ECLI:NL:GHSHE:2026:188

ECLI:NL:GHSHE:2026:188

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer 24/321 tot en met 24/325
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2024:292

Samenvatting

Artikel 2, eerste lid, onder c, Btw richtlijn. Terbeschikkingstelling van woonruimte door belanghebbende aan de werknemer. Sprake van een voldoende rechtstreeks verband om de ingehouden bedragen aan te merken als vergoeding voor een belaste prestatie, zijnde de verstrekking van huisvesting.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummers: 24/321 tot en met 24/325

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

gevestigd in [vestigingsplaats] (Litouwen),

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 22 januari 2024, nummers BRE 22/2340, 22/2342, 22/2345 en 22/2348, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de inspecteur.

1. Ontstaan en loop van het geding

Belanghebbende heeft vijf verzoeken om teruggaaf van omzetbelasting ingediend. De inspecteur heeft de verzoeken bij separate beschikkingen afgewezen.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken ingediend. Deze zijn verstrekt aan de wederpartij.

De zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2025 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen namens belanghebbende [persoon] en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] .

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen wordt verzonden.

2. Feiten

Belanghebbende is een in Litouwen gevestigd uitzendbureau. Zij stelt personeel ter beschikking aan onder anderen in Nederland gevestigde opdrachtgevers.

Het personeel dat in Nederland ter beschikking wordt gesteld betreft

steigerbouwers. Het personeel is woonachtig in Litouwen en verblijft tijdelijk in Nederland

tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden.

Belanghebbende biedt huisvesting aan het uitgezonden personeel, onder inhouding

van een bedrag op het loon. De inhouding bedraagt € 3 per gewerkt uur tot een maximum

van € 520 per maand. Werknemers zijn niet verplicht om van de huisvesting gebruik te

maken. Indien zij geen gebruik maken van de aangeboden huisvesting, dienen zij zelf

huisvesting te zoeken en belanghebbende betaalt daarvoor geen vergoeding.

Belanghebbende neemt de huisvesting af bij derden; de onderkomens zijn niet bij

belanghebbende in eigendom. Het betreft vakantiewoningen en eengezinswoningen waar meerdere werknemers kunnen worden gehuisvest.

In hoger beroep heeft belanghebbende diverse, door werknemers, ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst ondertekende verklaringen overgelegd. In die verklaringen staat onder meer:

B- Housing costs

When [belanghebbende] provides you with housing, you agree with the [belanghebbende] housing rules provided. You also agree with the fact that [belanghebbende] will deduct the rent from you monthly salary.

These costs will be clear and transparent and at all times retrievable at the office.

Dutch law states the below percentages will be used to calculate your monthly costs for housing:

- Minimum wage A maximum of 25% of your salary can be used for the housing costs;

- Above minimum wage -4 A minimum of 25% can be used for the housing costs.”

Met de teruggaafverzoeken verzoekt belanghebbende om teruggaaf van de door

derden aan belanghebbende in rekening gebrachte omzetbelasting ter zake van onder meer de

huisvesting. De teruggaafverzoeken zijn gebaseerd op artikel 31, tweede en derde lid, van de

Wet OB.

3. Geschil en conclusies van partijen

In geschil is of belanghebbende met het huisvesten van personeel een dienst verricht tegen vergoeding.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het hoger beroep, vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, van de uitspraak op bezwaar en van de beschikkingen en tot verlening van een teruggaaf van € 1.865. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4. Gronden

Tussen partijen is in geschil of tussen de terbeschikkingstelling van woonruimte door belanghebbende aan de werknemer en de vergoeding die tussen belanghebbende en de werknemer is overeengekomen een voldoende rechtstreeks verband bestaat. Belanghebbende betwist dit, omdat de vergoeding niet afhangt van het gebruik van de woonruimte, maar van het aantal gewerkte uren. Tijdens ziekte en verlof mag de werknemer in de woonruimte blijven, maar betaalt hij geen vergoeding. Een werknemer die (tijdelijk) minder uren werkt, betaalt een lagere vergoeding terwijl hij toch onverminderd gebruik mag maken van de woonruimte. Ook familie en vrienden mogen in de woning verblijven zonder extra vergoeding, aldus belanghebbende. De inspecteur neemt het tegenovergestelde standpunt in.

Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) dat voor de kwalificatie als dienst die onder bezwarende titel wordt verricht in de zin van artikel 2, eerste lid, onder c, Btwrichtlijn enkel sprake hoeft te zijn van een rechtstreeks verband tussen de verrichte dienst en de daadwerkelijk door de belastingplichtige ontvangen tegenprestatie. Van een dergelijk rechtstreeks verband is sprake wanneer tussen de verrichter en de ontvanger van de dienst een rechtsbetrekking bestaat in het kader waarvan over en weer prestaties worden uitgewisseld, en de door de dienstverrichter ontvangen vergoeding de werkelijke tegenwaarde vormt voor de ten behoeve van de ontvanger verrichte dienst (HvJ EU 21 december 2023, Administration de l’enregistrement, des domaines et de la TVA, EU:C:2023:1024, punt 33 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

Het rechtstreekse verband tussen de prestatie en de tegenprestatie wordt echter verbroken wanneer de vergoeding op volstrekt vrijwillige en willekeurige wijze wordt toegekend, zodat het in de praktijk onmogelijk is om het bedrag ervan vast te stellen, of wanneer het bedrag van de vergoeding moeilijk kwantificeerbaar of onzeker is gelet op de omstandigheden rond de vaststelling ervan (zie het onder 4.2 aangehaalde arrest, punt 36).

Het hof stelt vast dat de vergoeding die belanghebbende voor de terbeschikkingstelling van de woonruimte vraagt, is gebaseerd op de overeenkomst die belanghebbende met de werknemer heeft gesloten. De inspecteur heeft in dit verband onweersproken gesteld dat als een werknemer in het geheel niet werkt, geen huisvesting wordt verstrekt. Er is dus sprake van een juridische band, een rechtsbetrekking, tussen de dienstbetrekking en de huisvesting. Een werknemer die gebruikmaakt van het aanbod van belanghebbende om huisvesting voor hem te regelen, gaat akkoord met de inhouding van de vergoeding op zijn loon. De hoogte van de vergoeding is bij de inhouding op het loon eenvoudig te berekenen, namelijk € 3 per gewerkt uur, en is niet willekeurig. Het is de werknemer bij aanvang duidelijk dat de vergoeding afhangt van het aantal uren dat hij werkt, dus de werknemer kan de vergoeding eenvoudig berekenen en controleren. Dat familie en vrienden zonder extra vergoeding in de woonruimte kunnen verblijven, is niet relevant. Een vergoeding voor de terbeschikkingstelling van woonruimte pleegt niet af te hangen van het aantal personen dat in deze ruimte verblijft.

Dat het uiteindelijk in te houden bedrag afhangt van het aantal gewerkte uren, is onvoldoende om het rechtstreekse verband tussen de terbeschikkingstelling en de vergoeding te verbreken. Het hof verwijst naar het recente arrest van het HvJ EU van 23 oktober 2025, T.P.T., ECLI:EU:C:2025:816, waarin het HvJ EU oordeelde dat zelfs in een situatie waarin de betaling van een vergoeding afhangt van veroordeling van de wederpartij in de kosten van een gerechtelijke procedure, de eventueel te betalen vergoeding wel degelijk de tegenprestatie vormt voor de juridische dienst. Hiervan uitgaande, is het verband in de situatie van belanghebbende voldoende rechtstreeks om de ingehouden bedragen aan te merken als vergoeding voor een belaste prestatie, zijnde de verstrekking van huisvesting.

Tussenconclusie

De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is.

Ten aanzien van het griffierecht

Het hof ziet geen aanleiding om het griffierecht te laten vergoeden.

Ten aanzien van de proceskosten

Het hof ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

5. Beslissing

Het hof:

De uitspraak is gedaan door A. van Dongen, voorzitter, L.D.M.A. Reijs en B.G. van Zadelhoff, in tegenwoordigheid van T.S.K.L. Tjon, als griffier.

De griffier, de voorzitter,

T.S.K.L. Tjon A. van Dongen

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.

Deze uitspraak is in het digitale dossier geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, wordt een afschrift verzonden per aangetekende post.

Het aanwenden van een rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Viditax (FutD) 2026031805 V-N Vandaag 2026/500 FutD 2026-0488 NDFR Nieuws 2026/488 NTFR 2026/685 met annotatie van mr. M. Rang V-N 2026/19.1.1
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand