Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het Gerechtshof
‘s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 11 december 2025, in de strafzaak met parketnummer 01-277134-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij het vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 76, eerste lid, van de Wet Personenvervoer 2000’ veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.
Door de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, aan de verdachte zal opleggen een taakstraf van 56 uren, subsidiair 28 dagen hechtenis.
De verdachte heeft vrijspraak van het tenlastegelegde feit bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 10 februari 2024 te Vught, althans te Nederland, op de weg, Sint Janssingel, taxivervoer heeft (laten) verricht(en) met een personenauto van het merk/type Volkswagen Golf, gekentekend [kenteken] , zonder te beschikken over een daartoe door de Minister van Infrastructuur en Milieu verleende vergunning.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij omstreeks 10 februari 2024 te Nederland op de weg taxivervoer heeft verricht met een personenauto van het merk/type Volkswagen Golf, gekentekend [kenteken] , zonder te beschikken over een daartoe door de Minister van Infrastructuur en Milieu verleende vergunning.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Oost-Brabant, registratienummer PL2100 2024029964, gesloten d.d. 19 februari 2024, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , brigadier van politie (aantal niet-doorgenummerde pagina’s: 21). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2024, pagina’s 7 en 8 van het digitale dossier, voor zover inhoudende als het relaas van verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
Op 9 februari 2024 omstreeks 23.30 uur waren wij belast met een contort (het hof begrijpt: controle) op illegaal vervoer van personen in het centrum van ‘s-Hertogenbosch. Wij waren gekleed in burgerkleding en ten behoeve van de controle niet herkenbaar als zijnde politieambtenaar. Wij werden op de Sint Janssingel, te ‘s-Hertogenbosch aangesproken door een ons onbekende man. Wij hoorden de man zeggen: “ik ben bezig met een taxiritje, maar ik sta nu te wachten op een vriend van mij” en “zoeken jullie een taxi? Ik kan jullie wel wegbrengen als jullie willen.” Ik, verbalisant, [verbalisant 2] , zei dat ik wel naar huis wilde en we naar Vught moesten. Wij hoorden de man zeggen: “is goed, mijn auto staat vlakbij.” Wij zijn hierop met hem meegelopen vanaf de genoemde weg naar de Havensingel te ‘s-Hertogenbosch. Wij zagen aldaar een personenauto, zijnde een Volkswagen Golf voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken] geparkeerd staan. Wij stapten in dit voertuig. Tijdens het rijden vroegen wij, verbalisanten, wat het ons zou kosten. Wij hoorden de man zeggen dat het 8 kilometer was en dat dat ons 20 euro zou kosten. Wij zagen dat we via de Havensingel te ‘s-Hertogenbosch richting het Emmaplein in de richting van de Vughterweg reden. Vervolgens zagen we dat de man een stopteken kreeg van een van mijn collega’s. Wij hoorden dat de man bij het krijgen van het stopteken tegen ons zei: “zeg dat jullie vrienden van me zijn. Hé maar niks over taxi zeggen dan krijg ik een dikke boete. Zeg dat jullie me gebeld hebben via een vriend.” Na staande houding zijn wij uitgestapt en zagen wij dat de bestuurder werd aangehouden.
2. Het proces-verbaal van aanhouding verdachte d.d. 16 februari 2024, pagina’s 18 en 19 van het digitale dossier, voor zover inhoudende als het relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] :
Op 9 februari 2024 om 23:50 uur werd door ons op de locatie Loonsebaan, Vught, aangehouden als verdachte:
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedag] 2005
Bevindingen
De verdachte sprak tijdens een controle op illegaal personenvervoer op de Vughterweg te ‘s-Hertogenbosch twee in burger geklede politieambtenaren en een inspecteur van de Inspectie Leefomgeving en Transport aan en bood aan hen tegen betaling van 20 euro naar de Loonsebaan te Vught te vervoeren. Voornoemde ambtenaren gingen op dit aanbod in en gaven dit door aan ons, verbalisanten. Wij, verbalisanten, zagen de verdachte met de ambtenaren in zijn auto vervolgens op de Loonsebaan te Vught rijden, alwaar hij door ons werd staande gehouden. Wij zagen dat het voertuig van de verdachte, zijnde een Volkswagen Golf voorzien was van Nederlandse gele kentekenplaten [kenteken] , niet voorzien was van een daklicht met de tekst “Taxi”, niet voorzien was van een boordcomputer taxi en niet voorzien was van een taxameter. Ik, verbalisant [verbalisant 5] , vroeg aan de verdachte of hij in het bezit was van een geldige vergunning voor het tegen betaling vervoeren van personen. Ik hoorde dat de verdachte zei dat hij deze niet had.
3. Het (relaas)proces-verbaal d.d. 19 februari 2024, pagina’s 1 tot en met 6 van het digitale dossier, voor zover inhoudende als het relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Vaststelling identiteit verdachte
De identiteit van de verdachte werd vastgesteld aan de hand van de gegevens op zijn
rijbewijs, dat hij des gevorderd ter inzage had afgegeven. De verdachte gaf op te zijn:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] .
Taxivergunning
Door mij, verbalisant [verbalisant 1] , is het vergunningenbestand taxivervoer van Kiwa Registers B.V. geraadpleegd. Ik, verbalisant, zag dat deze persoon niet in dit bestand voorkwam.
Bewijsoverwegingen
De verdachte heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde feit. Daartoe heeft hij aangevoerd dat hij in de avond van 9 februari 2024 weliswaar met zijn auto drie mannen, te weten de verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , van het centrum van ’s-Hertogenbosch naar Vught heeft vervoerd, maar dat hij in de veronderstelling was dat deze mannen vrienden waren van een vriend van hem. Deze vriend zou de verdachte diezelfde avond gebeld hebben met de vraag of de verdachte hem kon ophalen. Toen de verdachte op de afgesproken plek arriveerde, was deze vriend echter nergens te bekennen en heeft de verdachte andere personen aangesproken met de vraag of zij bekenden waren van voornoemde vriend van de verdachte. Volgens de verdachte zouden de drie mannen op die vraag bevestigend hebben geantwoord, waarop de verdachte hen desgevraagd naar Vught zou hebben gebracht. De verdachte heeft verder aangevoerd dat hij, anders dan de drie verbalisanten in hun proces-verbaal d.d. 19 februari 2024 hebben opgeschreven, aan/met de mannen geen prijs heeft voorgesteld en/of afgesproken voor de autorit en dat door hen ook geen geld aan de verdachte is betaald.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Het hof stelt vast dat de verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] in hun proces-verbaal d.d. 19 februari 2024 onder meer hebben opgenomen dat zij tijdens een controle in burger op illegaal personenvervoer in ‘s-Hertogenbosch op 9 februari 2024 werden aangesproken door een man – later bleek: de verdachte – die hen vroeg of zij een taxi zochten en die aangaf dat hij hen wel kon wegbrengen, waarop de verbalisanten bij de verdachte in de auto zijn gestapt. In voornoemd proces-verbaal is verder opgenomen dat de verdachte in de auto desgevraagd opgaf dat de rit € 20,- zou kosten. Ook hebben de verbalisanten geverbaliseerd dat de verdachte, toen hij een stopteken kreeg van de politie, tegen hen gezegd heeft: “Zeg dat jullie vrienden van me zijn. Hé maar niks over taxi zeggen dan krijg ik een dikke boete.”
Het hof ziet in het dossier en hetgeen de verdachte heeft aangevoerd geenszins aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de inhoud van het hiervoor genoemde proces-verbaal d.d. 19 februari 2024. De drie verbalisanten hebben, naar het hof aannemelijk acht, geen enkele reden om te liegen over de feiten. Daarentegen acht het hof de verklaring van de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde feit op alle onderdelen volstrekt ongeloofwaardig. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat de verdachte zijn verklaring, onder meer ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 7 augustus 2026, niet of nauwelijks concreet – bijvoorbeeld met de (achter)naam van de vriend op wiens verzoek hij de personen heeft vervoerd – heeft onderbouwd.
Alles afwegende, is het hof van oordeel dat op grond van de feiten en omstandigheden als vervat in de hiervoor bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, een en ander op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 76, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde misdrijf uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen straf
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het verrichten van taxivervoer zonder over een daartoe vereiste vergunning te beschikken. Het vergunningsstelsel voor het taxivervoer is onder meer in het leven geroepen om toezicht van de overheid op het veilig vervoer van personen en een correcte opgave van inkomsten mogelijk te maken. Door taxivervoer te verrichten zonder een daartoe afgegeven vergunning heeft de verdachte zich onttrokken aan dit toezicht. Bovendien verslechtert de verdachte door illegaal taxivervoer te verrichten op onrechtmatige wijze de concurrentiepositie van vervoerders die wel onder een vergunning hun diensten aanbieden, waardoor deze vervoerders financieel kunnen worden benadeeld. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld, zoals bewezen is verklaard.
Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 juni 2026, betreffende het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
Voorts heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit het onderzoek ter terechtzitting is hieromtrent onder meer gebleken dat de verdachte bij zijn ouders woont en al circa een halfjaar werkloos is en geen inkomsten geniet.
Alles afwegende, acht het hof, gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit, oplegging aan de verdachte van een geldboete ter hoogte van € 1.800,- passend en geboden. Echter, omdat ter terechtzitting gebleken is dat de verdachte onvoldoende financieel draagkrachtig is om een dergelijke geldboete te betalen, zal het hof aan de verdachte opleggen een taakstraf van 36 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 18 dagen hechtenis.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en de artikelen 76 en 103 van de Wet personenvervoer 2000, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 36 (zesendertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 18 (achttien) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door:
mr. J.C. Gillesse, voorzitter,
mr. W.F. Koolen en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S. Kerssies, griffier,
en op 21 augustus 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. W.F. Koolen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.