ECLI:NL:GHSHE:2026:2062

ECLI:NL:GHSHE:2026:2062

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 29-07-2026
Datum publicatie 29-07-2026
Zaaknummer 24/1106
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2024:6284

Samenvatting

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en de WOZ-waarde verlaagd. Daarbij kende de rechtbank aan belanghebbende een proceskostenvergoeding toe, inclusief een aparte vergoeding voor het verzoek om immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De heffingsambtenaar stelt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte een afzonderlijk procespunt heeft toegekend voor dit verzoek. Het hof overweegt dat het verzoek om immateriële schade bij een gegrond verklaard beroep opgaat in de proceshandeling ‘beroep/verweerschrift’ en vermindert daarom de proceskostenvergoeding in beroep. Hoger beroep gegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht

Enkelvoudige Belastingkamer

Nummer: 24/1106

Uitspraak op het hoger beroep van

de heffingsambtenaar van de Samenwerking Belastingen Walcheren en SchouwenDuiveland,

hierna: de heffingsambtenaar,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 12 juni 2024, nummer BRE 22/5283, in het geding tussen

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar,

en

de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid),

hierna: de minister.

1. Ontstaan en loop van het geding

De heffingsambtenaar heeft in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) een beschikking gegeven (hierna: de WOZbeschikking) en daarbij de waarde van [adres] in [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak) vastgesteld. Tevens is de aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2022 bekendgemaakt.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard.

Op 11 september 2024 heeft de rechtbank ter verbetering van haar uitspraak van 12 juni 2024 een hersteluitspraak gedaan. Daarbij is het dictum gewijzigd en is, overeenkomstig rechtsoverweging 9.3 van de oorspronkelijke uitspraak, de heffingsambtenaar vervangen door de minister als veroordeelde partij tot betaling van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 37,50. Tevens is de minister als procespartij in de uitspraak opgenomen.

De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. Belanghebbende heeft geen verweerschrift ingediend.

Het hof heeft bepaald dat de zitting achterwege kan blijven. Geen van partijen heeft – na navraag door het hof – verklaard gebruik te willen maken van hun recht om op een zitting te worden gehoord. Het hof heeft partijen schriftelijk meegedeeld dat het onderzoek is gesloten.

2. Feiten

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak. Het betreft een vrijstaande woning (bouwjaar 1975) met een oppervlakte van 138 m², exclusief de berging, garage en mantelzorgwoning (110 m²) op een perceel van 1685 m².

De waarde van de onroerende zaak is door de heffingsambtenaar per de waardepeildatum 1 januari 2021 vastgesteld op € 522.000. Bij uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak en de aanslag gehandhaafd.

De rechtbank heeft de waarde van de onroerende zaak verlaagd tot € 502.000 en de aanslag evenredig verminderd.

Omdat het beroep gegrond is, heeft de rechtbank beslist dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende een vergoeding van in totaal € 2.588,75 dient te betalen voor de kosten van bezwaar en de proceskosten, alsmede een vergoeding van het betaalde griffierecht van € 50. In de vergoeding van € 2.588,75 is begrepen een bedrag van € 218,75, dat bestaat uit één punt voor het verzoek om immateriële schade met een waarde van € 875 en een wegingsfactor van 0,25. Daarnaast heeft de rechtbank vanwege overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsfase met vier maanden, aan belanghebbende een vergoeding van € 50 per halfjaar of deel daarvan dat de redelijke termijn is overschreden toegekend. Dit bedrag, van in totaal € 50, is voor 1/4e deel (€ 12,50) toegerekend aan de heffingsambtenaar om te betalen en voor het overige (€ 37,50) aan de minister.

In het beroepschrift bij de rechtbank is voor zover hier relevant het volgende opgenomen:

“Tevens verzoek ik uw Rechtbank te bepalen dat verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten conform artikel 8:75 Awb voor de beroepsprocedure en de bezwaarprocedure.”

In het proces-verbaal van de rechtbank is voor zover hier relevant het volgende opgenomen:

“Gemachtigde van belanghebbende: Ik verzoek een vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.”

3. Geschil en conclusies van partijen

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de rechtbank de vergoeding voor proceskosten te hoog heeft vastgesteld. Meer specifiek is in geschil of de rechtbank ten onrechte een procespunt heeft toegekend voor het verzoek van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade.

De heffingsambtenaar concludeert tot vermindering van de proceskostenvergoeding met € 218,75 (= 0,25 x € 875) tot € 2.370.

4. Gronden

Ten aanzien van het geschil

De heffingsambtenaar betoogt, onder verwijzing naar rechtspraak, dat de rechtbank ten onrechte aan belanghebbende afzonderlijke proceskosten van € 218,75 (onder 2.3) heeft toegekend voor het indienen van het verzoek tot immateriële schadevergoeding, los van de hoofdprocedure.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 10 november 2023 het volgende overwogen:

“5.1 In de omstandigheid dat belanghebbende een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure wordt toegekend, vindt de Hoge Raad aanleiding om de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) te veroordelen in de kosten van het geding in cassatie.

Bij de berekening van de vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand neemt de Hoge Raad voortaan tot uitgangspunt dat i) een verzoek om schadevergoeding een proceshandeling is waaraan 1 punt wordt toegekend, en ii) op een dergelijk verzoek van toepassing is wegingsfactor 0,25 (zeer licht) zoals voorzien in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht.”

Het hof heeft in zijn uitspraak van 10 juli 2024 hierover het volgende overwogen:

“4.2. Het hof benadrukt dat een verzoek om vergoeding van immateriële schade vormvrij is en daarmee kan worden gedaan in het beroepschrift, in een apart schriftelijk verzoek of tijdens een zitting. In het hiervoor geciteerde arrest is slechts beslist dat in het geval sprake is van een ongegrond beroep, maar recht bestaat op een vergoeding van immateriële schade, dat dan recht bestaat op een vergoeding van proceskosten voor het betreffende verzoek door het toekennen van één punt met een wegingsfactor van 0,25. In andere gevallen waarin het beroep op inhoudelijke gronden gegrond wordt verklaard en in verband daarmee een proceskostenvergoeding wordt toegekend, bestaat geen recht op een afzonderlijke vergoeding voor het verzoek om vergoeding van immateriële schade.”

Het hof ziet geen aanleiding om in deze zaak tot een ander oordeel te komen en ziet in rechtsoverweging 3.2 van het arrest van de Hoge Raad van 23 januari 2026 bevestiging dat hetgeen in rechtsoverweging 5.2 van het arrest van 10 november 2023 is overwogen alleen ziet op zaken die ongegrond worden verklaard.

In deze zaak heeft de rechtbank het beroep om inhoudelijke redenen gegrond verklaard en daarbij een aparte proceskostenvergoeding toegekend voor het verzoek om vergoeding van immateriële schade (onder 2.3). Gelet op hetgeen onder 4.3 is overwogen, is het hof van oordeel dat de rechtbank ten onrechte deze aparte proceskostenvergoeding heeft toegekend, omdat het verzoek om immateriële schade in een dergelijk geval opgaat in de proceshandeling ‘beroep/verweerschrift’. Het hof zal de vergoeding van de kosten voor het beroep verminderen met € 218,75 en deze opnieuw vaststellen op € 2.370.

Tussenconclusie

De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is.

Ten aanzien van het griffierecht

Omdat de uitspraak van de rechtbank niet in stand blijft, wordt van de heffingsambtenaar geen griffierecht geheven.

Ten aanzien van de proceskosten

Het hof oordeelt dat er geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht.

5. Beslissing

Het hof:

De uitspraak is gedaan door C.W.M.M. Verkoijen, raadsheer, in tegenwoordigheid van S.M.R. Moberts, als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026 en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.

De griffier, De raadsheer,

S.M.R. Moberts C.W.M.M. Verkoijen

Het aanwenden van een rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand