ECLI:NL:GHSHE:2026:1398

ECLI:NL:GHSHE:2026:1398

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 02-06-2026
Datum publicatie 01-06-2026
Zaaknummer 200.347.963_01 en 200.347.374_01
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht. Het hof oordeelt (in de hoofdzaak) in hoger beroep dat een dierenartsenpraktijk aansprakelijk is voor de schade van een pluimveehouder (nader op te maken bij staat) en oordeelt (in de vrijwaringszaak) dat hiervoor verzekeringsdekking bestaat. De verzekeraar kan zich niet beroepen op het ontbreken van toestemming voor het voeren van verweer, waar de verzekeraar – ten onrechte – alle dekking onder de verzekering heeft geweigerd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummers 200.347.963/01 en 200.347.374/01

arrest van 2 juni 2026

in de hoofdzaak van

1. de vennootschap onder firma,

[XX] VOF, gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [appellant sub 2],

3. [appellante sub 3],

4. [appellant sub 4], allen wonende te [woonplaats] ,

appellanten,

hierna in vrouwelijk enkelvoud aan te duiden als [XX] ,

advocaat: Th.S.A. Berkhout,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VETERINAIR CENTRUM SOMEREN B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als VCS,

advocaat: mr. R. van Baarlen,

en in de vrijwaringszaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VETERINAIR CENTRUM SOMEREN B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna aan te duiden als VCS,

advocaat: mr. R. van Baarlen,

tegen

de naamloze vennootschap

VvAA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als VvAA,

advocaat: mr A.H. Blok.

1. Het verloop van de procedures

Het verloop van de procedures blijkt uit:

Het vonnis van Rechtbank Oost-Brabant (zittingsplaats ’s-Hertogenbosch) van 1 mei 2024 in de hoofdzaak (zaak- en rolnummer C/01/382929 / HA ZA 22-341) en in de vrijwaring met zaak- en rolnummer C/01/387358 / HA ZA 22-609),

in de zaak met zaaknummer 200.347.963/01:

in de zaak met zaaknummer 200.347.374/01:

En in beide zaken blijkt het verloop van de procedures verder uit de mondelinge behandeling van 4 november 2025 en de daarop overgelegde pleitaantekeningen, de daarop ingediende producties, en de op die zitting genomen akte wijziging van eis van VCS.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg

2. De feiten

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten (in de hoofdzaak en de vrijwaring).

[XX] exploiteert een pluimveebedrijf. De capaciteit van de vier stallen op het bedrijf van [XX] bedraagt ruim 67.000 kippen. Die kippen worden gehouden voor de productie van eieren.

VCS is een multidisciplinaire dierenartsenpraktijk met ruim 30 dierenartsen. Pluimvee is een van de disciplines waarin VCS zich specialiseert. De algemene voorwaarden van VCS houden – voor zover hier van belang – in:

8.1 Indien de Dierenartsenpraktijk en/of de Dierenarts op enigerlei wijze aansprakelijk zal/zullen zijn jegens de Cliënt dan is deze aansprakelijkheid te allen tijde beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval door de aansprakelijkheidsverzekering van de Dierenartsenpraktijk c.q. de Dierenarts wordt uitgekeerd.

Aansprakelijkheid voor indirecte schade is te allen tijde uitgesloten, waaronder in ieder geval maar niet uitsluitend begrepen gevolgschade, gederfde winst, gemiste besparingen en schade door (bedrijfs)stagnatie en dergelijke.

VCS heeft een beroepsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten bij VvAA. De polis vermeldt als verzekerde hoedanigheid “Dierenartspraktijk” en als (verzekerde) werkzaamheden: “Reguliere werkzaamheden op veterinair gebied bij […] landbouwhuisdieren”. De polisvoorwaarden houden – voor zover hier van belang – in:

ARTIKEL 5. WAT VERGOEDEN WIJ?

[…]

Aanvullende vergoeding van bijzondere kosten

Kosten die voortvloeien uit een schade waarvoor u aansprakelijk bent vergoeden wij, wanneer uw aansprakelijkheid onder de dekking van deze polis valt Dit geldt voor de volgende kosten:

[…]

e. proceskosten en kosten voor rechtsbijstand voor het voeren van verweer tegen een aanspraak tot schadevergoeding. Deze dekking geldt als wij de rechtsbijstand op ons verzoek verlenen of wanneer wij vooraf met het verlenen van rechtsbijstand hebben ingestemd; […]

ARTIKEL 6. WAT VERGOEDEN WIJ NIET? (Uitsluitingen)

[…]

Welke schade vergoeden wij niet?

Wij vergoeden geen schade:

a. […]

l. door handel en/of gebruik van verboden medicamenten en/of behandelmethoden; […]

RUBRIEK A: AANSPRAKELIJKHEID - beroep, werkgever en eigenaar van een gebouw

[…]

Wat vergoeden wij?

Beroepsaansprakelijkheid

Wij vergoeden de financiële gevolgen van aanspraken tegen u als gevolg van schade

a. die is ontstaan tijdens het bevoegd uitoefenen van uw beroep zoals op de polis genoemd;

b. die is ontstaan door het verstrekken van voorlichting, advies en het uitvoeren van behandelingen;

[…].”

[persoon A] (hierna: [persoon A] ) is een van de dierenartsen in het pluimveeteam. VCS is sinds 1988 de vaste dierenarts van [XX] .

Op 8 juli 2020 worden door [XX] in stal 1 ongeveer 25.300 witte kippen opgezet. Dit koppel is geboren op 16 maart 2020.

Op 4 augustus 2020, de kippen waren toen 20 weken en één dag oud, trof [XX] 16 dode kippen aan en vond hij dat sommige kippen er suf bij zaten en niet gezond oogden. [XX] heeft daarom contact opgenomen met [persoon A] .

[persoon A] heeft diezelfde middag het bedrijf van [XX] bezocht. [appellante sub 3] en [persoon A] hebben samen een ronde door de stal gemaakt. [persoon A] heeft ook zes van de dode kippen onderzocht en vermoedde dat sprake was van een Brunetti coccidiose infectie (hierna: coccidiose), een darmaandoening die wordt veroorzaakt door een eencellige parasiet. Microscopisch onderzoek heeft deze diagnose bevestigd.

[persoon A] heeft in zijn visitebrief over het bezoek van 4 augustus 2020 het volgende geschreven:

Conclusie:

Beeld van een Brunetti coccidiose infectie. Dit verklaart de uitval en ook de verminderde voerinname (en daarmee de achterblijvende groei). Blijkbaar hebben de hennen onvoldoende weerstand hiervoor. Normaliter zouden ze genoeg weerstand tegen coccidiose opgebouwd moeten hebben in de opfokperiode (het koppel is met Evalon gevaccineerd in de broederij). Het warme broeierige weer van de afgelopen dagen zal vermoedelijk ook mee spelen. Daardoor kunnen de coccidiose eitjes die in het strooisel aanwezig zijn extra snel ‘afrijpen’ (infectieus worden) waardoor in een korte tijd het aantal infectieuze coccidiose eitjes in het strooisel snel toeneemt (een soort explosie).

[…]

- er is nog weinig productie, dus op dit moment is het nog mogelijk om zonder al te veel extra schade (verlies consumptie-eieren i.v.m. wachttijden) met een "echt" coccidiose middel te behandelen: te weten Doruzil, werkzame stof Toltrazuril (is idem als Baycox). Omdat dit middel niet voor leggende hennen is geregistreerd betreft het inzet volgens de cascaderegeling en dient er 7 dagen wachttijd aangehouden te worden voor de eieren. Nu kost dat nog niet zoveel eieren, maar over een week als de productie flink gestegen is, is dat eigenlijk geen optie meer. Nu hebben we dus de kans om dit middel in te zetten. Daarnaast wordt het de komende week extreem warm weer (36-37 gr C buitentemperaturen), dus hoe eerder de hennen weer fit zijn, hoe beter het is. Dat warme weer zal sowieso geen gunstig effect hebben op de voeropname.

- besloten om vanaf morgen te gaan behandelen met Dozuril. De dosering is 280 ml per 1000 kg lichaamsgewicht per dag, gedurende 2 dagen. Zie het doseringsschema. De eieren kunnen dan vanaf 14-08 weer geleverd worden voor de consumptie.

- als er na de behandeling met Dozuril een terugval zou komen (dat kan soms bij coccidiose) zijn er nog wel alternatieve behandelingen mogelijk. Coccibal (werkzame stof amprolium) zou dan nog kunnen, maar het effect hiervan treedt doorgaans minder snel in dan bij Dozuril. Chloor wordt ook nogal eens toegepast bij coccidiose problemen. Bij ernstige infecties helpt het mijns inziens niet. Bovendien is het effect van chloor op coccidiose nooit wetenschappelijk aangetoond. Dus het kan wel ingezet worden, maar ik zou er niet teveel van verwachten en de concentratie niet te hoog maken, om te voorkomen dat de hennen minder gaan drinken.

[XX] heeft in de namiddag of avond van 4 augustus 2020 de eerste 12.960 eieren van stal 1 afgedraaid. Het ‘afdraaien’ van eieren betekent dat de transportband waarop de eieren liggen gaat draaien waardoor de eieren in pakken van 30 stuks komen te liggen.

[persoon A] heeft in de avond van 4 augustus 2020 (om 21:00 uur) het middel Dozuril bij [XX] afgegeven, samen met het doseringsschema, waarin over de wachttijd staat vermeld:

Wachttijd Dozuril Voor vlees: 16 dagen

Voor consumptie-eieren: 7 dagen , na de laatste dag behandelen (omdat het inzet via de cascaderegeling betreft) !! Vanaf 14/08/2020 zouden de eieren dus weer weg kunnen voor consumptie.

Voor het diergeneesmiddel Dozuril is een handelsvergunning/registratiebeschikking verleend onder nummer RegNL 109266, waarin – voor zover voor de beoordeling van belang – is vermeld:

“4.1 Doeldiersoort

Kip (opfokleghennen en fokdieren) […]

Wachttijden

Vlees en slachtafval: 16 dagen.

Eieren: Niet gebruiken bij vogels die eieren voor humane consumptie produceren.

Op 5 en 6 augustus 2020 hebben de kippen van [XX] Dozuril via het drinkwater toegediend gekregen.

[XX] heeft bij e-mail van 10 augustus 2020 haar afnemer Egga Food B.V., de Duitse organisatie KAT en de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) meegedeeld dat haar kippen met Dozuril zijn behandeld en dat de eieren met legdatum 5 tot en met 13 augustus 2020 daarom zullen worden vernietigd. [XX] heeft daarbij een “Verklaring inzet diergeneesmiddel volgens cascaderegeling” van [persoon A] van 4 augustus 2020 bijgevoegd.

De eieren met legdatum 5 tot en met 13 augustus 2020 zijn vernietigd. Op 14 augustus 2020 is [XX] weer eieren gaan afdraaien voor de menselijke consumptie en zij is vanaf die datum ook weer eieren gaan leveren aan haar afnemer(s), waaronder de batch die is afgedraaid op 4 augustus 2020.

Op 28 augustus 2020 heeft een ambtenaar van de NVWA [XX] bezocht vanwege het vermoeden van een illegale behandeling en een brief uitgereikt met een bestuurlijke maatregel. Het pluimvee in stal 1 wordt in officiële bewaring genomen en het is verboden om het pluimvee in stal 1 en eieren van het pluimvee in stal 1 te verplaatsen zonder voorafgaande toestemming. Daarnaast wordt [XX] een recallverplichting opgelegd.

Bij e-mail van 30 augustus 2020 heeft VCS de casus bij VvAA gemeld.

In haar brief van 7 september 2020 heeft de NVWA aan [XX] meegedeeld dat nader onderzoek haar vermoeden van de illegale behandeling heeft bevestigd. De NVWA lichtte dit als volgt toe:

“Op grond van de bevindingen van de controles door de inspecteurs, stel ik vast dat er sprake is van een illegale behandeling van uw leghennen in stal 1 met Dozuril (RegNL 109266, met als werkzame stof toltrazuril). Toltrazuril is een toegelaten farmacologische stof, die echter niet mag worden gebruikt bij vogels die eieren voor humane consumptie produceren (artikel 16, eerste lid, jo. artikel 14, eerste lid jo. zevende lid Verordening (EU) nr. 470/2009 jo. bijlage 1 Verordening (EU) nr. 37/2010).

Uit het nader onderzoek is gebleken dat de leghennen in stal 1 ten tijde van de behandeling al (deels) eieren aan het produceren waren voor menselijke consumptie en dat deze eieren, de dag vóór behandeling met Dozuril, zijn afgevoerd naar Egga Food B.V, te [A] . Hiermee heeft u in voedselproducerende dieren een krachtens Uniewetgeving toegelaten stof voor anderen doeleinden gebruikt dan is vastgelegd in de desbetreffende wetgeving. Hiermee is sprake van een illegale behandeling in de zin van artikel 2, aanhef en onder c, tweede gedachte streepje van de Verordening.

De NVWA schreef in deze brief verder – kort gezegd – dat de opgelegde bestuurlijke maatregel bleef gehandhaafd en dat [XX] de eieren van de kippen uit stal 1 moest afvoeren en vernietigen, een en ander totdat uit monsteronderzoek zou blijken “dat de stof toltrazuril niet meer kan worden aangetoond in de eieren die gelegd worden door de illegaal behandelde leghennen in stal 1”.

In de eieren uit stal 1 van [XX] die de NVWA op 7 september 2020 heeft meegenomen, is 120 tot 160 microgram Toltrazuril per kg ei aangetroffen. [XX] heeft nadien zelf meerdere onderzoeken laten doen, waarbij telkens Toltrazuril werd aangetroffen. Op 30 november 2020 zijn er door de NVWA opnieuw monsters genomen en daarin kon geen Toltrazuril meer worden gedetecteerd.

VvAA heeft op 22 oktober 2020 aan VCS meegedeeld dat sprake is van gebruik van verboden medicamenten en/of behandelmethoden en dat deze kwestie daarom niet onder de dekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering valt (artikel 6.1 sub L verzekeringsvoorwaarden).

De klachtambtenaar van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft op 5 november 2020 aan [persoon A] geschreven dat hij geen klacht tegen hem zal indienen bij het Veterinair Tuchtcollege, “daar slechts een zeer klein deel van de koppel aan de leg was.”

De NVWA heeft [XX] bij brief van 3 december 2020 meegedeeld dat de bestuurlijke maatregel die op 7 september 2020 is opgelegd, met ingang van 30 november 2020 is opgeheven.

[XX] heeft bij brief van haar raadsman van 28 januari 2021 VCS aansprakelijk gesteld voor de directe en indirecte schade die zij heeft geleden en nog zal lijden, omdat VCS het verboden middel Dozuril heeft voorgeschreven.

De NVWA heeft [persoon A] op 14 april 2021 een brief met een voornemen tot oplegging van een boete van € 5.000,- gestuurd. In het daarbij gevoegde rapport van bevindingen is onder meer een verslag opgenomen van een gesprek dat de inspecteur op 2 september 2020 met [XX] heeft gevoerd. In dat verslag is vermeld dat op de vraag van de inspecteur: “Hoeveel procent van de hennen was op 5 augustus 2020, de dag van de start van de behandeling met Dozuril, aan het leggen?” door [XX] is geantwoord: “Ik denk dat bij benadering 2% van de hennen aan het leggen was.

Nadat [persoon A] een zienswijze heeft toegestuurd, heeft de NVWA in haar brief van 28 mei 2021 aan [persoon A] geschreven dat zij het boetebedrag matigt naar € 1.000,- vanwege het kleine aantal dieren dat aan de leg was en het feit dat [persoon A] zeer zorgvuldig en transparant alles heeft vastgelegd. De NVWA heeft daarbij vermeld: “De pluimveehouder geeft aan dat op de dag van de behandeling ongeveer 2% van de dieren aan het leggen was. Ik volg u dan ook niet dat het koppel nog geen consumptie-eieren legde. Het diergeneesmiddel Dozuril had dan ook niet toegepast mogen worden.

Op 10 december 2021 heeft het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) naar aanleiding van de gebeurtenissen op het bedrijf van [XX] namens Nederland een notificatie gedaan bij de Europese instantie Committee for Veterinary Medicinal Products (CVMP), onderdeel van de European Medicines Agency (EMA). Het CBG schrijft daarin onder meer: “Veterinary medicinal products containing toltrazuril are not authorised for use in chickens producing eggs for human consumption. However, in exceptional cases, young layers may also become infected by particular Eimeria species. In case no authorised alternative treatment is available, toltrazuril may be used in layers in accordance with Article 11 of Directive 2001/82/EC (the so-called "cascade"). In that case, a withdrawal period (WP) of at least 7 days must be applied to eggs.

In haar samenvatting van 15 juli 2022 van de bespreking van deze notificatie heeft de CVPM/EMA onder meer vermeld: “If no authorised alternative treatment is available, toltrazuril may be used in layers in accordance with Article 113 of Regulation (EU) 2019/6 (the so-called "cascade") and a withdrawal period of at least 10 days must be applied to eggs in those cases (in line with Article 115 (1)(c) of Regulation (EU) 2019/6).

[…]

Therefore, the CVMP considered that a restriction period of 6 weeks before the onset of lay, in which birds must not be treated, would ensure that residues of the marker residue toltrazuril sulfone in eggs are below the recommended MRL of 140 µg/kg from the time the birds start laying, and hence, it is considered adequate to protect consumers. Therefore, the CVMP considered that the product information for all concerned veterinary medicinal products should be amended accordingly to reflect this outcome.

De fabrikant van Dozuril heeft een wijziging van de handelsvergunning/registratiebeschikking van Dozuril (RegNL 109266) aangevraagd. De handelsvergunning/registratiebeschikking is bij besluit van 21 mei 2023 gewijzigd in die zin dat bij “Wachttijden” nu is vermeld:

“Vlees en slachtafval: 16 dagen.

Niet gebruiken bij vogels die (bestemd zijn om) eieren voor humane consumptie (te) produceren.

Niet gebruiken binnen 6 weken vóór het begin van de legperiode.

3. Het geschil in de hoofdzaak

[XX] vorderde in eerste aanleg een verklaring voor recht dat – kort gezegd – VCS aansprakelijk is voor de schade van [XX] en veroordeling van VCS tot betaling van die schade.

De rechtbank heeft die vorderingen afgewezen. In hoger beroep vordert [XX] dat het vonnis wordt vernietigd en dat alsnog wordt toegewezen:

een verklaring voor recht dat VCS door het in de gegeven omstandigheden voorschrijven van het middel Dozuril voor de behandeling van de door [XX] gehouden kippen niet heeft gehandeld zoals van een zorgvuldig en vakbekwaam dierenarts mag worden verwacht en aansprakelijk is voor de als gevolg hiervan door [XX] geleden schade,

en veroordeling van VCS tot – samengevat – betaling van:

€ 131.805,36 (gemiste eieropbrengsten),

€ 33.735,03 (lagere opbrengsten),

de kosten van de onderzoeken door NVWA,

€ 2.330,00 + PM (kosten onderzoeken Treskelion),

€ 6.570,99 (vernietigingskosten Egga Food),

€ 40.515,91 (schadeclaim Egga Food),

€ 17.551,41 (door Egga Food met eierprijs verrekende schade,

€ 18.844,40 (kosten Rendac),

€ 2.097,43 (kosten Weijs Agro Service B.V.)

€ 2.084,00 (rentekosten debetstand),

€ 3.450,00 (eigen arbeid),

de buitengerechtelijke kosten,

de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep,

te vermeerderen met de wettelijke rente.

4. Het geschil in de vrijwaringszaak

VCS heeft VvAA opgeroepen in vrijwaring en gevorderd:

VvAA te veroordelen tot betaling van de schade van VCS als VCS wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade van [XX] ;

VvAA te veroordelen tot betaling van de gemaakte en nog te maken kosten van

verweer tegen de aanspraak van [XX] in de hoofdzaak.

De rechtbank heeft die vorderingen afgewezen. In hoger beroep vordert VCS dat het vonnis wordt vernietigd en (na wijziging van eis) en:

VvAA te veroordelen tot betaling van al hetgeen waartoe VCS in de hoofdzaak mogelijk wordt veroordeeld,

een verklaring voor recht dat de kosten van verweer tegen de aanspraak van [XX] door VvAA dienen te worden gedekt;

VvAA te veroordelen ter zake van kosten van verweer tot betaling van primair € 231.579,20, althans subsidiair €165.612,13;

met veroordeling van VvAA in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep.

Tegen de vermeerdering van eis is geen bezwaar gemaakt en het hof ziet geen grond om de vermeerdering van eis ambtshalve buiten beschouwing te laten. Het hof zal op de vermeerderde eis beslissen.

5. De beoordeling

In de hoofdzaak

De rechtbank oordeelde in de hoofdzaak dat dierenarts [persoon A] door Dozuril voor te schrijven, heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend dierenarts zou hebben gehandeld, zodat VCS niet aansprakelijk is tegenover [XX] . [XX] richt het hoger beroep tegen dat oordeel. Het hof zal de grieven van [XX] gezamenlijk behandelen.

Het hof overweegt als volgt. Het diergeneesmiddel Dozuril mocht destijds op grond van de handelsvergunning worden toegediend aan de “doeldiersoort” “Kip (opfokleghennen en fokdieren)”en mocht niet worden gebruikt “bij vogels die eieren voor humane consumptie produceren.” (zie hiervoor onder 2.12). In dit geval is Dozuril, met als werkzame stof Toltrazuril, toegediend aan een koppel dat eieren legde die voor menselijke consumptie bedoeld waren. Op 4 augustus 2020 had het koppel immers al 12.960 eieren gelegd, die door [XX] voor verkoop (en voor menselijke consumptie) bedoeld waren. Dat is vastgesteld door de NVWA ( zie onder 2.18 hiervoor) en volgt uit de visitebrief van [persoon A] zelf (zie hiervoor onder 2.9), waar hij schrijft over “weinig productie” en “verlies consumptie-eieren”. [persoon A] heeft het (dus) niet over géén productie van eieren die voor menselijke consumptie waren bedoeld, waarbij het hof onderkent dat het daarbij (ook) moet gaan om eieren met een zeker gewicht. Dat onder deze omstandigheden het (laten) toedienen van Toltrazuril aan het koppel niet was toegestaan, is door VCS niet voldoende gemotiveerd weersproken.

Het verweer van VCS is dat [persoon A] destijds niet wist dat het koppel deze eieren al had gelegd en daarom dacht (en mocht denken) dat het hier nog ging om opfokleghennen, zodat geen regeling zich verzette tegen het toedienen van Toltrazuril. Het hof volgt VCS niet in dat verweer. [persoon A] constateerde dat het koppel besmet was met een parasiet en dat gelet op de komende hittegolf de situatie snel zou verergeren. Dat hij onder die omstandigheden heeft willen kiezen voor een middel dat snel zou werken om daarmee onnodig lijden voor het koppel te voorkomen en de financiële schade voor [XX] te beperken, acht het hof zonder meer begrijpelijk. [persoon A] heeft daarbij genoteerd: “Omdat dit middel niet voor leggende hennen is geregistreerd betreft het inzet volgens de cascaderegeling en dient er 7 dagen wachttijd aangehouden te worden voor de eieren.” In zijn zienswijze aan de NVWA (prod. 17 bij CvA) schrijft [persoon A] : “Omdat het, gezien de leeftijd van de dieren, voor de hand lag dat de eiproductie tijdens/na de behandeling met Dozuril (REG NL 109266) op gang zou komen heb ik zekerheidshalve een wachttijd van zeven dagen geadviseerd aan [XX] (de “standaard” wachttijd voor eieren bij het volgen van de cascaderegeling), door middel van het bijleveren van een cascadeverklaring. Eventueel gelegde eieren in die periode dienden dus te worden vernietigd.

[XX] (en VvAA) stellen dat in dit geval de cascaderegeling niet van toepassing is. De cascaderegeling houdt – kort gezegd – in dat een dierenarts bevoegd is, om dieren onaanvaardbaar lijden te besparen, een dierengeneesmiddel voor te schrijven bij een andere diersoort of aandoening dan waarvoor de vergunning is verleend. In deze procedure stelt VCS zich niet op het standpunt dat de cascaderegeling toegepast mocht worden in dit geval, maar stelt zij dat de wachttijd en de cascadeverklaring als aanvullende maatregel waren bedoeld, omdat [persoon A] zich ervan bewust was dat de mogelijkheid bestond dat het koppel tijdens of kort na de behandeling in productie zou komen. Dat het (destijds) niet toegestaan was om op grond van de cascaderegeling Toltrazuril toe te dienen aan kippen die eieren produceren die voor menselijke consumptie bedoeld zijn, is daarom in deze procedure het uitgangspunt.

Het hof ziet onder ogen dat het destijds niet in strijd met de publiekrechtelijke regeling zou zijn geweest om medicatie met de werkzame stof Toltrazuril toe te dienen aan opfokleghennen, ook als die opfokleghennen kort daarna leghennen zouden worden. Bij toediening aan opfokleghennen gold op 4 augustus 2020 geen wachttijd. Dat daardoor de mogelijkheid bestaat dat Toltrazuril nog aanwezig zou zijn in daarna gelegde eieren die voor menselijke consumptie bedoeld zijn, is echter een onbedoeld gevolg van de regelgeving. De regelgeving is op dit punt sindsdien ook aangepast (zie onder 2.29 hiervoor). Het gaat in dit geval om de vraag naar aansprakelijkheid van VCS in de civielrechtelijke relatie tussen VCS als dierenartsenpraktijk/opdrachtnemer en [XX] als opdrachtgever. Dat als gevolg van een onbedoelde omissie in de regelgeving de mogelijkheid bestond dat Toltrazuril in eieren (die bedoeld waren voor menselijke consumptie) terecht zou komen als Toltrazuril werd toegediend aan opfokleghennen, betekent niet dat VCS niet verwijtbaar heeft gehandeld in dit geval (waarbij [persoon A] Toltrazuril heeft laten toedienen aan kippen die wél al eieren die bedoeld waren voor menselijke consumptie produceerden). Het verbod om Toltrazuril toe te dienen aan kippen die eieren voor menselijke consumptie produceren is onmiskenbaar bedoeld om te voorkomen dat Toltrazuril via eieren in de voedselketen terecht komt. Daarbij betrekt het hof dat dat destijds ook geen maximumwaarde voor het residu (MRL-waarde) gold voor Toltrazuril in eieren. Dat belang van voedselveiligheid, diende [persoon A] als redelijk bekwaam en redelijk handelend dierenarts ook te betrekken bij de beoordeling, zelfs als hij had mogen denken dat het hier nog om opfokleghennen ging. Dat belang van de voedselveiligheid heeft [persoon A] echter onvoldoende zwaar gewogen, door Dozuril voor te schrijven en toe te laten dienen en daarbij naar analogie met de cascaderegeling een – in dit geval – te korte wachttijd voor te schrijven. [persoon A] heeft immers de standaard wachttijd van zeven dagen voorgeschreven. De cascaderegeling noemt een minimum termijn, maar het kenbare doel ervan is om te voorkomen dat Toltrazuril in (meetbare hoeveelheden) via consumptie-eieren in de voedselketen terecht komt. Door een wachttijd van zeven dagen te hanteren (met de opmerking: Vanaf 14/08/2020 zouden de eieren dus weer weg kunnen voor consumptie.”) is in dit geval geen passende wachttijd gehanteerd, gelet op het feit dat [persoon A] zelfs als hij niet wist dat het koppel al eieren legde, hij wel wist dat de eieren die het koppel na die wachttijd zou gaan leggen voor menselijke consumptie bedoeld zouden zijn.

Beide partijen hebben zich beroepen op verklaringen van deskundigen. In de aanvullende verklaring waarop VCS zich beroept, schrijft dierenarts [persoon B] daarover dat specifiek onderzoek naar de juiste wachttijd tot een betere conclusie zou kunnen leiden, maar hij beschouwt het als onmogelijk een dergelijk onderzoek op te zetten binnen het bestek van de beschikbare tijd. Hij schrijft: “Een dierenarts heeft onder praktijksituaties nu eenmaal met spoedgevallen te maken. Conclusie: de benodigde tijd voor dergelijk onderzoek ontbrak ten enen male.” Dat argument acht het hof niet overtuigend, omdat weliswaar snel handelen geïndiceerd was op het moment dat [persoon A] het zieke koppel aantrof, maar dat [persoon A] daarna de lopende wachttijd ook had kunnen benutten om (nader) te beoordelen of een wachttijd tot en met 14 augustus 2020 passend was.

Het hof komt zodoende tot het oordeel dat [persoon A] niet als redelijk handelend en redelijk bekwaam dierenarts heeft gehandeld door een geneesmiddel met als werkzame stof Toltrazuril toe te (laten) dienen en daarbij een wachttijd van zeven dagen voor te schrijven. VCS is in beginsel aansprakelijk voor de schade van [XX] die daarvan het gevolg is.

Verwijzing naar de schadestaat procedure

[XX] vordert vergoeding van haar schade en VCS voert verweer tegen de hoogte van de gevorderde schadevergoeding en beroept zich op de uitsluiting van haar aansprakelijkheid voor indirecte schade die in de door haar gehanteerde algemene voorwaarden is opgenomen. In eerste aanleg (in de dagvaarding) heeft [XX] de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden betwist. VCS heeft vervolgens een door [XX] getekende ontvangstbevestiging van de algemene voorwaarden (versie 2008) overgelegd en verwezen naar facturen waarop steeds haar algemene voorwaarden (met versie ook van 2018) zijn afgedrukt. Tegenover die onderbouwing heeft [XX] onvoldoende gemotiveerd betwist dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard en ter hand zijn gesteld. Het hof gaat daarom uit van toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van VCS, waarbij VCS onweersproken stelt dat in beide versies dezelfde uitsluiting van aansprakelijkheid voor indirecte schade is opgenomen (zie hiervoor onder 2.3 met verwijzing naar artikel 8.2. van de algemene voorwaarden).

De term “indirecte schade” heeft geen vastomlijnde juridische definitie. Voor de uitleg van de uitsluiting in de algemene voorwaarden is volgens de Haviltexformule beslissend wat – kort gezegd – partijen over en weer van elkaar mochten begrijpen. Het hof is van oordeel dat in dit hoger beroep het debat over uitleg van de algemene voorwaarden en over de verschillende schadeposten nog onvoldoende is gevoerd. Ook zijn in de vordering verschillende PM posten opgenomen, terwijl daarover inmiddels duidelijkheid zou moeten bestaan. Het hof is zodoende niet in staat in dit hoger beroep de hoogte van de schade te begroten en verwijst de procedure daarvoor naar de schadestaatprocedure. In die procedure zal per schadepost moeten worden beoordeeld of die valt onder de uitsluiting “indirecte schade […] waaronder in ieder geval maar niet uitsluitend begrepen gevolgschade, gederfde winst, gemiste besparingen en schade door (bedrijfs)stagnatie en dergelijke.”.

Geen bewijslevering

Het hof komt tot deze beslissing in de hoofdzaak, zonder (nadere) bewijslevering. Het hof heeft de feiten vastgesteld waarop de beslissing wordt gebaseerd en partijen hebben verder geen voldoende onderbouwde stellingen ingenomen die – als zij zouden worden bewezen – tot een andere beslissing zouden kunnen leiden.

Conclusie

De grieven van [XX] slagen. VCS is voor de schade van [XX] aansprakelijk, maar de hoogte van de schade moet nog worden vastgesteld. Het hof zal het vonnis van de rechtbank vernietigen en de procedure voor de begroting van de schade verwijzen naar de schadestaat.

Proceskosten

Als de (overwegend) in het ongelijk te stellen partij zal het hof VCS in de kosten van beide instanties veroordelen.

De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van [XX] worden vastgesteld op:

- explootkosten

108,41

- griffierecht

5.737,00

- salaris advocaat

5.428,00

(2 punten × € 2.714,00)

- nakosten

178,00

- totaal:

11.451,41

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [XX] worden vastgesteld op:

- explootkosten

115,22

- griffierecht

6.651,00

- salaris advocaat

7.594,00

(2 punten × appeltarief V)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals in de beslissing vermeld)

- totaal:

14.549,22

Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals hierna vermeld.

In de vrijwaring

De rechtbank oordeelde in de vrijwaringszaak dat de vordering tot vrijwaring moet worden afgewezen, omdat VCS niet aansprakelijk is. De vordering van VCS tot betaling van de proceskosten en de kosten van het voeren van verweer is afgewezen, omdat daarvoor alleen dekking onder de verzekering bestaat, als op verzoek van VvAA rechtsbijstand wordt verleend of VvAA vooraf met het verlenen van rechtsbijstand heeft ingestemd. Daarvan is, zo overwoog de rechtbank, geen sprake. VCS richt het hoger beroep tegen beide oordelen.

Aansprakelijkheid is gedekt

Ook voor verzekeringsovereenkomsten geldt dat die moet worden uitgelegd aan de hand van wat partijen – kort gezegd – redelijkerwijs over en weer mochten begrijpen, waarbij gewicht toekomt aan de vrijheid van verzekeraars om nauwkeurig te omschrijven welke risico’s zij willen verzekeren. De Hoge Raad heeft uitgemaakt dat de uitleg van een bepaling in polisvoorwaarden, waarover tussen partijen niet onderhandeld pleegt te worden, met name afhankelijk is van objectieve factoren, zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en in het licht van de in voorkomend geval bij de polisvoorwaarden behorende toelichting. Deze wijze van uitleg is een toepassing van de Haviltexformule, met de nadruk op objectieve factoren. De volgende gezichtspunten zijn bij deze wijze van uitleg van belang: gesteld noch gebleken is dat tussen partijen over de inhoud van de onderhavige door VvAA opgestelde polisvoorwaarden is onderhandeld, terwijl daarin geen definities zijn opgenomen van de voor deze zaak relevante begrippen in de polisvoorwaarden. Voorts is er een toelichting op de verzekeringsovereenkomst (de zogenaamde “Verzekeringskaart”) waarmee bij de uitleg rekening moet worden gehouden.

Het hof overweegt dat het hier gaat om VCS, een rechtspersoon, die als werkgever van de dierenarts voor (kort gezegd) aansprakelijkheid als gevolg van fouten van de dierenarts verzekerd is. De fout van [persoon A] valt onder de dekkingsomschrijving 8.2.1.a. en b “Wij vergoeden de financiële gevolgen van aanspraken tegen u als gevolg van schade a. die is ontstaan tijdens het bevoegd uitoefenen van uw beroep zoals op de polis genoemd;” of “die is ontstaan door […] het uitvoeren van behandelingen”. [persoon A] was bevoegd als dierenarts werkzaamheden te verrichten en zijn werkzaamheden bestonden uit het stellen van een diagnose en het (laten) uitvoeren van een behandeling. Dat zijn de reguliere werkzaamheden van dierenartsen. Dat [persoon A] , achteraf beoordeeld, niet conform de regelgeving deze medicatie aan leghennen had toe mogen (laten) dienen, betekent niet dat hij niet “bevoegd” zijn beroep aan het uitoefenen was of geen “reguliere” werkzaamheden verrichte. In de tekst van de polisvoorwaarden is overigens niet te lezen dat deze voorwaarden cumulatief zijn bedoeld.

Dekking niet uitgesloten

De fout van [persoon A] betekent wel dat sprake is geweest van een “illegale handeling” in de zin van de toepasselijke Europese regelgeving. Het middel is immers in strijd met de handelsvergunning toegediend. VvAA doet op die grond beroep op de uitsluiting van dekking in artikel 6.1. onder L van de polis. Daar is bepaald dat schade als gevolg van “handel en/of gebruik van verboden medicamenten en/of behandelmethoden” niet wordt vergoed. Het hof moet daarom beantwoorden of handelen in strijd met de hiervoor aangehaalde Europese regelgeving ook betekent dat sprake is van handelen als bedoeld in artikel 6.1 onder L van de polisvoorwaarden.

Gelet op wat hiervoor onder 5.17 is overwogen, betrekt het hof bij die beoordeling ook de tekst van de bij de polis behorende de verzekeringskaart, waarin VvAA een samenvatting van deze Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering geeft. In die verzekeringskaart staat:

Wat is niet verzekerd?

[…]

Wettelijk voorschriften

Schade die het gevolg is van bewuste overtreding van overheidsvoorschriften is niet verzekerd

Het hof stelt allereerst vast dat de dekkingsuitsluiting in artikel 6.1 onder L van de polis veel grofmaziger is geformuleerd dan de tekst van de Europese regel. Waar de Europese regel genuanceerd spreekt van het toedienen van toegelaten middelen aan dieren waarvoor die toelating niet geldt, spreekt de dekkingsuitsluiting enkel heel generiek van “verboden” medicamenten of behandelmethoden. Alleen daarom al kan een handelen in strijd met de Europese regel niet per definitie worden gelijkgesteld met een handelen als bedoelt in artikel 6.1 onder L polisvoorwaarden. De vraag blijft dus wat VCS op basis van de objectieve factoren bestaande uit de tekst van de voorwaarden zelf en de verzekeringskaart heeft moeten begrijpen.

Naar het oordeel van het hof kan de vraag of de veel grofmaziger formulering “verboden” medicamenten en behandelmethoden in de tekst van artikel 6.1 onder L polisvoorwaarden bij een uitleg op de door de Hoge Raad aangegeven wijze (vgl. weer 5.17 hiervoor), even ruim moet worden uitgelegd als de tekst van de Europese regel in deze procedure in het midden blijven op grond van de in de verzekeringskaart opgenomen formulering “Bewuste [onderstreping: hof] overtreding van overheidsvoorschriften”. Volgens VvAA zelf is deze formulering immers enkel een toelichting op de polisvoorwaarden (waaronder dus artikel 6.1 onder L) en niet een zelfstandige voorwaarde. Daarvan uitgaande kan de formulering nooit een uitbreiding van de uitsluiting in de polisvoorwaarden inhouden. Dat is van belang omdat deze formulering in de verzekeringskaart louter ziet op het besef van de handelende persoon op het moment van handelen. In de polisvoorwaarden zelf is geen enkele bepaling met een dergelijke strekking opgenomen. VCS heeft deze toelichting op de polisvoorwaarden, naar het oordeel van het hof, daarom zo mogen begrijpen dat een in de polisvoorwaarden omschreven uitsluiting in verband met enige overtreding van overheidsvoorschriften (zoals het toedienen van een verboden middel) alleen dan van toepassing is, als de handelende persoon zich op het moment van handelen daadwerkelijk realiseert dat hij in strijd met een overheidsvoorschrift handelt, maar ervoor kiest dat handelen desondanks voort te zetten.

Dozuril is een geregistreerd dierengeneesmiddel, in Europa toegestaan voor opfokleghennen en voor kippen waarvan de eieren niet voor menselijke consumptie bedoeld zijn. Daarmee is het dus geen absoluut verboden medicament. [persoon A] heeft Dozuril in dit geval voorgeschreven op basis van een inschattingsfout die hij heeft gemaakt omtrent de precieze status van de te behandelen kippen. Als gevolg van deze inschattingsfout verkeerde [persoon A] (zij het ten onrechte) in de veronderstelling dat Dozuril in dit geval (nog) wel toegepast mocht worden. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is dat, naar het oordeel van het hof, iets anders dan dat hij het middel bewust in strijd met de overheidsvoorschriften heeft voorgeschreven. Haar stelling dat [persoon A] dat wel heeft gedaan, heeft VvAA onvoldoende gemotiveerd, zodat het hof die stelling verwerpt.

Het handelen valt dus niet onder de dekkingsuitsluiting in de polis, gelezen in samenhang met de toelichting in de verzekeringskaart.

Conclusie: dekking onder de verzekering

Omdat het handelen onder de dekkingsomschrijving valt (zie hiervoor onder 5.18 ) en het beroep van VvAA op de dekkingsuitsluitingsgronden niet slaagt, bestaat er dekking onder de verzekering. Dat betekent dat de vordering om VvAA te veroordelen tot betaling van al hetgeen waartoe VCS in de hoofdzaak wordt veroordeeld toewijsbaar is, voor zover VvAA op basis van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering gehouden is dekking te verlenen voor schade waarvoor VCS aansprakelijk is. VvAA merkt onweersproken wel op dat een eigen risico van € 2.500,00 geldt. Dat bedrag moet in mindering worden gebracht op het door VvAA uit te keren bedrag.

Kosten voor rechtsbijstand

De verzekeringsvoorwaarden bepalen dat de kosten voor rechtsbijstand bij het voeren van verweer tegen een aanspraak tot schadevergoeding (en de proceskosten) gedekt zijn als de schade waarop die kosten zien, onder de verzekering gedekt is én VvAA “vooraf met het verlenen van rechtsbijstand” heeft ingestemd. VvAA heeft zich (naar nu blijkt) ten onrechte op het standpunt gesteld dat de schade van [XX] geen schade is waar de aansprakelijkheidsverzekering van VCS dekking voor biedt. Na de afwijzing van de dekking heeft VCS zich gewend tot advocatenkantoor CMS, onder meer om verweer te voeren tegen de vordering van [XX] .

Het hof acht het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat VvAA zich onder deze omstandigheden beroept op het ontbreken van toestemming, voor het maken van kosten voor rechtsbijstand voor het voeren van verweer. Het gaat hier om een gedekt evenement waarbij het in het belang van VCS (als verzekeringnemer) en VvAA (als verzekeraar) is om verweer te voeren. Gelet daarop mag van VvAA verwacht worden dat – als er tussen haar en haar verzekerde een geschil bestaat over de dekking – zij in overleg treedt met haar verzekerde over het tegenover de derde te voeren verweer en de te maken kosten, onder het voorbehoud van een definitieve (mogelijk rechterlijke) beslissing over de vraag of de aansprakelijkheid en dus de kosten van het verweer, gedekt zijn. Waar zij dat niet doet, kan zij zich niet beroepen op het ontbreken van toestemming tot het voeren van verweer.

VvAA voert ook verweer tegen de hoogte van de gevorderde kosten. Tussen partijen staat vast dat de kosten die VCS heeft gemaakt in de vrijwaringsprocedure, dat wil zeggen in het geschil met VvAA over de vraag of er dekking bestaat, niet gedekt zijn. VvAA voert als verweer ook dat de kosten die VCS heeft gemaakt in het kader van de discussies met de NVWA niet gedekt zijn en VCS weerspreekt dat onvoldoende. Het gedeelte van de gemaakte kosten dat daarop ziet, valt daarom niet onder de dekking van de verzekering.

Het hof moet daarom vaststellen welke kosten VCS heeft gemaakt voor het voeren van verweer tegen de vorderingen van [XX] . Het hof oordeelt als volgt. De vordering van VCS in de memorie van grieven zag op gedeclareerde advocaatkosten voor in totaal 483 uur en 30 minuten, tegen een gemiddeld uurtarief van € 306,03 (te vermeerderen met 5% kantoorkosten).

VvAA voert als verweer dat 100 uur en 48 minuten van de gedeclareerde uren zien op de vrijwaringsprocedure en 18 uur en 48 minuten op de procedure met NVWA. Dat verweer is door VCS onvoldoende weersproken. Voor de overige 363 uur en 54 minuten van de gedeclareerde uren weerspreekt VvAA onvoldoende, dat het gaat om juridische kosten die zien op het verweer van VCS tegen de vordering van [XX] .

De overige verweren van VvAA slagen niet. De kosten van intern overleg of door junior-advocaten gedeclareerde tijd, zijn juridische kosten voor VCS. Dat er door meerdere advocaten aan een zaak als deze wordt gewerkt is niet ongebruikelijk en niet onredelijk. De polis bevat geen bepalingen over een maximum uurtarief of over een kantoortoeslag. In de gegeven omstandigheden – en voor zover relevant bij de beantwoording van de vraag of de kosten gedekt zijn – acht het hof de hoogte van het uurtarief (inclusief opslag) ook redelijk en acht het hof het ook redelijk dat deze kosten zijn gemaakt.

Dat betekent dat voor een bedrag van 363,9 × € 306,03 + 5% = € 116.932,53 aan kosten door VCS is gesteld en voor VvAA onvoldoende is weersproken dat daarvoor dekking bestaat onder 5.2.e. van de polisvoorwaarden.

Na vermeerdering van eis in de op 4 november 2025 genomen akte heeft VCS ook de kosten van het verweer in hoger beroep gevorderd. VvAA heeft niet weersproken dat de gevorderde kosten (alleen) zien op het verweer tegen de vordering van [XX] . Dat deel van de vordering van € 56.278,95 en € 20.000,00 is daarom ook toewijsbaar. In totaal is derhalve een bedrag van € 193.211,48 als kosten voor rechtsbijstand voor het voeren van verweer tegen een aanspraak tot schadevergoeding toewijsbaar.

Geen bewijslevering

Het hof komt tot deze beslissing in de vrijwaringszaak, zonder (nadere) bewijslevering. Het hof heeft de feiten vastgesteld waarop de beslissing wordt gebaseerd en partijen hebben verder geen voldoende onderbouwde stellingen ingenomen die – als zij zouden worden bewezen – tot een andere beslissing zouden kunnen leiden.

Conclusie

In de schadestaat zal moeten vastgesteld hoe hoog de schade van [XX] is, waarvoor VCS aansprakelijk is, maar voor de schadeposten waarvan [XX] in deze procedure vergoeding vordert, voert VvAA geen aanvullend verweer dat, als VCS voor de schade aansprakelijk is, er voor VCS voor een concrete schadepost geen dekking onder haar beroepsaansprakelijkheidsverzekering bestaat. VvAA is daarom gehouden om VCS te vrijwaren, met inachtneming van het eigen risico van € 2.500,00. VvAA moet ook de kosten van verweer en de proceskosten van VCS vergoeden. Het hof zal daarom het vonnis van de rechtbank vernietigen en VvAA veroordelen tot betaling.

Ten aanzien van de wettelijke rente die VCS vordert overweegt het hof als volgt. VCS vordert (terecht) nakoming van de verzekeringsovereenkomst, waaronder de gemaakte juridische kosten van verweer. Deze kosten zijn daadwerkelijk gemaakt en de gevorderde wettelijke rente daarover is toewijsbaar.

De wettelijke rente die VCS vordert als onderdeel van haar vordering tot vrijwaring, is thans niet toewijsbaar. Over de wettelijke rente kan in de schadestaatprocedure geoordeeld worden voor zover de schade nog niet is begroot. VCS is wettelijke rente verschuldigd over de aan [XX] toe te wijzen schade(posten). VVAA dient de wettelijke rente die VCS aan [XX] verschuldigd is aan VCS te vergoeden. VCS lijdt in zoverre geen voor vergoeding door VVAA op grond van haar tekortschieten jegens VCS in aanmerking komende schade.

Proceskosten

Als de (overwegend) in het ongelijk te stellen partij zal het hof VvAA in de kosten van beide instanties veroordelen.

De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van VCS worden vastgesteld op:

- explootkosten

108,41

- griffierecht

nihil

- salaris advocaat

5.428,00

(2 punten × tarief € 2.714,00)

- nakosten

178,00

- totaal:

5.714,41

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van VCS worden vastgesteld op:

- explootkosten

115,22

- griffierecht

nihil

- salaris advocaat

11.238,00

(2 punten × appeltarief VII)

- nakosten

189,00

(plus de verhoging zoals in de beslissing vermeld)

- totaal:

11.542,22

Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals hierna vermeld.

6. De uitspraak

Het hof:

in de hoofdzaak met zaaknummer 200.347.963

vernietigt het vonnis van 1 mei 2024 met nummer 382929 / HA ZA 22-341 gewezen tussen [XX] als eiseres en VCS als gedaagde;

en opnieuw rechtdoende:

verklaart voor recht dat VCS door het in de gegeven omstandigheden voorschrijven van het middel Dozuril voor de behandeling van de door appellanten gehouden kippen niet heeft gehandeld zoals van een zorgvuldig en vakbekwaam dierenarts mag worden verwacht en aansprakelijk is voor de als gevolg hiervan door appellanten geleden schade;

veroordeelt VCS tot vergoeding van de schade die [XX] daardoor heeft geleden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

veroordeelt VCS in de kosten van beide instanties aan de zijde van [XX] in eerste aanleg vastgesteld op €11.451,41, en in het hoger beroep vastgesteld op € 14.549,22, te betalen binnen veertien dagen na de datum van dit arrest en, als VCS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, te vermeerderen met € 98,00 en de kosten van betekening;

veroordeelt VCS in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na het verschuldigd worden daarvan zijn voldaan;

verklaart de in dit arrest uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af;

in de vrijwaringszaak met zaaknummer 200.347.374

vernietigt het vonnis van 1 mei 2024 met nummer 387358 / HA ZA 22-609 gewezen tussen VCS als eiseres en VvAA als gedaagde;

veroordeelt VvAA tot betaling aan VCS van al hetgeen waartoe VCS in de hoofdzaak (en de daarop volgende schadestaat procedure) wordt veroordeeld, te verminderen met het eigen risico van € 2.500,00, de wettelijke rente wordt toegewezen overeenkomstig het bepaalde in rov. 5.36;

verklaart voor recht dat de kosten van verweer tegen de aanspraak van [XX] door VvAA dienen te worden gedekt;

veroordeelt VvAA tot betaling van € 193.211,48 te voldoen binnen veertien dagen na heden en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek daarover als voldoening binnen die termijn uitblijft;

veroordeelt VvAA in de kosten van beide instanties aan de zijde van VCS in eerste aanleg vastgesteld op € 5.714,41, en in het hoger beroep vastgesteld op € 11.542,22, te betalen binnen veertien dagen na de datum van dit arrest en, als VvAA niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, te vermeerderen met € 98,00 en de kosten van betekening;

veroordeelt VvAA in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na het verschuldigd worden daarvan zijn voldaan,

verklaart de in dit arrest uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. van Rijkom, J.B. Smits en T.J. Dorhout Mees en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 2 juni 2026.

griffier rolraadsheer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand