ECLI:NL:GHSHE:2026:1792

ECLI:NL:GHSHE:2026:1792

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 08-07-2026
Datum publicatie 08-07-2026
Zaaknummer 24/1353
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2024:5371

Samenvatting

67a AWR. De verzuimboete voor het niet doen van aangifte is terecht opgelegd. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat de aanmaning voor het doen van aangifte naar het juiste adres is verzonden. Aan de hand van – niet weerlegde - bewijsvermoedens wordt geconcludeerd dat de aanmaning op het adres van belanghebbende is ontvangen of aangeboden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: SHE 24/1353

Uitspraak op het hoger beroep van

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 5 augustus 2024, nummers BRE 23/2583 en BRE 23/2584, in het geding tussen de inspecteur en

[belanghebbende] , wonend in [woonplaats] , [staat] , Verenigde Staten,

hierna: belanghebbende,

1. Ontstaan en loop van het geding

De inspecteur heeft tegelijk met de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2017 een verzuimboete opgelegd van € 369 (de verzuimboete).

Bij uitspraak op bezwaar heeft de inspecteur het bezwaar tegen (onder meer) voormelde verzuimboete afgewezen.

Belanghebbende heeft tegen (onder meer) deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft de verzuimboete vernietigd.

De inspecteur heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. Belanghebbende heeft geen verweer gevoerd. Belanghebbende is bij brief van 10 oktober 2024 uitgenodigd verweer te voeren. Bij brief van 26 november 2024 is aan belanghebbende een herinnering gestuurd om verweer te voeren. Omdat een reactie uitbleef, is de brief ook verzonden naar het e-mailadres van belanghebbende. Ook hierop is niet gereageerd. Tot slot is geprobeerd om belanghebbende telefonisch te bereiken. Dit is niet gelukt.

De zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] . Belanghebbende is, zonder kennisgeving aan het hof, niet op de zitting verschenen. Belanghebbende is bij brief, verzonden via PostNL op 17 november 2025 onder vermelding van plaats, datum en tijdstip uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Tot de gedingstukken behoort een uitdraai van Track & Trace van PostNL waaruit volgt dat de uitnodiging voor de zitting is vrijgegeven in het land van bestemming en doorgestuurd naar de geadresseerde en dat een lokale bezorgpartner ermee aan de slag gaat. Als bezorgtijd is aangegeven: 24 november -27 november. Mede gelet op de eerdere pogingen van het hof om belanghebbende uit te nodigen voor het voeren van verweer en de pogingen die de rechtbank al heeft ondernomen om belanghebbende te bereiken, zie overweging 1.4 van de uitspraak van de rechtbank, heeft het hof voldoende gedaan om belanghebbende te informeren over de procedure en hem voor de zitting uit te nodigen.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen ter beschikking wordt gesteld.

2. Feiten

De inspecteur heeft belanghebbende voor het jaar 2017 uitgenodigd tot het doen van aangifte IB/PVV. De adviseur van belanghebbende heeft verzocht om uitstel voor het doen van aangifte IB/PVV 2017. De inspecteur heeft belanghebbende uitstel verleend tot 1 november 2018.

Met dagtekening 28 november 2018 heeft de inspecteur aan belanghebbende een herinneringsbrief gestuurd voor het doen van de aangifte IB/PVV 2017. De brief vermeldt het adres [adres 1] te [plaats 1] (België).

Met dagtekening 1 februari 2019 heeft de inspecteur aan belanghebbende een aanmaningsbrief gestuurd voor het doen van de aangifte IB/PVV 2017. De brief is gericht aan belanghebbende en vermeldt het adres [adres 1] te [plaats 1] (België). In de aanmaningsbrief heeft de inspecteur belanghebbende aangemaand om uiterlijk 22 februari 2019 aangifte IB/PVV 2017 te doen.

Belanghebbende heeft geen aangifte IB/PVV 2017 gedaan. De inspecteur heeft de aanslag IB/PVV 2017 ambtshalve vastgesteld.

Volgens het systeem van de Belastingdienst (Beheer van Relaties; BvR) was het “woonadres volgens de gemeente” (soortadres: 01) van belanghebbende in de periode van 5 april 2017 tot 21 december 2021 ‘ [adres 1] [plaats 1] , België’. Van 21 december 2021 tot 8 maart 2023 was het “woonadres volgens de gemeente” van belanghebbende ‘ [straat 1] [woonplaats] [code] ’.

Volgens de gegevens in BvR is het verplichte toezendadres (soortadres: 25) van belanghebbende in de periode van 13 februari 2019 tot 21 december 2021 ‘ [adres 2] [plaats 2] , België’.

Uit de tot de gedingstukken behorende verzendrapportages ter zake van de verzending van de uitnodigings-, herinnerings- en aanmaningsbrief tot het doen van aangifte IB/PVV 2017 blijkt dat deze op respectievelijk 20 februari 2018, 13 november 2018 en 21 januari 2019 ter verzending zijn aangeboden aan PostNL voor verzending naar het adres [adres 1] , [plaats 1] , België.

De inspecteur heeft de Belgische belastingautoriteiten op 26 januari 2022 verzocht om informatie over belanghebbende en zijn echtgenote te verstrekken. De Belgische autoriteiten hebben bij e-mail van 2 februari 2022 – voor zover hier van belang – de volgende informatie aan de inspecteur verstrekt:

“De heer [belanghebbende] is bij ons gekend met rijksregisternummer [registernummer] .

Zijn laatste adres is [adres 1] te [plaats 2] waar hij volgens het rijkregister is uitgeschreven op datum van 25/06/2012. Hij is dan uitgeschreven want hij zou vertrokken zijn naar het buitenland. Als tijdelijk adres werd toen opgegeven [straat 2] , [stad] , USA.

Einde 2021 werden wij gecontacteerd door de belastingplichtige met de bewering dat hij in september 2017 zou teruggekeerd zijn naar België en vanaf dan tot begin 2019 gewoond zou hebben op het adres [adres 1] in [plaats 2] .

(…)

Besluit : Er is voor België geen wijziging voor de aanslagjaren 2015-2021. Met andere woorden de heer [belanghebbende] is geen rijksinwoner voor deze periode, er is

dus geen belastbare grondslag in België. (…) De heer [belanghebbende] heeft zich nooit aangemeld bij de gemeente om zich in te schrijven. Die inschrijving wordt pas officieel aanvaard in België indien de wijkagent is langs geweest en de domicilie heeft bevestigd. Tot op heden is er nog geen Belgisch adres opgenomen in het rijksregister voor betrokkene.

(…)

Mevrouw [mevrouw] is bij ons gekend met volgend [nummer]

Zij was als volgt geregistreerd op basis van het rijksregister

Tot 01/07/2012 [adres 1] te [plaats 2] - op deze datum vertrokken

Terug ingeschreven 13/10/2014 (De inschrijving wordt altijd geverifieerd en bevestigd in

België door een wijkagent) op adres [adres 1] en dit tot 08/02/2019

08/02/2019 ingeschreven [adres 3] te [plaats 2] (zie vorige opmerking

inschrijving wordt in België steeds nagegaan) tot 25/04/2021

26/04/2021 vertrek naar USA adres [straat 2] , [stad] USA”

3. Geschil en conclusies van partijen

In geschil is of de rechtbank de verzuimboetebeschikking terecht heeft vernietigd.

De inspecteur concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank voor zover daarin de verzuimboete is vernietigd.

Belanghebbende heeft geen verweer gevoerd.

4. Gronden

Ingevolge artikel 67a, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), kan aan de belastingplichtige die is uitgenodigd tot het doen van aangifte en die de aangifte niet, dan wel niet binnen de in de aanmaning tot het doen van aangifte gestelde termijn heeft gedaan, een verzuimboete worden opgelegd.

Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende een uitnodiging tot het doen van aangifte IB/PPV 2017 heeft ontvangen en geen aangifte IB/PPV 2017 heeft gedaan.

Belanghebbende heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat hij geen herinnering en aanmaning tot het doen van aangifte IB/PVV 2017 heeft ontvangen. De inspecteur heeft dit betwist.

Voor het opleggen van de verzuimboete van artikel 67a van de AWR is geen plaats indien de aanmaning niet op het adres van de belastingplichtige is ontvangen of aangeboden, en de aanmaning de belastingplichtige ook anderszins niet heeft bereikt. Dit is slechts anders indien zulks het gevolg is van aan de belastingplichtige toe te rekenen omstandigheden (HR 23 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1263, r.o. 3.2)

Bij de beantwoording van de vraag of het bewijs met betrekking tot een bestanddeel van een beboetbaar feit is geleverd, dienen de waarborgen in acht te worden genomen die de belanghebbende kan ontlenen aan artikel 6, lid 2, van het EVRM. Die waarborgen brengen onder meer mee dat de bewijslast op de inspecteur rust en dat de belanghebbende in geval van twijfel het voordeel van die twijfel moet worden gegund. Dit betekent dat de aanwezigheid van een bestanddeel van een beboetbaar feit alleen kan worden aangenomen als de daarvoor vereiste feiten en omstandigheden buiten redelijke twijfel zijn komen vast te staan. Deze maatstaf stemt overeen met de in fiscale wetgeving voorkomende formulering “doen blijken”, die inhoudt dat de desbetreffende feiten en omstandigheden overtuigend moeten worden aangetoond (HR 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526, r.o. 3.2).

Deze strenge bewijsmaatstaf sluit de mogelijkheid niet uit dat voor de bewezenverklaring van feiten en omstandigheden gebruik wordt gemaakt van niet-ontzenuwde bewijsvermoedens die zijn gebaseerd op vaststaande feiten en omstandigheden. Daarvoor is vereist dat de laatstbedoelde feiten en omstandigheden – voor zover daarover geschil bestaat – buiten redelijke twijfel vaststaan. Bovendien is daarvoor vereist dat het vermoeden redelijkerwijs uit die feiten en omstandigheden voortvloeit en het – behoudens contra-indicaties die het vermoeden ontzenuwen – niet anders kan zijn dan dat het vermoeden juist is (HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1063, r.o. 5.3.2).

De ontvangst van de aanmaning dan wel aanbieding daarvan op het adres van belanghebbende is, gelet op hetgeen is overwogen in 4.1 en 4.4 een bestanddeel van het beboetbare feit van artikel 67a van de AWR.

De Rechtbank heeft vastgesteld dat het door de inspecteur gebruikte toezendadres steeds juist is geweest. Belanghebbende heeft dit in hoger beroep niet betwist. Uit de door de inspecteur overgelegde verzendrapportages is buiten redelijke twijfel komen vaststaan dat de herinnerings- en aanmaningsbrief op respectievelijk 13 november 2018 en 21 januari 2019 ter verzending zijn aangeboden aan PostNL voor verzending naar het adres van belanghebbende. De inspecteur heeft daarmee bewezen dat de aanmaningsbrief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Hieruit vloeit redelijkerwijs het vermoeden voort dat belanghebbende de aanmaning heeft ontvangen dan wel dat die op zijn adres is aangeboden. Belanghebbende heeft in hoger beroep geen verweer gevoerd en heeft ook overigens niets aangevoerd om dit vermoeden te ontzenuwen. Het Hof gaat er daarom vanuit dat de herinnerings- en aanmaningsbrief op het adres van belanghebbende zijn ontvangen. Nu belanghebbende niet binnen de in de aanmaning gestelde termijn aangifte IB/PVV voor het jaar 2017 heeft gedaan, heeft de Inspecteur de verzuimboete in beginsel terecht opgelegd.

Voor het opleggen van een verzuimboete is geen opzet of grove schuld vereist. Alleen in het geval van afwezigheid van alle schuld (avas) of een pleitbaar standpunt wordt geen verzuimboete opgelegd. Van avas is slechts sprake indien een belanghebbende alle zorg heeft betracht die in de gegeven omstandigheden van hem mag worden verwacht om het verzuim te voorkomen (HR 15 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7184). Belanghebbende heeft geen feiten gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, waaruit volgt dat sprake is van avas of een pleitbaar standpunt. Het hof is daarom van oordeel dat de verzuimboete passend en geboden is.

De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is.

Ten aanzien van de proceskosten

Het hof oordeelt dat er geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

5. Beslissing

Het hof:

De uitspraak is gedaan door W. de Wit, voorzitter, Chr.Th.P.M. Zandhuis en M.J.M. van der Weijden, in tegenwoordigheid van R. Wijkstra, als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.

Deze uitspraak is in het digitale dossier geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, wordt een afschrift verzonden per aangetekende post.

De griffier, De voorzitter,

R. Wijkstra W. de Wit

Het aanwenden van een rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026082002 FutD 2026-1482 V-N Vandaag 2026/1747 NLF 2026/1736
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand