ECLI:NL:GHSHE:2026:2334

ECLI:NL:GHSHE:2026:2334

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 14-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer 20-001719-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBOBR:2024:5247

Samenvatting

Medeplegen van een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is. Medeplegen van een ander, die zich wederrechtelijk verblijf in Nederland heeft verschaft, krachtens overeenkomst arbeid doen verrichten, terwijl hij weet dat dat verblijf wederrechtelijk is.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 24 juni 2024, in de strafzaak met parketnummer 82-227903-22 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1969,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Door de verdediging is primair bepleit dat de verdachte integraal wordt vrijgesproken. Subsidiair is bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde onder 2. Meer subsidiair is bepleit dat het hof de verdachte zal ontslaan van alle rechtsvervolging ten aanzien van het bewezenverklaarde onder 1. Voorts is een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 6 maart 2020 tot en met 30 september 2020 te Roermond, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, één persoon, te weten [slachtoffer] , met de Chinese nationaliteit, uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, dan wel voornoemde persoon daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was, immers heeft hij, verdachte, bovengenoemde persoon arbeid laten verrichten en/of gehuisvest bij en/of boven het door verdachte gedreven restaurant [bedrijf 1] ;

2.hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 6 maart 2020 tot en met 30 september 2020 te Roermond, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, één persoon, te weten [slachtoffer] , met de Chinese nationaliteit, die zich wederrechtelijk toegang tot of verblijf in Nederland had verschaft, krachtens overeenkomst of aanstelling arbeid heeft doen laten verrichten en/of heeft gehuisvest, terwijl verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk was, en hij aldus van het plegen van dit misdrijf zijn beroep en/of een gewoonte heeft gemaakt;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 6 maart 2020 tot en met 30 september 2020 te Roermond, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, één persoon, te weten [slachtoffer] , met de Chinese nationaliteit, die zich wederrechtelijk toegang tot of verblijf in Nederland had verschaft, krachtens overeenkomst of aanstelling arbeid heeft doen laten verrichten en/of heeft gehuisvest, terwijl verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk was.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.hij in de periode 6 maart 2020 tot en met 30 september 2020 te Roermond tezamen en in vereniging met een ander één persoon, te weten [slachtoffer] , met de Chinese nationaliteit, uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij, verdachte, wist dat dat verblijf wederrechtelijk was, immers heeft hij, verdachte, bovengenoemde persoon arbeid laten verrichten en gehuisvest bij en/of boven het door verdachte gedreven restaurant [bedrijf 1] ;

2 primair.hij in of omstreeks de periode 6 maart 2020 tot en met 30 september 2020 te Roermond tezamen en in vereniging met een ander één persoon, te weten [slachtoffer] , met de Chinese nationaliteit, die zich wederrechtelijk toegang tot of verblijf in Nederland had verschaft, krachtens overeenkomst arbeid heeft laten verrichten en heeft gehuisvest, terwijl verdachte wist dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk was.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het eindproces-verbaal van de Opsporingsdienst van de Nederlandse Arbeidsinspectie (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid), kantoor recherche ’s-Gravenhage, proces-verbaalnummer 6640-2022-0039, onderzoeksnaam Dalton, gesloten d.d. 15 augustus 2022 (doorgenummerde pagina’s 3 tot en met 209), nader te noemen: het politiedossier.

Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat de navolgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1 . Het proces-verbaal van verhoor d.d. 4 november 2020 (pg. 33-43), voor zover inhoudend als verklaring van aangeefster [slachtoffer] :

p. 34

V: Tegen wie wil je aangifte doen?

A: Dat is de baas van het restaurant. Ik weet alleen zijn fonetische naam, [verdachte] ;

V: Hoe heet het restaurant?

O: Aangeefster kijkt op haar telefoon en laat zien: [bedrijf 1] .

p. 35

V: Wat kan je vertellen over wat jou is overkomen?

A: Via een vriendin kwam ik bij een tussenpersoon, een instantie, terecht. Via zo’n tussenpersoon ben ik naar Nederland gekomen. Zo’n tussenpersoon regelt werk voor mensen. (…) Ik ben vijf maart 2020 hier naartoe gekomen. De volgende dag ben ik begonnen met mijn werk. Ik heb ruim tien dagen gewerkt. Vanwege de epidemie werden de restaurants gesloten. Ons restaurant had nog wel afhaalmogelijkheden. Elke dag had ik twee tot drie uur werk, tot 1 juli

duurde dit. Vanaf 1 juli was het restaurant weer normaal geopend. (…) En vanaf 1 juli ben ik weer normaal gaan werken. Het was weer hetzelfde als de eerste tien dagen. ’s Ochtends vier uur werk. Ik stond om 6.00 uur in de ochtend op. Om 06.10 uur was ik al beneden in het restaurant. Ik sliep boven het restaurant. In die vier uur maakte ik het restaurant schoon, stofzuigen en dweilen.

p. 36

De baas heeft gezegd dat er soms water- of olievlekken op de vloer lagen. Als ik niet goed schoonmaakte, kreeg ik kritiek van de baas en werkte hierdoor enorm onder druk. Ik durf te beweren dat ik het, het beste deed, niemand kon het zo goed doen als ik. Toch bleef hij heel kritisch.

(…)

Ik deed het werk heel zorgvuldig. Op een dag, nadat de zaak gesloten was, had hij

veel gedronken. Hij had een glas in zijn hand en zei: overal zie ik olievlekken. Hij bekritiseerde mij en ik had nog niet eens schoongemaakt. Het was logisch dat er na een dag werken olie op de vloer lag. Ik kreeg maagpijn van die kritiek en kon de hele nacht niet slapen. Ik sprak hem wel eens tegen en ging er op in . Hij zei dan: “Dan stop je maar met het werk.”

(…)

Vanaf half vijf tot sluiting van het restaurant deed ik de afwas en daarna was mijn werk nog niet klaar. Ik moest alle borden schoonmaken. Vanaf half vijf begon ik als er veel klanten waren te werken en ging ik door zonder pauze. Ik bleef dan gewoon de borden wassen. Soms had ik niet eens tijd om water te drinken. Zelfs geen tijd om naar de wc te gaan. Soms werkte ik tot 00.00 in de nacht. Na de afwas moest ik de tafels schoonmaken. Als er niet veel klanten waren, kon ik wel even tussendoor een pauze nemen. In juli is het restaurant weer normaal geopend en toen gebeurde het vaak dat ik tot laat moest werken, dus tot 00.00 in de nacht. In september heeft de overheid besloten dat er niet klanten binnen mochten en toen werd het werk lichter vergeleken met juli. In het weekend werkte ik heel lang, omdat er dan meer klanten waren. We sloten ook wat later.

Een keer vroeg de baas mij om de kamers boven schoon te maken, dus ook de wc en badkamer. Een keer vroeg de baas mij om de vuilnis weg te gooien en ik zei dat dat werk boven niet mijn werk was. Hij zei dat hij mij ingehuurd had om voor hem te werken. We kregen toen ruzie. Elke keer als we ruzie hadden zei de baas: “Dan stop je maar.” Hierdoor stond ik onder enorme werkdruk. Ik was heel gestrest en voelde me niet goed. Doorgaans ging de discussie over dit soort dingen. Elke dag dronk hij te veel en dan ging hij seksueel getinte dingen tegen mij zeggen.

A: Ik was heel bang en soms in de ochtend ging ik naar het restaurant. Hij had dan de hele nacht door gedronken. Ik was heel bang dat er iets zou gebeuren. Een keer zei hij: “Dacht je dat ik je zou verkrachten dan?” Elke keer als ik naar beneden ging, deed ik het licht aan en wilde ik kijken. Ik was heel bang. Ik had één dag per week vrij. Elke keer als ik dan terug kwam van zo'n dag zei hij waar de collega's bij waren of ik niet buiten geneukt heb. Ik had helemaal geen waardigheid meer.

p. 39

O : Je gaf aan contact te hebben gehad met een bemiddelingskantoor in China.

V: Wat kun je daarover vertellen?

A: Een vriendin van mij heeft dit bemiddelingskantoor aan mij geïntroduceerd.

Dat bemiddelingskantoor bood diensten aan voor werk in Nederland. Een medewerker van dat kantoor vertelde dat er werk was in Nederland in een restaurant. Hij vroeg of ik het goed vond en ik zei ja. Hij vroeg of ik certificaat had en ik zei dat ik het jaar ervoor een cursus had gevolgd.

p. 40

V: Wie kwam er met het idee om naar Nederland te gaan. Jij of het bemiddelingskantoor?

A: Ik ging erheen en de persoon van het bemiddelingskantoor zei dat er werk was in Nederland. Ik was net terug uit Europa en zei dat het goed was.

V: Wat moest jij aanleveren?

A: Paspoort, bewijs dat ik alleenstaand ben, certificaat van kok, “Hukou”, dat is een

huishoudregistratieboekje en een geboorteakte.

p. 41

V: Heb jij voordat je naar Nederland ging al contact gehad met het restaurant?

A: Ik heb toen contact gehad met die baas. Hij moest mij komen ophalen. Met hem bedoel ik [verdachte] . Ik had voor het eerst contact met hem via WeChat. Ik had zijn account van [betrokkene 1] gekregen .

Kort nadat ik de aanbetaling en zo had gedaan. Ik denk dat dat medio september 2019 is geweest. Het hele proces duurde vier à vijf maanden.

V: Weet jij op welke basis jij in Nederland aan het werk ging?

A: Jullie hebben mijn pasje gezien. Dat is toch voor werk of zo. Het restaurant heeft voor mij een aanvraag gedaan voor mij om hier te kunnen werken.

(…)

V: Waar mag jij allemaal werken in Nederland?

A: Nergens, behalve voor deze baas.

V: Wat voor werk mag jij doen in Nederland?

A: Ik mag alleen maar in de keuken in dat restaurant werken.

V: Welke werkzaamheden?

A: [betrokkene 1] van het bemiddelingsbureau heeft mij verteld dat ik het werk moet doen wat de baas mij zou vragen. Zoals afwassen, schoonmaken, vloer schoonmaken, groente snijden en frituren. Alles wat de baas vroeg, zou ik moeten doen. Ook assisteren in de keuken van de chefkok.

(…)

V: Wat was jou in China verteld over de uren die jij zou moeten werken?

A: Mij was verteld dat ik vijf dagen per week, acht uur per dag zou werken. Ik wist al dat acht uur niet mogelijk zou zijn . Dat zou zeker langer zijn . Ik wist dat omdat ik in China ook in restaurants gewerkt heb. Je moet dan wel de regels van het restaurant volgen .

V: Wat was jou in China verteld over het salaris dat je zou gaan verdienen?

A: Er was mij verteld dat ik € 1889 zou verdienen. Dat staat op dat papier.

V: Op welk papier stond dat?

A: Ik heb een brief moeten inleveren bij de ambassade voor het aanvragen van het visum. Op deze brief het ik zo’n bedrag gezien. Daarvoor werd mij verteld dat het iets minder dan € 2000 zou zijn.

V: Was dat bruto of netto?

A: Dat is bruto.

V: Wat houdt dat in? Wat zou er dan nog afgaan?

A: Belasting.

V: Wat was er met jou afgesproken over de huisvesting in Nederland toen je in China was.

A: Ze hebben mij verteld dat eten en slapen door het restaurant geregeld zou worden.

p. 42

V: Wie vertelde jou dat?

A: Dat vertelde [betrokkene 1] van het bemiddelingsbureau.

(…)

O: Je verklaarde eerder dat je half september contact hebt gelegd met de eigenaar van het restaurant.

A: Ja dat was rond het “middenherfst” festival van 2019.

V: Wat is de rol van [verdachte] in het restaurant [bedrijf 1] ?

A: Het restaurant is van twee mensen en [verdachte] heeft een groter aandeel.

V: Wie is de andere eigenaar?

A: Ik weet niet hoe hij heet. Wij noemen hem altijd tweede baas.

V: Hoe weet jij wie het grootste aandeel heeft in het bedrijf?

A: Omdat wij in het restaurant hen grote baas en tweede baas noemen. Iedereen weet dat gewoon, het is niet zo dat je dat expliciet zo zegt.

V: Wat is er tussen jou en [verdachte] besproken voordat je naar Nederland ging?

A: Hij heeft mij via WeChat contact gezocht en hij zei dat ik best wel hard moest werken en dat ik het wel vol zou moeten kunnen houden. Later belde hij me nog een keer om te zeggen dat ik toestemming had gekregen om te werken. Die dag heeft het bemiddelingskantoor mij dat ook verteld . Ik heb meerdere keren contact gehad met [verdachte] .

V: Wat werd er dan besproken?

A: Via WeChat vroeg de baas wanneer ik visum ging aanvragen en wanneer ik het zou krijgen en zou kunnen komen. Zodat hij wist wanneer hij mij kon komen ophalen .

O : Je verklaarde dat het restaurant voor huisvesting en eten moest zorgen.

V: Wat was er afgesproken over de kosten hiervan?

A: [betrokkene 1] van het bemiddelingsbureau had gezegd dat ik eten en huisvesting zou krijgen. Hij bedoelde dat ik er niet voor hoefde te betalen.

V: Weet je dat zeker dat hij dat zo bedoelde of is dat een aanname?

A: Als er gezegd wordt dat eten en drinken inclusief is dan betekent dat dat je er niet voor hoeft te betalen.

V: Is dat tegen jou gezegd dat het inclusief was?

A: Ja. Door [betrokkene 1] van het bemiddelingsbureau .

V: Wat heb jij moeten ondertekenen?

A: Ja, ik kan me herinneren dat ik op een document waar ook dat bedrag 1889 stond. Dat moest ik ondertekenen.

V: Dat was het document dat je naar de ambassade moest brengen voor het visum?

A: Ja dat was een stapeltje.

2. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 12 november 2020 (pg. 45-56), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer] :

p. 46

V: Wat kan je vertellen over jouw reis uit China naar Nederland?

A: Met de trein ben ik van Shenyang naar Beijing gegaan. Met het vliegtuig ben ik van Beijing naar Nederland gekomen. Ik ben overgestapt in Moskou. Toen ik in Nederland aankwam, kwam mijn baas mij met de auto ophalen. Hij bracht mij naar de plaats waar ik sliep en zou verblijven .

V: Op welke datum ben jij naar Nederland gereisd?

A: Ik ging op 4 maart 2020 met de trein naar Beijing en de vlucht was op 5 maart 2020 tussen de middag. Rond tien uur of vrij laat in de avond ben ik uiteindelijk in Nederland aangekomen.

(…)

V: Wat kan je vertellen over jouw komst naar Nederland? Je werd opgehaald door jouw baas. Hoe ging dat?

A: De baas wachtte mij bij de uitgang op. Het was al laat en toen ik naar buiten ging waren er niet zoveel mensen. Hij was daar met een manager van het restaurant. Er waren geen andere mensen toen ik uit de deur kwam. De baas stond daar met de manager te wachten. Ik had ook zijn WeChat.

V: Wie was de manager die erbij was?

A: Dat is een manager van het restaurant, hij werkt daar nu niet meer.

V: Sinds wanneer werkt hij er niet meer?

A: Ik kan me herinneren dat dat augustus was. De reden daarvan weet ik niet.

V: Wat is zijn naam?

A: Hij heet [betrokkene 2] , wij noemden hem altijd manager. Ik heb weinig met hem gesproken.

(…)

V: Waarom was hij erbij om jou op te halen?

A: Hij reed met die baas daarnaartoe om mij op te halen. Waarom de baas hem gevraagd heeft dat weet ik niet. Hij was de chauffeur.

V: In welke auto was dat?

A: Ik weet niet wat voor auto, maar het was niet zo groot. Het was de auto van [betrokkene 2] en die was bordeauxrood, in ieder geval rood, donkerrood.

Opmerking tolk: Als je iemand benoemt bij naam dan is het gebruikelijk door mensen uit Zuid China om er een [betrokkene 2] voor te zetten. [betrokkene 2] is [betrokkene 2] .

V: Toen jij in Nederland aankwam wat heb jij toen gedaan? Hoe ging het verder?

A: Ik kan me herinneren dat we ongeveer drie uur onderweg zijn geweest. We kwamen aan op het logeeradres, dat is bij het restaurant. Het was na middernacht. De baas had een kamertje voor mij geregeld, daar kon ik in slapen. Ik werd in de ochtend wakker. Iemand nam mij mee naar beneden. Ik weet niet meer wie. Er was een schoonmaakster beneden en ik ging bij haar kijken. Wij hadden iets meer dan drie uur gewerkt. Nadat ze klaar was, is zij weggegaan. (…) Na de lunch ben ik weer naar boven gegaan en tussen half vijf en vijf hebben ze mij naar beneden geroepen. Toen kwam die schoonmaakster die ik in de ochtend zag weer. Zij ging

afwassen. Ik deed dat samen met haar en dat duurde tot sluitingstijd van het restaurant. De borden waren nog niet allemaal gewassen en daarom zijn we met zijn tweeën doorgegaan tot best wel laat. Bijna elke dag gingen we door tot 23.30 uur dan pas kregen we het werk gedaan en waren wij klaar met werk.

(…)

V: Van wanneer tot wanneer heeft deze mevrouw in het restaurant gewerkt?

A: Ik weet niet wanneer zij daar is begonnen. Hoeveel dagen per week ze werkte, weet ik ook niet. Ik moest het werk van haar leren. Doorgaans had ik vrij op woensdag. Omdat ik die week met jullie een afspraak had op donderdag heb ik geruild met haar. Wanneer ik vrij had, kwam zij. Als ik moest werken, kwam zij niet. Wij werkten niet samen met elkaar. Alleen in het begin toen ik het moest

leren, werkten wij samen. Toen hebben we 1, 2 of 3 dagen samen gewerkt.

V: Wat heb je nog aan papieren moeten doen? Qua inschrijving? Qua zorg? Qua bank? Kun je daar wat over vertellen ?

p. 48

A: Ik heb in Nederland nooit een contract moeten ondertekenen. Ik heb zo'n contract nooit gezien . Ik ben een keer naar een plaats geweest, ik denk de IND, en daar heb ik mijn identiteitspasje opgehaald. Later ben ik ook een keer naar het gemeentehuis geweest om mijn woonadres te registreren.

V: Met wie ging je naar de IND en het gemeentehuis?

A: Dat was met de baas.

O: Als aangeefster de baas noemt, bedoelt ze [verdachte] .

V: Was er iets geregeld met een zorgverzekering?

A: Je hebt een bankpas nodig om een zorgverzekering te regelen. Hier had ik een maand lang een discussie gehad met de baas. Begin juli heb ik de bankpas gekregen. Toen hebben ze een afspraak gemaakt met de verzekeringsmaatschappij. Binnen twee weken kwam er een brief dat er nog documenten ontbraken. Ik heb de brief aan de baas laten zien, omdat ik het niet kon lezen. Zij hebben mijn documenten opgestuurd. Ik bedoel de baas en zijn vrouw. Daarna hebben we weer een halve maand gewacht. Toen kreeg ik weer een brief en toen was er nog iets nodig. Wat dat was, weet ik niet. Ik heb de brief weer aan de baas en zijn vrouw laten zien. Ze vertelden dat zij dat gingen regelen. Daarna heb ik weer twee weken gewacht. Ik vroeg aan de baas en zijn vrouw of ze de brief opgestuurd hadden. Ze vertelden dat dat nog niet was gebeurd. Ik werd heel boos en ik had er ruzie met hen over. Zij zeiden tegen mij dat ik dat eigenlijk zelf hoorde te regelen en dat zij mij alleen maar hielpen. Ik kan me heel goed herinneren dat ik op 22 september het zorgpasje gekregen heb. Ik weet dat omdat ik de volgende dag vrij had. Als ik had geweten dat het zo zou gaan dan was ik nooit naar Nederland gekomen. Je hebt hier helemaal geen zekerheid. (O: aangeefster wordt nog emotioneler). Het was midden in de epidemie. Wie zou er voor mij zorgen als er wat met mij zou gebeuren. Hij zei dat als ik niet wilde werken, ik maar weg moest gaan. Ik heb hier zoveel geld aan uitgegeven, ik kan toch niet zomaar weg.

p. 49

V: Van wie kwam het initiatief om naar de IND en naar het gemeentehuis te gaan?

A: De baas vertelde mij op welke dag ik wat moest regelen.

V: Hoe ben je naar deze instanties gegaan?

A: Met de auto.

V: Wat kun je over deze auto vertellen?

A: Om het ID pasje op te halen is de tweede baas met mij meegegaan. De baas en zijn vrouw hebben mij naar het gemeentehuis gebracht. Toen gingen we te voet.

V: Wie is die tweede baas?

A: Dat is iemand die samen met de baas het restaurant runt. Wij noemden hem “tweede baas”.

(…)

V: Heb jij op jouw eerste werkdag een gesprek met de baas gehad?

A: Nee, er was niet echt een gesprek geweest.

V: Klopt het dat je op 6 maart 2020 jouw eerste werkdag had?

A: Ja.

V: Wat kan je vertellen over jouw werkzaamheden?

A: ’s ochtends werkte ik vier uur. Ik ging dan stofzuigen, dweilen en schoonmaken waar het vies was. De baas vertelde me bijvoorbeeld dat ik de muur moest schoonmaken.

p. 50

A: ’s Middags begon het werk om 16.30 uur. Dan ging ik afwassen en dat zijn de borden van de middagklanten. Daarna kwamen de klanten, rond vijf uur half zes, en dan ging ik verder de afwas doen, omdat er steeds meer borden kwamen. Daarna bleef ik afwassen tot ’s avonds. Dat was afhankelijk van hoeveel klanten er waren. Van maandag tot en met donderdag waren er niet zoveel. In het weekend zijn er de meeste klanten. Op het drukste moment had ik geen tijd om water te drinken en om naar de wc te gaan. Soms werkte ik door tot middernacht en dan pas kon ik eten.

(…)

V: Wat was jou van te voren over de werkzaamheden verteld?

A: Er was mij verteld dat ik in een keuken moest werken.

V: Wat bedoel je daarmee?

A: Als je dan in de keuken werkt en je doet dan wat de baas jou vertelt wat je moet doen. Afwassen, groente snijden en groente op de juiste plek zetten en de kok helpen, frituren en dergelijke.

V: Heb je ook in de keuken moeten helpen? Dus snijden, frituren en de kok helpen?

A: Die dingen heb ik niet gedaan. Toen ik net aankwam heeft de baas mij het andere werk gegeven en dan ga je dat doen.

(…)

V: Van wie kreeg jij jouw opdrachten?

A: De baas zei wat ik eerst moest doen en zo, en dan deed ik dat.

V: Wie hield toezicht op jouw werkzaamheden?

A: De baas lette daarop. Verder niemand. De collega's hadden ieder zijn eigen werk. Er was verder niemand die toezicht hield op mijn werk.

O: Je kwam dus in Nederland aan en vlak daarna kwam het coronavirus.

V: Kun jij per periode aangeven hoeveel uren jij gemiddeld per dag moest werken?

A: De eerste periode, ruim tien dagen, werkte ik bijna elke dag 11,5 uur. Toen werd de zaak gesloten. Ik kan me herinneren dat de eerste van de maand erna zijn begonnen met afhaalmaaltijden. In de tussentijd heb ik ongeveer een

week niet gewerkt. In de periode dat er alleen afhaalmaaltijden waren, werkte ik 2 à 3 uur per dag. Ik moest schoonmaken en dan vooral bij de afhaalbalie. Het zitgedeelte werd niet gebruikt en hoefde ik toen niet schoon te maken. Ik deed ook de afwas van het servies dat door de collega’s gebruikt werd. Ik werkte in deze periode elke dag. Deze periode duurde tot eind juni. Daarna begon het weer druk te

worden. In juni werd de wc verbouwd. Eind juni was dat klaar en toen moest ik het restaurant schoonmaken. In de periode dat de wc werd verbouwd, was de zaak gesloten. De afhaal ging in deze periode wel door.

V: Wat kun je over de werkuren vertellen in juli en daarna.

A: Toen was het weer hetzelfde als toen ik in maart aankwam.

V: Bedoel je dan de 11,5 uur per dag?

A: Ja.

V: Dus je werkte dan de ochtenden 4 uur en dan van 16.30 uur tot middernacht om aan 11,5 uur te komen.

p. 51

A: Ja. Maandag tot en met donderdag kon ik om 23.30 uur stoppen en kon ik naar boven.

V: Dus maandag tot en met donderdag werkte je 11 uur per dag.

V: Hoeveel dagen in de week werkte jij?

A: Ik werkte zes dagen. Ik was op woensdag vrij.

(…)

V: Hoeveel mensen werken er verder nog in het restaurant?

A: In de keuken werkten nog vier mannen. In het restaurant drie à vier mensen om sushi te maken en bij de bar 1 persoon. De manager die weg is gegaan stond bij de kassa. Degene die gerechten doorgeeft ging later bij de kassa werken.

p. 53

V: Wie nam zijn taken waar als [verdachte] er niet was?

A: Niemand. Iedereen deed zijn eigen werk.

3. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 16 november 2020 (pg. 57-70), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer] :

p. 58

O: Je verklaarde de vorige keer dat je at in het restaurant, bij de lunch en na het werken.

V: Hoe was het eten geregeld?

A: Om drie uur was er een lunch en om 22.00 uur in de avond was er avondeten.

(…)

V: Wat kreeg je dan te eten?

A: We aten best wel goed. Vlees, kip, vis enzovoort.

V: Wat moest je daarvoor betalen?

A: Ik hoefde niets te betalen.

(…)

V: Was de baas op de hoogte van jouw schulden in China?

A: Jawel. Hij wist daarvan.

V: Wanneer ben je gestopt met het werken voor [bedrijf 1] ?

A: Die dag dat jullie mij hebben meegenomen. Tot daarvoor heb ik daar gewerkt.

O: Dat was op 1 oktober 2020.

p. 61

O: Je verklaarde dat je met het bemiddelingsbureau hebt afgesproken over jouw

keukenwerkzaamheden in Nederland.

p. 62

V: Nu in Nederland blijkt dat jij schoonmaakwerk moet doen.

A: Dat klopt. Ik kreeg dit werk van de baas.

(…)

V: Waarom haalt de eigenaar jou uit China voor werk wat iedereen hier in Nederland zou kunnen verrichten?

A: Hoe kan ik dat weten. Eerder werd er tegen mij gezegd dat ik in de keuken moest werken, groente snijden, frituren en dat soort dingen, ook afwassen.

(…)

V: Wat kan je vertellen over je woning in de tijd dat je voor [bedrijf 1] werkte?

A: Ik had mijn eigen kamertje. Later deelde ik een kamer met een andere collega. Ook een meisje. Later ging ik weer terug naar mijn eigen kamertje.

V: Wat kun je vertellen over jouw eerste eigen kamertje?

A: Het is boven het restaurant. Het was circa 7 m2, een bed, een tafel en een ruimte waar je je een beetje kunt bewegen. Een stoel stond er. Een gewone kamer. Er zat een raam in.

p. 63

V: Wat kun je vertellen over de rest van de woning?

A: Ik had het over een achterdeur in het restaurant. Achter de deur zag je een trap. Als je daar naar boven gaat zie je links en rechts een deur. Wij zaten in de kamers rechts. Dan bedoel ik de werknemers van [bedrijf 1] . Ik sliep zelf op de derde woonlaag.

(…)

V: Waarom stonden er bedden in de woonkamer?

A: Een collega wilde niet op de slaapkamer slapen . Hij wilde liever in de woonkamer slapen en de andere was bedoeld voor de baas. Voor zover ik weet, wilde hij niet in de slaapkamer slapen. Ik weet niet waarom hij dat niet wilde .

V: Wat kan je verklaren over de huur of kosten van de woning?

p. 64

A: Ik hoefde geen huur te betalen. Kost en inwoning was inbegrepen. Dit was dus gratis voor mij .

V: Wie heeft jou verteld dat dat gratis zou zijn?

A: Dat heeft het bemiddelingsbureau mij verteld. Dat is die mijnheer waar ik eerder over heb verklaard, [betrokkene 1] . U vraagt aan mij of dat ook met de baas is gesproken, dat is niet het geval geweest. In Nederland is dat niet meer besproken.

(…)

V: Van wie hoorde je dat je van kamer moest wisselen?

A: Van de baas. Ik bedoel dan [verdachte] .

p. 65

V: Wat kan je vertellen over het loon voor jouw werk in Nederland?

A: In maart, april en mei heb ik voor elke maand € 500,- gekregen, dit ging contant. Juni is er via de bank € 1.649,- overgemaakt op mijn rekening. Ik heb € 1.150,- teruggegeven, € 600,- via de bank en € 550,- had ik bij een geldautomaat gepind en aan de baas gegeven. Juli en augustus is er ook via de bank overgemaakt, € 1.649,-. Ik heb € 349,- weer teruggestort via de bankrekening. Het loon van september had ik nog niet gekregen. 1 oktober 2020 hebben jullie mij meegenomen. Voor de maanden juni, juli, augustus heeft de baas voor elke loonstrook € 8 gevraagd, in totaal € 24. Ik heb dit per bank overgemaakt aan de baas. Ik was heel boos hierover. Ik had toen een week lang gevraagd naar mijn loonstrook. Een week later zei hij dat ik voor de loonstrook moest betalen. Nadat ik het loon van augustus ontvangen had, heb ik die € 349,- overgemaakt aan hem, plus die € 24,- voor de drie loonstroken. Maar hij gaf mij alleen de loonstroken van juli en augustus. Die van juni is hij vergeten om uit te printen. De loonstroken van maart, april en mei had ik eerder al

ontvangen. Ik meen in juli. Daar heeft hij geen geld voor gevraagd. Ik wilde ook van juni en juli hebben.

V: Hoe kreeg jij het contante geld in de eerste maanden?

A: Contant. De baas heeft het geld aan mij gegeven.

p. 66

A: Ik kan deze misschien ook doorsturen. Ik heb ook een keer een bedrag van € 80 overgemaakt aan de baas. De baas zei dat ik moest betalen voor het verblijfsdocument, € 280. Ik zei dat ik zou beginnen met € 80, omdat ik ook nog geld moest overmaken naar thuis in China.

V: Wat vond jij ervan dat jij niet het afgesproken salaris kreeg .

A: Het was niet anders. Ik heb er wel met de baas over gediscussieerd. Hij zei dat als ik het niet wilde doen, ik terug moest gaan. Ik had een schuld en mijn familie wachtte op mij. Ik kon niet anders. Ik kon alleen maar slikken.

O: aangeefster reageert emotioneel en huilt.

V: Waarom kreeg jij minder betaald dan afgesproken.

A: Ik weet het niet. Hij heeft mij dit zo gegeven en ik kon er niets aan doen.

(…)

V: Bedoel je met die € 1.500,- het contante salaris van maart, april en mei.

A: Ja, ik kreeg dat namelijk in een keer.

V: Weet je wanneer je dat kreeg?

A: Dat was in juni.

V: Begrijp ik, verbalisant [verbalisant 1] , het goed dat jij in juni voor het eerst salaris uitbetaald kreeg?

A: Ja.

(…)

V: Waarom moest jij die bedragen (€ 600, € 550 en € 349) terugbetalen aan de baas? Wie wat wanneer?

A: De baas heeft mij gevraagd om dit terug te betalen. In maart, april en mei heeft hij gezegd dat ik dat bedrag zou krijgen. In coronatijd had ik maar 2 of 3 uur werk per dag. Ik wist wel dat de overheid 90 procent van het loon zou betalen. Hij gaf alleen maar dit bedrag aan mij. Ik kon er niets aan doen.

p. 67

V: Waarom moest jij die bedragen terugbetalen van wat er op jouw rekening was overgemaakt in juni, juli en augustus?

A: In maart, april en mei had de baas gezegd dat ik later ook geld terug zou moeten betalen.

V: Waarom moest je dat terug betalen?

A: De baas zei dat ik € 1.300 zou krijgen.

V: Waar was het geld voor dat je terug moest betalen?

A: De baas zei dat ik € 1.300 zou krijgen. Dat wat er boven kwam, moest ik terugbetalen.

V: Waarom krijg jij dan niet € 1.300 op jouw rekening gestort?

A: Ik weet niet waarom dat was.

V: Waarom moest jij in de maand juni € 600 en € 550 terugbetalen?

A: Juni was ook nog in Corona tijd. De baas zei dat ik voor die maanden maar € 500 euro zou krijgen. Ik weet niet waarom hij mij toen geen contant geld gegeven had en dit bedrag overgemaakt had.

V: Wie vertelde jou wat je contant terug moest geven en wat je moest overmaken?

A: De baas.

(…)

V: Heeft de baas gebruik gemaakt van die regeling om het salaris doorbetaald te krijgen?

A: Voor zover ik weet heeft hij wel een aanvraag ingediend. Maar ik weet niet of hij dat ook voor mij gedaan heeft.

V: Hoe weet je dat hij die regeling aangevraagd heeft?

A: Ik was niet de enige werknemer. Er waren nog andere collega’s. Ik neem aan dat hij gebruik zou maken van de overheidssteun.

V: Weet je of hij dat gedaan heeft of neem je dat aan?

A: Ik kan me herinneren dat hij dat gezegd heeft dat hij voor ons allemaal een aanvraag ingediend heeft. Of hij dat ook gedaan heeft, weet ik niet.

p. 68

O: Als ik een berekening maak van wat jij hebt verteld, dan is dat het volgende met betrekking tot wat jij ontving:

Maart, april, mei en juni € 500 per maand en in juli en augustus € 1300 per maand en in september niets. Totaal heb je dan € 4.600 verdiend in zeven maanden tijd.

V: Klopt dat?

A: Ja.

V: Wat is jouw bankrekening nummer?

0 : Aangeefster laat haar bankpas zien. Daarop zie ik, [verbalisant 1] , nummer [rekeningnummer 1] ten name van [slachtoffer] , pasnummer [pasnummer 1] vermeld staan.

V: Moest jij steeds aan dezelfde rekeningnummer geld overmaken?

A: Dat is het nummer van [verdachte] . Ik laat jullie een foto van een bankpas zien.

O: Ik, [verbalisant 4] , zie dat de afbeelding bankpas van de Rabobank is. Het betreft een wereldpas met IBAN: [rekeningnummer 2] , het betreft pasnummer [pasnummer 2] en staat op naam van [verdachte] .

V: Hoe kom je aan deze foto?

A: Ik heb het pasje van hem, [verdachte] , gekregen. Hij gaf mij in juli dat bankpasje en ik heb er een foto van gemaakt zodat ik daar het geld op kon terugbetalen.

V: Van welk bankrekeningnummer kreeg jij salaris?

A: Dat is van een rekeningnummer van de naam van het restaurant. Ik heb hiervan een screenshot.

O: Aangeefster kijkt in haar telefoon. Ik, [verbalisant 4] , zie een overboeking van 6 augustus 2020. Er werd een bedrag bijgeschreven van € 1.649, afkomstig van [bedrijf 1] , met rekeningnummer [rekeningnummer 3] . Als omschrijving stond vermeld “overboeking”

O: Aangeefster overhandigt 5 loonstroken, maart, april, mei, juli en augustus. Ik, [verbalisant 4] , zag daarop vermeld staan: “functie spec. kok Chinese keuken.”

O: Op de salarisstroken staat een bruto salaris vermeld, vanaf april van € 1.945,96. Verder staat op de loonstrook van april dat het salaris per kas was uitbetaald voor een bedrag van € 1.649,44. Daarnaast zie ik, [verbalisant 4] , inhoudingen vermeld staan voor maaltijd en inwoning en ik zie een maandelijks vakantiegeld reservering.

V: Wat is jouw reactie hierop?

A: Het contante geld klopt. Maar ik heb gewoon € 500 gekregen, de eerste paar maanden was dat.

O: Op de loonstrook staat dus iets anders vermeld.

A: Dat weet ik ook niet. Ik heb gekregen wat ik heb verteld en kan dit niet lezen . Als ik het genoemde geld had ontvangen dan zou ik niet bij jullie aankloppen.

(…)

V: Wat is er vanuit het bemiddelingsbureau met jou afgesproken welk salaris jij zou ontvangen?

A: Dat staat op een brief waarmee ik toestemming kon aanvragen. Daarop stond

€ 1.889 vermeld.

V: Was dat bruto of netto?

A: Dat is bruto.

4. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek Kamer van Koophandel [bedrijf 1] d.d. 16 mei 2022 (pg. 71-73), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :

Door mij is een onderzoek ingesteld bij de Kamer van Koophandel naar de onderneming [bedrijf 1] (V-002), KVK nummer [KvK-nummer 1] .

Onderzoek [bedrijf 1]

In de gegevens van de administratie van de Kamer van Koophandel zag ik dat het hier betreft de onderneming:

Handelsnaam : [bedrijf 1]

Rechtsvorm :Vennootschap onder firma

Adres : [adres 2]

Activiteiten : Restaurants

Vennoten : [verdachte] en [medeverdachte 1]

KVK nummer : [KvK-nummer 1]

Datum vestiging : 13-02-2017

Datum uitschrijving : 16-11-2021 wegens opheffing van de vestiging ambtshalve doorgehaald .

Het betreft hier de vennoten:

Voornaam: : [verdachte]

Achternaam: : [verdachte]

Geboortedatum : [geboortedag 1] 1969

Geboorteplaats : [geboorteplaats 1]

Geboorteland : China

Geslacht : man

Woonadres : [adres 3]

Voornaam : [medeverdachte 1]

Achternaam : [medeverdachte 1]

Geboortedatum : [geboortedag 2] 1984

Geslacht : man

Onderzoek [bedrijf 1]Bij nader onderzoek in het register van de Kamer van Koophandel zag ik dat onder de naam [bedrijf 1] de volgende onderneming staat ingeschreven:

Handelsnaam : [bedrijf 1]

Rechtsvorm : Besloten Vennootschap

Adres : [adres 2]

Activiteiten : Restaurants

Enig aandeelhouder : [verdachte] & [bedrijf 2]

Bestuurder : [verdachte]

KVK nummer : [KvK-nummer 2]

Datum vestiging : 26-07-2021

[verdachte] is identiek aan de bestuurder van [bedrijf 1]

Onderzoek [verdachte] & [bedrijf 2]

Bij nader onderzoek in het register van de Kamer van Koophandel zag ik dat onder de naam [verdachte] & [bedrijf 2] de volgende onderneming staat ingeschreven :

Handelsnaam : [verdachte] & [bedrijf 2]

Rechtsvorm : Besloten vennootschap

Adres : [adres 3]

Activiteiten : Financiële Holdings maatschappij

Bestuurders : [verdachte] en [medeverdachte 2]

KVK nummer : [KvK-nummer 3]

Datum vestiging : 26-07-2021

[verdachte] is identiek aan de bestuurder van [bedrijf 1] en [bedrijf 1]

Resumé

Uit het ingestelde onderzoek is mij het volgende gebleken:

- Het restaurant [bedrijf 1] is voortgezet na uitschrijving bij de Kamer van Koophandel met een overlap van ongeveer 4 maanden (tussen 26 juli 2021 en 16 november 2021) door [bedrijf 1] ;

- Het restaurant [bedrijf 1] op het internet en Facebook actieve pagina’s heeft en het restaurant geopend is.

5. Een schriftelijk bescheid, inhoudende het Boeterapport Wet Arbeid Vreemdelingen d.d. 18 augustus 2021 (pg. p. 101- 104), voor zover inhoudende:

Datum start onderzoek: 14 januari 2021

Overtreding van:

Artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen

Het is een werkgever verboden een vreemdeling in Nederland arbeid te

laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning of zonder dat een

vreemdeling in het bezit is van een gecombineerde vergunning voor

werkzaamheden bij die werkgever.

Gegevens geconstateerde overtredingen

Datum constatering : 14 mei 2021

Adres : [adres 2]

Postcode : [adres 2]

Plaats/gemeente : [adres 2]

Datum/periode : 06-03-2020 tot en met 29-09-2020

Overtreder:

Rechtsvorm : vennootschap onder firma

Naam : [bedrijf 1]

Adres : [adres 2]

Postcode : [adres 2]

Gevestigd te : [adres 2]

Ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer: [KvK-nummer 1] .

Aanleiding onderzoek

Op 9 maart 2021 ontving ik, arbeidsinspecteur [inspecteur] , via de casustafel van het programma Horeca en Detailhandel, een proces-verbaal van bevindingen met als opmaakdatum 14 januari 2021. Middels dit proces-verbaal van bevindingen werd onder andere een onderbetaling gemeld met betrekking tot de in dit boeterapport vermelde vreemdeling [slachtoffer] , werkzaam bij [bedrijf 1] te Roermond (hierna: de

overtreder).

Uit het proces-verbaal van bevindingen bleek mij, arbeidsinspecteur [inspecteur] , tevens, dat voor de vreemdeling [slachtoffer] een Gecombineerde Vergunning voor Verblijf en Arbeid (hierna : GVVA) was aangevraagd, echter dat de vreemdeling enkel schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht ten behoeve van de overtreder.

Ik, arbeidsinspecteur [inspecteur] , stel op basis van het proces-verbaal van bevindingen van de Inspectie SZW, afdeling opsporing, vast dat op bovengenoemde locatie de vreemdeling [slachtoffer] arbeid verrichtte, bestaande uit: schoonmaakwerkzaamheden .

IND

Op donderdag 1 april 2021 is mij, arbeidsinspecteur [inspecteur] , uit navraag bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te Den Haag, gebleken dat de overtreder voor de in dit boeterapport genoemde vreemdeling en de verrichte arbeid/werkzaamheden in het bezit was van de daartoe van de daartoe vereiste GVVA.

Suwinet

Na raadpleging van het geautomatiseerde systeem Suwinet, Inkijk Basisregistraties, bleek mij arbeidsinspecteur [inspecteur] , dat door de overtreder voor de vreemdeling [slachtoffer] een inkomstenverhouding was opgegeven vanaf 6 maart 2020 tot 1 september 2020 (opmerking rapporteur: Volgens verklaring van de vreemdeling heeft de vreemdeling in de maand september tot en met de laatste

week van september 2020 arbeid verricht ten behoeve van de overtreder) .

Niet naleven voorschriften GVVA

Echter uit de aangiften van de vreemdeling en uit het onderzoek ter zake de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (hierna: WML) bleek mij, arbeidsinspecteur [inspecteur] , dat er niet was gewerkt conform het gestelde in de GVVA; immers de vreemdeling heeft enkel schoonmaakwerkzaamheden verricht en geen werkzaamheden verricht als ‘Specialiteiten Kok Chinese Keuken.’

Verder bleek mij, arbeidsinspecteur [inspecteur] , dat het loon van de vreemdeling niet conform de voorschriften behorende bij de GVVA was uitbetaald. Uit de voorschriften komt naar voren dat het loon gedurende de geldigheidsduur van de vergunning elke maand zoals overeengekomen volledig moet worden betaald. Uit het voornoemde onderzoek ter zake de WML kwam samenvattend naar voren dat:

• het loon over de gehele betaalperiode vanaf maart 2020 tot en met september 2020 van de vreemdeling NIET volledig per maand werd uitbetaald. (Opmerking rapporteur: het overeengekomen loon zoals gesteld in de voorschriften met

betrekking tot de GVVA ligt hoger dan het WML-loon).

• Het loon van maart, april- en mei 2020 werd in juni 2020 uitbetaald.

Van de werkzame personen bleek één persoon illegaal tewerkgesteld. Deze persoon bleek vreemdeling te zijn in de zin van artikel 1, onder c, van de Wet arbeid vreemdelingen, en de uitzonderingsbepalingen van de artikelen 3 en 4 van de Wet arbeid vreemdelingen waren niet van toepassing.

Gegevens van de vreemdeling

Achternaam : [slachtoffer]

Voornamen : [slachtoffer]

Geboortedatum : [geboortedag 3] 1979

Nationaliteit : Chinese

6. Het niet ondertekende en derhalve als ander geschrift conform art. 344 lid 1 sub 5 Sv gebruikte proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 januari 2021 (pg. 108-113), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] :

p. 109

Betrokkene is genaamd: [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 3] 1979 te [geboorteplaats 2] .

p. 111

IND

Aan [slachtoffer] is door de Immigratie- en Naturalisatie Dienst een gecombineerde

verblijfsvergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) afgegeven voor de periode

van 21-2-2020 tot 15-11-2021 als specialiteiten kok Chinese keuken bij [bedrijf 1]

, [adres 2] .

Deze vergunning is per 1 december 2020 door de IND ingetrokken.

Dit naar aanleiding van de aangifte van [slachtoffer] als slachtoffer van mensenhandel en de hierbij behorende verblijfsvergunning.

7. Een schriftelijk bescheid, te weten een positief arbeidsmarktadvies d.d. 1 november 2019 (pg. 143- 144), voor zover inhoudende:

Positief arbeidsmarktadvies

Gelet op artikel 1 lid 2 Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2014 is de bevoegdheid tot het geven van advies aan de minister van V&J inzake het verlenen, verlengen of intrekken van een gecombineerde vergunning overgedragen aan het UWV. Op grond van het bepaalde in de Wet arbeid vreemdelingen wordt positief geadviseerd met inachtneming van onderstaande gegevens en de op de bijlage vermelde voorwaarden.

Datum afgifte: 1 november 2019

Werkgever

Naam werkgever : [bedrijf 1]

Vestigingsadres werkgever : [adres 2]

KvK inschrijfnr werkgever : [KvK-nummer 1]

Vreemdeling

Naam : [slachtoffer]

Voornaam : [slachtoffer]

Nationaliteit : Chinese

Kernmerken

Functie : Specialiteitenkok Chinese keuken

Bruto loon per maandag : € 1.889,28

Het advies betreft toelating tot de arbeidsmarkt voor de periode van 15-11-2019 tot 15-11-2021.

Bij dit advies horen de voorschriften zoals vermeld aan de achterzijde.

Voorschriften

Op grond van artikel 10, aanhef en onder b en d van de Wet arbeid vreemdelingen kunnen aan de gecombineerde vergunning voorschriften worden verbonden, die de werkgever verplichten inspanningen te verrichten gericht op het vervullen van arbeidsplaatsen door prioriteit genietend aanbod en die er toe strekken dat in de arbeidsvoorwaarden gelegen beletselen worden opgeheven.

De werkgever heeft op het aanvraagformulier verklaard in te stemmen met een vergunning onder voorschriften.

Op grond van paragraaf 19a van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2014 (RuWav) wordt besloten een positief advies af te geven onder de onderstaande voorschriften.

De voorschriften houden in dat een werkgever

 gedurende de geldigheidsduur van de vergunning elke maand het volledig

overeengekomen loon betaalt,

én tenminste aan een van de volgende voorschriften voldoet:

 Het opleiden van niet-vergunningplichtig keukenpersoneel;

 Het bieden van een stage aan een student van een ROC koksopleiding.

8. Een schriftelijk bescheid, te weten een arbeidsovereenkomst d.d. 16 september 2019 (pg. 152-153) , ondertekend door “de werkgever [verdachte] en [medeverdachte 1] ”, voor zover inhoudende:

Arbeidsovereenkomst

Bedrijf : [bedrijf 1]

Adres : [adres 2]

Postcode : [adres 2]

Woonplaats : [adres 2]

hier vertegenwoordigd door dhr. [verdachte] en mevr. [medeverdachte 1] , hierna te noemen de werkgever

en

Naam : [slachtoffer]

Adres : [adres 1]

Postcode : [adres 1]

Woonplaats : [adres 1]

Geboren op : [geboortedag 3] 1979 te [geboorteplaats 2] .

(…)

Artikel 1 AARD DIENSTVERBAND

De werknemer treedt met ingang van 1 november 2019 in dienst bij de werkgever.

De werknemer is aangenomen voor bepaalde tijd tot en met 31 oktober 2021 mits de twv (hof: bedoeld zal hier zijn: tewerkstellingsvergunning) wordt verstrekt

.

De werknemer treedt in dienst in een fulltime dienstverband (gemiddeld 38 uren per week).

Artikel 5 FUNCTIE

De werknemer wordt aangenomen in de bedrijfsfunctie van Specialiteitenkok Chinese Keuken (niveau 4) .

De werknemer zal werkzaam zijn in het bedrijf van werkgever [bedrijf 1] te Roermond.

Artikel 6 SALARIS

De werknemer wordt ingedeeld in functiegroep 4 conform het convenant.

Hij geniet een brutoloon van € 1.889,28 per maand.

De uitbetaling van het loon vindt plaats op de eerste van de maand volgende op de gewerkte maand onder verstrekking van een loonstrook.

Datum: 16 september 2019

9. Een schriftelijk bescheid, te weten een salarisspecificatie van de maand maart 2020 (pg. 159), voor zover inhoudende:

Mevrouw [slachtoffer] [bedrijf 1]

[adres 1] [adres 2]

[adres 1]

Nederland Nederland

Salaris periode 2020-3-M

Functie: Spec. kok Chinese keu

In dienst 6-3-2020

Stam salaris 1945,96

Periode 2020-3-M

Bruto 1667,97

Netto 1402,94

10. Een schriftelijk bescheid, te weten een salarisspecificatie van de maand april 2020 (pg. 161),, voor zover inhoudende:

Mevrouw [slachtoffer] [bedrijf 1]

[adres 1] [adres 2]

[adres 1]

Nederland Nederland

Salaris periode 2020-4-M

Functie: Spec. kok Chinese keu

In dienst: 6-3-2020

Stam salaris 1945,96

Periode 2020-4-M

Bruto 1945,96

Netto 1649,44

11. Een schriftelijk bescheid, te weten een salarisspecificatie van de maand mei 2020 (pg. 163), voor zover inhoudende:

Mevrouw [slachtoffer] [bedrijf 1]

[adres 1] [adres 2]

[adres 1]

Nederland Nederland

Salaris periode 2020-5-M

Functie: Spec. kok Chinese keu

In dienst: 6-3-2020

Stam salaris 1945,96

Periode 2020-5-M

Bruto 1945,96

Netto 1649,44

12. Een schriftelijk bescheid, te weten een salarisspecificatie van de maand juni 2020 (pg. 165), voor zover inhoudende:

Mevrouw [slachtoffer] [bedrijf 1]

[adres 1] [adres 2]

[adres 1]

Nederland Nederland

Salaris periode 2020-6-M

Functie: Spec. kok Chinese keu

In dienst: 6-3-2020

Stam salaris 1945,96

Periode 2020-6-M

Bruto 1945,96

Netto 1649,44

13. Een schriftelijk bescheid, te weten een salarisspecificatie van de maand juli 2020 (pg. 169), voor zover inhoudende:

Mevrouw [slachtoffer] [bedrijf 1]

[adres 1] [adres 2]

[adres 1]

Nederland Nederland

Salaris periode 2020-7-M

Functie: Spec. kok Chinese keu

In dienst: 6-3-2020

Stam salaris 1945,96

Periode 2020-7-M

Bruto 1945,96

Netto 1649,44

14. Een schriftelijk bescheid, te weten een salarisspecificatie van de maand augustus 2020 (pg. 173), voor zover inhoudende:

Mevrouw [slachtoffer] [bedrijf 1]

[adres 1] [adres 2]

[adres 1]

Nederland Nederland

Salaris periode 2020-8-M

Functie: Spec. kok Chinese keu

In dienst: 6-3-2020

Stam salaris 1945,96

Periode 2020-8-M

Bruto 1945,96

Netto 1649,44

15. Een schriftelijk bescheid, te weten een salarisspecificatie van de maand september 2020 (pg. 177), voor zover inhoudende:

Mevrouw [slachtoffer] [bedrijf 1]

[adres 1] [adres 2]

[adres 1]

Nederland Nederland

Salaris periode 2020-9-M

Functie: Spec. kok Chinese keu

In dienst: 6-3-2020

Uit dienst: 1-9-2020

Stam salaris 1945,96

Periode 2020-9-M

Bruto 0,00

16. Een schriftelijk bescheid, te weten een kopie van een screenshot (pg. 190), inhoudende een afschrijving van € 349,44 van het rekeningnummer [rekeningnummer 1] van het account van [slachtoffer] naar het rekeningnummer van [verdachte] [rekeningnummer 2] .

17. Een schriftelijk bescheid, te weten een kopie van een screenshot (pg. 188), inhoudende een afschrijving van € 600,00 van het rekeningnummer [rekeningnummer 1] van het account van [slachtoffer] naar het rekeningnummer van [verdachte] [rekeningnummer 2] .

18. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek NOW subsidie [bedrijf 1] d.d. 17 mei 2022 (pg. 77), voor zover inhoudende als verklaring van verbalisant [verbalisant 2] :

Door mij is onderzoek ingesteld naar door het UWV verstrekte NOW subsidies aan restaurant [bedrijf 1] en [bedrijf 1] . Op het internet is het mogelijk op de site van het UWV per kwartaal in te zien aan welke bedrijven NOW subsidie is verstrekt en de hoogte van deze bedragen.

Ik zag dat aan restaurant [bedrijf 1] voor de navolgende periodes de volgende bedragen waren verstrekt.

Periode NOW Bedrag NOW

01-03-2020 / 31-05-2020 € 51.447,-

01-06-2020 0-09-2020 € 51.108,-

19. Een schriftelijk bescheid (pg. 98), te weten een kopie van een screenshot van een nabetaling van € 5.050,70 aan [slachtoffer] ( [rekeningnummer 1] ) door [bedrijf 1] ( [rekeningnummer 3] ).

20. Een schriftelijk bescheid (pg. 100), een afschrift van een overboeking d.d. 25 juli 2021 van € 1.698,13 van [bedrijf 1] ( [rekeningnummer 3] ) naar het rekeningnummer van [slachtoffer] ( [rekeningnummer 1] ).

21. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep op 31 juli 2026:

De jongste raadsheer vraagt mij waarom ik mevrouw [slachtoffer] niet heb laten werken als kok. Daarop zeg ik u dat het restaurant in de coronatijd dicht was. De jongste raadsheer vraagt mij of de andere koks die in dienst waren in die tijd wel hebben gewerkt als kok. Wij hebben twee afdelingen. Eén afdeling maakt de sushi en de andere afdeling is de Chinese keuken. De keukenafdeling was dicht tijdens de lockdown, alleen de sushi afdeling was destijds wel open voor afhalen. De jongste raadsheer vraagt mij of hij hieruit mag concluderen dat er tijdens de lockdown wel koks aanwezig waren die op de sushi afdeling gerechten klaarmaakten. Ik beroep mij op mijn zwijgrecht. De advocaat-generaal vraagt mij wat mijn aandeel in het restaurant was en wat ik deed in het restaurant. Daarop zeg ik u dat ik alles deed in die tijd.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Verweer bewijsuitsluiting

De raadsman heeft bepleit dat de van de verhoren van de verdachte bij de arbeidsinspectie opgemaakte verklaringen van het bewijs moeten worden uitgesloten. Daartoe is aangevoerd dat het voor de arbeidsinspectie vanaf het begin duidelijk was dat het ging om een verdenking van het tewerkstellen c.q. huisvesten van een vreemdeling buiten de grenzen van de GVVA regeling voor specialiteitenkoks Chinese keuken. De zaak is immers door de afdeling opsporing verwezen naar de afdeling arbeidsmarktfraude, omdat “misbruik van de kennismigrantenregelen” een “te gering feit” zou zijn. In dat misbruik van die regeling ligt echter overtreding van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht besloten. Dit is een ernstig strafbaar feit. Daarnaast zijn de verklaringen van aangeefster -voorafgaand aan het onderzoek door de arbeidsinspectie- opgenomen door opsporingsambtenaren.

Dit betekent dat alle uit artikel 6 EVRM voortvloeiende rechten nageleefd hadden moeten worden. Nu de verdachte voorafgaand aan de verhoren bij de arbeidsinspectie niet is gewezen op het recht op rechtsbijstand, is sprake van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, dan wel de reflexwerking van dit artikel. Het maakt niet uit of dit vormverzuim formeel in het ‘voorbereidend onderzoek’ is geschied, omdat duidelijk is dat dit vormverzuim van bepalende invloed is geweest voor het verder verloop van de zaak tegen de verdachte. De verdachte is door dit vormverzuim ook in zijn verdedigingsbelang getroffen, aangezien hij later, toen hij door de politie werd gehoord, wel gebruik heeft gemaakt van zijn recht op rechtsbijstand en zich daar op advies van zijn raadsman heeft beroepen op zijn zwijgrecht.

Het hof overweegt als volgt.

Op 28 september 2020 heeft COMENSHA (Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel) melding gedaan bij de recherche SZW van arbeidsuitbuiting van aangeefster die enkele maanden heeft gewerkt in restaurant [bedrijf 1] te Roermond. Op 4, 12 en 16 november 2020 is de aangifte van aangeefster opgenomen door twee opsporingsambtenaren die tevens rechercheur zijn, waarvan één gecertificeerd rechercheur mensenhandel. In het meldingsoverleg van 5 januari 2020 werd geconcludeerd dat er mogelijk sprake was van misbruik van de kennismigrantenregeling, maar voor de afdeling opsporing van inspectie SZW zou het een te gering feit zijn voor nader onderzoek. In overleg met de officier van justitie is toen besloten om de zaak over te dragen aan de directie arbeidsmarktfraude (de afdeling Arbeidsmarktfraude van de Nederlandse Arbeidsinspectie) voor nader onderzoek. Vervolgens is de verdachte verhoord door arbeidsinspecteurs en werd een boeterapport opgemaakt ter zake overtreding van de Wet Arbeid Vreemdelingen. Naar aanleiding van de het opgemaakte boeterapport waren er voldoende opsporingsindicaties die mogelijk zouden kunnen duiden op mensensmokkel en werd op 12 mei 2022 een strafrechtelijk onderzoek gestart.

Op basis van voornoemde feiten en omstandigheden overweegt het hof dat reeds ten tijde van het verhoor van de verdachte bij de arbeidsinspecteurs van de afdeling Arbeidsmarktfraude van de Nederlandse Arbeidsinspectie sprake was van een ‘criminal charge’ (een ingestelde vervolging) in de autonome betekenis die aan deze uitdrukking in artikel 6 EVRM (en artikel 14 IVBPR) moet worden toegekend. De verdachte werd immers verhoord wegens een verdenking van gedragingen die naast beboetbare overtreding tevens als (een) ernstig(e) strafba(r)ar(e) feit(en) zouden kunnen worden aangemerkt, namelijk overtreding van de artikelen 197a en 197b van het Wetboek van Strafrecht. Dit blijkt tevens uit het feit dat de verhoren van aangeefster zijn afgenomen door opsporingsambtenaren/rechercheurs (mensenhandel). Het enkele feit dat de zaak in overleg met de officier van justitie is verwezen naar de afdeling toezicht, omdat sprake zou zijn van een “gering feit”, doet daar niet aan af. Verdachte is daarbij weliswaar gewezen op zijn zwijgrecht maar niet op zijn recht op zijn recht op rechtsbijstand.

De waarborgen uit artikel 6 EVRM, waaronder het recht op rechtsbijstand, waren aldus van toepassing bij de verhoren van de verdachte door de arbeidsinspecteurs. Nu de verdachte bij deze verhoren niet is gewezen op het recht op rechtsbijstand en hij in deze verhoren een belastende verklaring heeft afgelegd – terwijl hij zich in het verhoor bij de politie op advies van zijn raadsman heeft beroepen op zijn zwijgrecht – is het hof van oordeel dat de verdachte door dit verzuim zodanig is benadeeld dat aan de hand van het verloop van het proces als geheel, met inachtneming van de omstandigheden van het geval, moet worden aangenomen dat verdachte geen behoorlijk proces zou hebben gekregen als van die verklaringen gebruik zou zijn gemaakt voor het bewijs van de tenlastegelegde strafbare feiten. Het hof is derhalve van oordeel dat de verhoren van de verdachte bij de arbeidsinspectie buiten beschouwing moeten worden gelaten.

Overige verweren

De raadsman heeft primair bepleit dat – na het uitsluiten van de verklaringen van de verdachte bij de arbeidsarbeidsinspectie – onvoldoende wettig bewijs voorhanden is voor een bewezenverklaring en dat de verdachte daarom integraal moet worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat niet kan worden bewezen dat het verblijf van aangeefster in Nederland al bij aanvang onrechtmatig was en dat de verdachte te kwader trouw was bij het indienen van de aanvraag voor een GVVA, reden waarom de verdachte moet worden vrijgesproken voor het onder 2 tenlastegelegde.

Het hof overweegt als volgt.

De feiten

De verdachte, destijds vennoot van de rechtsvoorganger van de verdachte ( [bedrijf 1] ), is in 2019 via een Chinees bemiddelingsbureau in contact gekomen met aangeefster en heeft haar een baan aangeboden als specialiteitenkok Chinese keuken bij het restaurant [bedrijf 1] . Aangeefster heeft de Chinese nationaliteit en woonde destijds in China. De verdachte had in 2019, toen aangeefster nog in China verbleef, contact gezocht met aangeefster via WeChat. Hij heeft haar gezegd dat ze best wel hard moest werken en dat ze het wel vol zou moeten kunnen houden. Later heeft hij aangeefster nog een keer gebeld om te zeggen dat ze toestemming had gekregen om in Nederland te komen werken. Die dag heeft het bemiddelingsbureau dat ook verteld aan aangeefster. De verdachte en aangeefster hebben meerdere keren contact met elkaar gehad voordat aangeefster naar Nederland kwam. Via WeChat heeft de verdachte ook gevraagd aan aangeefster wanneer zij een visum ging aanvragen en wanneer zij dit visum zou krijgen, zodat hij wist wanneer hij haar kon komen ophalen.

Op 5 maart 2020 kwam aangeefster aan in Nederland. De verdachte heeft aangeefster samen met een ander persoon die werkzaam was in het restaurant opgehaald van het vliegveld en naar haar logeeradres boven het restaurant [bedrijf 1] gebracht. De verdachte had daar een kamer voor aangeefster geregeld. De volgende dag, 6 maart 2020, is aangeefster begonnen met werken. Een oudere vrouw heeft aangeefster de eerste drie dagen uitgelegd hoe zij de schoonmaakwerkzaamheden moest verrichten. Aangeefster moest het werk van deze vrouw leren. In de ochtend werkte aangeefster 4 uren. Zij ging dan stofzuigen, dweilen en schoonmaken waar het vies was. De verdachte vertelde aangeefster dan bijvoorbeeld dat ze de muur moest schoonmaken. In de middag werkte aangeefster vanaf 16.30 uur en ging dan afwassen. De eerste 10 dagen werkte aangeefster bijna elke dag 11,5 uur. Daarna werd de zaak gesloten voor klanten vanwege de Corona lockdown. Nadat aangeefster en de andere vrouw de eerste 1 tot 3 dagen samen hadden gewerkt, gingen aangeefster en de andere vrouw om en om in de schoonmaak van het restaurant werken. Als aangeefster werkte, was de andere vrouw vrij en andersom.

De verdachte vertelde aangeefster wat zij moest doen en hield toezicht op haar werkzaamheden. Voor haar komst naar Nederland was aangeefster verteld dat zij in de keuken moest werken, maar toen aangeefster in Nederland aankwam heeft de verdachte haar ander werk gegeven. Verder is de verdachte is met aangeefster naar het gemeentehuis gegaan om haar woonadres te laten registreren. De verdachte zou aangeefster ook helpen met het regelen van een zorgverzekering, omdat aangeefster de Nederlandse taal niet machtig is, maar hierover heeft aangeefster een maand lang discussie met de verdachte gehad. De verdachte liet de verzoeken van de zorgverzekering om aanvullende papieren op te sturen weken liggen en toen aangeefster de verdachte daarop aansprak, zei de verdachte tegen aangeefster dat ze kon vertrekken als ze niet wilde werken.

In de opgemaakte arbeidsovereenkomst tussen [bedrijf 1] en aangeefster d.d. 16 september 2019 en op de loonstroken staat dat aangeefster de functie specialiteitenkok Chinese keuken zou vervullen en dat zij daarvoor € 1.889,28 bruto per maand zou verdienen, maar aangeefster heeft verklaard dat zij alleen maar schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht. Ook kreeg zij het afgesproken loon niet. Voor de maanden maart, april en mei heeft aangeefster slechts € 500,- uitbetaald gekregen. Dit heeft de verdachte pas in de maand juni contant gegeven aan aangeefster. In juni ontving aangeefster via de bank € 1.649,-, maar daarvan moest zij € 1.150,- teruggeven aan de verdachte. In juli en augustus is er ook € 1.649,- naar aangeefster overgemaakt via de bank en heeft aangeefster op verzoek van de verdachte € 349,- teruggestort. De verdachte heeft aangeefster gevraagd om de bedragen € 600,-, € 550,- en € 349,-, maar hem terug te storten. Aangeefster heeft verklaard dat zij er wel met de verdachte over heeft gediscussieerd dat zij niet het afgesproken bedrag uitbetaald kreeg, maar dat de verdachte dan tegen haar zei dat zij terug moest gaan als ze het niet wilde doen. Hoewel aangeefster vanaf de maand juni

€ 1.649,- aan salaris per maand op haar bankrekening gestort kreeg, had de verdachte tegen haar gezegd dat zij slechts € 1.300,- zou krijgen en dat aangeefster het bedrag dat daarboven kwam terug moest storten.

In de periode voor de sluiting van het restaurant vanwege de lockdown heeft aangeefster 11,5 uur per dag enkel schoonmaakwerkzaamheden verricht. Toen het restaurant in de periode daarna tot juli 2020 gesloten was voor bezoekers, heeft aangeefster op een week na een aantal uren per dag schoonmaakwerkzaamheden verricht voor het restaurant. Tijdens de lockdown waren er echter nog wel koks op de sushi afdeling werkzaam voor het bereiden van de afhaalmaaltijden. De verdachte was in die periode ook aanwezig in het restaurant en had daar de leiding. Vanaf juli 2020 was het restaurant weer geopend, maar ook toen bleef aangeefster enkel haar oude schoonmaakwerkzaamheden verrichten, zoals zij ook deed in de 10 dagen voor de lockdown. Aangeefster heeft de hele periode waarin zij voor [bedrijf 1] heeft gewerkt geen kokswerkzaamheden verricht, waarvoor de GVVA bedoeld was.

Verder volgt uit de verklaringen van aangeefster dat de verdachte aangeefster vertelde wat voor werkzaamheden zij moest verrichten en hoe ze dat moest doen. Hierover heeft zij meerdere keren ruzie gehad met de verdachte die volgens aangeefster enorm kritisch was en regelmatig teveel dronk waarna er ruzie tussen hen ontstond. Als aangeefster daar tegenin ging, dan zei de verdachte telkens dat zij maar moest vertrekken als ze niet wilde werken. Voorts maakte de verdachte geregeld seksueel ongepaste opmerkingen naar aangeefster, waardoor aangeefster zich in haar waardigheid aangetast voelde. Aangeefster voelde zich erg ongelukkig in deze situatie, maar zij had het gevoel dat zij eigenlijk niet tegen de verdachte in kon gaan, omdat zij haar salaris nodig had vanwege een hoge schuld en omdat veel geld had betaald aan het bemiddelingsbureau om voor [bedrijf 1] te kunnen werken. De verdachte wist van de schulden van aangeefster.

Oordeel van het hof

Het hof stelt vast dat aangeefster de hele periode waarin zij werkzaam was voor de verdachte nooit werkzaamheden als specialiteitenkok Chinese keuken heeft verricht waarvoor de GVVA is aangevraagd. In de 10 dagen voor de sluiting van het restaurant vanwege de lockdown heeft aangeefster lange dagen gewerkt in de schoonmaak en de afwas en ook in de 2 maanden vanaf juli 2020, toen het restaurant weer volledig open was, heeft aangeefster enkel schoonmaakwerkzaamheden verricht. De verdachte heeft geen enkele aannemelijke verklaring afgelegd waarom hij en [bedrijf 1] aangeefster geen werkzaamheden als specialiteitenkok, zelfs geen poging of aanvang daartoe, heeft laten verrichten. Voor zover de verdediging heeft gesteld dat de overheidsmaatregelen vanwege corona eraan in de weg stonden om aangeefster werkzaamheden in de keuken te laten verrichten, overweegt het hof dat de verdachte aangeefster vanaf het begin – toen er nog geen sprake was van maatregelen – en in de maanden juli, augustus en september 2020 na het opheffen van (een deel van) de maatregelen alleen heeft laten schoonmaken. De overheidsmaatregelen vanwege corona kunnen dus niet de reden zijn geweest dat aangeefster nooit als kok heeft gewerkt voor [bedrijf 1] .

Blijkens de bewijsmiddelen heeft de verdachte namens [bedrijf 1] (mede) de arbeidsovereenkomst getekend waarmee aangeefster werd aangenomen als specialiteitenkok Chinese keuken. Deze functie staat overigens ook op alle loonstroken van aangeefster. Nu aangeefster onder leiding van de verdachte in het restaurant nooit van de verdachte de opdracht heeft gekregen om de werkzaamheden uit te voeren waarvoor de GVVA was verleend en de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven waarom dit niet is gebeurd, kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat de verdachte bewust onjuiste gegevens heeft opgegeven voor het verkrijgen van de GVVA voor aangeefster. Aangeefster – die geen EU onderdaan is – verbleef derhalve vanaf haar aankomst wederrechtelijk in Nederland, omdat de verdachte, zoals hiervoor vermeld, kennelijk nooit de bedoeling heeft gehad om aangeefster als Chinese specialiteitenkok te laten werken en aangeefster nooit in deze functie gewerkt heeft. Het hof verwerpt het andersluidende verweer. De overige verweren, inhoudende dat geen sprake is van wettig bewijs, vinden hun weerlegging in de bewijsmiddelen. Het hof acht beide tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is.

Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van een ander, die zich wederrechtelijk verblijf in Nederland heeft verschaft, krachtens overeenkomst arbeid doen verrichten, terwijl hij weet dat dat verblijf wederrechtelijk is.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het – kort gezegd – het in het medeplegen van het uit winstbejag een ander behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl de verdachte wist dat dat verblijf wederrechtelijk was (feit 1) en het medeplegen van het tewerkstellen van een illegale vreemdeling (feit 2 primair).

Dergelijke feiten zijn strafbaar gesteld omdat daarmee het overheidsbeleid om illegaal verblijf in Nederland tegen te gaan wordt gefrustreerd. Bovendien leveren dergelijke feiten een acute gevaarzetting op voor de publieke kas. De gesmokkelden en tewerkgestelden draaien immers niet mee in het stelsel van sociale verzekeringen en genieten niet de sociale rechten die een persoon (al dan niet werknemer) met rechtmatig verblijf heeft. Daar komt voor wat betreft illegaal tewerkgestelden bij dat zij zich inherent in een onwenselijk afhankelijke positie bevinden ten opzichte van hun werkgever.

Dat een zodanige situatie kan leiden tot onwenselijke omstandigheden wordt in deze zaak

op trieste wijze geïllustreerd. Uit het dossier leidt het hof af dat het slachtoffer meerdere

malen een (groot) deel van haar salaris moest terugbetalen aan de verdachte, dat zij de verdachte moest betalen om een loonstrook van hem te ontvangen en dat de verdachte haar veelvuldig onder druk zette tijdens haar werkzaamheden. Het hof neemt het de verdachte kwalijk dat hij op deze wijze misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheidspositie van het slachtoffer. Daarbij is het als bijzonder ernstig aan te merken dat de verdachte feitelijk bezien loon inhield van het slachtoffer, terwijl zijn financiële verplichting om het slachtoffer te betalen grotendeels werd ondervangen door de destijds geldende NOW-regeling in de coronatijd.

Het hof heeft bij de strafoplegging verder gelet op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 2 april 2026, betreffende het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat hij niet eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van een soortgelijk strafbaar feit.

Redelijke termijn

De raadsman heeft overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota betoogd dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden en dat deze overschrijding moet worden verdisconteerd in de strafoplegging.

Het stelt voorop dat in art. 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo’n handeling worden aangemerkt.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis/eindarrest binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Het hof overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Het hof is van oordeel dat de redelijke termijn in de onderhavige strafzaak in eerste aanleg is aangevangen vanaf de datum van het verhoor door de arbeidsinspecteurs op 14 mei 2021. Op dat moment was – zoals hierboven overwogen – sprake van een ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 EVRM en is ook de cautie gegeven met het oog op bestuursrechtelijke bestraffing. De cautie die door het bestuursorgaan is gegeven voor het beboetbare feit doet naar het oordeel van het hof tevens de redelijke termijn voor de daarop volgende strafrechtelijke vervolging aanvangen. De schending van de redelijke termijn in eerste aanleg bedraagt aldus ruim 1 jaar.

Het hoger beroep is ingesteld op 27 juni 2024 en het arrest in hoger beroep is gewezen op 14 augustus 2026. Daarmee is de redelijke termijn in hoger beroep overschreden met ongeveer 1,5 maand.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, is het hof van oordeel dat de redelijke termijn in de fasen van eerste aanleg en hoger beroep weliswaar is overschreden, maar dat de hoogte van de hierna te vermelden op te leggen straf in de weg staat aan vermindering.

Alles afwegende acht het hof een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden.

Met oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 197a en 197b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door:

mr. J.C. Gillesse, voorzitter,

mr. A.R. Hartmann en mr. W.F. Koolen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R.R.A.C. Dinnissen, griffier,

en op 14 augustus 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. A.R. Hartmann is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.C. Gillesse
  • mr. A.R. Hartmann
  • mr. W.F. Koolen

Griffier

  • mr. R.R.A.C. Dinnissen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand