ECLI:NL:GHSHE:2026:2269

ECLI:NL:GHSHE:2026:2269

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 19-08-2026
Zaaknummer 24/1913
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2024:8209

Samenvatting

De heffingsambtenaar heeft een aanslag forensenbelasting 2021 opgelegd voor het beschikbaar houden van een gemeubileerde woning voor meer dan 90 dagen van het belastingjaar. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij haar hoofdverblijf in de woning heeft. Hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 24/1913

Uitspraak op het hoger beroep van

[belanghebbende] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 2 december 2024, nummer BRE 22/1452, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland,

hierna: de heffingsambtenaar.

1. Ontstaan en loop van het geding

De heffingsambtenaar heeft een aanslag forensenbelasting ten aanzien van het jaar 2021

opgelegd.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op

bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De

rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het hof. De

heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

De zitting heeft plaatsgevonden op 29 mei 2026 in ‘s-Hertogenbosch. Daar zijn

verschenen belanghebbende, [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens

de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar 1] en [heffingsambtenaar 2] .

Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de heffingsambtenaar.

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2. Feiten

Belanghebbende is erfpachter van een woning gelegen aan [adres 1] te [plaats 1] , gemeente Schouwen-Duivenland (hierna: de woning). Zij staat sinds 29 december 2018 op dit adres ingeschreven in de basisregistratie personen.

Artikel 2 van de Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting Schouwen-Duiveland 2021 (hierna: de Verordening) luidt als volgt:

‘Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht

Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.’

De heffingsambtenaar heeft op 30 september 2021 een aanslag forensenbelasting van € 1.581,38 voor het jaar 2021 opgelegd aan belanghebbende, voor het meer dan 90 dagen ter beschikking hebben van de gemeubileerde woning [adres 1] te [plaats 1] . De toegepaste heffingsgrondslag (WOZ-waarde) van de woning bedraagt € 445.000.

Belanghebbende heeft ten aanzien van de verhuur van de woning voor het jaar 2021 een aangifte voor de toeristenbelasting gedaan. Deze verhuur vond volgens de aangifte plaats ten aanzien van in totaal 399 overnachtingen.

Van 22 februari tot en met 6 april 2021 heeft een ontwerpbestemmingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland voor [plaats 1] ter inzage gelegen, waarbij gelegenheid is geboden een zienswijze in te dienen op het ontwerpbestemmingsplan. Belanghebbende en haar echtgenoot hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt. In de Antwoordnotitie ontwerpbestemmingsplan [plaats 1] is de zienswijze van belanghebbende en haar echtgenoot als volgt samengevat:

“Ondergetekenden zijn eigenaar van de woningen gelegen aan [adres 1] en [adres 2] te [plaats 1] . Voor beide woningen dienen wij een zienswijze in. Wij verhuren onze woningen al enige jaren zonder dat er klachten en/of overlast in de buurt ontstaat. Het op goede voet staan met onze buren en de overige bewoners uit de straat staat bij ons voorop. We willen dit graag zo houden.

Op grond van de inspraakreacties heeft u zich voorgenomen de reeds bestaande recreatieve verhuur van woningen in een deel van [plaats 1] te legaliseren. Om inzicht te krijgen in welke panden voor legalisatie in aanmerking komen heeft u de afdracht toeristenbelasting 2019 geanalyseerd. Dit heeft een lijst met panden opgeleverd, die u voornemens bent te legaliseren in het bestemmingsplan. U geeft aan dat die lijst een actueel overzicht van de panden is die recreatief verhuurd worden.

Onze panden staan (helaas nog) niet op die lijst, terwijl wij wel toeristenbelasting voor deze panden hebben afgedragen. Dit klemt des te meer nu u aangeeft dat (verdere) uitbreiding van het aantal woningen dat recreatief verhuurd wordt, in strijd met het gemeentelijke beleid. We gaan er daarom van uit dat er sprake is van een omissie en dat u onze panden alsnog toevoegt aan uw lijst. Anders gezegd vragen wij een vrijstelling/ontheffing te geven voor recreatieve verhuur van onze woningen.

Op grond van het bovenstaande verzoeken wij u om het ontwerpbesluit aan te passen en onze panden gelegen aan [adres 1] en [adres 2] op te nemen in uw lijst van panden die gelegaliseerd worden. Voorts verzoeken wij u om op de verbeelding voor onze adressen een functieaanduiding 'recreatiewoning' op te nemen.”

3. Geschil en conclusies van partijen

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de heffingsambtenaar de aanslag forensenbelasting 2021 terecht en tot het juiste bedrag heeft opgelegd.

Belanghebbende concludeert in hoger beroep tot vernietiging van de aanslag. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank.

4. Gronden

Voor de vraag of de aanslag forensenbelasting terecht is opgelegd is bepalend het antwoord op de vraag waar belanghebbende haar hoofdverblijf heeft: in de woning in [plaats 1] , dan wel elders. De vraag of iemand in een gemeente hoofdverblijf heeft, wordt beoordeeld naar de omstandigheden (artikel 223, lid 3, Gemeentewet en artikel 2 Verordening) en niet enkel aan de hand van de inschrijving in de Basisregistratie Personen. Bepalend is waar zich het middelpunt van iemands leven bevindt. Daarbij rust in beginsel op de heffingsambtenaar de last om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden van het belastbare feit wordt voldaan. Dit betekent dat in beginsel de heffingsambtenaar aannemelijk zou moeten maken dat de woning in de onderhavige jaren niet belanghebbendes hoofdverblijf was. Het hof is van oordeel dat een redelijke verdeling van de bewijslast met zich brengt dat in dit geval, waarbij het met name gaat over het aandragen van feiten en omstandigheden die moeten dienen ter beantwoording van de vraag ‘waar het middelpunt van iemands leven zich bevindt’, een afwijkende verdeling van die bewijslast geldt. De heffingsambtenaar zou anders immers een negatief bewijs moeten leveren, hetgeen, naar algemeen wordt aangenomen, zo goed als onmogelijk is. Het hof is dan ook van oordeel dat in het onderhavige geval belanghebbende de meest gerede partij is om aannemelijk te maken dat zij in het onderhavige jaar haar hoofdverblijf in de woning had.

Belanghebbende stelt dat zij de woning als hoofverblijf heeft gebruikt in het jaar 2021 en dat zij daarom niet voldoet aan de omschrijving van het belastbare feit en de belastingplicht van artikel 2 Verordening. Belanghebbende stelt dat de gemeente Schouwen-Duiveland een controle heeft ingesteld naar aanleiding van haar inschrijving in de Basisregistratie Personen en dat de gemeente daarbij heeft geconcludeerd dat belanghebbende terecht als bewoner staat ingeschreven. Verder heeft zij gesteld dat het energie- en waterverbruik van de woning past bij permanente bewoning. Daartoe wijst belanghebbende op de voor de woning ontvangen water- en energieafrekeningen. Tevens stelt belanghebbende dat haar sociale leven zich afspeelt in [plaats 1] en dat zij aldaar lid/donateur is van diverse vereniging en stichtingen. Dat belanghebbende een zienswijze heeft ingediend om de bestemming van de woning in recreatiewoning te veranderen, heeft zij alleen gedaan om de mogelijkheid te behouden om de woning te verhuren. Alhoewel de woning regelmatig verhuurd wordt, voert belanghebbende aan dat dit goed met haar privésituatie te combineren is. Zij is voor haar werk in de luchtvaart veel afwezig en anderen kunnen dan van de woning gebruik maken. Haar verblijf in [plaats 1] blijkt volgens belanghebbende ook uit de uitgaven die zij daar doet en de post die zij daar ontvangt.

De heffingsambtenaar heeft aangevoerd dat de mogelijkheid voor belanghebbende om zelf in de woning te overnachten aanzienlijk wordt beperkt, nu de woning een gedeelte van het jaar wordt verhuurd. De heffingsambtenaar heeft er daarnaast op gewezen dat de echtgenoot van belanghebbende op het adres [adres 3] in [plaats 2] is ingeschreven en dat dit adres als woonadres van belanghebbende wordt vermeld in een notariële akte van 8 februari 2022. Ook heeft de heffingsambtenaar aangevoerd dat belanghebbende voor haar werk veelal vanaf het adres in [plaats 2] naar Schiphol vertrekt en daar na afloop weer terugkeert en dat zij haar hond tijdens haar meerdaagse afwezigheid daar achterlaat. Verder betoogt de heffingsambtenaar dat alhoewel de door belanghebbende aan de heffingsambtenaar verstrekte bankafschriften onvolledig zijn, daaruit naar voren komt dat het grootste deel van de uitgaven van belanghebbende buiten Schouwen-Duiveland plaatsvindt. Met betrekking tot de verbruiksgegevens van de nutsvoorzieningen betoogt de heffingsambtenaar dat deze geen eenduidig beeld geven ten aanzien van het verblijf van belanghebbende. De heffingsambtenaar betwist verder dat de inschrijving van belanghebbende in de Basisregistratie Personen inhoudelijk is gecontroleerd. De gemeente heeft slechts een brief gestuurd waarin belanghebbende werd gevraagd om schriftelijk te verklaren dat zij verblijf houdt in de gemeente. Nadat deze brief ondertekend werd geretourneerd, was het onderzoek daarmee afgerond. De heffingsambtenaar stelt daarom dat een inhoudelijke controle of beoordeling niet heeft plaatsgevonden.

Het hof is van oordeel dat belanghebbende met wat zij heeft aangevoerd niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar hoofdverblijf had in de woning. Volgens de heffingsambtenaar verblijft belanghebbende regelmatig bij haar echtgenoot in [plaats 2] , (mede) in verband met werk. Dit heeft belanghebbende ook niet betwist en zij heeft ter zitting verklaard dat deze woning haar op elk gewenst moment ter beschikking staat. Op basis van de ingediende aangifte toeristenbelasting staat daarnaast vast dat belanghebbende een gedeelte van het jaar niet in de woning heeft kunnen verblijven. Daartegenover staat vast dat belanghebbende regelmatig in [plaats 1] verblijft en aldaar een deel van haar sociale leven heeft, onder andere in het lokale verenigingsleven. Dat is door de heffingsambtenaar niet betwist. Het hof kan echter op grond van wat belanghebbende heeft aangedragen niet vaststellen hoe belanghebbende gedurende het jaar haar tijd heeft verdeeld tussen [plaats 2] en [plaats 1] . Vast staat dat sprake is van het regelmatige verblijf van belanghebbende in [plaats 2] bij haar echtgenoot, (mede) in verband met verplichtingen ten aanzien van werk, en het regelmatige verblijf in [plaats 1] waar belanghebbende bij voorkeur verblijft en een deel van haar sociale leven heeft, welk verblijf echter beperkt wordt door de verhuur van de woning. Bij gebrek aan informatie over de tijdsverdeling tussen [plaats 2] en [plaats 1] , heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat ondanks het verblijf in [plaats 2] bij haar echtgenoot, (mede) in verband met verplichtingen ten aanzien van werk, het middelpunt van haar leven zich bevindt in [plaats 1] , voor de besteding van vrije tijd. Het hof acht daarbij ook relevant dat belanghebbende in haar zienswijze op een ontwerpbestemmingsplan [plaats 1] heeft verzocht om de woning in [plaats 1] als recreatiewoning aan te merken, hetgeen niet aansluit bij de stelling van belanghebbende dat dit haar hoofdverblijf is. Het hof komt daarmee tot de conclusie dat het op deze gronden niet door belanghebbende aannemelijk is gemaakt dat het hoofdverblijf van belanghebbende in [plaats 1] ligt.

Het lag, gelet op het gemotiveerde betoog van de heffingsambtenaar, op de weg van belanghebbende om een nadere onderbouwing te geven van de duur en regelmaat van haar verblijf in [plaats 1] om aannemelijk te maken dat zij ondanks haar verplichtingen met betrekking tot werk en gezin en de verhuur van de woning haar hoofdverblijf in [plaats 1] houdt. In dat kader is hetgeen door belanghebbende gesteld is over haar sociale leven, uitgaven, de ontvangst van post en het regelmatige verblijf in [plaats 1] onvoldoende. De door belanghebbende gestelde activiteiten hoeven niet noodzakelijkerwijs te leiden tot een (significant) langduriger verblijf in [plaats 1] dan in [plaats 2] . Verder kan de inschrijving in de Basisregistratie Personen belanghebbende evenmin baten, aangezien de heffingsambtenaar gemotiveerd heeft betwist dat daar een inhoudelijke controle op is uitgevoerd en belanghebbende geen nadere onderbouwing heeft gegeven die wijst op het tegendeel. Het door belanghebbende gestelde verbruik van de nutsvoorzieningen kan ook niet tot een andere conclusie leiden, nu belanghebbende dat verbruik niet nader heeft gespecificeerd en tijdens de verhuur eveneens nutsvoorzieningen zullen worden gebruikt. Het hoge energieverbruik past daarbij mogelijk bij permanente bewoning door een éénpersoonshuishouding, maar dat sluit niet uit dat dit hoge energieverbruik mede is ontstaan door de verhuur van de woning. Daarmee geven deze gegevens geen nader inzicht voor de beantwoording van de vraag of belanghebbende de woning als hoofdverblijf heeft gebruikt.

Tussenconclusie

De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is.

Ten aanzien van het griffierecht

Het hof ziet geen aanleiding om het griffierecht te laten vergoeden.

Ten aanzien van de proceskosten

Het hof oordeelt dat er geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht.

5. Beslissing

Het hof:

De uitspraak is gedaan door E.P.A. Brakeboer, voorzitter, M.E. Smorenburg en

J.K. Lanser, in tegenwoordigheid van E. Royakkers als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026 en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.

De griffier, De voorzitter,

E. Royakkers E.P.A. Brakeboer

Het aanwenden van een rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand