ECLI:NL:GHSHE:2026:226

ECLI:NL:GHSHE:2026:226

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 30-01-2026
Zaaknummer 20-001172-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst. Veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 9 april 2025, in de strafzaak met parketnummer 03-319800-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984 ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij het vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, zal beslissen conform de politierechter.

De raadsvrouw van de verdachte heeft zich ten aanzien van de bewijsbeslissing gerefereerd aan het oordeel van het hof en het hof verzocht om, bij een veroordeling, aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf of een taakstraf, op te leggen.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 2 december 2023 te Voerendaal opzettelijk een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (een foto van) een vals Brits rijbewijs, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was om gebruik van te maken als ware het echt en onvervalst.

Het hof verbetert de tenlastelegging, in die zin dat daaraan de woorden “een foto van” zijn toegevoegd. Ook overige in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten en/of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 2 december 2023 te Voerendaal opzettelijk een vals geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (een foto van) een vals Brits rijbewijs voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat dit geschrift bestemd was om gebruik van te maken als ware het echt en onvervalst.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen straf

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Het hof overweegt in het bijzonder het volgende.

Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ‘opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst’, door het voorhanden hebben van (een foto van) een vals Brits rijbewijs. Door aldus te handelen heeft de verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het (internationale) maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in schriftelijke stukken met een bewijsbestemming als de onderhavige. Bovendien bevorderen dergelijke feiten het plegen van andere misdrijven. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.

De raadsvrouw van de verdachte heeft het hof verzocht om bij de straftoemeting rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die de verdachte ter terechtzitting heeft toegelicht, en met de capaciteitsproblemen in het gevangeniswezen. Gelet hierop heeft zij bepleit aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf of een taakstraf.

Het hof is van oordeel dat oplegging van een taakstraf of een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf geen recht doet aan de ernst van het bewezenverklaarde in de onderhavige zaak.

Alles afwegende, acht het hof - met de advocaat-generaal - de door de politierechter aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden.

Hetgeen de raadsvrouw van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangevoerd, brengt het hof niet tot een ander oordeel.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door:

mr. A.J.M. van Gink, voorzitter,

mr. A.C. van Campen en mr. M.A.M. Wagemakers, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S. Kerssies, griffier,

en op 27 januari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. M.A.M. Wagemakers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?