Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 24 oktober 2018, in de strafzaak met parketnummer 02-820618-15 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] [in het jaar] 1996,
wonende te [adres] ,
doch thans verblijvende bij zijn vader te:
[adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van het medeplegen van witwassen, zoals primair tenlastegelegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank een onder de verdachte in beslag genomen contant geldbedrag van € 383.770,00 verbeurd verklaard.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte door diens raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, met inbegrip van de beslissing op het beslag en met uitzondering van de strafoplegging en – te dien aanzien opnieuw rechtdoende – de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest.
De verdediging heeft integrale vrijspraak van het primair en subsidiair tenlastegelegde bepleit. In geval van een veroordeling is verzocht om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en de verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf, dan wel aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het door hem ondergane voorarrest, te weten 46 dagen.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg, tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 18 mei 2015 te [pleegplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een voorwerp, te weten een contant geldbedrag van 767.740,00 euro, althans enig(e) voorwerp(en), de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende is en/of enig(e) voorwerp(en) heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit/deze voorwerp(en), onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 18 mei 2015 te [pleegplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een voorwerp, te weten een contant geldbedrag van 767.740,00 euro, althans enig(e) voorwerp(en), de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of heeft/hebben verhuld en/of heeft/hebben verborgen en/of heeft/hebben verhuld wie de rechthebbende is en/of enig(e) voorwerp(en) heeft/hebben verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, terwijl [medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of de verdachte wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/deze voorwerp(en), onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig misdrijf, tot het plegen van welk misdrijf verdachte, op of omstreeks 18 mei 2015, te [pleegplaats] , althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het contante geldbedrag van 767.740,00 euro, althans enig voorwerp, te verpakken en/of te verbergen en/of te bewaren.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Integrale vrijspraak
Hoewel zich in het dossier aanwijzingen bevinden voor de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde (gelet op van hem aangetroffen dacty- en DNA-sporen op een aantal verpakkingen van het geld), kan het hof niet met de vereiste mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte daadwerkelijk wetenschap had van, dan wel betrokken was bij het witwassen van een contant geldbedrag van ongeveer € 767.740,00.
Nu het hof uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen dat de verdachte het primair dan wel subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zal hij daarvan integraal worden vrijgesproken.
Beslag
Onder de verdachte is een contant geldbedrag van € 767.540,00 in beslag genomen. Gelet op de omstandigheid dat de verdachte integraal van het tenlastegelegde wordt vrijgesproken en het hof zijn vader, [medeverdachte 2] , daarvoor wel heeft veroordeeld bij arrest van 3 juni 2026 (onder parketnummer 20-003512-18) en heeft vastgesteld dat dit geldbedrag ook aan laatstgenoemde persoon toebehoort, is voornoemd geldbedrag – bij nader inzien – onder de verkeerde persoon in beslag genomen. Het hof zal derhalve niet in de onderhavige zaak maar in de zaak tegen [medeverdachte 2] een beslissing op het beslag geven.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. T. van de Woestijne, voorzitter,
mr. G.J. Hanssen en mr. C.C.H.T. Coert, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,
en op 3 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Coert is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.