ECLI:NL:GHSHE:2026:2239

ECLI:NL:GHSHE:2026:2239

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 12-08-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer 20-001810-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en beschadigen en onbruikbaar maken, meermalen gepleegd.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 9 juli 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 03-222734-24, 03-326830-23 en 03-050987-24, alsmede de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 03-105002-18, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Hoger beroep

Bij het vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard en dat gekwalificeerd als:

de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 weken met een proeftijd van 2 jaren. De politierechter heeft aan de voorwaardelijke gevangenisstraf, naast de algemene voorwaarde dat de verdachte zich niet schuldig maakt aan enig strafbaar feit, bijzondere voorwaarden verbonden in de vorm van een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, meewerken aan middelencontrole en meewerken aan schuldhulpverlening.

Voorts heeft de politierechter de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk verklaard en de benadeelde partij daarbij veroordeeld in de proceskosten van de verdachte, tot de datum van de uitspraak begroot op nihil.

Daarnaast heeft de politierechter de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 2.047,19 bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening. De vordering is voor het overige afgewezen. De politierechter heeft de verdachte daarbij veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij [benadeelde 2] , tot de datum van de uitspraak begroot op nihil. Ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2] is daarnaast de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Ten slotte heeft de politierechter de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf onder parketnummer 03-105002-18 afgewezen.

Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De raadsvrouw van de verdachte heeft naar voren gebracht dat de verdachte geen grieven tegen het vonnis van de politierechter heeft ingediend en dat er thans ook geen grieven aanwezig zijn. De raadsvrouw heeft het hof verzocht, bij gebrek aan belang aan de zijde van de verdachte, het namens hem ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

De advocaat-generaal heeft, gehoord de raadsvrouw van de verdachte, gevorderd dat het hof het namens de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren bij gebrek aan enig rechtens te respecteren belang bij een behandeling van het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hof is van oordeel dat het namens de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de gemachtigd raadsvrouw van de verdachte kenbaar heeft gemaakt dat de verdachte geen grieven tegen het vonnis van de politierechter heeft en het hof niet van oordeel is dat de strafzaak desalniettemin onderzocht dient te worden. Het hof zal daarom toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het namens de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING

Het hof:

verklaart het namens de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mr. M.J.M.A. van der Put, voorzitter,

mr. R. Lonterman en mr. J.J. Peters, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N. van Abeelen, griffier,

en op 12 augustus 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J.J. Peters is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.J.M.A. van der Put
  • mr. R. Lonterman
  • mr. J.J. Peters

Griffier

  • mr. N. van Abeelen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand