erover heen gewreven en/of

- met de vinger(s) de anus van de [slachtoffer 6] betast en/of erover gewreven;

14

zij, op een of meer tijdstip(pen), op/in of omstreeks de periode van 25 september 2020 tot en met 13 juni 2021 te [pleegplaats 3] en/of Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

telkens afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL/ goednummer 676834))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum 6]), een minderjarig kind dat aan haar zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en/of in bezit heeft/hebben gehad,

welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

het met de tong en/of vinger(s) anaal en/of oraal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 6], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsna(a)m(en): VID_20201009_150024.3gp en/of VID_20201009_151332.3gp en/of VID_20210108_141758.3gp en/of VID 20210108_142814.3gp en/of VID_20210108_143057.3gp en/of VID 20210108_143400.3gp) en/of 7899175490166707358.0 en/of 6752757943820942906 en/of 552921580673071842.0 en/of 3386194157428698172.0)

en/of

het met de hand(en) en/of vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of billen en/of mond van die [slachtoffer 6], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsna(a)m(en): VID_20200925_151647.3gp en/of VID _20210108_142345.3gp en/of VID_20210108_142855.3gp en/of VID 20210108_143502.3gp en/of 6752757943820942906)

en/of

het met de/een vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, van een (ander) persoon door die [slachtoffer 6], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsna(a)m(en):VID_20210108_143754.3gp en/of VID 20210108_143829.3gp)

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 6], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsna(a)m(en): VID_20210108_142546.3gp en/of VID_20210108_143540.3gp en/of VID_20210108_143829.3gp);

15

zij op of omstreeks 29 augustus 2020 en/of 12 juni 2021 te [pleegplaats 4], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met [slachtoffer 7] (geboren op [geboortedatum 7]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan haar zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, een of meer handeling(en) heeft/hebben gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 7] , immers heeft zij, verdachte, en/of haar mededader(s), meermalen, althans eenmaal,

(29-08-2020)

- [ slachtoffer 7] uitgekleed en/of

- met de hand(en) en/of vinger(s) over de schaamlippen en/of vagina van die [slachtoffer 7] gewreven en/of de schaamlippen en/of vagina van die [slachtoffer 7] betast/aangeraakt en/of

- een vloeistof over/tussen de schaamlippen en/of vagina van die [slachtoffer 7] gewreven/gesmeerd en/of

- ( vervolgens) netkousen/panty’s bij die [slachtoffer 7] aangetrokken en/of

- [ slachtoffer 7] make-up opgedaan en/of

- die [slachtoffer 7] een kus gegeven en/of

- die [slachtoffer 7] een tongzoen gegeven en/of (hierbij) gezegd “nou gaat [slachtoffer 7] mamma kussen, nou gaat [slachtoffer 7] mamma kussen” en/of “Kom dan kus!” en/of “aah lekker, kusje aah”, althans woorden van soortgelijke strekking en/of

- een riem/touw om de nek van die [slachtoffer 7] gedaan/gehouden en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 7] aan die/dat riem/touw naar zich toegetrokken en/of

- een dildo/vibrator, althans een voorwerp, in de mond van die [slachtoffer 7] gebracht/geduwd en/of gehouden en/of hierbij het hoofd van die [slachtoffer 7] met de hand(en) vastgehouden en/of die [slachtoffer 7] aan haar paardenstaart vastgehouden en/of (hierbij) gezegd “handjes op je rug, handje open, jaa goed zo. Jaa, vieze slet die je bent, jaa je wil hem he, je wil hem in je bek hebben. Tongetje laten zien en zuig maar”, althans woorden van soortgelijke strekking en/of

- een dildo/vibrator, althans een voorwerp, in de anus van die [slachtoffer 7] gebracht/geduwd en/of gehouden en/of heen en weer bewogen en/of (daarbij) gezegd “diep in die reet, kontje zo, jaa”, althans woorden van soortgelijke strekking en/of

(12-06-2021)

- een vinger van haar, verdachte, in de anus van die [slachtoffer 7] gebracht/geduwd en/of gehouden en/of

- een vinger in de vagina van die [slachtoffer 7] gebracht/geduwd en/of gehouden en/of

- met haar tong de vagina en/of schaamlippen, althans schaamstreek, van die [slachtoffer 7] betast en/of gelikt en/of

- een vibrator, althans een voorwerp, tegen de vagina van die [slachtoffer 7] gehouden en/of

- een kus gegeven op de vagina van die [slachtoffer 7] en/of

- die [slachtoffer 7] haar, verdachtes, vagina laten likken met de tong en/of

- het gezicht van die [slachtoffer 7] (met kracht) tegen de vagina van haar, verdachte, aanduwen en/of houden en/of

- het gezicht van die [slachtoffer 7] vastgehouden en haar, verdachtes, hand(en) en/of het gezicht tegen haar, verdachtes, vagina gedrukt en/of heen en weer bewogen tegen de vagina van haar, verdachte, en/of (hierbij) gezegd “tong naar buiten, tong naar buiten, kreunen. Hou maar vast, hou maar vast. AAAAH kom maar vieze hoer, kom maar kleine slet” en/of

- die [slachtoffer 7] met haar vinger(s) en/of hand(en) de vagina van haar, verdachte, laten aanraken/betasten en/of over de vagina van haar, verdachte, laten wrijven en/of

- geplast over het lichaam van die [slachtoffer 7] en/of (daarbij) gezegd “[slachtoffer 7] proeven”, althans woorden van soortgelijke strekking;

16

zij, op een of meer tijdstip(pen), op/in of omstreeks de periode van 29 augustus 2020 tot en met 13 juni 2021 te [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

telkens afbeeldingen en/of films/video’s - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL/goednummer 676834))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 7] (geboren op [geboortedatum 7]), een minderjarig kind dat aan haar zorg en/of waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft/hebben vervaardigd en/of heeft/hebben verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en/of in bezit heeft/hebben gehad,

welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:

het met de/een vinger(s) en/of hand(en) en/of tong en/of dildo en/of vibrator oraal en/of anaal vaginaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsna(a)m(en): VlD_20200829_185826.3gp en/of VID_20200829_190210.3gp en/of VID_20200829_190807.3gp en/of VlD-20210612-WA0005.mp4 en/of VlD_20210612_190156.3gp en/of VID-20210612-W40004.mp4) en/of 7007982003389692208.0 en/of 8079334536994577458.0 en/of 7164100285787455033.0)

en/of

het met de vinger(s) en/of hand(en) en/of tong en/of mond en/of vibrator betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of billen van die [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsn(a)am(en): VID_20200829_185329.3gp en/of VID_20200829_185522.3gp en/of VID_20200829_185706.3gp en/of VID_20200829_191941.3gp en/of VID_20200829_191618.3gp en/of VID_20200829_191941.39p en/of VID_20210612_185539.3gp en/of VID_20210612_185757.3gp en/of VlD_202 10612_190156.3gp en/of VID-20210612-W40004.mp4) en/of 471657408658546756.0 en/of 3394097132426123532.0 en/of 7746875417199636134.0 en/of 2669730115893755931.0 en/of 4178634394651802932.0)

en/of

het met de vinger(s) en/of hand(en) en/of tong en/of mond en/of gezicht betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door die [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsna(a)m(en): VlD_20200829_190537.3gp en/of VID_20200829_190537.3gp en/of VID_20210612_191535.3gp en/of VID_20210612_185539.3gp en/of 4036104616393997118.0)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij die [slachtoffer 7], althans deze persoon gekleed (te weten een zwart rokje van tule en/of zwarte kousen) is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp (een riem om haar nek) en/of in een (erotisch getinte) houding, (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsna(a)m(en): VID_20200829_191941.39p en/of VID-20210612-WA0005.mp4 en/of 6952567005238948194.0)

en/of

het plassen boven/bij/op het lichaam van die [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam: VID_20210612_191535.3gp)

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsna(a)m(en):VID-20210613-WA0000.mp4 en/of 9039817942488377414.0)

en/of

het houden van de vagina bij/naast het gezicht en/of lichaam van die [slachtoffer 7], althans een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsna(a)m(en): VlD_20200829_190537.3gp en/of VID_20200829_191618.3gp en/of VID_20200829 _192211.3gp en/of VID_20200829_190537.3gp);

17

zij op of omstreeks 1 juni 2020 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, de gezondheid van [slachtoffer 8], haar kind/dochter, heeft benadeeld, door opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, (een) schadelijke stof(fen), te weten Clonazolam, toe te dienen en/of te geven (via een smoothie) aan die [slachtoffer 8]

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 1 juni 2020 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, een ander, te weten [slachtoffer 8], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het tot zich nemen van een hoeveelheid Clonazolam door het oplossen van een hoeveelheid Clonazolam in een smoothie en/of een hoeveelheid Clonazolam in een smoothie te verwerken en/of dit buiten de wetenschap van die [slachtoffer 8] te doen en/of deze aan die [slachtoffer 8] aan te bieden/te geven en/of die smoothie door die [slachtoffer 8] te laten drinken;

18

zij, op een of meer tijdstippen, op/in of omstreeks de periode van 19 juni 2018 tot en met 13 juni 2021 te [pleegplaats 1] althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

afbeeldingen en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten Samsung SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Huawei (goednummer 1813727) en/of Asus laptop K73s (goednummer 1813729) en/of Samsung SM-G925F (goednummer 676770) en/of USB wit/blauw (goednummer 676764) en/of USB wit/groen (goednummer 676765) en/of USB Sandisk (goednummer 676766)

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verspreid (door het verzenden via WhatsApp) en/of in bezit heeft gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een tong en/of penis en/of dildo oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsna(a)m(en): IMG-20190604-WA0000.jpq (volgnummer 1 toonmap) en/of e495cfcb809d3725fdbba4688a0e64723be7d2fb49b166606fa3b5b3de27c966.0 (volgnummer 2 toonmap) en/of IMG-20190608-WA0008.jpq (volgnummer 3 toonmap) en/of IMG-20190607-WA0013.jpq (volgnummer 4 toonmap) en/of huawei 390.jpa (volgnummer 5 toonmap))

en/of

het met de/een hand(en) en/of tong en/of mond betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsna(a)m(en): IMG-20190805-WA0046.jpg (volgnummer 6 toonmap) en/of IMG-20190805-WA00Sl .jpg (volgnummer 7 toonmap))

en/of

het door een dier oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsnaam: IMG-20190529-WA0029.jpg (volgnummer 8 toonmap))

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp (touw) en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsna(a)m(en): IMG-20190529-WA0022.jpg (volgnummer 10 toonmap) en/of IMG-20190621-WA0000.jpg (volgnummer 11 toonmap))

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is) (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam: IMG-20190828-WA0008.jpg (volgnummer 11 toonmap)).

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17 en 18 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat de verdachte:

1

in de periode van 21 september 2019 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2],

tezamen en in vereniging met een ander,

meermalen,

afbeeldingen en/of films/video's - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar

nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]), geboren op [geboortedatum 1], een minderjarig kind dat aan haar zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken,

heeft vervaardigd en heeft verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en in bezit heeft gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met een vibrator oraal penetreren van het lichaam van [slachtoffer 1]

(bestandsnaam: VID_20190921-WA002.mp4)

en/of

het laten poseren van/door dat [slachtoffer 1], waarbij dat [slachtoffer 1] poseert in een omgeving en met een voorwerp (vibrator in haar hand houden en aan een vibrator likken) en op een wijze die niet bij haar leeftijd past en

waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnamen: VID_20190921-WA0003.mp4 en VID_20190921-WA0000.mp4)

en/of

het houden van de blote vagina boven/bij het gezicht van [slachtoffer 1]

waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam: huawei067.mp4);

2

op 17 januari 2020 en/of 12 maart 2020 te Eindhoven,

meerdere malen,

ontucht heeft gepleegd met een aan haar zorg toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ), geboren op [geboortedatum 2],

immers heeft zij, verdachte, met de handen en/of vinger(s) de schaamstreek van dat [slachtoffer 2] betast en/of aangeraakt en/of in de schaamstreek geknepen en/of over die schaamstreek gewreven;

3

in de periode van 17 januari 2020 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2]

tezamen en in vereniging met een ander,

meermalen,

afbeeldingen en/of films/video's - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2], een minderjarig kind dat aan haar zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken,

heeft vervaardigd en heeft verspreid en in bezit heeft gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de hand(en) en/of vinger(s) betasten en aanraken van het geslachtsdeel van dat [slachtoffer 2]

(bestandsnamen: huawei 291.mp4, p en/of VID_20200312_132512.3gp en/of VID_20200312_133230.3gp);

4

op 25 januari 2020 te Eindhoven

met [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3]), geboren op [geboortedatum 3], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan haar zorg en waakzaamheid is toevertrouwd,

handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 3],

immers heeft zij, verdachte,

(meermalen)

- [ slachtoffer 3] (deels) uitgekleed en

- een vloeibare substantie over de schaamlippen en/of vagina van dat [slachtoffer 3] gesmeerd/gedaan en

- dat [slachtoffer 3] een kus gegeven en over het gezicht van dat [slachtoffer 3] gelikt en

- een vinger van haar, verdachte, in de vagina van dat [slachtoffer 3] gebracht/geduwd en gehouden en

- met de hand(en) en/of vinger(s) de vagina en/of schaamlippen van dat [slachtoffer 3] betast/aangeraakt en/of erover heen gewreven en

- met haar tong de vagina van dat [slachtoffer 3] betast en gelikt en

- met de tong over en/of tussen de schaamlippen van dat [slachtoffer 3] gelikt;

5

op 15 februari 2020 te Eindhoven,

met [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 3],

die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en een minderjarig kind was dat aan haar zorg en waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft zij, verdachte,

(meermalen)

- dat [slachtoffer 3] een kus gegeven en over het gezicht van dat [slachtoffer 3] gelikt en

- dat [slachtoffer 3] haar, verdachtes, vagina laten betasten/aanraken met de hand en

- haar, verdachtes, (blote) vagina in de nabijheid van het gezicht van dat [slachtoffer 3] gehouden en zichzelf gemasturbeerd bij het gezicht van dat [slachtoffer 3] ;

6.

in de periode van 25 januari 2020 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2], tezamen en in vereniging met een ander,

meermalen

afbeeldingen en/of films/video's - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 3], een minderjarig kind dat aan haar zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken,

heeft vervaardigd en heeft verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de vinger vaginaal penetreren van het lichaam van dat [slachtoffer 3]

(bestandsnaam: huawei 303.mp4)

en/of

het met de vingers en/of tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van dat [slachtoffer 3]

en/of

het met de handen betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een andere persoon door dat [slachtoffer 3]

(bestandsnamen: VID_20200125-WA0008.mp4 en/of VID_20200215_204842.3gp en/of huawei 299.mp4 en/of huawei 301.mp4 en/of huawei 302.mp4)

en/of

het gedeeltelijk naakt laten poseren van/door dat [slachtoffer 3] waarbij dat [slachtoffer 3] poseert in een erotisch getinte houding, op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam: huawei 300.mp4)

en/of

het masturberen boven/bij het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 3], waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam: VID_20200215_204842.3gp);

7

op 15 februari 2020 en 27 juni 2020 te Eindhoven,

tezamen en in vereniging met een ander,

met [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4]), geboren op [geboortedatum 4], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan haar zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 4] immers heeft zij, verdachte,

meermalen, althans eenmaal,

(15 februari 2020)

- zichzelf gemasturbeerd bij het gezicht van dat [slachtoffer 4] en

(27 juni 2020)

- over de luier van dat [slachtoffer 4] gewreven bij de schaamstreek en

- de billen van dat [slachtoffer 4] betast/aangeraakt en

- [ slachtoffer 4] (deels) uitgekleed en

- met de vingers de vagina en/of schaamlippen van dat [slachtoffer 4] betast/aangeraakt en erover heen gewreven en

- met de tong over en tussen de schaamlippen van dat [slachtoffer 4] gelikt en

- met haar, verdachtes, tong de anus van dat [slachtoffer 4] betast en gelikt en

- de vinger in de anus van dat [slachtoffer 4] gebracht/gehouden en

- een vibrator tegen de anus van dat [slachtoffer 4] gehouden;

8

in de periode van 15 februari 2020 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2],

tezamen en in vereniging met een ander,

meermalen

afbeeldingen en/of films/video's - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL/goednummer 676834))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 4], een minderjarig kind dat aan haar zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken,

heeft vervaardigd en heeft verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en in bezit heeft gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met een vinger anaal penetreren van het lichaam van dat [slachtoffer 4]

(bestandsnaam: VID_20200627_202958.3gp)

en/of

het met de hand(en) en/of vinger(s) en/of tong en/of vibrator betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of billen en/of anus van dat [slachtoffer 4]

(bestandsnamen: VID_20200627-WA0004.mp4 en/of VID_20200627-WA0005.mp4 en/of VID_20200627_203954.3gp en/of VID_20200627_202958.3gp en/of VID_20200627_202642.3gp en/of VID_20200627_202838.3gp en/of VID_20200627_204313.3gp)

en/of

het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door dat [slachtoffer 4] waarbij dat [slachtoffer 4] poseert in een erotisch getinte houding, die niet bij haar leeftijd past en waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnamen: VID_20200627_202113.3gp en/of VID_20200627_202346.3gp. 8675243215882993952.0)

en/of

het masturberen bij het gezicht van [slachtoffer 4], waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam: VID_20200215_204227.3gp);

9

op 11 juli 2020 en 8 augustus 2020 te Eindhoven,

tezamen en in vereniging met een ander,

met [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5]), geboren op [geboortedatum 5], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan haar zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 5], immers heeft zij, verdachte,

(11 juli 2020)

- [ slachtoffer 5] opgemaakt met make-up en zwarte netkousen aangetrokken en

- de schaamlippen van dat [slachtoffer 5] aangeraakt/betast met haar, verdachtes, hand(en) en/of vinger(s) en

- de hand gepakt van dat [slachtoffer 5] en dat [slachtoffer 5] de tepel van haar, verdachte, laten betasten en

- dat [slachtoffer 5] een tongzoen gegeven en

- dat [slachtoffer 5] een vibrator tegen haar eigen vagina laten aanhouden en

- een vibrator in de mond van dat [slachtoffer 5] geduwd/gestopt en (hierbij) gezegd "jij ook in jouw hoerenbek, jij ook in je hoerenbek, nog een keer in je hoerenbek"

(8 augustus 2020)

- [ slachtoffer 5] (deels) uitgekleed en

- de schaamlippen van dat [slachtoffer 5] aangeraakt/betast met haar, verdachtes, hand(en) en/of vinger(s) en

- dat [slachtoffer 5] een vibrator in haar eigen mond laten brengen en houden en eraan doen likken en

- zichzelf gemasturbeerd in de nabijheid van dat [slachtoffer 5] en

- gespuugd op de vagina en/of schaamstreek van dat [slachtoffer 5] en vervolgens over de vagina van dat [slachtoffer 5] gewreven en

- dat [slachtoffer 5] haar eigen vagina laten insmeren met een vloeibare stof en

- de vinger in de anus van dat [slachtoffer 5] geduwd/gebracht en gehouden;

10

op 3 oktober 2020 te Eindhoven,

tezamen en in vereniging met een ander,

met [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum 5], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en een minderjarig kind was dat aan haar zorg en waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

immers heeft zij, verdachte,

- zichzelf gemasturbeerd in de nabijheid van dat [slachtoffer 5] en

- haar vagina tegen het gezicht van dat [slachtoffer 5] gehouden en nabij het gezicht van dat [slachtoffer 5] gehouden en over het gezicht en lichaam van dat [slachtoffer 5] geplast en/of gesquirt;

11.

in de periode van 11 juli 2020 tot en met 13 juni 2021 te Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2], meermalen, tezamen en in vereniging met een ander,

afbeeldingen en/of films/video's - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum 5], een minderjarig kind dat aan haar zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken,

heeft vervaardigd en heeft verspreid (via de mobiele telefoon) en in bezit heeft gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de tong en vibrator oraal en met de vinger en vibrator/dildo anaal penetreren van het lichaam van dat [slachtoffer 5]

(bestandsnamen: VID_20200711_184140.3gp en/of VID-20200809-WA0008.mp4)

en/of

het met de hand(en) en/of vinger(s) betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van dat [slachtoffer 5]

(bestandsnamen: VID_20200711_183026.3gp en/of VID_20200711_183344.3gp en/of VID-20200809- WA0006.mp4 en/of VID-20200809-WA0007.mp4)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van/door dat [slachtoffer 5], waarbij dat [slachtoffer 5] gekleed is en opgemaakt is (te weten zwarte netkousen draagt) en poseert in een erotisch getinte houding, op een wijze die niet bij haar leeftijd past en

waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnamen: VID_20200711_182836.3gp en/of VID_20200711_183909.3gp en/of VID-20200809-WA0009.mp4 en/of VID-20200809-WA0010.mp4)

en/of

het masturberen boven/bij en ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 5]

en/of

het houden van een vagina bij het gezicht van dat [slachtoffer 5]

en/of

het urineren over het gezicht en/of het lichaam van dat [slachtoffer 5]

waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnamen: VID_20201003_183600.3gp en/of VID-20200809-WA0004.mp4 en/of VID-20200809-WA0005.mp4 en/of VID-20200809-WA001l.mp4 en/of YouCut_20201003_190035296.mp4);

12

in de periode van 9 oktober 2020 tot en met 8 januari 2021 te [pleegplaats 3],

tezamen en in vereniging met een ander,

met [slachtoffer 6] (hierna: [slachtoffer 6]), geboren op [geboortedatum 6], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan haar zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 6], immers heeft zij, verdachte,

(meermalen)

- dat [slachtoffer 6] een tongzoen gegeven en/of

- daarbij gezegd ""doe nog esje tong naar buiten" en "Ja tong naar buiten nu!" en/of

- met de tong over en tussen de schaamlippen van dat [slachtoffer 6] gelikt en/of

- de vinger in de anus van dat [slachtoffer 6] gebracht/gehouden en vervolgens heen en weer

bewogen en daarbij gezegd "[slachtoffer 6], dan ga ik je neuken in je k....reet. Blijf maar lekker zo liggen ja" en/of "ik wil niks horen! Ja goed zo. zitten blijven" en/of

- de hand en/of vinger(s)van dat [slachtoffer 6] tegen haar, verdachtes, vagina gehouden en

[slachtoffer 6] met haar vinger(s) haar, verdachte, laten vingeren en hierbij gezegd "ga maar door, jaa, toe maar, doe mamma maar vingeren he, doe je hand er maar in", en/of

- de vinger en/of een voorwerp in de anus van dat [slachtoffer 6] gebracht/gehouden en/of

- de vinger(s) tussen de schaamlippen van dat [slachtoffer 6] gebracht/gehouden;

13

in de periode van 25 september 2020 tot en met 8 januari 2021 te [pleegplaats 3], tezamen en in vereniging met een ander, met [slachtoffer 6], geboren op [geboortedatum 6], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en een minderjarig kind was dat aan haar zorg en waakzaamheid was toevertrouwd, ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

immers heeft zij, verdachte,

(meermalen)

- dat [slachtoffer 6] gekust en/of

- de billen van dat [slachtoffer 6] betast/aangeraakt en/of

- [ slachtoffer 6] (deels) uitgekleed en/of

- tegen dat [slachtoffer 6] gezegd "jawel [slachtoffer 6], raak maar eens aan, raak jezelf maar eens aan. Ja nu!", en/of

- dat [slachtoffer 6] een tongzoen gegeven en/of

- daarbij gezegd "doe nog esje tong naar buiten" en "Ja tong naar buiten nu!“ en/of

- haar, verdachtes, vagina betast/aangeraakt in bijzijn van dat [slachtoffer 6] en/of

- zij, verdachte, zichzelf gemasturbeerd in het bijzijn van dat [slachtoffer 6] en dichtbij het

gezicht van dat [slachtoffer 6] en/of

- met de vinger(s) de vagina en schaamlippen van dat [slachtoffer 6] betast/aangeraakt en/of

erover heen gewreven en/of

- op de vagina van dat [slachtoffer 6] gespuugd en/of

- met de tong over de schaamlippen van dat [slachtoffer 6] gelikt en/of

- met de vinger(s) de vagina en/of schaamlippen van dat [slachtoffer 6] betast en erover heen gewreven en/of

- met de vinger de anus van [slachtoffer 6] betast en erover gewreven;

14.

in de periode van 25 september 2020 tot en met 13 juni 2021 te [pleegplaats 3] en/of Eindhoven en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2], tezamen en in vereniging met een ander,

meermalen

afbeeldingen en/of films/video's - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 13727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL/goednummer 676834))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 6], geboren op [geboortedatum 6], een minderjarig kind dat aan haar zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken,

heeft vervaardigd en heeft verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en in bezit heeft gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de tong en/of vinger anaal en/of oraal penetreren van het lichaam van dat [slachtoffer 6]

(bestandsnamen: VID_20201009_150024.3gp en/of VID_20201009_151332.3gp en/of VID_20210108_141758.3gp en/of VID_20210108_142814.3gp en/of VID_202110108_143057.3gp en/of VID 20210108_143400.3gp en 7899175490166707358.0 en/of 6752757943820942906 en/of 55292158063071842.0 en/of 3386194157428698172.0)

en/of

het met de hand(en) en/of vinger(s) betasten en aanraken van het geslachtsdeel en billen van dat [slachtoffer 6]

(bestandsnamen: VID_20200925_151647.3gp en. of VID_ 20210108_142345.3gp en/of VID_20210108_142855.3gp en/of VID_20210108_ 143502.3gp. en/of 6752757943820942906)

en/of

het met de vinger betasten en aanraken van het geslachtsdeel van een andere persoon door dat [slachtoffer 6]

(bestandsnamen: VID_20210108_ 143754.3gp en/of VID_20210108_ 143829.3gp)

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 6], waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnamen: VID_20210108_142546.3gp en/of VID_20210108_143540.3gp en/of VID_20210108_ 143829.3gp);

15.

op 29 augustus 2020 en/of 12 juni 2021 te [pleegplaats 4],

tezamen en in vereniging met een ander,

met [slachtoffer 7] (hierna: [slachtoffer 7]), geboren op [geboortedatum 7], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een minderjarig kind dat aan haar zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 7], immers heeft zij, verdachte,

(meermalen)

- [ slachtoffer 7] uitgekleed en/of

- met de hand(en) en/of vinger(s) over de schaamlippen en vagina van dat [slachtoffer 7] gewreven en de schaamlippen en vagina van dat [slachtoffer 7] betast/aangeraakt en/of

- een vloeistof over/tussen de schaamlippen en/of vagina van dat [slachtoffer 7] gewreven/gesmeerd en/of

- vervolgens netkousen/panty's bij dat [slachtoffer 7] aangetrokken en/of

- [ slachtoffer 7] make-up opgedaan en/of

- dat [slachtoffer 7] een kus gegeven en/of

- dat [slachtoffer 7] een tongzoen gegeven en(hierbij) gezegd "nou gaat [slachtoffer 7] mamma kussen, nou gaat [slachtoffer 7] mamma kussen" en "Kom dan kus!" en "aah lekker, kusje aah" en/of

- een riem om de nek van dat [slachtoffer 7] gedaan/gehouden en/of

- ( vervolgens) dat [slachtoffer 7] aan die riem naar zich toegetrokken en/of

- een dildo in de mond van dat [slachtoffer 7] gebracht/geduwd en gehouden en hierbij het hoofd van dat [slachtoffer 7] met de hand(en) vastgehouden en [slachtoffer 7] aan haar paardenstaart vastgehouden en hierbij gezegd "handjes op je rug, handje open, jaa goed zo. Jaa, vieze slet die je bent, jaa je wil hem he, je wil hem in je bek hebben. Tongetje laten zien en zuig maar" en/of

- een dildo/vibrator in de anus van dat [slachtoffer 7] gebracht/geduwd en gehouden en heen en weer bewogen en daarbij gezegd "diep in die reet. kontje zo, jaa" en/of

- een vinger van haar, verdachte, in de anus van dat [slachtoffer 7] gebracht/geduwd en gehouden en/of

- een vinger in de vagina van dat [slachtoffer 7] gebracht/geduwd en gehouden en/of

- met haar tong de vagina en/of schaamlippen van dat [slachtoffer 7] betast en gelikt en/of

- een vibrator tegen de vagina van dat [slachtoffer 7] gehouden en/of

- een kus gegeven op de vagina van dat [slachtoffer 7] en/of

- dat [slachtoffer 7] haar, verdachtes, vagina laten likken met de tong en/of

- het gezicht van dat [slachtoffer 7] (met kracht) tegen de vagina van haar, verdachte, aanduwen en houden en/of

- het gezicht van dat [slachtoffer 7] vastgehouden en haar gezicht tegen verdachtes vagina gedrukt en heen en weer bewogen tegen de vagina van verdachte, en hierbij gezegd "tong naar buiten, tong naar buiten, kreunen. Hou maar vast, hou maar vast. AAAAH kom maar vieze hoer, kom maar kleine slet" en/of

- dat [slachtoffer 7] met haar vinger(s) en/of handen de vagina van haar, verdachte, laten

aanraken/betasten en over de vagina van haar, verdachte, laten wrijven en/of

- geplast over het lichaam van dat [slachtoffer 7] en (daarbij) gezegd "[slachtoffer 7] proeven";

16

in de periode van 29 augustus 2020 tot en met 13 juni 2021 te [pleegplaats 4] en/of [pleegplaats 1] en/of [pleegplaats 2], tezamen en in vereniging met een ander,

(meermalen),

afbeeldingen en/of films/video's - en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - (te weten op een mobiele telefoon Huawei Y5 (goednummer 1813727) en/of Samsung mobiele telefoon SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Sandisk USB stick (voorwerpnummer OBRBC21098_676766) en/of Asus laptop (goednummer 1813729) en/of Samsung A20 (voorwerpnummer AAKF1398NL / goednummer 676834))

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 7], geboren op [geboortedatum 7], een minderjarig kind dat aan haar zorg en waakzaamheid is toevertrouwd, is betrokken,

heeft vervaardigd en heeft verspreid (door het verzenden van beeldmateriaal per mobiele telefoon) en in bezit heeft gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een vinger(s) en/of hand(en) en/of tong en/of dildo en/of vibrator oraal en/of anaal vaginaal penetreren van het lichaam van dat [slachtoffer 7]

(bestandsnamen: VID_20200829_185826.3gp en/of VID_20200829_190210.3gp en/of VID_20200829_190807.3gp en/of VID-20210612-WA0005.mp4 en/of VID_20210612_190156.3gp en/of VID_20210612_W40004. mp4 en/of 7007982003389692208.0 en/of 8079334536994577458.0 en/of 7164100285787455033.0)

en/of

het met de vinger(s) en/of hand(en) en/of tong en/of mond en/of vibrator betasten/aanraken van het geslachtsdeel en/of billen van dat [slachtoffer 7]

(bestandsnamen: VID_20200829_185329. 3gp en/of VID_2020.0829_185522.3gp en/of VID_20200829_185706.3gp en/of VID_20200829_191941.3gp en/of VID_20200829_191618.3gp en/of VID_20200829_191941.39p en/of VID_20210612_185539.3gp en/of VID_20210612_185757.3gp en/of VID_202 10612_190156.3gp en/of VID-20210612-W40004.mp4, en/of 471657408658546756.0 en/of 3394097132426123532.0 en/of 7468754ni99636134.0 en/of 2669730115893755931.0 en/of 4178634394651802932.0)

en/of

het met de hand en/of tong en/of mond en/of gezicht betasten/aanraken van het geslachtsdeel van een andere persoon door dat [slachtoffer 7]

(bestandsnamen: VID_20200829_190537.3gp en/of VID_20200829_190537.3gp en/of VID_20210612_191535.3gp en/of VID_20210612_185539.3gp. en/of 4036104616393997118.0)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van dat [slachtoffer 7], waarbij dat [slachtoffer 7], gekleed (te weten een zwart rokje van tule en/of zwarte kousen) is en/of opgemaakt is en/of poseert met een voorwerp (een riem om haar nek) en in een erotisch getinte houding, die niet bij haar leeftijd past en waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnamen: VID_20200829_191941.39p en/of VID_20210612-WA0005.mp4 en 6952567005238948194.0)

en/of

het plassen op het lichaam van dat [slachtoffer 7, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam: VID_20210612_191535.3gp)

en/of

het masturberen boven/bij het gezicht en/of het lichaam van [slachtoffer 7]

(bestandsnamen:VID_20210613-WA0000.mp4 en 9039817942488377414.0)

en/of

het houden van de vagina bij/naast het gezicht en/of lichaam van dat [slachtoffer 7], waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnamen: VID_20200829_190537.3gp en/of VID_20200829_191618.3gp en/of VID-20200829 _192211.3gp en/of VID_20200829_190537.3gp);

17

18.

op 1 juni 2020 te Eindhoven opzettelijk met voorbedachten rade de gezondheid van [slachtoffer 8] (hierna: de dochter), haar kind/dochter, heeft benadeeld door opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg een schadelijke stof, te weten Clonazolam, toe te dienen en/of te geven (via een smoothie) aan die dochter;

in de periode van 19 juni 2018 tot en met 13 juni 2021 te [pleegplaats 1], althans in Nederland,

meermalen

afbeeldingen en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten Samsung SM-G930F (goednummer 1813726) en/of Huawei (goednummer 1813727) en/of Asus laptop K73s (goednummer 1813729) en/of Samsung SM-G925F (goednummer 676770) en/of USB wit/blauw (goednummer 676764) en/of USB wit/groen (goednummer 676765) en/of USB Sandisk (goednummer 676766)

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft verspreid (door het verzenden via WhatsApp) en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een tong en/of penis en/of dildo oraal, vaginaal en anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsnamen: IMG-20190604-WA0000.jpq (volgnummer 1 toonmap) en/of e495cfcb809d3725fdbba4688a0e64723be7d2fb49b166606 fa3b5b3de27c966.0 (volgnummer 2 toonmap) en/of IMG-20190608-WA0008.jpq (volgnummer 3 toonmap) en/of IMG-20190607-WA0013.jpq (volgnummer 4 toonmap) en/of huawei 390.jpa (volgnummer 5 toonmap))

en/of

het met een hand(en) en/of tong en/of mond betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsnamen: IMG-20190805-WA0046.jpg (volgnummer 6 toonmap) en/of IMG-20190805-WA00S1.jpg (volgnummer 7 toonmap))

en/of

het door een dier oraal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsnaam: IMG-20190529-WA0029.jpg (volgnummer 8 toonmap))

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze poseert met een voorwerp (touw) en/of in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnamen: IMG-20190529-WA0022.jpg (volgnummer 10 toonmap) en/of IMG-20190621-WA0000.jpg (volgnummer 11 toonmap))

en/of

het houden van een stijve penis bij/naast het gezicht van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij op dat gezicht een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is

waarbij de afbeelding een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam: IMG-20190828-WA0008.jpg (volgnummer 11 toonmap)).

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Omwille van de leesbaarheid van dit arrest worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aan dit arrest gehechte bewijsmiddelenbijlage. De daarin vervatte bewijsmiddelen maken integraal deel uit van dit arrest.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Het onderzoek Specht

Uit het dossier, onderzoek Specht, blijkt dat op 12 juni 2021 bij de politie de melding kwam om te gaan naar een adres in [pleegplaats 4], waar de ouders op camerabeelden hadden gezien dat hun dochter van 2 jaar oud ([slachtoffer 7]) was misbruikt door de oppas.

De vader vertelde aan de politie dat hij en zijn vrouw een avond naar de bioscoop waren geweest en dat ze een oppas in huis hadden gehad voor hun dochter. Deze oppas hadden ze via [website 1] gevonden en had sinds augustus 2020 al eerder op hun dochter opgepast. Ze gingen om 18:25 uur weg en om 22:00 uur kwamen ze thuis. De oppas vertelde toen dat hun dochter fijn was gaan slapen.

Om te kijken hoe het bed ritueel was verlopen bekeek de vader de beelden van de camera die hij op de kamer van zijn dochter had staan en zag toen ineens de oppas zonder kleren in de slaapkamer van zijn dochter staan.

De politie heeft de beelden in beslag genomen (pagina 1540 e.v.).

Uit de beschrijving van de camerabeelden (pagina 1404 e.v.) van de slaapkamer blijkt dat te zien is dat de oppas een riem om de nek van [slachtoffer 7] doet, haar beide beentjes spreid en met haar gezicht naar de vagina van het meisje gaat. Op de beelden is ook een mannenstem te horen die onder andere zegt: “oh geil’’ en “vraag eens hoe ze het vindt?’’.

De vader van [slachtoffer 7] heeft in de aangifte (pagina 1587 e.v.) verklaard dat hij zag dat de oppas tijdens het seksueel misbruik met de telefoon opnames maakte en aan het videobellen was met iemand anders.

De moeder van [slachtoffer 7] (pagina 1671 e.v.) verklaarde tijdens haar verhoor dat ze de oppas via [website 1] hadden en dat ze een goed gevoel hadden bij deze oppas omdat deze in de beveiliging werkzaam was, een verklaring had van de politie omtrent het gedrag en een laag tarief vroeg voor het oppassen.

In de nacht van 12 op 13 juni 2021 is de verdachte aangehouden en de medeverdachte is in de loop van 13 juni 2021 aangehouden.

Er hebben doorzoekingen van hun woningen plaatsgevonden. Uit onderzoek van telefoons en gegevensdragers bleek dat bij in totaal zeven kinderen tijdens het oppassen door de verdachte sprake is geweest van seksueel misbruik.

Van 21 oppasmomenten is beeldmateriaal aangetroffen. Dit zijn de tenlastegelegde feiten.

Op [slachtoffer 1] is zes keer opgepast door de verdachte. Van twee oppasmomenten (21 september 2019 en 5 oktober 2019) is beeldmateriaal op de telefoon van de verdachte aangetroffen waarop strafbare handelingen zijn te zien (pagina 1533 e.v.). Bij [slachtoffer 1] is te zien dat de verdachte haar vagina ter hoogte van het gezicht van [slachtoffer 1] houdt. Ook wordt een vibrator in de mond van [slachtoffer 1] geduwd, terwijl ze een zwarte blinddoek voor haar ogen heeft.

Op het beeldmateriaal van [slachtoffer 2] (17 januari 2020 en 12 maart 2020) is te zien dat de verdachte het meisje in de schaamstreek pakt, erin knijpt en over de stof wrijft tussen de benen van [slachtoffer 2] (pagina 1945).

Van de meisjes[slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], die in hetzelfde huis wonen, is beeldmateriaal gedateerd 25 januari 2020, 15 februari 2020 en 27 juni 2020. Ook heeft de medeverdachte via videobellen meegekeken.

Bij [slachtoffer 3] (pagina 1970) is op videobeelden onder andere te zien dat zij op haar rug ligt met haar rompertje omhoog. De verdachte beweegt haar tong tussen de schaamlippen op en neer, gaat met de vinger over de vagina, spuit een vloeistof over de schaamlippen, steekt een pink in de vagina en duwt een handje van[slachtoffer 3] tegen haar eigen vagina. [slachtoffer 3] begint te huilen.

Op de beelden van [slachtoffer 4] (pagina 1509) is onder meer te zien dat de verdachte over de billen en het kruis van de luier van [slachtoffer 4] wrijft, met de vingers tussen de schaamlippen gaat, zij zichzelf vingert bij het gezicht van [slachtoffer 4], een vibrator tussen de schaamlippen stopt, haar anus en vagina likt en een vinger in de anus van [slachtoffer 4] steekt.

De beschrijving van het seksueel misbruik van [slachtoffer 5] (pagina 1469 e.v.) op 11 juli 2020, 8 augustus 2020 en 3 oktober 2020 laat zien dat [slachtoffer 5] op schoot zit bij de verdachte, die een naakt bovenlichaam heeft. [slachtoffer 5] heeft zwarte netkousen aan en de verdachte doet lippenstift op de lippen van [slachtoffer 5]. De verdachte zegt dat ze een mooi hoertje is. Ze pakt de rechterhand van [slachtoffer 5] en wrijft met die hand over haar tepel.

Verder is onder meer te zien dat de verdachte een vibrator in de mond van [slachtoffer 5] doet, dat [slachtoffer 5] een slaapmasker op heeft dat de verdachte het hoofd van [slachtoffer 5] tegen haar vagina duwt en er vloeistof vanuit de vagina van de verdachte over haar gezicht spuit. Te zien is dat [slachtoffer 5] huilt. Bij [slachtoffer 5] is de medeverdachte via videobellen aanwezig geweest.

Van [slachtoffer 6] is van de 8 oppasmomenten 3 keer op beeldmateriaal seksueel misbruik vastgelegd op 25 september 2020, 9 oktober 2020 en 8 januari 2021 (pagina 1524 e.v.). Bij de overige oppasmomenten is wel sprake geweest van videobellen.

Op het beeldmateriaal is onder meer te zien dat een vinger in de anus wordt gestopt bij [slachtoffer 6] en zij roept: ‘pijn!’. De verdachte duwt haar vinger dieper in de anus en haalt deze er na 38 seconden uit. [slachtoffer 6] zegt: ‘Niet de vinger in de billen.’ De verdachte zegt daarop streng: ‘Niet praten!’. Als [slachtoffer 6] huilt zegt de verdachte dat ze haar niet wil horen.

Van [slachtoffer 7] is op beeldmateriaal (pagina 1482 e.v.) van 29 augustus 2020 en 12 juni 2021 te zien dat zij zwarte kousen aanheeft, lippenstift op heeft en oogschaduw. De verdachte vingert zichzelf en spuit een op urine gelijkende vloeistof tegen de buik van [slachtoffer 7]. De verdachte vraagt: ‘proeven?’. Ze duwt haar vagina tegen het gezicht van [slachtoffer 7]. Als [slachtoffer 7] snikt zegt ze: ‘Stil!’.

Verder is onder meer te zien dat de verdachte een vibrator in de anus van het kind steekt en heen en weer beweegt. De verdachte zegt dat ze een ‘goeie hoer’ is.

Het gezicht van [slachtoffer 7] wordt tegen de vagina van de verdachte gehouden, gewreven en geduwd.

Een voorbinddildo wordt in de mond van [slachtoffer 7] geduwd. Zij wordt een vieze slet genoemd. Op de beelden hoor je [slachtoffer 7] kokhalzen en huilen. De medeverdachte is via videobellen aanwezig geweest op twee oppasmomenten.

Wanneer de medeverdachte niet via videobellen aanwezig was, is beeldmateriaal met hem gedeeld. Gedurende telefoonseks werd een en ander met elkaar besproken. Uit het dossier blijkt niet dat het beeldmateriaal nog verder is verspreid.

Uit de verklaringen van de verdachte en de medeverdachte blijkt dat naast de tenlastegelegde feiten waar beeldmateriaal van gevonden is op nog meer momenten seksueel misbruik heeft plaatsgevonden. Het Openbaar Ministerie gaat uit van 28 momenten in een periode van bijna twee jaar. Ter terechtzitting in hoger beroep is bevestigd dat dit zo kan zijn.

De verdachte heeft ook een stof toegediend aan haar dochter, via een smoothie, om haar te drogeren, alles in het kader van fantasieën/bedoelingen gericht op seksueel misbruik.

Op gegevensdragers die zijn aangetroffen bij de verdachte is voorts kinderpornografisch materiaal aangetroffen zoals omschreven in de tenlastelegging.

In hoger beroep heeft de verdachte alle tenlastegelegde feiten bekend.

Het hoger beroep van de verdachte is een zogenaamd volgappel vanwege het hoger beroep van het Openbaar Ministerie. In het kader van de bewezenverklaring van het medeplegen is van belang dat de verdachte, zonder afbreuk te willen doen aan de bewezenverklaring van het medeplegen, steeds heeft verklaard alles in opdracht van de medeverdachte te hebben gedaan. De medeverdachte zou het initiatief hebben genomen tot het oppassen op jonge meisjes met het doel deze seksueel te misbruiken, hij gaf daarbij de opdrachten en stuurde de verdachte aan om video’s te maken. De verdachte deed alles om de medeverdachte te pleasen.

Het hof overweegt als volgt.

In het dossier bevindt zich een Excel-bestand met daarop WhatsApp-gesprekken tussen de verdachte en de medeverdachte vanaf het begin van hun relatie in februari 2018 tot en met vlak voor de aanhouding van beiden in juni 2021.

Hieruit blijkt dat vanaf het begin van de relatie sprake was van een BDSM-setting, waarbij de medeverdachte de dominante rol had. Hij wordt in de gesprekken aangeduid als Meester, Daddy, Heer of God. De verdachte had de rol van onderdanige, de sub, en werd aangeduid als hoer, slet, teef of vulgair wijf. De seks omvatte onder andere ook slapping, cuntkicking, slaan met een riem, het inbrengen van een fles in de vagina, het drinken van urine en het aflikken van geslachtsdelen na anale seks. Fantasieën speelden een belangrijke rol en veel vulgaire praat. Over seks met dieren werd gefantaseerd. Ook werd een rol gespeeld door verdachte van [naam 1], een kampbewaakster uit de Tweede Wereldoorlog.

Uit de gesprekken blijkt dat de verdachte aangeeft verslaafd te zijn, zich totaal over te geven aan de medeverdachte en de BDSM-seks, dat ze voelt dat ze leeft en dat al haar seksuele lusten naar boven komen. Ze wil graag onderdanig zijn omdat dat in haar zit, ze wil dat haar ‘God’ haar pijn doet omdat ze daar van geniet.

Uit de chatgesprekken blijkt dat op enig moment door de verdachte wordt gefantaseerd over een meisje van 12 dat verkracht wordt door 5 mannen. De medeverdachte zegt daarop dat hij dat soort dingen graag leest.

Echter is in het Excel-bestand niet een volledig overzicht van chatgesprekken opgenomen omdat ook periodes van gesprekken ontbreken omdat die zijn gewist. Uit het dossier is wel gebleken dat de medeverdachte ook in de seksuele relatie met een andere vriendin fantasieën over seks met kinderen betrok en is bij hem kinderporno aangetroffen van data waarop hij nog niet de verdachte kende.

Ter terechtzitting in hoger beroep zijn [deskundige 1] en [deskundige 2] gehoord, respectievelijk als psycholoog en psychiater werkzaam bij het Pieter Baan Centrum, waar de verdachte en de medeverdachte zijn geobserveerd en onderzocht.

De deskundigen hebben aangegeven dat het in het spel van BDSM niet uit maakt welke rol wordt vervuld. In de relatie tussen de verdachte en de medeverdachte werden voortdurend grenzen en fantasieën verlegd. De een brengt dit in en de ander dat. Beide rollen moeten worden ingevuld anders werkt het niet. Het is niet zo dat degene die de onderdanige in het spel vervult, willoos is. Beide rollen moeten gelijkwaardig zijn. De meester is niet per se de baas. Er moet een balans zijn. Het was geen eenrichtingsverkeer van de medeverdachte naar de verdachte. De onderdanige geeft de grenzen aan van het spel. Vanuit de verdachte was er een actieve inbreng. Beiden waren aan elkaar gewaagd.

Het hof neemt deze conclusies van de deskundigen over. Daarmee kan niet op basis van de ontstane BDSM-relatie, en de rollen die daar in werden vervuld, gezegd worden dat de medeverdachte de verdachte geheel in zijn macht had.

Uit de chatgesprekken is, naar het oordeel van het hof, niet precies vast te stellen wie precies de initiatiefnemer is geweest om over kinderen te gaan fantaseren of om, door zich op oppassites aan te melden, daadwerkelijk over te gaan tot seksueel misbruik van kinderen. Het is slechts de verdachte die dit heeft gesteld. De daadwerkelijke uitvoering is, zo veel is wel duidelijk, uiteindelijk aan de verdachte toe te rekenen.

Op basis van het onderzoek ter terechtzitting is het hof, alles overziende en los van de vraag wie precies de initiatiefnemer was of als eerste kwam met fantasieën over kinderen, van oordeel dat zowel de verdachte als de medeverdachte ieder op hun eigen wijze een wezenlijke rol hebben gespeeld in de totstandkoming van het ten laste gelegde, waarbij zij ieder op zich elkaar hebben versterkt en aangevuld en zijn meegegaan met de ander, zonder op de rem te trappen en dat niet valt te concluderen dat de rol van de een als erger moet worden beschouwd dan de rol van de ander.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 5 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 6 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 7 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 8 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 9 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 10 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

Het onder 11 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 12 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd,

en voor wat betreft de periode van 9 oktober 2020 tot 8 januari 2021 in eendaadse samenloop begaan met het onder 13 bewezenverklaarde.

Het onder 13 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 14 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 15 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen een aan haar zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 16 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Het onder 17 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

mishandeling gepleegd met voorbedachten rade, begaan tegen haar kind.

Het onder 18 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

een afbeelding of een gegevensdrager bevattende aan afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Op grond van de hierna onder het kopje ‘Op te leggen sanctie’ weergegeven bevindingen en conclusies van [deskundige 2] en [deskundige 1] is het hof van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten in licht verminderde mate aan de verdachte kunnen worden toegerekend. Het hof zal hiermee rekening houden bij het bepalen van de op te leggen straf.

Het hof zal voor wat betreft de bespreking van het verweer dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden geacht op grond van de in eerste aanleg uitgebrachte rapporten en het voorwaardelijk verzoek om bij een andere conclusie die deskundigen te horen, verwijzen naar hetgeen is opgenomen bij de bespreking van de op te leggen sanctie.

Er zijn overigens geen feiten en omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte geheel uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft primair gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren, met aftrek van voorarrest, en tevens zal gelasten dat aan haar de niet op voorhand gemaximeerde maatregel van tbs met bevel tot verpleging zal worden opgelegd. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat zij de kans hoog acht dat de verdachte wederom vervalt in het aangaan van een relatie zoals met de medeverdachte. Anders dan de deskundigen hebben gerapporteerd, meent de advocaat-generaal dat er in de persoon van de verdachte wel degelijk aanwijzingen zijn die wijzen op een hoger risico, namelijk de bij de verdachte vastgestelde stoornissen in combinatie met haar ‘gave’ zich sociaal wenselijk te kunnen gedragen. De bij de verdachte vastgestelde stoornissen gaan niet weg zonder enige vorm van behandeling. De advocaat-generaal acht behandeling in het kader van een tbs met bevel tot verpleging passend.

Subsidiair heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren, met aftrek van voorarrest, en dat aan haar tevens een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) wordt opgelegd.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft het hof verzocht aansluiting te zoeken bij hetgeen [deskundige 3], psycholoog, en [deskundige 4], psychiater, in eerste aanleg hebben geadviseerd, namelijk om de tenlastegelegde feiten in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de conclusies van [deskundige 2] en [deskundige 1], inhoudende dat de verdachte een grote mate van controle had, prima haar grenzen kon bewaken en zij licht verminderd toerekeningsvatbaar is te achten, geen stand houden in het licht van het dossier en de wijze waarop de verdachte door gezinsleden wordt beschreven. De conclusies van [deskundige 3] en [deskundige 4] zijn daarentegen wel zorgvuldig onderbouwd. Indien het hof afwijkt van de conclusies van [deskundige 3] en [deskundige 4] omtrent de doorwerking van de stoornis(sen) en de mate van toerekening en aansluit bij de conclusies van [deskundige 2] en [deskundige 1], heeft de verdediging verzocht de deskundigen [deskundige 3] en [deskundige 4] hierover te horen om hen op z’n minst te laten reageren op het andersluidende advies.

Voorts heeft de verdediging in het kader van de op te leggen straf bepleit dat de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf, hoewel de verdachte zich daarin kan vinden, niet geheel in verhouding staat tot de straf die [naam 2] heeft gekregen. Mocht het hof aanleiding zien om af te wijken van de door de rechtbank opgelegde straf, dan ligt een matiging eerder in de rede dan een verhoging. De verdediging stelt zich verder op het standpunt dat bij het bepalen van de op te leggen straf rekening dient te worden gehouden met de omstandigheid dat de verdachte volledige openheid van zaken heeft gegeven, haar zware tijd in detentie en de forse overschrijding van de redelijke termijn.

Daarnaast is verzocht aan de verdachte geen tbs-maatregel op te leggen. Een tbs-maatregel kan slechts worden opgelegd indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat eist en aan dat criterium wordt in onderhavige zaak niet voldaan. Indien het hof de eigen waarneming van de camerabeelden wenst te gebruiken om de oplegging van een tbs-maatregel te motiveren, heeft de verdediging verzocht om zowel de deskundigen uit eerste aanleg alsook de deskundigen uit het hoger beroep hierover te horen.

Ten slotte is door de verdediging aangevoerd dat de verdachte zich kan vinden in oplegging van een maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf en maatregel gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte en de medeverdachte hebben zich in de periode van 21 september 2019 tot 13 juni 2021 tijdens 28 oppasmomenten door de verdachte (veelal in de ouderlijke woning van de meisjes) schuldig gemaakt aan het plegen van seksuele misdrijven jegens zeven zeer jonge meisjes. Deze seksuele misdrijven bestonden uit het vervaardigen van pornografische video’s en afbeeldingen, die de verdachte en de medeverdachte met elkaar hebben gedeeld, alsmede het plegen van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam (oraal, vaginaal en anaal met vingers of met een vibrator) van [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7]. De medeverdachte was op meerdere momenten middels videobellen aanwezig bij het misbruik. Op de momenten dat dat niet gebeurde, maakte de verdachte veelal beeldmateriaal van het door haar gepleegde misbruik en deelde dit later met de medeverdachte. De verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met [slachtoffer 2] en het plegen van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 3]. Verder heeft zij zich schuldig gemaakt aan het drogeren van haar dochter en het in bezit hebben van een grote hoeveelheid aan kinderpornografisch materiaal.

Het misbruik van de jonge meisjes is begonnen nadat de verdachte zich vanaf augustus 2019 begon in te schrijven op diverse oppassites. Dit was in overleg met de medeverdachte en het doel daarvan was louter het misbruiken van jonge meisjes. De kennismakingsmomenten met de ouders werden door de verdachte heimelijk gefilmd zodat de medeverdachte dit later terug kon kijken. Op zeer berekenende wijze werd voorts getracht het vertrouwen van de ouders te winnen. Zo had de verdachte een net voorkomen, kon zij een Verklaring Omtrent Gedrag dan wel beveiligingspas overleggen en werd door haar gezegd dat zij zelf ook een dochter had.

De ernst van het misbruik tijdens de oppasmomenten door de verdachte en de medeverdachte kent een opbouw. Bij een van de eerste meisjes was er sprake van het betasten over de kleding van de vagina, maar al snel gingen de seksuele handelingen bij de meisjes verder. Zo werd door de verdachte onder meer gebruik gemaakt van een vibrator/dildo waarmee het lichaam van de meisjes op verschillende manieren seksueel werd binnengedrongen. De verdachte heeft de meisjes bovendien in een vernederende setting gebracht, waarbij zij onder meer over hen heen heeft geplast en/of gesquirt. Zij is op een uiterst respectloze manier met de jonge meisjes omgegaan. Zo volgt uit de beschrijving van de camerabeelden dat zij een aantal meisjes op een hardhandige en grove manier heeft benaderd. De meisjes werden onder meer aangesproken met ‘hoer’ en ‘slet’ en bij sommige van hen werden zwarte kousen, een riem en een oogmasker omgedaan. De verdachte en medeverdachte hadden ten tijde van het misbruik enkel nog oog voor hun eigen seksuele behoeften. Voor de gevoelens en belangen van de meisjes was geen ruimte. Zij werden louter gezien als gebruiksvoorwerp. Op de momenten dat de meisjes moesten huilen of niet mee wilden werken, werd door de verdachte gezegd dat zij niets wilde horen.

Uit de WhatsApp-gesprekken tussen de verdachte en de medeverdachte volgt dat op zeer denigrerende wijze over de meisjes werd gesproken. De verdachte en medeverdachte deelden seksuele fantasieën, ook tijdens telefoonseks, met de meisjes als onderwerp en er werd gerefereerd aan de misbruikmomenten die eerder hadden plaatsgevonden. Uit een aantal WhatsApp-berichten komt naar voren dat werd uitgekeken naar een volgend misbruikmoment. Bij een van de meisjes werd voorafgaand aan het oppassen door de verdachte en medeverdachte een plan gemaakt, waarin werd genoteerd welke handelingen de verdachte met het betreffende meisje zou uitvoeren, waarna de verdachte ook daadwerkelijk uitvoering gaf aan het door medeverdachte en haar bedachte plan.

Het is algemeen bekend dat seksueel misbruik (ook pas op langere termijn) langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van de slachtoffers. Dit geldt ook indien, zoals in het onderhavige geval, de slachtoffers de ontuchtige handelingen op zeer jeugdige leeftijd hebben moeten ondergaan. Namens een van de ouders is ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht wat de impact van het misbruik is geweest bij de ouders. Zij hebben zich nog nooit zo machteloos gevoeld, ervaren enorme schuldgevoelens en maken tot op heden geen gebruik meer van een oppas. Hun vertrouwen is op grove wijze geschaad en thema’s binnen de opvoeding die normaal zouden moeten zijn, krijgen voor hen een emotionele lading.

Het hof is van oordeel dat de verdachte en de medeverdachte met hun handelen op zeer ernstige wijze inbreuk hebben gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke integriteit van de meisjes en rekent hen dit ernstig aan. Het hof rekent het de verdachten bovendien zeer aan dat zij op deze wijze het vertrouwen van de ouders hebben beschaamd en hen doelbewust hebben misleid.

Daar komt bij dat de verdachte zich ook nog schuldig heeft gemaakt aan het drogeren van -nota bene - haar dochter. Zij heeft pillen, die niet geschikt waren voor menselijke consumptie, en waarvan zij wist dat deze een spierverlammende werking hadden, in een smoothie van haar dochter gedaan. Haar dochter was ten gevolge van het drogeren duizelig, kon niet meer bewegen en sprak onduidelijk. Dit handelen van de verdachte heeft, nadat de dochter kennis had gekregen van de tenlastegelegde feiten, grote invloed gehad op het psychisch welzijn van de dochter. Het hof rekent de verdachte dit feit ten zeerste aan.

Ten slotte heeft de verdachte een grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen in bezit gehad. Ook het (enkele) bezit van afbeeldingen levert een ernstig strafbaar feit op, omdat bij de vervaardiging van die kinderporno kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. De verdachte is aldus medeverantwoordelijk te houden voor dat misbruik, omdat zij door kinderporno te verzamelen heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag naar dergelijk strafbaar beeldmateriaal. Het hof rekent de verdachte ook dit feit ernstig aan.

In het kader van de op te leggen straf heeft het hof tevens acht geslagen op de inhoud van het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 december 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit volgt dat zij niet eerder met politie of justitie in aanraking is gekomen.

Voorts heeft het hof acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Op te leggen straf

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het de hierop gestelde wettelijk strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

In eerste aanleg heeft de officier van justitie een gevangenisstraf geëist voor de duur van 15 jaar, naast de oplegging van de maatregel van tbs met dwangverpleging.

De rechtbank heeft een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 12 jaar met aftrek van voorarrest.

In hoger beroep heeft de advocaat-generaal een gevangenisstraf geëist voor de duur van 18 jaar, naast tbs met dwangverpleging, dan wel 20 jaar zonder tbs.

Daarbij heeft de advocaat-generaal aangegeven dat het hier gaat om een ‘buitencategorie qua weerzinwekkendheid’. Volgens de advocaat-generaal is de zaak zo uniek qua gruwelijkheid en geraffineerdheid dat een hogere eis dan de eis van de officier van justitie gerechtvaardigd is. De advocaat-generaal heeft de vergelijking gemaakt met de zaak van [naam 2] (HR 16 september 2014, ECLI:HR:2014:2668).

Het hof acht deze vergelijking niet opgaan. In de genoemde zaak is een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaar en 11 maanden opgelegd, naast tbs met dwangverpleging, ter zake van 82 zedendelicten, gepleegd in een periode van vier jaar, naast het vervaardigen en verspreiden van kinderpornografie, waarbij sprake was van verspreiding van beelden via internet. Bij de feiten was onder meer sprake van penetratie met het geslachtsdeel van de verdachte. Ook was sprake van een relevante eerdere veroordeling. Zowel reeds qua omvang van de feiten als qua duur van de pleegperiode en qua ernst van het misbruik alsmede de recidive is derhalve geen overeenkomst vast te stellen met de onderhavige zaak.

Alles afwegende acht het hof, daarbij rekening houdend met de hoeveelheid aan bewezenverklaarde feiten en de strafbaarheid van verdachte, een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren, met aftrek van voorarrest, in beginsel passend en geboden. Een straf zoals gevorderd door de advocaat-generaal acht het hof, gelet op de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet passend. In hetgeen de raadsvrouw voorts heeft aangevoerd, namelijk dat in strafmatigende zin rekening dient te worden gehouden met de omstandigheid dat de verdachte volledige openheid van zaken heeft gegeven en haar zware tijd in detentie, ziet het hof geen redenen anderszins te beslissen.

Met betrekking tot het procesverloop overweegt het hof evenwel het navolgende.

Het hof stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Het hof gaat in dit geval uit van een termijn van 16 maanden per instantie, nu de verdachte het gehele proces in voorarrest heeft doorgebracht.

Het hof stelt in de onderhavige zaak vast dat de redelijke termijn zowel in eerste aanleg als in hoger beroep is overschreden (in eerste aanleg met 5 maanden en in hoger beroep met ongeveer 1 jaar en 8 maanden), terwijl geen bijzondere omstandigheden aanwezig worden geacht die deze overschrijdingen rechtvaardigen. Er is dan ook in twee instanties sprake van een overschrijding van de redelijke termijn voor berechting, als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. Het hof is van oordeel dat dit dient te worden verdisconteerd in de strafoplegging.

Zonder schending van de redelijke termijn zou, zoals hiervoor door het hof is overwogen, een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren, met aftrek van voorarrest, passend zijn geweest. Nu evenwel de redelijke termijn in twee instanties is geschonden, zal worden volstaan met oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren, met aftrek van voorarrest.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Op te leggen maatregel

Met betrekking tot de vordering van de advocaat-generaal tot oplegging van de tbs-maatregel, overweegt het hof het navolgende.

De maatregel van tbs kan door de rechter worden gelast indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat eist en de rechter tot het oordeel komt dat voldaan is aan de in artikel 37a Sr gestelde voorwaarden. Een van die voorwaarden houdt in dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Daarnaast dient het door de verdachte begane feit een misdrijf te zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld dan wel te behoren tot de expliciet in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 2, Sr genoemde misdrijven. Indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dit eist, kan tevens worden bevolen dat de verdachte van overheidswege zal worden verpleegd (artikel 37b, eerste lid, Sr). Voor oplegging van de maatregel is voorts vereist dat de rechter beschikt over een advies van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, onder wie een psychiater, die de verdachte hebben onderzocht (artikel 37a, derde lid, Sr). Dit vereiste vervalt indien de verdachte weigert medewerking te verlenen aan het onderzoek door de gedragsdeskundigen (artikel 37a, vierde lid, Sr).

Het hof heeft kennisgenomen van de volgende de verdachte betreffende rapportages:

Rapporten eerste aanleg

Uit het psychiatrisch onderzoek van psychiater [deskundige 4] volgt onder meer dat de verdachte lijdende is aan een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke en vermijdende trekken en een seksueel-masochismestoornis en dat beide stoornissen aanwezig waren ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten.

Omtrent de beïnvloeding van de stoornissen in de gedragskeuzes van de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde heeft psychiater [deskundige 4] het volgende gerapporteerd:

“Aan alle ten laste leggingen, zowel betreffende de seksuele als het drogeren van de dochter, ligt dezelfde dynamiek ten grondslag: het uitvoeren van opdrachten van de [medeverdachte]. vanuit de angst anders de aandacht en (seksuele) relatie met [medeverdachte] te verliezen. Hierbij past de door betr. beschreven dominante karakter van [medeverdachte] precies bij betrokkenes afhankelijkheidsbehoefte. Bij deze dynamiek komen de doorwerking van zowel de persoonlijkheidsstoornis als de seksueel-masochismestoornis samen.

Vanuit de persoonlijkheidsstoornis speelt met name de afhankelijkheid van het behouden van de aandacht van [medeverdachte] een rol tezamen met de zwakke identiteit en de beperkt ontwikkelde empathie, en vanuit de seksueel-masochismestoornis wordt deze aandacht geseksualiseerd en wordt een seksueel gedragspatroon vormgegeven dat de drempel verlaagd om tot strafbare seksuele gedragingen te komen. Bij dit laatste identificeert betr. zich bij het seksueel misbruiken van kinderen, indien bewezen, met de rol van [medeverdachte] in de seksuele relatie met haar. Hierbij speelt een rol dat betr. zoals zij dat beschrijft in [medeverdachte] een partner heeft getroffen met een pedofiele gerichtheid.

(…)

Geadviseerd wordt het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen.

(…)

Beide stoornissen hebben in onderlinge samenhang doorgewerkt in de ten laste gelegde feiten. Hierbij is de persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke trekken de primair drijvende factor.”

Psychiater [deskundige 4] heeft het recidiverisico op een seksueel delict als laag tot matig beoordeeld en het recidiverisico op een geweldsdelict laag.

Verder heeft psychiater [deskundige 4] ten aanzien van interventies die het eventuele recidivegevaar kunnen beperken het volgende gerapporteerd:

“Om het ingeschatte recidiverisico te reduceren wordt een behandeling geadviseerd gericht op enkele persoonlijkheidskenmerken, te weten de subassertiviteit (het leren aanhouden van eigen grenzen) en versterking van de identiteit. Tevens wordt een behandeling gericht op resocialisatie geadviseerd. Bij de resocialisatie gaat het om het werken aan een sociaal netwerk, invulling van vrije tijd en zo mogelijk van het krijgen van werk.

(…)

Bovenstaande resocialisatie-behandeling zou kunnen worden opgelegd in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een deels voorwaardelijke straf. Indien een eventuele duur van een opgelegde detentie een dergelijk kader niet toelaat, dan is het wenselijk dat het geadviseerde resocialisatietraject plaatsvindt in het kader van de voorwaarden bij een voorwaardelijke invrijheidsstelling.

Een behandeling in een tbs-kader wordt niet geadviseerd.”

Uit het psychologisch onderzoek Pro Justitia van psycholoog [deskundige 3] komt voorts naar voren dat de verdachte lijdende is aan een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke, ontwijkende en antisociale trekken. Deze stoornis was ook aanwezig ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde. De verdachte kampte tijdens het plegen van het tenlastegelegde tevens met een seksueel-masochismestoornis.

Over de mate van doorwerking van de stoornissen in het tenlastegelegde wordt door psycholoog [deskundige 3] het volgende gerapporteerd:

“Toen betrokkene [medeverdachte] in 2018 tegenkwam, droegen afhankelijke en ontwijkende karaktertrekken van betrokkene bij aan het starten van een sadomasochistische relatie met [medeverdachte]. De sadomasochistische handelingen gingen steeds verder vanuit vragen van [medeverdachte] en vanuit betrokkene zelf: betrokkene had vanuit haar afhankelijke karaktertrekken angst om [medeverdachte] kwijt te raken en had vanuit haar ontwijkende karaktertrekken angst voor kritiek, waarbij zij steeds verder ging in haar acties om [medeverdachte] tevreden te stellen. Aannemelijk is dat [medeverdachte] fantasieën omtrent kinderen met haar deelde en dat betrokkene vervolgens vanuit de ontwijkende karaktertrekken ook gedragingen met kinderen liet zien die [medeverdachte] niet aan haar had gevraagd, maar waarvan zij dacht dat [medeverdachte] deze zou waarderen. Een opmerkelijk gebrek aan morele opvattingen van betrokkene omtrent seksualiteit en eigenlijk een volstrekte grenzeloosheid hierin, gepaard aan opdrachten en vragen van [medeverdachte], maakten dat betrokkene steeds meer

seksuele grensoverschrijdende gedragingen ging vertonen. Gaandeweg ging betrokkene door deze dynamiek ook strafbare seksuele gedragingen vertonen in de vorm van het verzamelen van kinderporno, seks met dieren en uiteindelijk ook seksuele handelingen bij kinderen die aan haar zorg waren toevertrouwd, waarvan zij opnamen maakte en deze deelde met [medeverdachte] in waarbij zij contact met [medeverdachte] opnam om hem aanwezig te laten zijn bij deze seksuele handelingen. Bij deze diversiteit aan strafbare feiten en in de verschillende tenlastegelegde feiten was de dynamiek vanuit de seksueel-masochismestoornis en de persoonlijkheidsstoornis nagenoeg steeds hetzelfde. Vanuit haar afwijkende morele opvattingen en antisociale kenmerken stond zij onvoldoende stil bij het strafbare karakter van haar verrichtingen en liet zij zich niet tegenhouden door haar besef van het strafbare karakter hiervan. Vanuit haar afhankelijke en ontwijkende trekken stopte zij niet met hetgeen zij deed en ging zij verder in de strafbare gedragingen dan hetgeen [medeverdachte] van haar vroeg.

(…)

Geadviseerd wordt om de tenlastegelegde feiten in een verminderde mate toe te rekenen.”

Verder volgt uit het psychologisch onderzoek van psycholoog [deskundige 3] ten aanzien van het recidiverisico en mogelijke interventies ter beperking daarvan het volgende:

“Bij betrokkene kan niet goed een risicotaxatie-instrument voor recidive met een zedendelict worden toegepast, omdat deze instrumenten niet zijn gevalideerd voor vrouwen. Wanneer toch een dergelijk instrument wordt gebruikt komt hieruit een laag risico voor recidive met een zedendelict naar voren. Inventarisatie van het risico op gewelddadige recidive met behulp van de HKT-R brengt eveneens een laag recidiverisico met een geweldsdelict naar voren.

(…)

Vanuit de vastgestelde psychopathologie is een behandeling van betrokkene weliswaar wenselijk, maar vanuit het lage recidiverisico zijn geen interventies voor vermindering van het eventuele recidivegevaar geïndiceerd.”

PBC

De door [deskundige 2] en [deskundige 1] in hoger beroep opgestelde Pro Justitia rapportage (PBC) houdt – voor zover relevant – het navolgende in:

“Zowel onderzoekend psycholoog, als psychiater zien bij betrokkene een onbalans in haar persoonlijkheid. Deze berust enerzijds op de wens autonoom te zijn, niet afhankelijk van anderen, die haar kunnen kwetsen, anderzijds op haar wens gezien te worden, wat niet gebeurt als betrokkene de ander op afstand houdt. Onderzoekend psycholoog ziet bij betrok kene significante lijdensdruk; onvrede over het "saaie" leven, haar eerdere relaties en gebrek aan sociale contacten en stelt een persoonlijkheidsstoornis vast. Onderzoekend psychiater stelt dat er sprake is van disfunctionele persoonlijkheidstrekken. Betrokkene wordt al met al door beide onderzoekers niet gezien als een vrouw die een ernstige gestoorde persoonlijkheid heeft, maar wel als een vrouw met een kwetsbare persoonlijkheid. In de relatie met medeverdachte, waarin betrokkene zich juist wel gezien voelde en er seksueel gezien ook acht geslagen werd op haar wensen, groeide haar kwetsbaarheid vervolgens uit tot een onbalans of decompensatie. Zij overschreed hierbij haar eigen grenzen en die van anderen om bij medeverdachte te mogen blijven komen. Betrokkene raakte in de ban van hun seksueel spel dat aanvankelijk een BDSM-karakter had, maar waarin later indien bewezen ook seksuele activiteiten met kleine kinderen plaatsvonden. Onderzoekend psycholoog en psychiater komen daarom beide tot de vaststelling van een seksueel-masochismestoornis en een pedofiele stoornis. Beide parafiele stoornissen bestonden ten tijde van het tot stand komen van de haar ten laste gelegde feiten. Dit geldt uiteraard ook voor de (structurele) onbalans in de persoonlijkheid van betrokkene, al dan niet classificeerbaar als een persoonlijkheidsstoornis.

(…)

Op basis van de observatie van en gesprekken met betrokkene, maar ook op basis van de gezamenlijke observatie van en gesprekken met betrokkene en medeverdachte, is de dynamiek in hun relatie duidelijker naar voren gekomen dan in de ambulante onderzoeken.

Onderzoekend psycholoog en psychiater zien bij betrokkene de doorwerking van de onbalans in haar persoonlijkheid vooral bij de start van de relatie met medeverdachte, in de loop waarvan betrokkenes evenwicht verder verstoord raakt, de parafiele stoornissen ontstaan of zichtbaar worden en de dynamiek tussen beiden gaande houden.

Onderzoekend psycholoog en psychiater specificeren dit globale verband als volgt: betrokkene heeft na het stranden van haar huwelijk en het "saaie" leven dat daaraan voorafging, het gevoel dat ze haast "onzichtbaar" is, onderzoekend psycholoog en psychiater zien bij haar een 'leegte'. Dit knaagt aan haar en doet haar besluiten zich op datingsites te begeven. Hier komt ze medeverdachte tegen, die ook op zoek is naar een relatie. Een eerste afspraak leidt tot seks, die voor betrokkene bevredigend is. Betrokkene wil een relatie met medeverdachte, maar hij laat haar een maand na het eerste contact weten daar niet voor te voelen. Er ontstaat toch, omdat hij er ruimte aan biedt en betrokkene erin meegaat, een seksuele relatie, die een expliciet sadomasochistisch karakter krijgt. Beiden hebben dit, naar eigen zeggen en voor zover bekend, nooit eerder zo beleefd.

Betrokkene beschrijft vervolgens dat hun seksuele spel enorm opwindend en "bevrijdend" voor haar was. Ze kon zich "helemaal high" voelen. Betrokkene lijkt daarbij niet zozeer geobsedeerd te zijn geweest door de persoon van medeverdachte, maar genoot, nu een complete relatie met hem niet tot de mogelijkheden behoorde, van de seks, de spanning en het genot. Daarnaast houdt zij ergens nog hoop dat de seksuele relatie zou uitmonden in een liefdes-relatie. Ze voelt zich anders dan daarvoor, en haar gedrag verandert mee. Betrokkene wordt korzeliger in de omgang met de mensen om zich heen, wat leidt tot afstand met haar dochter, het zich verder terugtrekken uit sociaal contact, maar betrokkene wordt ook uitbundiger, zelfbewuster. Zij is althans niet haar 'oude' zelf en kan de spanning van de heimelijke relatie en de bevrediging die deze oplevert, niet zo goed meer reguleren. De relatie met medeverdachte overschaduwt andere aspecten van haar leven en betrokkene lijkt, ook naar eigen zeggen, wel "verslaafd" te zijn aan hun seksueel getinte spel. Onderzoekend psycholoog en psychiater zien het ontstaan van collusie, of versmelting, waarin betrokkene biedt wat medeverdachte nodig heeft en andersom.

Waar medeverdachte van meet af aan en op diverse manieren (het afzeggen van afspraken, vooral contact hebben op afstand, een nieuwe relatie aangaan) de boodschap geeft dat hij de relatie met betrokkene eigenlijk niet wil, is betrokkene, om de collusie in stand te houden, bereid er steeds een schepje bovenop te doen: zij gaat, al dan niet gevraagd door medeverdachte, kinderpornografisch materiaal op internet opzoeken. Na anderhalf jaar in de relatie wordt de volgende stap gezet: het zoeken naar kinderen via oppassites. Ook hier is het voor onderzoekers niet duidelijk wie het idee bedacht. Betrokkene gaat uiteindelijk, indien bewezen, kinderen filmen en pleegt ontuchtige handeling en verstuurt deze filmpjes (deels) naar medeverdachte, waarmee zij de geschetste collusie in stand wil houden. Betrokkene laat overigens weten dat zij de collusie met medeverdachte wel wilde verbreken, maar dat andere seksdates haar niet brachten wat zij bij medeverdachte vond.

Gesteld zou kunnen worden dat de seksuele en persoonlijke bevrediging die betrokkene heeft ervaren en waar zij haast aan verslaafd lijkt te zijn geraakt, gegarandeerd wordt door het parafiele seksuele gedrag dat betrokkene ontplooit, ook al is haar seksuele voorkeur op zich niet gericht op kinderen, of specifieker: meisjes. Ze maakt keuzes ten aanzien van het geslacht van de kinderen omdat ze zich makkelijker zou kunnen vereenzelvigen met meisjes. Bij meisjes wil ze de seksuele handelingen verrichten, maar niet bij jongetjes.

In de geschetste opbouw naar het delictgedrag van betrokkene, uiteraard indien bewezen, berustend op de persoonlijkheid en vervolgens ook op het 'verslavende' seksuele spel met medeverdachte, zien onderzoekend psycholoog en psychiater overigens ook een ruime mate van vrije wil van betrokkene. De persoonlijkheid van betrokkene heeft wellicht in de loop van haar leven haar zelfontplooiing en welzijn in de weg gestaan, maar haar functioneren niet overschaduwd. Eenmaal in de collusie met medeverdachte verwikkeld, is betrokkene veelal overwogen en planmatig te werk gegaan, met name in het arrangeren van de ontmoetingen met de kinderen en daar ensceneren en filmen van seksuele scenes. Het is daarbij dat betrokkene zich op allerlei momenten had kunnen realiseren dat uitgedachte plannen en activiteiten over de grenzen van anderen of de wet gingen. Op momenten gingen voorgenomen plannen over haar grens en over deze grens ging ze dan niet: zij wilde geen seksueel contact met jongens en besloot uiteindelijk ook haar eigen dochter niet te filmen. Zij besloot, om niet geheel heldere redenen, de filmpjes niet altijd helemaal te delen. Haar eigen bevrediging stond uiteindelijk als bewust motief voorop: "Ik ging over lijken voor mijn genot."

Onderzoekend psycholoog en psychiater adviseren gedragskundig al met al ten om het gehele feitencomplex, uiteraard indien opnieuw bewezen, in licht verminderde mate aan betrokkene toe te rekenen.

(…)

Over de risico inschatting hebben onderzoekend psycholoog en psychiater contact gehad met [onderzoeker 1], onderzoeker bij de [naam kliniek], die expert is op dit gebied. De casus is anoniem aan haar voorgelegd. Zij heeft op basis van de verstrekte informatie geadviseerd af te zien van de inzet van de Static-99R en de Stable-2007, die in een vrouwelijke populatie niet gevalideerd zijn. Dat hangt samen met het zeer geringe recidivepercentage bij vrouwen die veroordeeld zijn voor een seksueel gekleurd delict.

Uitgangspunt bij vrouwelijke plegers van seksuele delicten is, zo stelt [onderzoeker 1], een geringe kans op herhaling, tenzij er aanwijzingen in de persoon van de verdachte zijn die wijzen op een hoger risico. Dat er een lange periode van delictgedrag geweest is en dat er meerdere slachtoffers zijn, is op zich geen grond voor het vaststellen van een hoog recidiverisico, omdat een eerste aanhouding (en opgelegde sanctie) doorgaans een krachtig middel is om het risico in de toekomst te beperken.

(…)

Onderzoekend psycholoog en psychiater komen op basis van voornoemde consultatie alleen tot een klinische taxatie van het recidiverisico. Daarin worden meegewogen het blanco strafblad van betrokkene, de overwegend goede gedragscontrole en het redelijke functioneren in de loop van haar leven tot medio 2018 (bij het ontbreken van ernstige stoornissen). Betrokkenes persoonlijkheid, en met name de onbalans daarin of stoornis daarvan, maakt haar in de toekomst mogelijk vatbaar voor het aangaan van een relatie waarin zij streeft naar een collusie die haar eenzaamheid verdrijft en seksuele bevrediging voedt. Haar 'verslaving' zou opnieuw getriggerd kunnen worden. Risicofactoren uit de Stable-2007 die hierop aansluiten zijn (enige mate van) 'sociale afwijzing/eenzaamheid' en 'enige mate van desinteresse in het welzijn van anderen', naast de inzet van (deviante) seks als coping. Onderzoekend psycholoog en psychiater zien evenwel dan niet noodzakelijk ook nieuw seksueel grensoverschrijdend of delictgedrag ontstaan, ten eerste omdat betrokkene alleen in de collusie met medeverdachte tot pedofiele seksuele gedragingen is gekomen, en ten tweede omdat betrokkene de harde consequenties van haar gedrag inmiddels onder ogen heeft moeten zien en, indien het ten laste gelegde opnieuw bewezen wordt, nog een tijd zal moeten zien. Verwacht wordt dat deze consequenties voor betrokkene nog lang een aversief effect zullen hebben ten aanzien van nieuw delictgedrag. Alles bij elkaar wordt daarmee de kans klein dat alle voorwaarden voor herhaling van het delictgedrag zich zullen voordoen.

Daarbij zullen de (leef)tijd, de omstandigheden waarin betrokkene zich na de verwachtte detentie zal bevinden wat betreft wonen en werken, de aan- of afwezigheid van steunend netwerk, en ook de persoon van een eventuele partner belangrijke mediërende factoren zijn die, al dan niet door hun beschermend effect, op termijn mede het risico bepalen. Als betrokkene na een detentie succesvol re-integreert en succesvol een delictvrij leven opbouwt, dan wordt het risico van herhaald seksueel delictgedrag op termijn steeds kleiner.

Al met al concluderen onderzoekend psycholoog en psychiater daarom dat er geen goede gronden zijn om uit te gaan van meer dan een laag tot hooguit matig recidiverisico. Anders gezegd: een hoog recidiverisico kan niet onderbouwd worden.

Op grond van de beperkte doorwerking in de aan betrokkene ten laste gelegde feiten van de combinatie van haar persoonlijkheidsstoornis/disfunctionele persoonlijkheidskenmerken en de parafiele stoornissen die sterk samenhangen met de relatie met medeverdachte, alsmede het ontbreken van aanwijzingen voor een meer dan laag tot hooguit matig recidiverisico, zien onderzoekend psycholoog en psychiater onvoldoende onderbouwing om aan betrokkene een tbs-maatregel op te leggen. Gelet op de te verwachten strafmaat is een behandeling in het kader van een (deels) voorwaardelijke straf geen mogelijkheid.

Ten aanzien van risicofactoren, dan wel beschermende factoren die aan het einde van de vrijheidsstraf nog van invloed zouden kunnen zijn, waar onderzoekend psycholoog en psychiater nu nog een slag om de arm moeten houden, kan in de detentiefasering opnieuw een (klinische) risicotaxatie gedaan worden en een plan van aanpak gemaakt worden.

Omdat de inhoud van een dergelijk plan nu volledig ongewis is, zien onderzoekend psycholoog en psychiater een GVM als een effectieve maatregel. In dat kader zijn specifieke interventies mogelijk, zowel ten aanzien van behandeling gericht op de relevante risicofactoren, als begeleiding en toezicht.”

Uit het aanvullend ambulant onderzoek van 12 november 2025 volgt voorts dat het aanvullend onderzoek voor wat betreft de in de rapportage van 8 juli 2024 gedane conclusies niet tot andere inzichten of conclusies heeft geleid.

Mate van toerekenbaarheid

Ten slotte zijn voornoemde [deskundige 2] en [deskundige 1] ter terechtzitting van het hof van 11 maart 2026 gehoord. Omtrent het advies van de deskundigen om de tenlastegelegde feiten in licht verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen heeft [deskundige 2] ter zitting naar voren gebracht dat de oorzaak daarvan is gelegen in de omstandigheid dat bij de verdachte minder ‘grensafbakeningsissues’ zijn te zien dan bij de medeverdachte. De verdachte kan het over het algemeen goed haar grenzen bewaken, hetgeen zij in de loop van haar leven ook heeft laten zien. Verder is zij beter dan de medeverdachte in staat is om de verantwoordelijkheid te nemen om in de toekomst niet opnieuw over te gaan tot het plegen van dergelijke strafbare feiten. Zij heeft daarin meer keuze dan medeverdachte. De licht verminderde mate van toerekening houdt voorts in dat de vastgestelde stoornissen niet [pleegplaats 2] veel invloed hebben gehad op verdachtes gedragskeuzes, waardoor behandeling niet het middel is om eventuele recidive in de toekomst te voorkomen. [deskundige 1] heeft zich aangesloten bij de verklaring van [deskundige 2] en heeft in aanvulling daarop verklaard dat de verdachte heeft aangegeven dat ze wist wat ze deed en dat een uitspraak als “ik ging over lijken voor mijn genot” laat zien dat zij medeverdachte en de dynamiek in hun relatie niet kwijt wilde. Volgens [deskundige 2] kan na detentie middels de geadviseerde gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel toezicht worden gehouden op algemene factoren die zouden kunnen leiden tot recidive, zoals het ontbreken van een sociaal netwerk of huisvesting. Een behandeling bij een psycholoog of psychiater wordt vanuit het oogpunt van recidivebeperking niet nodig geacht.

In aanvulling op de rapportages heeft [deskundige 2] voorts verklaard dat er geen risicotaxatie-instrument is voor vrouwelijke zedenplegers. Het risico bij dergelijke zedenplegers is extreem laag en daardoor is het niet mogelijk een dergelijk instrument te gebruiken. De veelheid van de tenlastegelegde feiten in onderhavige zaak levert daarnaast geen evidentie op dat de verdachte in de toekomst zal recidiveren. Volgens [deskundige 1] is ook de mate van contact tussen de verdachte en de medeverdachte in het Pieter Baan Centrum, waarbij zij net een ‘getrouwd stel’ leken, geen aanwijzing voor een grotere kans op recidive. Dat geldt eveneens voor de door de verdachte (in eerste aanleg) gemaakte opmerking dat een kop koffie drinken met medeverdachte mogelijk zou zijn.

[deskundige 2] heeft ten slotte verklaard dat de verschillen tussen de in eerste aanleg opgestelde ambulante rapportage van [deskundige 4] en [deskundige 3] en de in hoger beroep opgestelde rapportage Pro Justitia, locatie Pieter Baan Centrum, zijn te verklaren doordat de verdachte en de medeverdachte in hoger beroep samen in het Pieter Baan Centrum zijn geobserveerd en er een andere onderzoeksmethode is gehanteerd. Anders dan bij het ambulante onderzoek, waarbij enkel gesprekken met de verdachte zijn gevoerd en informatie bij andere professionals is vergaard, is zij in het Pieter Baan Centrum de gehele onderzoeksperiode gedurende bijna de hele dag multidisciplinair geobserveerd. De informatie die daaruit naar voren kwam, is vervolgens aan de onderzoekstafel besproken. [deskundige 2] is van mening dat het onderzoek in het Pieter Baan Centrum van meerwaarde is geweest en stelt dat daarbij veel meer informatie is vergaard.

Anders dan de verdediging heeft bepleit, verenigt het hof zich – gelet op hetgeen [deskundige 2] daaromtrent ter zitting van 11 maart 2026 heeft verklaard, samengevat dat het onderzoek in het Pieter Baan Centrum van meerwaarde is geweest en daarbij veel meer informatie is vergaard dan bij het ambulante onderzoek – met de hiervoor weergegeven bevindingen en conclusies uit het rapport Pro Justitia, locatie Pieter Baan Centrum, van 8 juli 2024 en het aanvullend ambulant onderzoek d.d. 12 november 2025 en legt deze ten grondslag aan zijn beslissing. Het hof ziet geen redenen om aan die bevindingen en conclusies te twijfelen.

Het hof stelt op grond van die rapportages vast dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van de bewezenverklaarde feiten sprake was van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis en dat de bewezenverklaarde feiten haar in licht verminderde mate zijn toe te rekenen. Verder heeft het hof geconstateerd dat de door de verdachte begane strafbare feiten misdrijven betreffen als vermeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 2, Sr. Anders dan de advocaat-generaal in haar requisitoir heeft aangevoerd, is het hof – gelet op hetgeen de deskundigen omtrent het recidiverisico hebben gerapporteerd en ter zitting hebben verklaard, samengevat dat er geen goede gronden zijn om uit te gaan van meer dan een laag tot hooguit matig recidiverisico en dat ook de veelheid aan tenlastegelegde feiten, het contact met medeverdachte in het Pieter Baan Centrum en de opmerking over een ‘kopje koffie drinken’ geen aanwijzingen zijn voor een hogere kans op recidive – van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen niet eist dat aan de verdachte de maatregel van tbs wordt opgelegd. Hetgeen de advocaat-generaal heeft aangevoerd, is onvoldoende overtuigend om de bevindingen van de deskundigen opzij te zetten. Het hof is aldus van oordeel dat niet aan de wettelijke criteria voor het opleggen van tbs is voldaan, en zal om die reden geen tbs-maatregel aan de verdachte opleggen.

Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel

Het hof is wel van oordeel dat, ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen, oplegging van de maatregel ex artikel 38z Sr – zoals door de deskundigen ter beperking van toekomstig recidiverisico is geadviseerd en door de advocaat-generaal (subsidiair) is gevorderd – passend en geboden is. Nu het hof aan de verdachte een gevangenisstraf zal opleggen wegens misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 4 jaren of meer is gesteld, is voldaan aan de wettelijke vereisten voor oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel zoals bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.

Voorwaardelijke verzoeken

De verdediging heeft, indien het hof afwijkt van de conclusies van de [deskundige 3] en [deskundige 4] omtrent de doorwerking van de stoornis(sen) en de mate van toerekening en aansluit bij de conclusies [deskundige 2] en [deskundige 1], verzocht [deskundige 3] en [deskundige 4] hierover te horen om hen op z’n minst te laten reageren op het andersluidende advies. Het hof acht zich echter voldoende voorgelicht, mede gelet op het uitgebreide verhoor van de deskundigen ter terechtzitting in hoger beroep waarbij de mate van toerekening en het verschil tussen het onderzoek bij het PBC en het onderzoek in eerste aanleg voldoende duidelijk is geworden. Het horen van [deskundige 3] en [deskundige 4] acht het hof dan ook niet noodzakelijk. Het verzoek van de verdediging wordt derhalve afgewezen.

Voorts heeft de verdediging, indien het hof de eigen waarneming van de camerabeelden wenst te gebruiken om de oplegging van een tbs-maatregel te motiveren, verzocht om zowel de deskundigen uit de eerste aanleg alsook de deskundigen van het PBC hierover te horen. Het hof heeft geen gebruik gemaakt van de eigen waarneming in de overwegingen omtrent het al dan niet opleggen van een tbs-maatregel. Reeds gelet daarop is het niet noodzakelijk dat het hof beslist op dat verzoek van de verdediging.

Contactverbod met de dochter

Anders dan de advocaat van de dochter van de verdachte heeft verzocht, ziet het hof geen aanleiding om een contactverbod ex artikel 38v Sr op te leggen.

Beslag

De hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Ten aanzien van de op de beslaglijst vermelde inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven Huawei (omschrijving: PL2100-2021128004-1813727) heeft de verdachte uitdrukkelijk afstand gedaan (dossierpagina 2845). Het hof zal gelet daarop geen beslissing nemen ten aanzien van dat inbeslaggenomen voorwerp.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Algemene overwegingen voor de schadevergoeding ten behoeve van de 7 zeer jonge meisjes.

De verdachte en/of de medeverdachte hebben zich in de periode van 21 september 2019 tot 13 juni 2021 tijdens de vele oppasmomenten (28 in totaal) door de verdachte (veelal in de ouderlijke woning van de respectieve meisjes) schuldig gemaakt aan het plegen van seksuele misdrijven jegens 7 zeer jonge meisjes, bestaande uit het maken van pornografische afbeeldingen van alle meisjes, die de verdachte en de medeverdachte met elkaar hebben gedeeld, het plegen van ontucht met [slachtoffer 2] en het seksueel binnendringen van het lichaam (oraal, vaginaal en anaal met vingers of vibrator) van [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6], en [slachtoffer 7].

Op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) heeft de benadeelde voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat (hierna ook te noemen: immateriële schade) recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding, indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen.

De verdachte en de medeverdachte hebben met hun handelen op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke integriteit van de meisjes. Uit de stukken in het dossier en (de beschrijving van) de beelden blijkt dat de meisjes als gevolg hiervan leed hebben ondervonden.

Het is algemeen bekend dat seksueel misbruik (ook pas op langere termijn) langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van de slachtoffers. Dit geldt ook indien, zoals in het onderhavige geval, de slachtoffers de ontuchtige handelingen op zeer jeugdige leeftijd hebben moeten ondergaan. Het hof heeft hierbij ook acht geslagen op het door de GGD Amsterdam opgemaakte rapport “De resultaten uit wetenschappelijk onderzoek (2013-2018) van de Amsterdamse Zedenzaak” waarin wordt geconcludeerd dat het misbruik bij deze zeer jonge kinderen op korte en lange termijn minder vaak lijkt te resulteren in klassieke klachten zoals posttraumatische stressreacties en dissociatie, maar des te meer in atypische klachten zoals internaliserende en externaliserende problemen, onveilig gehechtheidsgedrag en seksueel afwijkend gedrag (bijlage 2 bij het schadevergoedingsformulier van [slachtoffer 5]).

Naar het oordeel van het hof is derhalve sprake van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW van de 7 meisjes.

Gelet op alle omstandigheden van dit geval, in het bijzonder de aard en de ernst van de seksuele misdrijven, de gevolgen van de seksuele misdrijven (in de toekomst) voor de meisjes en het aan hen toegebrachte leed, alsmede de omstandigheden waaronder de misdrijven jegens de meisjes zijn begaan, begroot het hof de immateriële schade die de meisjes als gevolg van de bewezenverklaarde respectieve seksuele misdrijven hebben geleden naar billijkheid, als volgt:

Bij de begroting heeft het hof gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in (enigszins) vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Het hof heeft hierbij ook acht geslagen op de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, waarnaar al vaker door andere rechters in Nederland is verwezen bij de begroting van schade als hier aan de orde.

Algemene overwegingen over reis- en verletkosten.

De artikelen 237 tot en met 240 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) geven, behoudens bijzondere omstandigheden, een zowel limitatieve als exclusieve regeling van de kosten waarin een in het ongelijk gestelde partij kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 238, eerste en tweede lid, en artikel 239 Rv, in onderlinge samenhang bezien, komen alleen voor vergoeding in aanmerking reis-, verlet- en verblijfkosten voor het bijwonen van de zitting van de partij die aanspraak heeft op proceskostenvergoeding indien in persoon mag worden geprocedeerd en in persoon is geprocedeerd. Voor andere reis-, verlet- en verblijfskosten - zoals voor het bezoek aan Slachtofferhulp Nederland, de politie en leden van het Openbaar Ministerie - kent de proceskostenregeling geen vergoeding (vgl. Hoge Raad 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2338, Hoge Raad 28 maart 2023, ECLI:HR:2023:414 en Hoge Raad 21 mei 2024, ECLI:HR:2024:662).

Verletkosten in verband bezoeken aan de (kinder-)psycholoog zijn toewijsbaar aan het hand van het netto uurtarief informele zorg (PGB). Het uurtarief in 2021 was € 21,14 bruto per uur. Het hof schat het netto uurtarief in 2021 op € 15,- per uur.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feiten 2 en 3).

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 103,60 aan materiële schade (reiskosten) en € 10.000,- aan immateriële schade (€ 5.000,- voor de ontuchtige handelingen en € 5.000,- voor het vervaardigen, verspreiden en bezitten van kinderpornografisch materiaal), te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts is de hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte gevorderd.

De rechtbank heeft bij het vonnis waarvan beroep de verdachte veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 7.103,60 (€ 103,60 aan materiële schade en € 7.000,- aan immateriële schade), en bepaald dat de verdachte niet gehouden is tot betaling voor zover een bedrag van € 5.103,60 door de medeverdachte is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente en met veroordeling van de verdachte in de kosten. De rechtbank heeft de benadeelde partij in het overige deel van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijk vordering.

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering, te vermeerderen met de wettelijke rente en hoofdelijke veroordeling.

De verdediging heeft verzocht de vordering toe te wijzen overeenkomstig het vonnis van de rechtbank.

Het hof overweegt als volgt:

Materiële schade

Onder verwijzing naar de hiervoor weergegeven algemene overwegingen over reis- en verletkosten (reiskosten b) zal dit deel van de vordering worden afgewezen.

Immateriële schade

Onder verwijzing naar de hiervoor weergegeven algemene overwegingen voor schadevergoeding begroot het hof de immateriële schade die aan de benadeelde partij als rechtstreekse schade door het bewezenverklaarde is toegebracht naar billijkheid op een bedrag van € 6.000,- (€ 4.000,- ter zake de kinderpornografische afbeeldingen en € 2.000,- ter zake ontuchtige handelingen). Dit bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juni 2021, zijnde de laatste dag waarop feit 3 is gepleegd. De schade wordt geacht op die dag te zijn geleden.

De benadeelde zal in het overige deel van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.

Kosten

De verdachte zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten, op de wijze als in het dictum van dit arrest is vermeld.

Hoofdelijke veroordeling

Tot vergoeding van de schade tot een bedrag van € 4.000,- en de kosten is naast de verdachte ook de medeverdachte gehouden. Zij zijn derhalve hoofdelijk aansprakelijk voor deze schade en de kosten. Indien en voor zover één van hen (een deel van) deze schade en de kosten betaalt, zal ook de ander daardoor zijn bevrijd van zijn/haar betalingsverplichting.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] (feiten 9, 10 en 11).

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 25.000,- aan immateriële schade (€ 20.000,- voor de op verschillende momenten gepleegde ontuchtige handelingen waaronder begrepen het seksueel binnendringen en € 5.000,- voor het vervaardigen, verspreiden en bezitten van kinderpornografisch materiaal), te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts is de hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte gevorderd.

De rechtbank heeft bij het vonnis waarvan beroep de verdachte veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 13.000,- aan immateriële schade (€ 5.000,- voor het vervaardigen van kinderporno en € 8.000,- voor het seksueel binnendringen), te vermeerderen met de wettelijke rente, en bepaald dat de verdachte niet gehouden is tot betaling voor zover dit bedrag door de medeverdachte is betaald, met veroordeling van de verdachte in de kosten. De rechtbank heeft de benadeelde partij in het overige deel van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft het hof verzocht de verdachte en de medeverdachte hoofdelijk te veroordelen tot het in de vaststellingsovereenkomst (gesloten tussen [slachtoffer 5] en de medeverdachte) genoemde bedrag.

De verdediging heeft verzocht de vordering toe te wijzen overeenkomstig het vonnis van de rechtbank.

Het hof overweegt als volgt.

Immateriële schade

Onder verwijzing naar de hiervoor weergegeven algemene overwegingen over schadevergoeding begroot het hof de immateriële schade die aan de benadeelde partij als rechtstreekse schade door het bewezenverklaarde is toegebracht naar billijkheid op een bedrag van € 16.500,- (€ 4.000,- ter zake de kinderpornografische afbeeldingen en € 12.500,- ter zake het seksueel binnendringen). Dit bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2020, zijnde de dag waarop feit 10 is gepleegd. De schade wordt geacht op die dag te zijn geleden.

De benadeelde zal in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Kosten

De verdachte zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten, op de wijze als in het dictum van dit arrest is vermeld.

Hoofdelijke veroordeling

Tot vergoeding van de schade en de kosten is naast de verdachte ook de medeverdachte gehouden. Zij zijn derhalve hoofdelijk aansprakelijk voor deze schade en de kosten. Indien en voor zover één van hen (een deel van) deze schade en de kosten betaalt, zal ook de ander daardoor zijn bevrijd van zijn/haar betalingsverplichting.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] (feiten 12, 13 en 14).

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 826,18 aan materiële schade (€ 249,60 aan reiskosten en € 576,58 aan verletkosten) en € 30.000,- aan immateriële schade (€ 25.000,- voor het op verschillende momenten gepleegde seksueel misbruik en € 5.000,- voor het vervaardigen, verspreiden en bezitten van kinderpornografisch materiaal), te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts is de hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte gevorderd.

De rechtbank heeft bij het vonnis waarvan beroep de verdachte veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 13.826,18 (€ 826,18 aan materiële schade en € 13.000,- aan immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente, en bepaald dat de verdachte niet gehouden is tot betaling voor zover dit bedrag door de medeverdachte is betaald, en met hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte in de kosten, begroot op € 1.196,-. De rechtbank heeft de benadeelde partij in het overige deel van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft het hof verzocht de verdachte en de medeverdachte hoofdelijk te veroordelen tot het in de vaststellingsovereenkomst (gesloten tussen [slachtoffer 6] en de medeverdachte) genoemde bedrag.

De verdediging heeft verzocht de vordering toe te wijzen overeenkomstig het vonnis van de rechtbank.

Het hof overweegt als volgt.

Materiële schade

Onder verwijzing naar de hiervoor weergegeven algemene overwegingen over reis- en verletkosten zullen de reiskosten voor bezoeken aan de advocaat (reiskosten b) worden afgewezen; de reiskosten voor bezoeken aan de kinderpsycholoog (reiskosten a) zullen worden toegewezen tot een bedrag van € 228,80 (880 km x € 0,26); de verletkosten (verletkosten c) voor bezoeken van de ouders van [slachtoffer 6] aan de kinderpsycholoog zullen worden toegewezen tot een bedrag van € 346,50 (23,1 uur x € 15,- (netto uurtarief informele zorg)), te vermeerderen met de wettelijke rente. De aanvangsdatum voor de wettelijke rente over de toewijsbare materiële schade van € 575,30 zal het hof bepalen op 12 november 2021, zijnde dag waarop de ouders van [slachtoffer 6] met de kinderpsycholoog het intakegesprek hebben gehad. De vordering tot vergoeding van de verletkosten zal voor het overige worden afgewezen.

Immateriële schade

Onder verwijzing naar de hiervoor weergegeven algemene overwegingen voor schadevergoeding begroot het hof de immateriële schade die aan de benadeelde partij als rechtstreekse schade door het bewezenverklaarde is toegebracht naar billijkheid op een bedrag van € 16.500,- (€ 4.000,- ter zake de kinderpornografische afbeeldingen en € 12.500,- ter zake het seksueel binnendringen). Dit bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 januari 2021, zijnde de laatste dag waarop de feiten 12 en 13 zijn gepleegd. De schade wordt geacht op die dag te zijn geleden.

De benadeelde zal in het overige deel van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.

Kosten

De verdachte zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten, op de wijze als in het dictum van dit arrest is vermeld. Deze kosten zullen vooralsnog op nihil worden gesteld nu de gemachtigde van de benadeelde partij ter terechtzitting in hoger beroep te kennen heeft gegeven dat het oorspronkelijk gevorderde bedrag aan proceskosten niet wordt gehandhaafd.

Hoofdelijke veroordeling

Tot vergoeding van de schade en de kosten is naast de verdachte ook de medeverdachte gehouden. Zij zijn derhalve hoofdelijk aansprakelijk voor deze schade en de kosten. Indien en voor zover één van hen (een deel van) deze schade en de kosten betaalt, zal ook de ander daardoor zijn bevrijd van zijn/haar betalingsverplichting.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] (feiten 15 en 16).

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 1.252,95 aan materiële schade en € 30.000,- aan immateriële schade (€ 25.000,- voor het op verschillende momenten gepleegde seksueel misbruik en € 5.000,- voor het vervaardigen, verspreiden en bezitten van kinderpornografisch materiaal), te vermeerderen met de wettelijke rente en de kosten. Voorts is de hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte gevorderd.

De vordering tot vergoeding van materiële schade valt uiteen in de volgende posten:

De rechtbank heeft bij het vonnis waarvan beroep de verdachte veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 14.252,95 (€ 1.252,95 aan materiële schade en € 13.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, en bepaald dat de verdachte niet gehouden is tot betaling voor zover dit bedrag door de medeverdachte is betaald en met hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte in de kosten, begroot op € 1.196,-. De rechtbank heeft de benadeelde partij in het overige deel van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft het hof verzocht de verdachte en de medeverdachte hoofdelijk te veroordelen tot het in de vaststellingsovereenkomst (gesloten tussen [slachtoffer 7] en de medeverdachte) genoemde bedrag.

De verdediging heeft verzocht de vordering toe te wijzen overeenkomstig het vonnis van de rechtbank.

Het hof overweegt als volgt.

Materiële schade

Onder verwijzing naar de hiervoor weergegeven algemene overwegingen over reis- en verletkosten zullen de reiskosten voor bezoeken aan Slachtofferhulp en de advocaat (reiskosten b) worden afgewezen; de reiskosten voor bezoeken aan ziekenhuis en kinderpsychologen (reiskosten a) zullen worden toegewezen tot een bedrag van € 221,- (850 km x € 0,26); de verletkosten (verletkosten c) voor bezoeken van de ouders aan de kinderpsychologen zullen worden toegewezen tot een bedrag van € 555,- (18,5 uur x 2 (beide ouders) x € 15,- (netto uurtarief informele zorg)), te vermeerderen met de wettelijke rente. De aanvangsdatum voor de wettelijke rente over deze toewijsbare materiële schade van € 776,- zal het hof bepalen op 12 juli 2021, zijnde de dag waarop de ouders van [slachtoffer 7] het eerste gesprek hebben gehad met de kinderpsycholoog. Deze schade wordt geacht op die dag te zijn geleden.

De gevorderde verletkosten worden voor het overige afgewezen.

De gevorderde schadevergoeding voor dekbed, pyjama, slaapzak en hoeslaken, zijnde in totaal € 95,74, zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2021, zijnde laatste dag waarop feit 15 is gepleegd. Deze schade wordt geacht op die dag te zijn geleden.

Immateriële schade

Onder verwijzing naar de hiervoor weergegeven algemene overwegingen voor schadevergoeding begroot het hof de immateriële schade die aan de benadeelde partij als rechtstreekse schade door het bewezenverklaarde is toegebracht naar billijkheid op een bedrag van € 16.500,- (€ 4.000,- ter zake de kinderpornografische afbeeldingen en € 12.500,- ter zake het seksueel binnendringen). Dit bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2021, zijnde laatste dag waarop feit 15 is gepleegd. De schade wordt geacht op die dag te zijn geleden.

De benadeelde zal in het overige deel van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.

Kosten

De verdachte zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten, op de wijze als in het dictum van dit arrest is vermeld. Deze kosten zullen vooralsnog op nihil worden gesteld nu de gemachtigde van de benadeelde partij ter terechtzitting in hoger beroep te kennen heeft gegeven dat het oorspronkelijk gevorderde bedrag aan proceskosten niet wordt gehandhaafd.

Hoofdelijke veroordeling

Tot vergoeding van de schade en de kosten is naast de verdachte ook de medeverdachte gehouden. Zij zijn derhalve hoofdelijk aansprakelijk voor deze schade en de kosten. Indien en voor zover één van hen (een deel van) deze schade en de kosten betaalt, zal ook de ander daardoor zijn bevrijd van zijn/haar betalingsverplichting.

De vorderingen van de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 2], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] (hierna ook te noemen: de benadeelde partijen de ouders).

De benadeelde partijen de ouders hebben in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 2.500,- aan immateriële schade per ouder, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts is de hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte gevorderd.

De rechtbank heeft bij het vonnis waarvan beroep de benadeelde partijen de ouders telkens niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding en bepaald dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De benadeelde partijen de ouders hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De gemachtigden van de benadeelde partijen de ouders hebben gesteld dat de verdachte en de medeverdachte door het onrechtmatig handelen jegens hun dochter ook jegens hen een (zelfstandige) onrechtmatige daad hebben gepleegd, als gevolg waarvan zij ‘op andere wijze’ in hun persoon zijn aangetast als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW en rechtstreeks schade hebben geleden die zij in deze strafprocedure op de verdachte en de medeverdachte willen verhalen. Daartoe is gesteld dat de verdachte en de medeverdachte de gezinnen zorgvuldig hebben geselecteerd via oppassites louter met als doel om de kinderen van deze ouders te gaan misbruiken. De verdachte presenteerde zich tijdens de kennismakingsgesprekken als een professionele oppas die over een VOG beschikte. De verdachte en de medeverdachte hebben aldus toegang gekregen tot het gezin en de woning. De verdachte en de medeverdachte hebben daarmee opzettelijk misbruik gemaakt van de vertrouwenspositie en de ouders hebben hun kind vervolgens aan de oppas toevertrouwd waardoor het misbruik kon plaatsvinden. Er is sprake van een ernstige normschending bestaande bestaat uit doelbewuste misleiding, het binnendringen van de woning en in het privéleven en het beschamen van het ouderlijk vertrouwen. De moeder van [slachtoffer 5] heeft bovendien geestelijk letsel opgelopen zodat bij de moeder van [slachtoffer 5] ook om die reden sprake is van aantasting in de persoon op ‘andere wijze’.

De advocaat-generaal heeft primair verzocht de gevorderde schade integraal toe te wijzen en subsidiair tot toewijzing van een door het hof naar billijkheid te begroten bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente en met hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte.

De verdediging heeft bepleit de benadeelde partijen de ouders niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen aangezien artikel 51f, lid 1, Sv hiervoor geen ruimte biedt.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof stelt evenals de rechtbank voorop dat ook ten aanzien van de ouders van [slachtoffer 2], [slachtoffer 5]en [slachtoffer 6] geldt dat er geen discussie kan zijn over het leed en verdriet dat deze ouders is aangedaan doordat zij moeten leven met het besef dat hun dochtertje seksueel is misbruikt en de onzekerheid welke psychische gevolgen dit in de toekomst voor hun dochtertje zal hebben.

Het hof is echter van oordeel dat de ouders in het strafproces niet als benadeelde partijen kunnen worden ontvangen in de vorderingen die zien op vergoeding van de door henzelf geleden schade. Artikel 51f lid 1 Sv biedt in beginsel (behoudens in geval van schokschade en in geval bij de dader het oogmerk heeft bestaan schade aan een derde toe te brengen) niet de ruimte aan ouders om door henzelf geleden schade in het strafproces te vorderen in verband met een tegen hun kind gepleegd misdrijf. Een onrechtmatige daad gepleegd jegens een kind brengt immers, behoudens voormelde uitzonderingen, nog niet mee dat jegens de ouders van het kind een zelfstandige onrechtmatige daad is gepleegd, waardoor zij rechtstreeks schade hebben geleden als bedoeld in artikel 51f lid 1 Sv en dat de ouders zich ter zake van hun vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij kunnen voegen in strafproces. Artikel 51f lid 1 Sv biedt in elk geval geen ruimte een dergelijke vordering in het strafproces te vorderen.

Hetgeen de ouders aan hun vorderingen ten grondslag hebben gelegd leidt mogelijk wel in civilibus tot (contractuele) aansprakelijkheid van de verdachte en de medeverdachte. Deze vraag ligt in het strafproces echter niet aan het hof ter beoordeling voor, maar zou eventueel bij de burgerlijke rechter als grondslag voor de vorderingen kunnen worden aangevoerd.

Het voorgaande brengt mee dat de benadeelde partijen de ouders in het onderhavige strafproces niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen.

De benadeelde partijen de ouders zullen als de in het ongelijk gestelde partij telkens worden veroordeeld in de kosten op de wijze als in het dictum van dit arrest is bepaald.

De vorderingen van de benadeelde partij de ouders van [slachtoffer 7] .

De benadeelde partij de moeder van [slachtoffer 7] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 387,07 aan materiële schade (€ 76,63 aan reiskosten en € 313,44 aan eigen risico zorgverzekeraar) en € 10.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en € 498,- aan kosten. Voorts is de hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte gevorderd.

De rechtbank heeft bij het vonnis waarvan beroep de verdachte veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 387,07 aan materiële schade, en bepaald dat de verdachte niet gehouden is tot betaling voor zover dit bedrag door de medeverdachte is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente, en met hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte in de kosten, begroot op € 498. De rechtbank heeft de benadeelde partij de moeder van [slachtoffer 7] in de vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij de vader van [slachtoffer 7] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 10.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en € 498,- aan kosten. Voorts is de hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte gevorderd.

De rechtbank heeft bij het vonnis waarvan beroep de benadeelde partij de vader van [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding en bepaald dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 7] hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De gemachtigde van de ouders van [slachtoffer 7] heeft gesteld dat door de directe confrontatie met de beelden van het misbruik bij de ouders een zodanige emotionele schok teweeg is gebracht, waaruit geestelijk letsel is voortgevloeid, dat de verdachte en de medeverdachte daardoor jegens de ouders van [slachtoffer 7] een zelfstandige onrechtmatige daad hebben gepleegd die leidt tot schadeplichtigheid jegens de ouders van [slachtoffer 7].

De advocaat-generaal heeft primair verzocht de gevorderde schade integraal toe te wijzen en subsidiair een door het hof naar billijkheid vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente en met hoofdelijke veroordeling van de verdachte en de medeverdachte.

De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de door de moeder van [slachtoffer 7] gevorderde materiële schade. Voor het overige heeft de verdediging bepleit de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen.

Het hof overweegt als volgt.

Het toetsingskader voor schokschade

In het arrest van 28 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:958) heeft de Hoge Raad zijn rechtspraak over vergoeding van schokschade nader uiteengezet en gepreciseerd. De Hoge Raad overwoog als volgt:

Iemand die een ander door zijn onrechtmatige daad doodt of verwondt, kan – afhankelijk van de omstandigheden waaronder die onrechtmatige daad en de confrontatie met die daad of de gevolgen daarvan, plaatsvinden – ook onrechtmatig handelen jegens degene bij wie die confrontatie een hevige emotionele schok teweeg brengt. Het recht op vergoeding van schade is beperkt tot de schade die volgt uit door die laatste onrechtmatige daad veroorzaakt geestelijk letsel zoals hierna onder 3.7 nader omschreven.

Gezichtspunten die een rol spelen bij de beoordeling van de onrechtmatigheid jegens degene bij wie een hevige emotionele schok is teweeggebracht als hiervoor bedoeld zijn onder meer:

- De aard, de toedracht en de gevolgen van de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad, waaronder de intentie van de dader en de aard en ernst van het aan het primaire slachtoffer toegebrachte leed;

- De wijze waarop het secundaire slachtoffer wordt geconfronteerd met de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan. Daarbij kan onder meer worden betrokken of hij door fysieke aanwezigheid of anderszins onmiddellijk kennis kreeg van het onrechtmatige handelen jegens het primaire slachtoffer, of dat hij nadien met de gevolgen van dit handelen werd geconfronteerd. Bij een latere confrontatie kan een rol spelen in hoeverre zij onverhoeds was. Bij het aan dit gezichtspunt toe te kennen gewicht kan meewegen of het secundaire slachtoffer beroepsmatig of anderszins bedacht moest zijn op een dergelijke schokkende gebeurtenis;

- De aard en hechtheid van de relatie tussen het primaire slachtoffer en het secundaire slachtoffer, waarbij geldt dat bij het ontbreken van een nauwe relatie niet snel onrechtmatigheid kan worden aangenomen.

De feitenrechter moet aan de hand van onder meer deze gezichtspunten in hun onderlinge samenhang beschouwd van geval tot geval beoordelen of sprake is van onrechtmatigheid, waarbij niet op voorhand aan een van deze gezichtspunten doorslaggevende betekenis toekomt. Als een van deze gezichtspunten geen duidelijke indicatie voor het aannemen van onrechtmatigheid geeft, kan onrechtmatigheid desondanks worden aangenomen als de omstandigheden daarvoor, bezien vanuit de overige gezichtspunten, voldoende zwaarwegend zijn.

Het recht op vergoeding van schade die is veroorzaakt door het onrechtmatig teweegbrengen van een hevige emotionele schok is – zoals hiervoor in 3.4 reeds overwogen - beperkt tot de schade die volgt uit geestelijk letsel. Voor de toewijzing van schadevergoeding ter zake van dat geestelijk letsel is vereist dat het bestaan van dat geestelijk letsel naar objectieve maatstaven is vastgesteld. In de rechtspraak over schokschade is in dat verband steeds overwogen dat dit in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Daarmee is beoogd tot uitdrukking te brengen dat die emotionele schok moet hebben geleid tot geestelijk letsel dat gelet op aard, duur en/of gevolgen ernstig is, en in voldoende mate objectiveerbaar. Dit brengt mee dat als de rechter op grond van een rapportage van een ter zake bevoegde en bekwame deskundige – waarbij gedacht kan worden aan een ter zake bevoegde en bekwame psychiater, huisarts of psycholoog – tot het oordeel komt dat sprake is van geestelijk letsel in de hiervoor bedoelde zin, hij tot toewijzing van schadevergoeding kan overgaan, ook als in die rapportage geen diagnose van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld wordt gesteld. Als sprake is van geestelijk letsel als hier bedoeld, komt zowel de materiële als de immateriële schade die daarvan het gevolg is voor vergoeding in aanmerking.”

De feiten en de omstandigheden

Op 12 juni 2021 zijn de ouders van [slachtoffer 7] geconfronteerd met de beelden van een camera die op slaapkamer van hun destijds 2 jaar oude dochter stond. Die avond paste de verdachte op hun dochter, terwijl de ouders een avondje uit waren. Bij eerdere oppasmomenten was de camera nog niet geïnstalleerd. Toen de ouders weer thuis waren, heeft de vader van [slachtoffer 7] de camerabeelden bekeken. Hij zag dat zijn dochter door de oppas (de verdachte) seksueel werd misbruikt en dat de verdachte met een camera aan het opnemen was of aan het videobellen. De vader en de moeder van [slachtoffer 7] hebben vervolgens beiden fragmenten van de beelden van het seksueel misbruik bekeken. Ze hebben naast de seksuele handelingen die de verdachte met hun dochtertje verrichtte, gezien dat de verdachte een riem om de hals van hun dochtertje deed en haar zwarte lingeriekousen aan had gedaan. De ouders hebben niet alle beelden gezien omdat ze het niet aan konden. Uit de beschrijving van diezelfde camerabeelden (dossierpagina’s 1404-1409) blijkt dat het meisje tijdens in de tenlastelegging beschreven seksuele handelingen bij de haren wordt gepakt, dat het meisje op verschillende momenten huilt en kokhalsgeluiden maakte en dat het meisje door de verdachte wordt aangesproken met hoer en vieze kleine slet. En op een moment dat het meisje huilt wordt, door de verdachte gezegd: ‘ik wil geen huilen horen, tong naar buiten, er wordt niet gehuild, tong naar buiten.’

Uit de toelichting bij het schadevergoedingsformulier blijkt dat de ouders van [slachtoffer 7] in juli 2021 professionele hulp hebben gekregen van een GZ-psycholoog om dit misdrijf jegens hun dochter te verwerken (bijlage 1 bij het schadevergoedingsformulier). Het betrof hier 3 sessies. In oktober 2021 heeft de moeder van [slachtoffer 7] zich opnieuw bij de GZ-psycholoog aangemeld vanwege een opleving van, naar het hof begrijpt, de psychische klachten. De klachten lijken volgens de intakerapportage/behandelplan van de GZ-psycholoog van 15 oktober 2021 (bijlage 2 bij het schadevergoedings-formulier) op overspannenheid door de gebeurtenissen rondom haar dochter, de moeder raakt weer sneller getriggerd door beelden op tv en bepaalde handelingen die haar dochter uitvoert (zoals tong uitsteken) en er is sprake van opdringende nare fantasieplaatjes van de gebeurtenis. De moeder van [slachtoffer 7] heeft vervolgens van 14 oktober 2021 tot en met 15 februari 2022 nog 8 behandelingen gehad en EMDR- en schrijftherapie gevolgd, gericht op het uiten van haar woede en verdriet, en de verdere verwerking van de gebeurtenissen.

Het hof concludeert dat de ouders van [slachtoffer 7] door het waarnemen van de beelden en de door de verdachte verrichte seksuele handelingen met de gevolgen van het onrechtmatig handelen van de verdachte en de medeverdachte jegens [slachtoffer 7] zijn geconfronteerd. Zij zijn daarnaast door de verdachte om de tuin geleid doordat zij zich voordeed als een betrouwbare oppas aan wie zij hun dochter konden toevertrouwen, terwijl de verdachte en de medeverdachte de kinderen uitzochten op oppassites louter met als doel de zeer jeugdige kinderen seksueel te misbruiken. Welke gevolgen het seksueel misbruik voor [slachtoffer 7] heeft is nog onbekend, maar zoals hiervoor in de algemene overwegingen voor de schadevergoeding is omschreven, is het een feit van algemene bekendheid dat seksueel misbruik van zeer jeugdige kinderen (ook pas op langere termijn) langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van de slachtoffers. Uit de beschrijving van de camerabeelden van het seksueel misbruik van 12 juni 2021 blijkt ook dat aan [slachtoffer 7] door het seksueel misbruik leed is toegebracht.

Ten aanzien van de moeder van [slachtoffer 7]

Vaststaat dat de verdachte en de medeverdachte onrechtmatig jegens [slachtoffer 7] hebben gehandeld. Het hof stelt vast dat de benadeelde partij als moeder van [slachtoffer 7] een hechte – nauwe en affectieve – relatie heeft met het slachtoffer.

Uit vorenomschreven rapportages van de behandelend GZ-psycholoog blijkt dat de moeder van [slachtoffer 7] als gevolg van confrontatie met de beelden van het jegens haar dochter gepleegde seksueel misbruik psychische klachten heeft gekregen waarvoor zij van juli 2021 tot februari 2022 onder behandeling is geweest bij een GZ-psycholoog en onder meer EMDR-therapie heeft gevolgd.

Het hof is van oordeel dat uit deze rapportages voldoende blijkt dat bij de benadeelde partij de moeder van [slachtoffer 7] sprake is van geestelijk letsel dat het gevolg is van het bewezenverklaarde strafbare feit.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, in hun onderlinge samenhang bezien, brengen in het licht van de hiervoor vermelde gezichtspunten mee dat de verdachte en de medeverdachte ook onrechtmatig hebben gehandeld jegens de benadeelde partij de moeder van [slachtoffer 7] bij wie de confrontatie met het seksuele misbruik van haar dochtertje en de gevolgen daarvan onmiskenbaar een hevige emotionele schok heeft teweeggebracht die heeft geleid tot geestelijk letsel dat gelet op de aard, duur en/of gevolgen ernstig is, en in voldoende mate objectiveerbaar.

Nu sprake is van geestelijk letsel als hier bedoeld, komt zowel de materiële als de immateriële schade die daarvan het gevolg is voor vergoeding in aanmerking.

Voor zover het gaat om immateriële schade is die vergoeding gebaseerd op het bepaalde in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW (aantasting van de persoon op andere wijze). Het hof is van de oordeel dat de benadeelde partij de moeder van [slachtoffer 7] aldus recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen immateriële schadevergoeding.

Materiële schade

Onder verwijzing naar de hiervoor weergegeven algemene overwegingen over reis- en verletkosten zullen de reiskosten voor bezoeken aan de psycholoog (reiskosten a) worden toegewezen tot een bedrag van € 73,63 (283,2 km x € 0,26). De kosten van de drie behandelingen bij de GZ-psycholoog in 2022 die door de zorgverzekeraar als eigen risico bij de moeder van [slachtoffer 7] in rekening zijn gebracht zullen worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 313,44. De materiële schade is aldus toewijsbaar tot een bedrag van € 387,07, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2022, zijnde laatste dag waarop de behandeling bij de GZ-psycholoog heeft plaatsgevonden. De schade wordt geacht op die dag te zijn geleden.

Immateriële schade

Het hof begroot de immateriële schade voor het geestelijk letsel als gevolg van de confrontatie, gezien genoemde feiten en omstandigheden waaronder die confrontatie heeft plaatsgevonden, naar billijkheid op een bedrag van € 5.000,-. Het hof heeft hierbij ook heeft acht geslagen op hetgeen andere rechters aan schokschade hebben toegekend aan naasten. Dit bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2021, zijnde laatste dag waarop feit 15 is gepleegd. De schade wordt geacht op die dag te zijn geleden.

De benadeelde zal in het overige deel van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.

Kosten

De verdachte zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten, op de wijze als in het dictum van dit arrest is vermeld. De door de gemachtigde van de benadeelde partij de moeder van [slachtoffer 7] gevorderde kosten voor het opstellen en het indienen van de vordering en het bijwonen van de zitting in eerste aanleg, worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 498,-.

Hoofdelijke veroordeling

Tot vergoeding van de schade en de kosten is naast de verdachte ook de medeverdachte gehouden. Zij zijn derhalve hoofdelijk aansprakelijk voor deze schade en de kosten. Indien en voor zover één van hen (een deel van) deze schade en de kosten betaalt, zal ook de ander daardoor zijn bevrijd van zijn/haar betalingsverplichting.

Ten aanzien van de vader van [slachtoffer 7]

De vader van [slachtoffer 7] is weliswaar ook met de beelden van het seksuele misbruik geconfronteerd, hetgeen zeker een emotionele schok teweeg zal hebben gebracht, doch onvoldoende is onderbouwd dat bij de vader van [slachtoffer 7] als gevolg daarvan geestelijk letsel is ontstaan. Het enkele feit dat (ook) de vader in juli 2021 professionele hulp heeft gekregen van een GZ-psycholoog om het jegens zijn dochter gepleegde seksueel misbruik te verwerken, is daartoe onvoldoende.

Voor zover de vordering van de vader van [slachtoffer 7] is gebaseerd op een ernstige normschending bestaande uit doelbewuste misleiding, het binnendringen van de woning en in het privéleven en het beschamen van het ouderlijk vertrouwen, waardoor de vader om die reden zou zijn aangetast in zijn persoon op andere wijze, verwijst het hof naar hetgeen het hiervoor heeft overwogen en beslist ten aanzien van de vorderingen benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 2], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6].

De benadeelde partij de vader van [slachtoffer 7] zal derhalve in zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

De benadeelde partij de vader van [slachtoffer 7] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten op de wijze als in het dictum van dit arrest is bepaald.

De benadeelde partij de dochter (feit 17)

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 21.785,00 aan materiële schade (€ 385,- ter zake van eigen risico en € 21.400,- ter zake van studievertraging 2020/2021) en € 10.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De rechtbank heeft bij het vonnis waarvan beroep de verdachte veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 3.385,00, bestaande uit € 3.000,00 aan immateriële schade en € 385,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten. De rechtbank heeft de benadeelde partij in het overige deel van de vordering tot vergoeding van de materiële en de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaard.

Namens de benadeelde partij is in hoger beroep de eis verminderd met de kosten van studievertraging en de vordering gehandhaafd voor wat betreft de vordering ter zake van het eigen risico en de immateriële schadevergoeding.

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot integrale toewijzing van de vordering, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De verdediging heeft verzocht de vordering toe te wijzen overeenkomstig het vonnis van de rechtbank.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte heeft zich op 1 juni 2020 schuldig gemaakt aan het drogeren van de dochter door het toedienen van een schadelijke stof, Clonazolam, met als doel de dochter te misbruiken voor de seksuele fantasieën van de verdachte en de medeverdachte. Op 15 maart 2022 heeft de dochter via de politie kennisgenomen van de inhoud van de WhatsApp-gesprekken die tussen de verdachte en de medeverdachte over haar zijn gevoerd en waarin de vergaande seksuele fantasieën werden besproken. Ook zijn op de inbeslaggenomen telefoon en laptop van de verdachte heimelijk door de verdachte opgemaakte videobestanden aangetroffen van de dochter, waarop onder meer te zien is dat de dochter onder de douche staat.

Uit de toelichting bij het schadevergoedingsformulier blijkt dat de dochter nadat de verdachte werd aangehouden op de verdenking van het plegen seksueel misbruik van zeer jonge kinderen reeds in september 2021 een intake heeft gehad bij de GGZ. Nadat de dochter ervan kennis kreeg dat ook zij is gebruikt in de fantasieën van de verdachte en de medeverdachte heeft dit het leven van de dochter op de kop gezet. De dochter is vervolgens vanaf 14 juli 2022 onder behandeling geweest bij SGGZ (Specialistische Geestelijke Gezondheidszorg) (bijlage 5 bij het schadevergoedingsformulier). Door SGGZ is bij de dochter een ongespecificeerde trauma- of stressorgerelateerde stoornis vastgesteld, waarvoor zij intensieve therapie heeft gekregen, bestaande onder meer uit groepstraining en een individuele therapie. Blijkens de door de gemachtigde van de dochter ter terechtzitting in hoger beroep gegeven toelichting heeft dochter voor haar klachten ook EMDR- en schematherapie gevolgd en is haar behandeling in 2025 stopgezet. De dochter voelt zich door het onrechtmatig handelen van de verdachte door haar moeder in de steek gelaten en is hierdoor bovendien haar familie kwijtgeraakt.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de benadeelde partij de dochter als gevolg van het onrechtmatig handelen van de verdachte geestelijk letsel heeft opgelopen en aldus is aangetast in de persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en sub b, BW, zodat zij recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen immateriële schadevergoeding evenals een vergoeding van de materiële schade die het rechtstreeks gevolg is van het onrechtmatig handelen van de verdachte.

Materiële schade

Het hof is van oordeel dat de vordering betreffende het eigen risico van 2022 inzake psychologische zorg (bijlage 1 bij schadevergoedingsformulier) kan worden toegewezen tot het gevorderde en niet betwiste bedrag van € 385,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2022, zijnde de laatste dag waarop zorgkosten zijn gedeclareerd. De schade wordt geacht op die dag te zijn geleden.

Immateriële schade

Gelet op alle omstandigheden van dit geval, in het bijzonder de aard en de ernst van het onrechtmatig handelen van de verdachte, de gevolgen hiervan voor de dochter en het aan de dochter toegebrachte leed, zoals hiervoor omschreven, alsmede de omstandigheden waaronder de verdachte het misdrijf jegens de dochter heeft begaan, begroot het hof de immateriële schade naar billijkheid op een bedrag van € 7.500,-. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de pleegdatum van het bewezenverklaarde feit, zijnde 1 juni 2020, de schade wordt geacht op die datum te zijn geleden. Bij de begroting heeft het hof gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in (enigszins) vergelijkbare gevallen zijn toegekend en hierbij ook acht geslagen op de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, waarnaar al vaker door andere rechters in Nederland is verwezen bij de begroting van schade als hier aan de orde.

Kosten

De verdachte zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten, op de wijze als in dictum van dit arrest is vermeld.

Algemene overwegingen schadevergoedingsmaatregel en gijzeling

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ten behoeve van de slachtoffers (tevens benadeelde partijen), zijnde [slachtoffer 2], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7], de moeder van [slachtoffer 7] en de dochter alsmede ten behoeve van de hierna afzonderlijk te bespreken [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert. Het hof zal daarbij bevelen dat gijzeling zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft. Het hof heeft acht geslagen op de artikelen 36f, vijfde lid, en 60a van het Wetboek van Strafrecht. Daaruit volgt dat de totale duur van de gijzeling maximaal een jaar betreft. Om doelmatigheidsredenen zal het hof uitgaan van de fictie dat een jaar gelijk is aan 360 dagen. Het hof zal dit maximale aantal dagen gijzeling evenredig verdelen over de maatregelen van de toegewezen vorderingen als het totale aantal dagen gijzeling dat zonder toepassing van dit maximum boven 360 dagen zou uitstijgen.

Om redenen van efficiency heeft het hof de toewijsbare schadevergoeding bij de verdachte onderverdeeld in 4 categorieën, te weten:

categorie 1: € 4.000,- tot € 5.000,-

categorie 2: € 5.000,- tot € 10.000,-

categorie 3: € 10.000,- tot € 15.000,-

categorie 4: € 15.000,- en hoger.

Bij de eerste categorie zullen 25 dagen gijzeling per slachtoffer worden opgelegd, bij de tweede categorie per slachtoffer 35 dagen gijzeling, bij de derde categorie 40 dagen gijzeling per slachtoffer en bij de vierde categorie 50 dagen gijzeling per slachtoffer. De schadevergoedingsmaatregel en het aantal dagen gijzeling zullen nader worden genoemd in het dictum.

[slachtoffer 1] (feit 1),[slachtoffer 3] (feiten 4, 5 en 6) en [slachtoffer 4] (feiten 7 en 8)

Door en namens [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zijn geen vorderingen benadeelde partij ingediend. De rechtbank heeft in het vonnis waarvan beroep geoordeeld dat de verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het/de strafbare feit(en) aan de slachtoffers is toegebracht en, op vordering van de officier van justitie, ten behoeve van deze slachtoffers de schadevergoedingsmaatregel opgelegd: voor [slachtoffer 1] € 5.000,-, voor [slachtoffer 3] € 13.000,- en voor [slachtoffer 4] € 13.000,-. De rechtbank heeft voor wat betreft de hoogte van de schadevergoeding aansluiting gezocht bij de toegewezen bedragen aan de benadeelde partijen [slachtoffer 2], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7].

Onder verwijzing naar de hiervoor weergegeven algemene overwegingen voor schadevergoeding zal aan de verdachte de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van:

- een bedrag van € 4.000,- ten behoeve van [slachtoffer 1] (ter zake de kinderpornografische afbeeldingen);

- een bedrag van € 14.000,- ten behoeve van [slachtoffer 3] (€ 4.000,- ter zake de kinderpornografische afbeeldingen en € 10.000,- ter zake het seksueel binnendringen);

- een bedrag van € 14.000,- ten behoeve van [slachtoffer 4] (€ 4.000,- ter zake de kinderpornografische afbeeldingen en € 10.000,- ter zake het seksueel binnendringen).

Het hof is van oordeel dat de verdachte en de medeverdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] hebben geleden en zal ten behoeve van deze slachtoffers de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot hierna te noemen bedragen. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de verdachte en de medeverdachte ten aanzien van [slachtoffer 3] is beperkt tot een bedrag van € 4.000,-.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36e, 36f, 38z, 47, 55, 57, 60a, 240b, 244, 247, 248, 249, 301 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17 en 18 tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17 en 18 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1 gsm zwart, Samsung (1813726)

1 computer, merk Asus (1813729)

1 usb stick (memorycard) wit/blauw merk Philips (676764)

1 usb stick (memorykaart) wit/groen merk Philips (676765)

1 gsm Samsung, wit in hoesje (676767)

1 gsm Samsung wit in gouden hoesje (676770);

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feiten 2 en 3)

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 6.000,00 (zesduizend euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk tot een bedrag van € 4.000,- (vierduizend euro) aansprakelijk is;

wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van € 103,60 (honderddrie euro en zestig cent) aan materiële schade af;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte en de mededader hoofdelijk in de kosten en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2] , ter zake van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 6.000,00 (zesduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;

bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 35 (vijfendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of de mededader aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt;

bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 13 juni 2021;

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] (feiten 9, 10 en 11).

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5] ter zake van het onder 9, 10 en 11 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 16.500,- (zestienduizendvijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte en de mededader hoofdelijk in de kosten en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 5], ter zake van het onder 9, 10 en 11 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 16.500,00 (zestienduizendvijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;

bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 50 (vijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of de mededader aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt;

bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 3 oktober 2020;

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] (feiten 12, 13 en 14);

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 6] ter zake van het onder 12, 13 en 14 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 17.075,30 (zeventienduizend vijfenzeventig euro en dertig cent) bestaande uit € 575,30 (vijfhonderdvijfenzeventig euro en dertig cent) ter zake van materiële schade en € 16.500,- (zestienduizendvijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is;

wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van € 250,88 (tweehonderdvijftig euro en achtentachtig cent) aan materiële schade af;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte en de mededader hoofdelijk in de kosten en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 6], ter zake van het onder 12, 13 en 14 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 575,30 (vijfhonderdvijfenzeventig euro en dertig cent) als vergoeding voor materiële schade en een bedrag van € 16.500,00 (zestienduizendvijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening;

bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 50 (vijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of de mededader aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt;

bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 12 november 2021 en voor immateriële schade op 8 januari 2021;

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] (feiten 15 en 16)

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 7] ter zake van het onder 15 en 16 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 17.371,74 (zeventienduizend driehonderdeenenzeventig euro en vierenzeventig cent) bestaande uit € 871,74 (achthonderdeenenzeventig euro en vierenzeventig euro cent) ter zake van materiële schade en € 16.500,- (zestienduizendvijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is;

wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van € 381,21 (driehonderdeenentachtig euro en eenentwintig cent) aan materiële schade af;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte en de mededader hoofdelijk in de kosten en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 7], ter zake van het onder 15 en 16 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 871,74 (achthonderdeenenzeventig euro en vierenzeventig euro cent) als vergoeding voor materiële schade en een bedrag van € 16.500,- (zestienduizendvijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening;

bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 50 (vijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of de medeverdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt;

bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade van € 776,- op 12 juli 2021 en voor de materiële schade van € 95,74 op 12 juni 2021 en voor de immateriële schade op 12 juni 2021;

De vorderingen van de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 2]

verklaart de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 2] in de kosten, tot op heden aan de zijde van de verdachte begroot op nihil;

De vorderingen van de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 5]

verklaart de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 5] in de kosten, tot op heden aan de zijde van de verdachte begroot op nihil;

De vorderingen van de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 6]

verklaart de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partijen de ouders van [slachtoffer 6] in de kosten, tot op heden aan de zijde van de verdachte begroot op nihil;

De vordering van de benadeelde partij de moeder van [slachtoffer 7]

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij de moeder van [slachtoffer 7] ter zake van het onder 15 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.387,07 (vijfduizend driehonderdzevenentachtig euro en zeven cent) bestaande uit € 387,07 (driehonderdzevenentachtig euro en zeven euro cent) ter zake van materiële schade en € 5.000,- (vijfduizend euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte en de mededader hoofdelijk in de kosten en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 498,- (vierhonderdachtennegentig euro);

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd de moeder van [slachtoffer 7], ter zake van het onder 15 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 387,07 (driehonderdzevenentachtig euro en zeven euro cent) als vergoeding voor materiële schade en een bedrag van € 5.000,- (vijfduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening;

bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 35 (vijfendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of de medeverdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt;

bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 15 februari 2022 en voor de immateriële schade op 12 juni 2021;

De vordering van de benadeelde partij de vader van [slachtoffer 7]

verklaart de benadeelde partij de vader van [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, tot op heden aan de zijde van de verdachte begroot op nihil;

De vordering van de benadeelde partij de dochter (feit 17)

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij de dochter ter zake van het onder 17 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 7.885,00 (zevenduizend achthonderdvijfentachtig euro) bestaande uit € 385,- (driehonderdvijfentachtig euro) ter zake van materiële schade en € 7.500,- (zevenduizendvijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte in de kosten en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd de dochter, ter zake van het onder 17 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 385,- (driehonderdvijfentachtig euro) als vergoeding voor materiële schade en een bedrag van € 7.500,- (zevenduizendvijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening;

bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 35 (vijfendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt;

bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 14 juli 2022 en voor de immateriële schade op 1 juni 2020;

[slachtoffer 1] (feit 1)

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 4.000,- (vierduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is;

bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 25 (vijfentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of de mededader aan deze betalingsverplichting heeft voldaan, de betalingsverplichting vervalt;

[slachtoffer 3] (feiten 4, 5 en 6)

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3] , ter zake van het onder 4, 5 en 6 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 14.000,- (veertienduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk tot een bedrag van € 4.000,- (vierduizend euro) aansprakelijk is;

bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 40 (veertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of de mededader aan deze betalingsverplichting heeft voldaan, de betalingsverplichting vervalt;

[slachtoffer 4] (feiten 7 en 8)

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4], ter zake van het onder 7 en 8 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 14.000,- (veertienduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is;

bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 40 (veertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of de mededader aan deze betalingsverplichting heeft voldaan, de betalingsverplichting vervalt.

Aldus gewezen door:

mr. J. Platschorre, voorzitter,

mr. S. Riemens en mr. K.J. van Dijk, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Peperkamp, griffier,

en op 21 april 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J. Platschorre
  • mr. S. Riemens
  • mr. K.J. van Dijk

Griffier

  • mr. M. Peperkamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?