GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
zaaknummer : 200.358.105/01
zaaknummer rechtbank : C/03/323351/ FA RK 23-3916
beschikking van de meervoudige kamer van 23 juli 2026
inzake
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in het principaal hoger beroep,
verweerder in het incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. C.H.C. Houben te Leiden,
tegen
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerster in het principaal hoger beroep,
verzoekster in het incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. N.V.T. Cremers te Roermond.
De zaak gaat over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 (hierna: [minderjarige] ).
In deze zaak is opgeroepen om het hof advies te geven:
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad.
De zaak in het kort
Deze zaak gaat over:
1. De procedure bij de rechtbank en de procedure bij het hof
Bij de beslissing van 15 mei 2025 heeft de rechtbank Limburg (Roermond):
1. aan de vrouw vervangende toestemming verleend, die in de plaats van de toestemming van de man treedt, om met [minderjarige] te verhuizen naar [woonplaats moeder] ;
2. bepaald dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vrouw zal zijn;
3. de vrouw vervangende toestemming verleend om [minderjarige] in te schrijven op haar adres;
4. een zorgregeling vastgesteld tussen de man en [minderjarige] bepaald inhoudende dat:
- [minderjarige] in de even weken bij de man verblijft en in de oneven weken bij de vrouw.
Het wisselmoment vindt plaats op zondag om 17.00 uur. De ouder bij wie [minderjarige] niet verblijft haalt hem bij de andere ouder op;
- vanaf het begin van het schooljaar 2026-2027 verblijft [minderjarige] drie weekenden per vier weken (drie weekenden wel, een weekend niet, etc.) van vrijdagmiddag 17.00 uur tot zondagavond 17.00 uur bij de man. De ouder bij wie [minderjarige] niet verblijft haalt hem op bij de andere ouder;
- tot het begin van het schooljaar 2026-2027 loopt de reguliere zorgregeling door tijdens de vakanties en heeft iedere ouder tweemaal per jaar twee weken aaneengesloten de gelegenheid om met [minderjarige] op vakantie gaan.
- tot het begin van het schooljaar 2026-2027 loopt tijdens feestdagen en overige vrije/ bijzondere dagen de reguliere zorgregeling door met uitzondering van het Suikerfeest en het Offerfeest.
Tijdens het Suikerfeest verblijft [minderjarige] in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw. Tijdens het Offerfeest verblijft [minderjarige] in de even jaren bij de vrouw en de oneven jaren bij de man.
[minderjarige] verblijft bij de man op officiële feestdagen die direct aansluiten op de reguliere zorgregeling.
- met ingang van het schooljaar 2026-2027 de vakanties, feestdagen, vrije en bijzondere dagen verdeeld worden op een wijze als door de ouders in onderling overleg te bepalen;
5. bepaald dat de man ten behoeve van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] aan de vrouw dient te betalen:
- met ingang van 15 mei 2025 € 115,- per maand;
- met ingang van 1 september 2026 € 213,- per maand.
Voor het verloop van de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de beschikking waartegen dit hoger beroep is ingesteld.
De man is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Hij komt daarvan in hoger beroep (principaal hoger beroep). De vrouw is het deels niet eens met de beslissing van de rechtbank, te weten met de verdeling van zorg- en opvoedingstaken tijdens de vakanties en feestdagen. Zij komt daarvan in hoger beroep (incidenteel hoger beroep).
Het hof neemt de volgende stukken mee in zijn beslissing:
- het beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 14 augustus 2025;
- het verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep, ingekomen ter griffie op 20 november 2025;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep, ingekomen ter griffie op 2 april 2026;
- een V6-formulier van de zijde van de van de vrouw met bijlagen, ingekomen op 20 november 2025;
- een V8-formulier van de zijde van de man, ingekomen op 25 november 2025;
- een V8-formulier van de zijde van de vrouw, ingekomen op 25 november 2025;
- een brief van de zijde van de vrouw met bijlagen, ingekomen op 2 december 2025;
- een V6-formlier van de zijde van de vrouw met bijlagen, ingekomen op 1 juni 2026;
- een V6-formulier van de zijde van de man met bijlagen, ingekomen op 4 juni 2026;
- een V6-formulier van de zijde van de vrouw met bijlagen, ingekomen op 9 juni 2026.
De mondelinge behandeling bij het hof was op 16 juni 2026. Aanwezig waren:
- de man, bijgestaan door mr. Houben;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Cremers;
- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .
2. De feiten
Partijen zijn op 26 februari 2019 met elkaar gehuwd. Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.
Bij beschikking van 28 februari 2025 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op 14 maart 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Partijen zijn de ouders van [minderjarige] . Zij hebben gezamenlijk het gezag over [minderjarige] .
3. De verzoeken in hoger beroep
De man wil dat het hof de bestreden beschikking vernietigt en, opnieuw rechtdoende:
I. het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming om met [minderjarige] te verhuizen naar [woonplaats moeder] , alsnog afwijst;
II. bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de man zal zijn, waarbij [minderjarige] drie van de vier weekenden bij de moeder verblijft, van vrijdagmiddag 15:00 uur tot zondag 17:00 uur, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen;
III. ten aanzien van het halen en brengen primair bepaalt dat dit voor rekening van de vrouw komt;
IV. ten aanzien van het halen en brengen subsidiair bepaalt dat de vrouw [minderjarige] naar [locatie] aan de snelweg van [plaats] brengt en [minderjarige] aldaar overdraagt aan de man en waarbij de man [minderjarige] terugbrengt naar [locatie] aan de snelweg in [plaats] en aldaar overdraagt aan de vrouw;
Ten aanzien van de kinderalimentatie, na wijziging van verzoek bij brief van 4 juni 2026:
In de situatie dat [minderjarige] hoofdverblijfplaats bij de man heeft:
V. bepaalt dat zolang [minderjarige] nog niet naar school gaat de vrouw aan de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] dient te voldoen van € 288,- per maand, althans een zodanig bedrag als het hof juist acht, en met ingang van 1 september 2026 een bedrag van € 875,- per maand, dan wel een zodanig bedrag als het hof juist acht;
In de situatie dat [minderjarige] hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft:
VI. bepaalt dat zolang [minderjarige] nog niet naar school gaat de vrouw aan de man een bijdrage in de verzorging en opvoeding van [minderjarige] dient te voldoen van € 288,- per maand, dan wel een zodanig bedrag als het hof juist acht en de man met ingang van 1 september 2026 een bedrag van € 171,- per maand aan de vrouw dient te voldoen, dan wel een zodanig bedrag als het hof juist acht.
De vrouw wil dat het hof de man in zijn principaal hoger beroep primair niet-ontvankelijk verklaart, althans subsidiair zijn verzoeken afwijst als ongegrond, althans onbewezen en/of onvoldoende onderbouwd.
In incidenteel hoger beroep verzoekt de vrouw de bestreden beschikking te vernietigen ten aanzien van de vakantie- en feestdagenregeling en, in zoverre opnieuw rechtdoende, te bepalen dat:
I. de feestdagen als volgt worden verdeeld:
- [minderjarige] verblijft tijdens het Suikerfeest in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw;
- [minderjarige] verblijft tijdens het Offerfeest in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man;
- indien [minderjarige] op basis van de reguliere zorgregeling niet verblijft bij de ouder waar hij in dat betreffende jaar het Suikerfeest of Offerfeest viert zal [minderjarige] de dag voor het Suikerfeest of Offerfeest om 17:00 uur worden opgehaald door de ouder waar [minderjarige] het Suikerfeest of Offerfeest viert. De dag na het Offerfeest of Suikerfeest zal [minderjarige] om 17:00 uur weer worden opgehaald door de andere ouder;
- [minderjarige] verblijft met ingang van schooljaar 2026/2027 bij de man op officiële Nederlandse
feestdagen die direct aansluiten op de reguliere zorgregeling waarbij [minderjarige] bij de man verblijft. [minderjarige] zal op de dag voorafgaande aan de feestdag om 17:00 uur worden opgehaald als de feestdag voor het weekend valt en op de dag van de feestdag om 17:00 uur worden opgehaald als de feestdag na het weekend valt;
- Ten aanzien van verjaardagen van ouders, [minderjarige] of overige familieleden worden geen afwijkende afspraken gemaakt en verblijft [minderjarige] bij de ouder waarbij hij conform de reguliere zorgregeling verblijft.
II. met ingang van het schooljaar 2026/2027 de schoolvakanties van [minderjarige] als volgt worden verdeeld:
In de oneven jaren verblijft [minderjarige] :
- in de voorjaarsvakantie de hele week bij moeder;
- in de meivakantie de eerste week van de vakantie bij vader. Als [minderjarige] 2 weken vakantie heeft verblijft hij de tweede week bij moeder;
- in de zomervakantie: week 1 en 2 bij vader, week 3 en 4 bij moeder, week 5 bij vader, week 6 bij moeder;
- in de herfstvakantie de hele week bij moeder;
- in de kerstvakantie de eerste week bij vader en de tweede week bij moeder;
- de wisselmomenten vinden altijd plaats op zondag om 17:00 uur;
In de even jaren verblijft [minderjarige] :
- in de voorjaarsvakantie de hele week bij vader;
- in de meivakantie de eerste week van de vakantie bij moeder. Als [minderjarige] 2 weken vakantie heeft verblijft hij de tweede week bij vader;
- in de zomervakantie: week 1 en 2 bij moeder, week 3 en 4 bij vader, week 5 bij moeder, week 6 bij vader;
- in de herfstvakantie de hele week bij vader;
- In de kerstvakantie de eerste week bij moeder en de tweede week bij vader;
- De wisselmomenten vinden altijd plaats op zondag om 17:00 uur.
III. het als productie 83 overgelegde overzicht integraal onderdeel te laten uitmaken van de beschikking.
4. De motivering van de beslissing
Vervangende toestemming verhuizing en hoofdverblijf (grief 1 t/m 4 in principaal hoger beroep)
De rechtbank heeft aan de vrouw vervangende toestemming verleend om met [minderjarige] van [woonplaats vader] naar [woonplaats moeder] te verhuizen en heeft het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de vrouw bepaald.
De man is het met deze beslissing niet eens. Hij voert aan dat er geen noodzaak is voor de verhuizing. Deze is enkel ingegeven door de wens van de vrouw om terug te keren naar [woonplaats moeder] , waar zij is opgegroeid en waar haar familie woont. Door de grote afstand tussen [woonplaats vader] en [woonplaats moeder] wordt het contact tussen de man en [minderjarige] bemoeilijkt. Op dit moment is er een co-ouderschap, maar op het moment dat [minderjarige] na de aankomende zomervakantie naar school gaat, zal deze regeling niet meer uitvoerbaar zijn.
De vrouw voert aan dat er wel een noodzaak was voor de verhuizing naar [woonplaats moeder] . Tijdens het huwelijk werd de vrouw door de man gekleineerd, bedreigd en gecontroleerd. Na een fysieke escalatie tijdens een vakantie in Marokko heeft de vrouw eindelijk de moed gehad de relatie te verbreken en is zij met [minderjarige] gevlucht naar haar familie in [woonplaats moeder] . Haar familie was op dat moment de enige plek waar zij terecht kon, omdat terugkeren naar de echtelijke woning geen optie was en zij in [woonplaats vader] geen netwerk heeft, buiten de familie van de man. De vrouw is direct na de verhuizing in therapie gegaan. Zij heeft EMDR-therapie gehad om haar trauma’s te verwerken en is nog altijd in behandeling voor traumaverwerking en het hervinden van haar zelfvertrouwen. Ook moet ze leren hoe ze het beste met de man om kan gaan om te voorkomen dat hij opnieuw controle over haar kan uitoefenen. Haar therapeut heeft haar geadviseerd om steun te zoeken bij haar familie en vrienden. De vrouw merkt dat zij de vertrouwde omgeving en de steun van familie en vrienden in [woonplaats moeder] nodig heeft tijdens het verwerkingsproces en om haar leven weer op te bouwen. De vrouw is ervan overtuigd dat haar veiligheid niet kan worden gewaarborgd indien zij terug moet verhuizen naar (de omgeving van) de man, wat ook weer gevolgen heeft voor [minderjarige] . De vrouw is enorm bang dat de man ook na de echtscheiding grip op haar zal proberen te houden, dat hij terugvalt in oude patronen van emotioneel geweld en/of dat hij haar fysiek nogmaals mishandelt. De vrouw wil daarom (figuurlijk, maar ook letterlijk) afstand nemen van de man en in een omgeving wonen waar zij steun heeft van mensen die zij kan vertrouwen. Voor [minderjarige] is het belangrijk een stabiele en gezonde opvoeder te hebben, zodat de verhuizing ook tegemoet komt aan de belangen van [minderjarige] .
Het hof komt tot de volgende beoordeling.
Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter worden voorgelegd. De gezamenlijke gezagsuitoefening van partijen brengt mee dat de moeder voor het wijzigen van de woonplaats van [minderjarige] toestemming van de vader behoeft. Indien de ouders het hierover niet eens worden zal de rechter hierover een beslissing nemen.
Bij een dergelijke beslissing dient het hof - conform vaste rechtspraak - alle omstandigheden in acht te nemen en alle belangen af te wegen.
Het gaat onder meer om: het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten, de (on)mogelijkheid om op een andere wijze aan dat belang tegemoet te komen, de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid, de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren, de leeftijd van de minderjarige, de te overbruggen afstanden en de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg.
Hoewel het belang van de minderjarige een overweging van de eerste orde dient te zijn bij deze belangenafweging, kunnen andere belangen zwaarder wegen dan het belang van de minderjarige.
Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank dat aan de vrouw vervangende toestemming wordt verleend om met [minderjarige] naar [woonplaats moeder] te verhuizen.
Hoewel vast staat dat de geldende zorgregeling, waarbij [minderjarige] met beide ouders evenveel contact heeft, onmogelijk wordt vanaf het moment dat [minderjarige] naar school gaat als de vrouw in [woonplaats moeder] blijft wonen, is het hof van oordeel dat de belangen van de vrouw hierin zwaarder wegen en dat zij deze keuze heeft mogen maken vanwege het gedrag van de man tijdens de relatie en het huwelijk van partijen.
De vrouw heeft door middel van het overleggen van WhatsApp-berichten een beeld geschetst van de wijze waarop de man zich jegens haar gedroeg in de relatie.
Uit de als productie 56 en 57 overgelegde processen-verbaal van bevindingen van de politie blijkt dat de beide telefoonnummers waarmee de WhatsApp-berichten zijn verstuurd op naam stonden van de man.
De stelling van de man dat de vrouw deze berichten jarenlang vanaf zijn telefoon aan zichzelf zou hebben gestuurd om haar verhuizing naar [woonplaats moeder] te rechtvaardigen, acht het hof volkomen ongeloofwaardig. De suggestie dat de vrouw al vóór het huwelijk en vóór de geboorte van [minderjarige] bezig zou zijn met een dergelijke exit-strategie is onnavolgbaar. Bovendien is het zeer onwaarschijnlijk dat de man dit over deze hele periode niet zou hebben gemerkt, aangezien de berichten vanaf zijn telefoon zijn gestuurd. Tijdens de mondelinge behandeling is aan de man meerdere malen de vraag gesteld of hij de WhatsApp-berichten heeft gestuurd. Hij heeft hierop herhaaldelijk geantwoord dat hij de berichten niet herkent. Pas na langdurig doorvragen heeft hij één keer gezegd dat hij ze niet heeft gestuurd.
Op de vraag hoe het kan dat hij nooit heeft gemerkt dat er berichten met deze heftige inhoud op zijn telefoon stonden in een WhatsAppcommunicatie met zijn partner die hij niet heeft gestuurd, heeft de man geen verklaring kunnen geven.
Het hof gaat er gelet op het voorgaande vanuit dat de berichten wel degelijk gestuurd zijn door de man; de berichten staan op de telefoon van de man over een langere periode van meerdere jaren en de man heeft daarvoor geen geloofwaardige verklaring kunnen geven.
Het hof vindt het van belang een aantal van de berichten die de man – voor en tijdens het huwelijk – aan de vrouw heeft gestuurd te citeren. Deze berichten geven namelijk inzicht in de verhoudingen tussen partijen en in de manier waarop de man zich gedroeg ten opzichte van de vrouw. Uit de berichten komt een beeld naar voren van een relatie waarin de vrouw de man moest gehoorzamen, geen eigen inbreng en mening mocht hebben en zijn toestemming moest vragen. Op het moment dat de man meende dat de vrouw zich niet aan deze regels hield, was dat voor hem reden om haar uit te schelden, te kleineren en belachelijk te maken en zelfs te dreigen met fysiek geweld.
Het hof zal – zonder hierin volledig te zijn – hieronder een aantal voorbeelden geven van de manier waarop de man de vrouw bejegende.
De vrouw heeft als productie 58 screenshots overgelegd van een WhatsApp-gesprek tussen partijen van voor het huwelijk, over het bruiloftsfeest. In dit gesprek is te lezen dat de man ontzettend boos wordt op de vrouw, omdat zij hem niet eerder op de hoogte zou hebben gesteld van bepaalde details van het aankomende huwelijksfeest. De man stuurt onder andere: De man vraagt: “Hoelaat begint die catering?” De vrouw reageert: “Catering is er al om 11:00.. en begint met koffie te serveren als de meeste mensen er al zijn” De man: “Je verteld mij niks waarom moet ik om alles vragen ?” De vrouw antwoordt: “Ik heb je alles hierover verteld, en ook dit van de tijdstippen. Ik heb je ook verteld wat voor eten en alles er is. En tijdstip wanneer eten wordt neergelegd enzo. Ik heb je ook het tijdstip verteld wanneer wij twee samen de zaal binnen gaan lopen.” De man: “ Wesh ben je serieus?? Of lieg je nu in me gezicht, want ik sta op het punt om te ontploffen!!!!!!! Jij hebt alleen tegen mij gezegd dat er een draaiboek gemaakt moest worden!!!!!!!!!!! Meerrrrr niettttttttt!!!!!!!!!!!!!!!!!! De vrouw: “Nee ik lieg niet tegen je [voornaam man] ”
De man: “A mogool, wanneerrrrr heb je dit gezegd waaaneeerrrr Jij hebt nu de bom laten ontploffen !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!”
De vrouw: “Weet je nog dat we het erover hadden dat ook met verloving jullie eerder waren. En dat je me vroeg Hoelaat alles begint enzo Toen hadden we het erover [voornaam man] wat is er gebeurd dat je opeens zo doet? Net ook aan de telefoon, ik schrok er wel van wollah”
De man: “ [voornaam vrouw] als je voor me neus stond had ik je echt een paar klappen gegeven
Zonder na te denlen Je liegt nu keihard in me gezicht Wanneeerrrrrrrrr wanneeerrrrrr heb je dit gezegd over de tijd stip en het eten en alles Waarneer a mogool Waar de fuck heb je het over
Had je het in de dromen daar over Of ben je een gestikte psychopaat”
De vrouw: “Ik had je verteld dat we als 2e gerecht vlees gaan deon en toen zei je Neeee ik lieg echt niet wollah”
De man: “Jij maakt me razend wollah Als je voor me neus stond zou je echt plat gaan Wahed leugen is dit, en je blijft nog volhouden dat he alles hebt verteld Je laat de koken!!!!!!!!!!!!! Jij hebt mij letterlijk niets verteld a idioot!!!!! Je zei er moet een draaiboek gemaakt worden En wat de decoratie wordt
Verder nikssss Nikssss Niksssss Wesh begrijp je dat of niet!!!!!!!!!! Wat een gestoorde idioot ben jij
Dat je dit met volle lef durf te typen dat je alles hebt verteld Je liegt keihard in me gezicht en houdt nog vol ook Durf je op de koran te zweren a idioot Zweer op de koran”
De vrouw: “Wollah op Ikoran dit heb ik je verteld we waren samen Ik lieg niet tegen je [voornaam man] ”
De man: “ [voornaam vrouw] nu je hebt gezworen Kan ik je wel door midden scheuren Letterlijk!!!!!!”
De vrouw: “Zullen we bellen? Asjeblieft?”
De man: “Ik ga het jou nog 1x vragen en denk goed na Heb je mij alles verteld over het eten etc etc??
De vrouw: “Ja ik heb het je verteld, ik had je ook verteld dat er een limonadebar komt. En dat we van te voren hapjes gaan doen.. en we hadden het ook erover dat je niet wil dat jullie als eerste er zijn net als op de verloving En ik heb ook verteld Hoelaat het gaat stoppen En over de kleedkamer En de extra kamer voor als de kleine baby’s willen slapen”
De man: “Luister jij bent 1 zieke wijf je bent gestoord Limonadebar??????? Waar de fuck heb je over a zmar
Wesh ben je nuu fucking serieus want je laat me alleen maar door draaien al hmara Wesh ben je fucking serisus”
De vrouw: “Ik stop met praten is beter want ik wil je niet boos maken”
De man: “Je bent walgelijk wollah”
De vrouw: “Ja [naam] vertelde mij dat dat in het pakket erbij zat Ik heb zelfs op Ikoran gezworen en je gelooft me nog steeds niet Laat het asjeblieft”
De man: “Je bent misselijk tfoe alik Wollah jij bent 1 gestoorde tering wijf Dat je alles hebt gezegd over het eten en limonade bar??????? Dit is dus overduidelijk dat ik van niks weet”
De vrouw: “Ik heb je toch ook verteld over de familietafel toch Daar hebben we het toch ook over gehad”
De man: “Maar ik ga jou echt drillen!!!!!!!!! Kowed bek dicht”
De vrouw: “Toen heb ik het ook over het eten gehad”
De man: Je praat als ik wat aan je vraag Je bent een stoorde wijf Wollah ik ga je 1 garantie geven vanuit me hart, als jij dit in de toekomst doet zal je in de intensive care eindigen Wahed zieke tering leugen die verteld Wollah je bent ziek wollah!!!!!”
De vrouw: “Ik snap echt niet waar dit opeens vandaan komt, ik hoorde al aan je stem door de telefoon dat je geïrriteerd was.. maar asjeblieft laat het Die hele stomme feest is het echt niet waard om zo tegen elkaar te doen”
De man: “Veeg je tranen weg a misselijk makend gestoorde wijf Jij brengt allee maar problemen in de familie Door te huilen a fucking schoft dat je bent”
De vrouw: “scheld me asjeblieft niet uit. Dat is de reden waarom ik huil”
De man: “Veeg die hoeren tranen weg a misselijk makend psyvhopaat!!!!! Ziek wijf Ik had je de grond en de muur ingeboord Voor die mashakil die jij mee brengt Tfoe alik Je hebt geluk dat je niet hier bent Wollah op de koran”
De vrouw: “Wat voor problemen breng ik in de familie?”
De man: “Door te huilen a misselijk makend garja Mensen horen jou thuis En dam ga je huilem
Gatverdamme Begin steeds meer te walgen En meer znoen van jij te krijgen”
De vrouw: “Niemand heeft me gehoord”
De man: “Weet je wat jij moet doen misselijk makend garja”
De vrouw: “wat moet ik doen”
De man: “Mij met rust laten a fucking psychopaat voor zeker 1 week En misschien langer Nu weet ik echt dat je een zieke persoon bent die in je eigen verhalen gelooft Wollah je bent niet 100% Ik sta er verteld van, ik hoor nu allemaal dingen die in niet eens weet op een paar dingen na Jij bent ziekkkkk!!!! Limonade bar???”
De vrouw: “Wat is er gebeurd dat je opeens mij zo belde met precies die vraag?”
De man: “Hapjessss??? Vlees en groente ?????
De vrouw: “IK hoorde aan je stem dat je geïrriteerd was. Wat is daarvoor gebeurd?”
De man: “Wat er dus gebeurde a idioot is dat je mij dingen verteld die ik niet weet a kessoullll Misselijk wollah misselijk!!!!!! Tfoee tfoeeeee tfoeeeeeee!!!!!!!”
De vrouw: “we hadden het aan de telefoon over die magnumbar van de bruiloft waar je was geweest en toen zei ik, wij hebben ook een limonadebar Ik zeg je voor de zoveelste keer Ik lieg niet tegen je”
De man: “Laat mij rust”
De vrouw: “En heb nooit tegen je gelogen en zal ook nooit tegen mijn man liegen Is goed”
De man: “ik ben echt serieus, ik wil je eker 1 week niet horen”
De vrouw: “Walakien please dit is het echt niet waard om hier over ruzie te maken. Die hele feest is het het totaal niet waard.”
De man: “Ja gaat gwn nog door”
De vrouw: [voornaam man] Kifash 1 week Over een paar weken ben ik voor altijd met jou samen Deze laatste weken horen niet zo te gaan We gaan binnenkort samen op vakantie Insha’Allah”
De man: “Wollah zelfs daar heb ik geen zin meer in Jij hebt het zo verneukt Ik heb geen woorden meer Hapjes vlees groente limonadebar Dit is echt te ziek!!!!!!!!”
De vrouw: “Heb je er geen zin in om over een paar weken voor altijd samen te zijn?
De man: “Om op vakantie te gaan a garja Gatverdamme wollah”
De vrouw: “Daar heb ik juist het meeste zin in om samen met jou weg te gaan”
De man: “Kowddddd!!!!!! Niet van onderwerp veranderen”
De vrouw: “Het feest is dit echt niet waard”
De man: “Anders zal hemel en aarde bewegen voor jou Pas op en bek dicht!!!!!! Wanneer ik zeg stil is stil Als ik aangeef dat je mag praten dan mag je praten!!!! Is dat duidelijk”
Als productie 60 overlegt de vrouw een WhatsApp gesprek waarin de man stuurt: “Als paardagen terug zon bek had opgezet in mijn gezicht had ik je geplakt aan de muur (…) Let op elke letter die uit je mond komt K blijf dit niet met jou doornemen keer op keer”
Als productie 61 heeft de vrouw een WhatsAppgesprek overgelegd waarin de vraag aan de orde wordt gesteld waarom de vrouw is gestopt met school.
De man stuurt: “Jij hebt mij nooit verteld wat de echte reden was waarom je school hebt gelaten”
De vrouw: “Ja klopt omdat je de eerste keer dat ik het je vertelde daar zo nuchter over deed..”
De man: “Je hebt 1 keer gezegd om je ouders”
De vrouw: “Terwijl ik nachtmerries echt serieus neem
De man: “Dus je ouders hebben jou op deze plek gezet Dat is hoe ik het zie en ook al blijven zien”
De vrouw: “Stop met alles voor mij invullen en laat mij je vraag beantwoorden!”
De man: “Mijn vragen hoef je nu niet te beantwoorden. Dat had je vanaf dat 1 al moeten doen En van alle kinderen ben jij degene die bijna het kortst getrouwd was Niemand heeft omkeer naar jou thuis. Dat is wat ik heb gezien en heb gemerkt Jij moet met het feit leven dat je niks hebt bereikt in al die jaren”
De vrouw: “Dat is grappig dat je dit zegt. De persoon die mij hoort te steunen in alles. En positief hoort te zijn. Mijn ride or die zegt nu dat ik niks heb bereikt. Ik heb heeeeel veel bereikt zonder diploma. Dat jij dit over mij zegt, zegt meer over jou dan over mij! Geld komt en geld gaat. Ja kan geld hebben en heel ongelukkig zijn. En je kan geen geld hebben en zeer gelukkig. Enige wat overblijft is ons geloof. En je imaan. En die heb ik. Waardoor ik veel gelukkiger ben dan ooit. Dus dat jij me zehma pijn probeert te doen met deze woorden. Lukt je niet. Want ik weet wat ik waard ben bij Allah. En mijn familie heeft eker omkeer naar mij. Daar heb jij nog niks over te zeggen. Want je komt net om het hoekje kijken bij ons thuis”
De man: “Herhaal dit wanneer ik die metaal in je mond schuif. Dat je zo tegen mij durft te praten moet je van goeie huizen wezen, en dat ben jij verre van. Stuk vuil komt hier nog denken dat je in je recht staat om nog terug te praten. Ik zal niks van je overlaten als ik je zie. Er is maar 1 de baas en dat ben ik. Niet je moeder of je vader die je redt Jij hebt geen enkele fucking recht om te praten, jij praat pas wanneer ik tegen jou zeg dat je mag praten Maar maak je geen zorgen, kwestie van tijd wanneer ik explodeer. De poorten van de hell heb je bij mij al geopend door dit te typen a stuk vuil”
De vrouw: “Ik kom van zeer goede huize [voornaam man] . En dat onderschat je soms. Jij begint te zeggen dat mijn familie geen omkeer heeft naar mij. Hoe kan je zoiets zeggen terwijl pas een paar maanden met ze te maken hebt? Lees goed wat je zegt. Je hebt het hier over een stuk metaal in mijn mond. Je hebt het over dat je niks van me overlaat. Dat je denkt dat dit de juiste oplossing is is echt verkeerd. Door te denken dat je agressief tegen met moet praten om iets duidelijk te maken. Dat werkt echt averechts bij mij. Het heeft totaal geen zin om op zo’n manier meet me te praten. ‘De poorten van de hel heb je bij mij al geopend’.. dit in woorden die je tegen mannen op straat moet zeggen.. en niet tegen mij.. En de reden waarom je zo dagen met mij praat?! Hou onze families hier buiten en behoud het respect”
De man: “Ik zal je bij deze laten zien wat averechts werkt stuk vuil Ik zal totaal geen respect meer hebben Ik boor je zo hard de grond in je hebt nog nooit op die positie gezeten Ik veeg de vloer met jou aan jij weet niet tegen wie je praat ik asfalteer jou met de grond”
De vrouw: “ [voornaam man] . Je bent geïrriteerd..en agressief nu. Dit is niet het moment om met elkaar te praten. Ik ga verder met Koran lezen. Daar vind ik op dit moment mijn rust in. En die hoor ik ook in jou te vinden”
De man: “Ik laat jou eerst mijn voeten kussen, en daarna maak k je gelijk met de grond voor deze praatjes Ik meen elke woord Totaal geen respect voor jou en je familie”
De vrouw: “En Allah getuigd ook… precies over elk woord wat je tegen mij zegt”
De man: “Denken dat je nog terug kan praten. Jij bent vuil en dat blijf je derest van je leven Je had beter je bek kunnen houden Maar jij denkt dat je stem hebt bij mij Ik boor jou echt de grond in Ik drill jouuu en iedereen die erbij komt Dat is een garantie die je van mij krijgt Vuile Vuile Vuile Vuile schoft dat je bent. Je komt uit de put, en dan nog denken dat je wat kan zeggen Die terug praten van jou, heeft jou niet goed gedaan. Je zocht donker en die krijg je voor altijd. Vuile Vuile schoft, ik heb eerder tegen jou gezegd dat je gif bent en dat ben je ook. Eerst erger maker en terug praten en daarna nog typen dit is niet het moment Om met elkaar te praten Ook jij krijgt een afrekening met mij En nu ben ik klaar met typen”
Als productie 62 legt de vrouw een WhatsAppgesprek over waarin de man stuurt: “Nogmaals Zelf weten Boeit me geen kanker Jij kan makkelijk antwoord geven op de vraag die ik je stelde Dan had me geen hoofdpijn bezorgt Liefst plak ik je weer aan de muur Voor die ezel gedachtes van jou Tfoe”
De vrouw reageert: “ik laat je voor nu.. voordat ik het weer erger maak”
Als productie 63 overlegt de vrouw WhatsApp gesprekken over, waarin zij de man probeert te sussen. De man stuurt: “En nou je bek dicht stuk vuil Begin me nu an jou te irriteren Bek dicht” De vrouw reageert: “Dat doe je al sinds zondag Is goed ik laat je” De man stuurt terug: “Kowed a Izzan Nietsnut ben jij En dat blijf je voor de rest van je leven En nou voor de laatste keer Bek dicht Bij mij zal je nooit een laatste woord hebben A hond Bek dicht” De vrouw reageert: “Je bent nu echt kinderachtig bezig. Nietsnut.. kowed.. bek dicht.. en zelfs hond”
En het volgende gesprek, waarin de vrouw stuurt: “Wat is er aan de hand? Waarom reageer je zo naar mij toe? Ik wil alleen die borden en That’s it” De man reageert: “Heb je gelezen wat ik heb getypt of wil je een weerwoord hebben” De vrouw stuurt terug: “Ik heb gelezen wat je hebt getypt Je bent geïrriteerd en je reageert het op mij af” De man stuurt terug: “Dus je wilt een weerwoord hebben?? Wil je ruzie??? Of hou je kankerbek dicht en lees je precies wat ik typee Wat is het van de 2 ??” De vrouw stuurt: “ik wil nooit ruzie” De man antwoord: “Lezen en je bek houden De was straks op het balkon laten drogen”
Als productie 64 legt de vrouw een WhatsApp gesprek over tussen partijen over een aankoop die de vrouw wil doen. De vrouw stuurt een link door aan de man en schrijft daaronder: “Dit is de normale prijs Doen of niet?” De man reageert: “Dus je gaat door met bevelen negeren? Ik had al tegen je gezegd dat nergens meer inbreng of een mening mocht hebben” De vrouw stuurt terug: “En daarom vraag ik jou of ik deze mag kopen Als ik het zou negeren dat had ik die al gekocht Maar ik vraag het netjes aan je” De man reageert: “Je leest niet goed he?” De vrouw: “Jawel ik lees wel goed” De man: “Dit doe je zodat je mij nog bozer maakt” De vrouw: “Nee dat doe ik niet” De man: “Lees nog een keer goed en vertel mij wat je daar PRECIESSSSSSSSS LEEST” De vrouw: “Dat ik nergens meer inbreng of een mening mag hebben” De man: “Dus wat jij doet is, je doet alsof je neus bloedt en geeft antwoord op de eerste vraag alleen. En je negeert de andere 2 zinnen” De vrouw: “Nee ik gaf antwoord op al je 3 zinnen Ik zeg als ik het zou negeren dat had ik het al gekocht. Of te wel dan zou het me niet boeien. Maar het boeit mij dus zeer zeker wel. En daarom vraag ik aan jou Of ik die mag kopen. Maar ik bel al uit de winkel Iemand anders had die al gepakt Dat was de laatste” De man: “Ik ga jou nu blokkeren voor het feit dat je mij hebt geappt om onzin. Terwijl ik hier al duidelijk over was een paardagen geleden en voor jou was het heel duidelijk toen Je deze fatale fout had gemaakt. Dat is dus nr 1 En nr 2 is heel simpel, jij mag van a tot z niks meer kopen. Ik herhaal het voor de laatste keer. Jij hebt geen enkel inbreng of een mening over iets van A tot Z” De vrouw: “je bent ook duidelijk geweest. En dat ben je nog steeds” De man: “ik heb simpele vraag voor jou voordat je op de blok gaat e ezel Waarom zou jij denken, dat je iets mag of kan kopen na deze hele hel die je hebt geopend. Wat voor recht heb jij” De vrouw: “Geen recht toch. Omdat ik ze hel heb veroorzaakt toch.. je wilt in deze hel (hoe jij het noemt) blijven of niet? In plaats van mij eruit te halen.. duw je mij er juist in. Dan heb ik een vraag voor jou. Of nee laat maar” De man: “Zie je dat is nou juist het punt Door jou grote bek nog van eergisteren zal ik 0,0 genade met jou hebben. Mijn woord valt voor niemand, mijn woord is mijn woord. En met geen mening of inbreng of iets kopen bedoel ik ook geen vragen stellen Jij mag precies niks, enige wat jij kan is ademen Na eergister heb jij het zo erg gemaakt Laat mij niet zeggen wat er afspeelt in mijn wereld Jij wou laten zien dat je wat kon zeggen Dan is dit jou resultaat Wat jij hebt gezaaid, zal je oogsten
(…)”
Als productie 67 legt de vrouw screenshots over van een Whatsappgesprek tussen partijen over. De vrouw vraagt aan de man om niet boos op haar te blijven met een verdrietige smiley. De man reageert: “Ik weet niet me wie jij bepaalt om te gaan boeken Als jij nog 1x niet gehoorzaamheid, maak ik je af. Je weet dat bij mij alles kan En ik daar totaal geen moeite mee heb Jij vraagt van a tot z toestemmingen van mij Dit hoef ik normaal gesproken niet te typen, dat hoort van jou te komen. Ik maak geen grapjes met jou, alles is bij mij mogelijk ik waarschuw jou niet meer Jij bespreekt van a tot z met mij en vraagt aan mij toestemming of ik breek elk bot in je lichaam En dit is geen dreigement” De vrouw antwoordt: “Ik weet dat alles mogelijk is bij jou daarom zeg ik blijf niet boos op me” De man: “Dat jij dit nog moet typen Ik weet niet wat er in die hersencellen van jou zit, dit had je eerder moeten bedenken Dit is echt de laatste keer voordat ik je kapot maak Mijn geduld begint op te raken met deze kneuzen acties. Dat ik jou vrijheid geef, betekent niet dat je zelf of mensen van jou thuis voor jou kunnen beslissen Ik maak je echt kapot, en iedereen die er tussen komt ook Alles heeft een keerzijde bij mij” De vrouw antwoordt: “Ik weet dat alles mogelijk is bij jou en dat het kan omkeren bij je. Ik zal jou eerst toestemming vragen voor alles” De man: “Ik maak je echt kapot Letterlijk”
Als productie 68 legt de vrouw een screenshot over van de volgende WhatsApp berichten die de man aan haar heeft gestuurd: “Jij bent degene die mij met rust moet laten. Jij bent degene die mij hebt geappt. Als het aan mij ligt type ik de komende 2/3jaar niet meer met jou Je mag nooit meer eigen inbreng of mening hebben tussen ons wesh is dat duidelijk???? Je bevindt je sinds die dag op glad ijs, ik beloof je echt en het is ramadan als ik 1 keer een zucht hoor of een verkeerde blik zie of een Maar hoor of je mening zegt of eigen inbreng of je moeder dit of dat Dan knal ik uit elkaar En als ik uit elkaar knal Direct een scheiding Ik zal er geen seconde van wakker liggen Is dit duidelijk zwart op wit voor jou? Ik zal geen seconde genade met je hebben of aan je denken wollah. niemand die dit uit me denkwijze kan wissen Dit is een belofte met mij zelf En ik kom mijn woord na bij me zelf”
De vrouw stelt dat het jarenlang op deze manier behandeld worden door de man een enorme schadelijke impact op haar heeft gehad en dat is voor het hof alleszins voorstelbaar. Zij is nog altijd in behandeling voor traumaverwerking.
Ingevolge artikel 3 onder b van het Verdrag van Istanbul moet onder huiselijk geweld mede worden verstaan psychologisch geweld dat plaatsvindt binnen een gezin. Artikel 33 van het Verdrag van Istanbul omschrijft psychologisch geweld als opzettelijke gedragingen die ernstige schade toebrengen aan iemands geestelijke integriteit, door middel van dwang of bedreiging.
Het hof is van mening dat de manier waarop de man zich tegenover de vrouw heeft gedragen getypeerd kan worden als een vernederende behandeling van de vrouw zonder respect voor haar waardigheid. Deze behandeling heeft bij de vrouw ook gevoelens van angst opgeroepen. Het hof verwijst naar de als productie 64 overgelegde screenshots van het WhatsApp-gesprek tussen partijen waaruit in rov. 4.5.5. al een deel is geciteerd. De vrouw stuurt aan de man dat hij woorden gebruikt die hij niet hoort te gebruiken. Ze geeft aan dat hij haar al zoveel heeft uitgescholden en gekleineerd dat het haar niets meer doet, maar dat zij zich afvraagt wat de man met haar wil. De man reageert hier als volgt op: “Wil je daarmee zeggen dat ik aan jou hang, wil je daarmee zeggen scheiden Wat is jou punt” De vrouw reageert: “Kijk en dat is jou probleem. Je denkt te te te negatief, Mij heb je dat niet horen zeggen. Jij roept hier in 2 weken tijd het woord scheiden vaker dan wie dan ook. [voornaam man] .. je zuigt men energie weg.. heb hier totaal geen energie voor. Het is alsof je gewoon elke keer een reden zoekt om me nog meer uit te schelden als we ruzie hebben. Een vrouw die alleen ademt? Bestaat niet.. je wilt zoveel dingen met me doen.. slaan, de grond in ‘drillen’, een pistool in mijn mond.. zoveel dingen wat jij met me wil doen.. dat ik gewoon letterlijk wollah letterlijk deze 2 weken bang voor jou geworden ben.. dat ik gewoon nachtmerries heb gekregen deze dagen waarin je met echt vermoord.. dat ik slapeloze nachten heb omdat ik niet durf te slapen omdat ik weet dat die nachtmerries weer komen. Je zuigt al men energie” De man reageert: “Wat is jou punt Wil je een scheiding, zeg het maar Ben je bang geworden Mij kan het niks schelen of je nachtmerries hebt Het komt nog uit jou mond, dat jij zegt “wat ik van jou wil” En dit komt nog wel allemaal door mij ???????
De vrouw appt: “Ik ben de afgelopen 2 weken bang geworden voor de man van wie ik zielsveel hou. Ik wil niet scheiden van de [voornaam man] die ik ken. Mijn man met wie ik ben getrouwd omdat ik van hem hou en hij van mij. De [voornaam man] die afgelopen 2 weken met mijn praat ben ik bang voor Ja ik heb een fout gemaakt. Ja het is mijn schuld. Maar dit verdienen we beiden niet.. we hebben kei hard gewerkt ”
De vrouw geeft duidelijk aan dat het gedrag van de man haar bang maakt. De man reageert daarop dat het hem niet kan schelen.
In veel van de andere WhatsApp-gesprekken valt op dat de man wil dat de vrouw hem gehoorzaamt en dat de man heel ver gaat in schelden, dreigen en kleineren. Er is geen enkel voorbeeld te vinden van een bericht waarin de vrouw richting de man verbaal de grens over gaat. De vrouw blijft respectvol en probeert de man tot redelijkheid te bewegen, of zij praat hem naar de mond. De man noemde de relatie van partijen in eerste aanleg “toxisch”. Volgens het hof impliceert dit een bepaalde wederkerigheid in het grensoverschrijdende gedrag, die nergens uit blijkt. Het gedrag gaat één kant op: van de man naar de vrouw. Het hof is van oordeel dat hier sprake is geweest van psychologisch geweld van de man jegens de vrouw.
Dat de vrouw hierdoor bang is voor de man en vreest dat de man weer in deze patronen zal vervallen als zij in zijn buurt zou wonen, zonder de steun en bescherming van haar familie, is begrijpelijk. Dit maakt dat niet van haar gevergd kan worden dat zij met [minderjarige] terugverhuist naar (de omgeving van) [woonplaats vader] . De vrouw heeft onbetwist gesteld dat zij, behalve de familie van de man, geen netwerk heeft in [woonplaats vader] en dat al haar familie en vrienden in [woonplaats moeder] wonen. De vrouw heeft de steun van dit netwerk hard nodig in haar verwerkingsproces en om haar leven weer op te bouwen. De vrouw moet als moeder voor [minderjarige] overeind blijven staan en dat lukt haar nu met behulp van therapie en steun van haar netwerk. Daarom is het ook in het belang van [minderjarige] dat de vrouw in [woonplaats moeder] blijft wonen.
[minderjarige] is weliswaar geboren in [woonplaats vader] , maar was op het moment van de verhuizing nog zo jong (1 jaar oud) dat hij nog niet geworteld was in [woonplaats vader] . De verhuizing naar [woonplaats moeder] heeft tot op heden niet in de weg gestaan aan het contact tussen de man en [minderjarige] .
Na de aankomende zomervakantie zal [minderjarige] echter starten op de basisschool. De week op – week af zorgregeling die partijen tot op heden hadden is vanaf dat moment niet meer uitvoerbaar. Dit heeft impact op het contact tussen [minderjarige] en de vader. Het belang van de man om aan de vrouw geen vervangende toestemming te verlenen zodat de vrouw weer in de buurt komt wonen en de co-ouderschapsregeling met [minderjarige] door kan blijven lopen is vanzelfsprekend ook zwaarwegend. In de gegeven omstandigheden is het hof van oordeel dat dit belang minder zwaar weegt dan voornoemd belang van de vrouw.
Waar de man aanvoert dat het de keuze van de vrouw is geweest om met [minderjarige] naar [woonplaats moeder] te verhuizen, ziet het hof dat anders. Het is het gedrag van de man geweest, dat ervoor heeft gezorgd dat de vrouw genoodzaakt was te verhuizen naar [woonplaats moeder] en het is dus ook aan zijn gedrag te wijten dat een co-ouderschap niet meer tot de mogelijkheden behoort. In de gegeven omstandigheden is het hof van oordeel dat de door de vrouw voorgestelde zorgregeling, waarbij [minderjarige] drie van de vier weekenden bij de man verblijft, de man voldoende compensatie biedt.
Het hof is van oordeel dat het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de moeder moet zijn. Het door de raad tijdens de mondelinge behandeling voorgestelde raadsonderzoek acht het hof niet nodig voor het nemen van de beslissing over het hoofdverblijf. Het enkele feit dat de man zich op de in voorgaande rechtsoverwegingen beschreven wijze heeft gedragen tegen de moeder van zijn kind, maakt dat het hof van oordeel is dat het in het belang van [minderjarige] is om zijn hoofverblijf bij de moeder te hebben.
Zorgregeling
Tijdstip wisselmomenten
De reguliere zorgregeling zoals door de rechtbank bepaald is niet in geschil. Gelet op de beslissing over het hoofdverblijf, blijft de regeling vanaf begin schooljaar 2026/2027 ook ongewijzigd. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen wel afwijkende afspraken gemaakt over het wisselmoment op vrijdag vanaf het moment dat [minderjarige] naar school gaat. Dit zal om 14:15 uur zijn uit school, waarbij de vader [minderjarige] op school ophaalt. Het hof zal de door de rechtbank vastgestelde regeling op dit punt dus aanpassen.
Over het wisselmoment op zondag hebben partijen wel gesproken tijdens de mondelinge behandeling, maar het is niet gelukt daarover overeenstemming te bereiken. De vrouw heeft tijdens de mondelinge behandeling verzocht het wisselmoment op zondag te vervroegen. De man heeft ermee ingestemd dat het hof dit verzoek in behandeling neemt, maar hij heeft aangegeven het wisselmoment op zondag te willen handhaven op 17:00 uur.
Het hof ziet aanleiding om het wisselmoment in het kader van de reguliere zorgregeling op zondag een uur te vervroegen. Weliswaar wordt de huidige regeling met het wisselmoment om 17:00 uur al geruime tijd uitgevoerd, maar dit tijdstip laat vanwege de reistijd van twee uur weinig ruimte voor het acclimatiseren in het andere huis, avondeten en een redelijke bedtijd voor een peuter/kleuter. Dit wordt nog belangrijker op het moment dat [minderjarige] na de zomervakantie op maandag vroeg zal moeten opstaan om de hele dag naar school te gaan. Het hof zal daarom het wisselmoment op zondag vanaf het moment dat [minderjarige] naar school gaat een uur vervroegen naar 16:00 uur.
Halen en brengen (grief 5)
De man is van mening dat de rechtbank ten onrechte heeft bepaald dat de ouder bij wie [minderjarige] niet verblijft, hem bij de andere ouder ophaalt in het kader van de zorgregeling. De rechtbank had rekening moeten houden met de kosten die de man moet maken doordat de vrouw ervoor heeft gekozen op grote afstand te gaan wonen. De vrouw heeft een auto van de zaak en daardoor geen extra (reis)kosten. De man verzoekt daarom primair te bepalen dat het halen en brengen van [minderjarige] in het kader van de zorgregeling voor rekening van de vrouw komt. Subsidiair verzoekt hij te bepalen dat de overdracht bij de [locatie] aan de snelweg in [plaats] zal plaatsvinden.
De vrouw voert aan dat zij naar [woonplaats moeder] is verhuisd om een veilige een stabiele omgeving voor haarzelf en [minderjarige] te creëren. Deze verhuizing was noodzakelijk vanwege de voorgeschiedenis van partijen en de beperkte steunmogelijkheden voor de vrouw in [woonplaats vader] . Naar mening van de vrouw heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat partijen de reistijd en het vervoer in gelijke mate moeten verdelen. Uitgangspunt is namelijk dat ouders gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor de praktische uitvoering van de zorgregeling en daarmee ook voor de kosten die daaruit voortvloeien. Zoals reeds benoemd in onderhavig verweerschrift, zijn de extra kosten van de zorgregeling na de verhuizing van de vrouw beperkt. Het gaat enkel om benzinekosten tijdens de wisselmomenten. De vrouw is het er niet mee eens dat zij een groter deel van de reistijd (of zelfs het volledige halen en brengen) voor haar rekening zou moeten nemen. Dit zou een verkeerd signaal afgegeven richting [minderjarige] ; hij moet de emotionele toestemming voelen vanuit beide ouders voor contact met de andere ouder. Dit kan naar mening van de vrouw enkel als beide ouders een gelijk aandeel hebben in de reistijd tijdens de wisselmomenten.
De wisselmoment laten plaatsvinden bij de [locatie] aan de snelweg in [plaats] is naar mening van de vrouw geen optie. [minderjarige] is nog erg jong en het is onwenselijk om de overdracht te laten plaatsvinden op een dergelijke, drukke plek naast de snelweg.
Het hof ziet geen aanleiding om het halen en brengen voor rekening van de vrouw te laten komen of het wisselmoment te laten plaatsvinden op de parkeerplaats van de [locatie] aan de snelweg bij [plaats] . Zoals het hof in het kader van de vervangende toestemming verhuizing en het hoofdverblijf al heeft geoordeeld, is de verhuizing door de vrouw naar [woonplaats moeder] een gevolg van het gedrag van de man. Er is dus geen reden om af te wijken van het uitgangspunt dat ouders gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor de praktische uitvoering van de zorgregeling en de kosten die daaruit voortvloeien.
Verdeling vakanties en feestdagen (grief in incidenteel hoger beroep)
De rechtbank heeft bepaald dat met ingang van het schooljaar 2026/2027 de vakanties, feestdagen, vrije en bijzondere dagen verdeeld worden op een wijze als door de ouders in onderling overleg te bepalen. Omdat de communicatie tussen partijen niet altijd goed verloopt, vindt de vrouw het van belang dat vanaf het moment dat [minderjarige] naar de basisschool gaat een duidelijke regeling geldt ten aanzien van de vakanties en feestdagen, in het bijzonder voor het Suikerfeest en Offerfeest.
Feestdagen
Over het Suikerfeest en Offerfeest hebben partijen over en weer verzoeken gedaan omdat zij er tegenaan lopen dat de datum van beide feestdagen pas één tot enkele dagen van tevoren bekend wordt. Voor partijen zijn deze feestdagen de belangrijkste feestdagen van het jaar. Met partijen is op de mondelinge behandeling een gesprek gevoerd over wat een werkbare regeling zou zijn voor deze feestdagen. Het hof neemt de volgende beslissing.
[minderjarige] zal het Suikerfeest vieren bij de ouder waar hij op dat moment volgens de reguliere regeling verblijft en zal dan het Offerfeest dat jaar bij de andere ouder vieren.
Als het Suikerfeest op een van de drie vrijdagen valt dat [minderjarige] het weekend bij de vader verblijft, haalt de vader [minderjarige] op donderdag om 17:00 uur op bij de moeder.
Als het Suikerfeest op een zondag valt in een weekend dat [minderjarige] bij de vader verblijft, is het aan de vader om te kiezen of het wisselmoment zondag om 16:00 uur is of de volgende dag om 17:00 uur.
Het Offerfeest viert [minderjarige] dus bij de ouder waar hij dat jaar niet het Suikerfeest heeft gevierd, waarbij de ouder waar [minderjarige] het feest viert, [minderjarige] de dag vóór het feest bij de andere ouder ophaalt om 17:00 uur en de ouder waar [minderjarige] het feest niet viert hem de dag van het feest ophaalt bij de ouder waar [minderjarige] het Offerfeest viert.
Partijen zijn het eens met de door de rechtbank vastgestelde regeling ten aanzien van de Nederlandse feestdagen, met dien verstande dat zij op de mondelinge behandeling de volgende aanvullende afspraken hebben gemaakt over het moment van het halen en brengen:
- indien er op donderdag en/of vrijdag een feestdag is en [minderjarige] verblijft het aansluitend weekend bij de man dan wordt [minderjarige] de avond voor de feestdag om 17:00 uur bij de vrouw opgehaald.
- als de feestdag op een maandag is en [minderjarige] verblijft het (zo begrijpt het hof) het daaraan voorafgaande weekend bij de man dan is het wisselmoment op de feestdag zelf om 17:00 uur.
- op de verjaardagen van vader, moeder en [minderjarige] verblijft [minderjarige] bij de ouder waar hij conform de reguliere regeling verblijft, zodat hiervoor geen extra wisselingen hoeft te worden afgesproken.
Het hof zal de regeling aldus aanvullen.
Vakanties
Ook ten aanzien van de vakanties hebben partijen overeenstemming bereikt.
Met ingang van het schooljaar 2026/2027 zal de volgende regeling gelden:
In de oneven jaren verblijft [minderjarige] :
- in de voorjaarsvakantie de hele week bij moeder
- in de meivakantie de eerste week van de vakantie bij vader. Als [minderjarige] 2 weken vakantie heeft verblijft hij de tweede week bij moeder
- in de zomervakantie: de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder
- in de herfstvakantie de hele week bij moeder
- in de kerstvakantie de eerste week bij vader en de tweede week bij moeder
- de wisselmomenten vinden altijd plaats op zondag om 16:00 uur
In de even jaren verblijft [minderjarige] :
- in de voorjaarsvakantie de hele week bij vader
- in de meivakantie de eerste week van de vakantie bij moeder. Als [minderjarige] 2 weken vakantie heeft verblijft hij de tweede week bij vader
- in de zomervakantie: de eerste drie weken bij moeder, de laatste drie weken bij vader
- in de herfstvakantie de hele week bij vader
- in de kerstvakantie de eerste week bij moeder en de tweede week bij vader
- de wisselmomenten vinden altijd plaats op zondag om 17:00 uur
De moeder verzoekt productie 83, waarin een overzicht is opgenomen van de verdeling van de feestdagen en vakanties voor de komende vier jaar, aan de beschikking te hechten. De vader heeft daartegen geen bezwaar. Nu het hof een andersluidende regeling vastlegt voor het Suikerfeest en Offerfeest zal het hof deze productie niet aan de beschikking hechten.
Kinderalimentatie
Ingangsdatum
De door de rechtbank vastgestelde ingangsdatum, te weten 15 mei 2025 is in hoger beroep niet in geschil, zodat het hof daarvan uit zal gaan.
Behoefte [minderjarige]
Tussen partijen staat in hoger beroep vast dat de behoefte van [minderjarige] € 870,- per maand bedraagt in 2023. Ingevolge de jaarlijkse verhoging analoog aan de wettelijke indexering bedraagt de behoefte van [minderjarige] met ingang van 1 januari 2025 € 984,- per maand en met ingang van 1 januari 2026 € 1.029,26 per maand.
Periodes
Omdat de zorgregeling wijzigt op het moment dat [minderjarige] naar school gaat en er dan dus met een ander zorgkortingspercentage zal worden gerekend, zal het hof voor twee periodes de draagkracht vaststellen. [minderjarige] gaat met ingang van 24 augustus 2026 naar school, maar uit pragmatische overwegingen zal het hof de volgende periodes hanteren:
- 15 mei 2026 – 1 januari 2026
- 1 januari 2026 – 1 september 2026
- met ingang van 1 september 2026.
Draagkracht vrouw
Tijdens de mondelinge behandeling is met partijen besproken dat voor de draagkracht van de vrouw in 2025 uitgegaan kan worden van de door de vrouw als productie 91 overgelegde draagkrachtberekening op basis van de jaaropgave 2025. Uit deze berekening volgt een draagkracht van € 1.343,- per maand.
In 2026 is het inkomen van de vrouw gestegen. Tijdens de mondeling behandeling is met partijen besproken dat met ingang van 1 januari 2026 uitgegaan kan worden van de door de vrouw als productie 93 overgelegde draagkrachtberekening, waaruit een draagkracht volgt van € 1.378,- per maand.
Draagkracht van de man (grief 6 in principaal hoger beroep)
Tijdens de mondelinge behandeling is met partijen besproken dat de draagkracht van de man in 2025 gebaseerd kan worden op de jaaropgaaf van [bedrijf] , geëxtrapoleerd naar een volledig jaar, omdat de man daar niet het volledige jaar werkzaam is geweest. Blijkens de jaaropgaaf heeft de man over grofweg een half jaar een inkomen gehad van € 24.946,- bruto. Het hof zal dit bedrag derhalve verdubbelen en voor 2025 uitgaan van een jaarinkomen van € 49.892,- bruto. Het hof houdt rekening met de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en - omdat er totdat [minderjarige] naar school gaat nog sprake is van een co-ouderschap - de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Blijkens de aan deze beschikking gehechte berekening (bijlage I) heeft de man een NBI van € 3.473,- en een draagkracht van € 785,- per maand.
Op de mondelinge behandeling is met partijen besproken dat met ingang van 1 januari 2026 de door de vrouw als productie 93 overgelegde draagkrachtberekening gehanteerd kan worden. Het hof zal echter totdat [minderjarige] naar school gaat – anders dan in de overgelegde berekening – nog wel rekening houden met de inkomensafhankelijke combinatiekorting omdat er tot dat moment sprake is van een co-ouderschap. Uit pragmatische overwegingen zal het hof van deze situatie uitgaan tot 1 september 2026. Het hof heeft de berekening van de vrouw op dit punt aangepast en de man heeft dan een NBI van € 3.599,- per maand en een draagkracht van € 808,- per maand (Bijlage II).
Met ingang van 1 september 2026 gaat het hof uit van de als productie 93 overgelegde draagkrachtberekening. Hieruit volgt een NBI van € 3.346,- en een draagkracht van € 684,-.
Draagkrachtvergelijking
Omdat de gezamenlijke draagkracht van partijen voldoende is om volledig in de behoefte van [minderjarige] te voorzien, zal het hof een draagkrachtvergelijking (volgens de formule ‘draagkracht / totale draagkracht x behoefte’) toepassen.
15 mei 2025 – 1 januari 2026
€ 785,- / € 2.128,- x € 984,- = € 363,-
1 januari 2026 - 1 september 2026
€ 808,- / € 2.186,- x € 1.029,26 = € 380,-
Met ingang van 1 september 2026
€ 684,- / € 2.062,- x € 1.029,26 = € 341,-
Zorgkorting
Partijen zijn het er over eens dat tot het moment dat [minderjarige] naar school gaat gerekend wordt met een zorgkorting van 35% en daarna, dus met ingang van 1 september 2026 met een zorgkorting van 25%. Dit komt neer op een bedrag van € 344,- per maand in de periode van 15 mei 2025 tot 1 januari 2026, € 360,- per maand met ingang van 1 januari 2026 tot 1 september 2026 en een bedrag van € 257,- per maand.
Conclusie bijdrage man
Het voorgaande brengt mee dat de man in de periode van 15 mei 2025 tot 1 januari 2026 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] moet voldoen van € 19,- per maand, met ingang van 1 januari 2026 tot 1 september 2026 een bijdrage van € 123,- per maand en met ingang van 1 september 2026 een bijdrage van € 84,- per maand.
Terugbetaling
Het hof is van oordeel dat van de vrouw gevergd kan worden kinderalimentatie die zij over de periode tot datum van de beschikking van het hof teveel heeft ontvangen van de man, aan hem terugbetaald.
Het inkomen van de vrouw is in de betreffende periode hoger geweest dan het inkomen waar de rechtbank van uit is gegaan, terwijl het inkomen van de man in de betreffende periode feitelijk lager is geweest dan het inkomen waar de rechtbank van uit is gegaan. Hierdoor heeft de man een groter aandeel in de kosten van [minderjarige] voor zijn rekening genomen dan hij had moeten doen. De man heeft verder onbetwist gesteld dat hij geld heeft moeten lenen van familie om aan zijn alimentatieverplichting te voldoen. Niet gebleken is dat de vrouw de eventueel teveel ontvangen kinderalimentatie niet aan de man terug zou kunnen betalen.
7. De beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg (Roermond) van 15 mei 2025, voor zover het betreft:
- de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] ;
- het tijdstip van de wisselmomenten in het kader van de reguliere omgangsregeling op vrijdag en zondag;
- de verdeling van feestdagen en vakanties,
en in zoverre opnieuw beschikkende:
bepaalt dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] zal voldoen:
- met ingang van 15 mei 2025 tot 1 januari 2026 € 19,- per maand;
- met ingang van januari 2026 tot 1 september 2026 € 123,- per maand;
- met ingang van 1 september 2026 € 84,- per maand, de toekomstige termijnen telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
bepaalt dat de vrouw de over de periode tot de datum van de beschikking van het hof eventueel teveel ontvangen kinderalimentatie aan de man dient terug te betalen;
bepaalt dat het wisselmoment in het kader van de reguliere zorgregeling zal zijn op vrijdag om 14:15 uur uit school en op zondag om 16:00 uur; de vader haalt [minderjarige] op vrijdag op uit school en de moeder haalt [minderjarige] op zondag op bij de vader;
stelt de volgende verdeling van feestdagen en vakanties vast:
- indien er op donderdag en/of vrijdag een feestdag is en [minderjarige] verblijft het aansluitend weekend bij de man dan wordt [minderjarige] de avond voor de feestdag om 17:00 uur bij de vrouw opgehaald.
- als de feestdag op een maandag is en [minderjarige] verblijft het daaraan voorafgaande weekend bij de man dan is het wisselmoment op de feestdag zelf om 17:00 uur.
- op de verjaardagen van vader, moeder en [minderjarige] verblijft [minderjarige] bij de ouder waar hij conform de reguliere regeling verblijft, zodat hiervoor geen extra wisselingen hoeft te worden afgesproken;
- [minderjarige] zal het Suikerfeest vieren bij de ouder waar hij op dat moment volgens de reguliere regeling verblijft en zal het Offerfeest dat jaar bij de andere ouder vieren;
- als het Suikerfeest op een van de drie vrijdagen valt dat [minderjarige] het weekend bij de vader verblijft, haalt de vader [minderjarige] op donderdag om 17:00 uur op bij de moeder;
- als het Suikerfeest op een zondag valt in een weekend dat [minderjarige] bij de vader verblijft, is het aan de vader om te kiezen of het wisselmoment zondag om 16:00 uur is of de volgende dag om 17:00 uur;
- het Offerfeest viert [minderjarige] bij de ouder waar hij dat jaar niet het Suikerfeest heeft gevierd, waarbij de ouder waar [minderjarige] het feest viert, [minderjarige] de dag vóór het feest bij de andere ouder ophaalt om 17:00 uur en de ouder waar [minderjarige] het feest niet viert hem de dag van het feest ophaalt bij de ouder waar [minderjarige] het Offerfeest viert.
stelt met ingang van het schooljaar 2026/2027 de volgende verdeling van de vakanties vast:
In de oneven jaren verblijft [minderjarige] :
- in de voorjaarsvakantie de hele week bij moeder;
- in de meivakantie de eerste week van de vakantie bij vader. Als [minderjarige] 2 weken vakantie heeft verblijft hij de tweede week bij moeder;
- in de zomervakantie: de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder;
- in de herfstvakantie de hele week bij moeder;
- in de kerstvakantie de eerste week bij vader en de tweede week bij moeder;
- de wisselmomenten vinden altijd plaats op zondag om 17:00 uur.
In de even jaren verblijft [minderjarige] :
- in de voorjaarsvakantie de hele week bij vader;
- in de meivakantie de eerste week van de vakantie bij moeder. Als [minderjarige] 2 weken vakantie heeft verblijft hij de tweede week bij vader;
- in de zomervakantie: de eerste drie weken bij moeder, de laatste drie weken bij vader;
- in de herfstvakantie de hele week bij vader;
- in de kerstvakantie de eerste week bij moeder en de tweede week bij vader;
- de wisselmomenten vinden altijd plaats op zondag om 17:00 uur.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank voor het overige;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S.P.A. Wensink-Vergunst, K.J.H. Hoofs en M.A. Ossentjuk, en is op 23 juli 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.