ECLI:NL:GHSHE:2026:2445

ECLI:NL:GHSHE:2026:2445

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer 20-002173-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan grooming en poging tot verleiding van twee minderjarigen om naaktfoto’s en een -video van zichzelf te maken in ruil voor een paard. De verdachte heeft gereageerd op twee Marktplaatsadvertenties waaruit bleek dat een 14-jarig en een 13-jarig meisje een verzorgpaard zochten. Met het 14-jarige meisje heeft hij ook daadwerkelijk afgesproken en voorgesteld om op een afgelegen plek de naaktfoto’s en de video van haar te maken. Het hof verenigt zich met het vonnis van de rechtbank, met uitzondering van de opgelegde sanctie en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 02-165459-21. Het hof legt aan de verdachte op een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 300 dagen met aftrek van voorarrest, TBS met voorwaarden en een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 5 augustus 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-284607-23, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 02-165459-21, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep, heeft de rechtbank het tenlastegelegde bewezenverklaard en dat gekwalificeerd als:

de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren. De rechtbank heeft aan het voorwaardelijke strafdeel naast de algemene voorwaarde tevens bijzondere voorwaarden verbonden en daarbij bepaald dat deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. Voorts is de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) opgelegd en heeft de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen. Verder is de tenuitvoerlegging gelast van een eerder aan de verdachte onder parketnummer 02-165459-21 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 16 weken. Ten slotte heeft de rechtbank de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven GSM verbeurd verklaard.

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk verklaard. Deze benadeelde partij heeft niet te kennen gegeven de vordering tot schadevergoeding in hoger beroep te handhaven, zodat deze vordering niet aan de orde is in hoger beroep.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het bestreden vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, in die zin dat het hof:

Door de verdediging is bepleit dat het hof de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf en de daaraan verbonden bijzondere voorwaarden zal bevestigen (eventueel in combinatie met een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel). Daarnaast is aan het hof verzocht om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis – voor zover dat aan het oordeel van het hof is onderworpen – en met de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de opgelegde sanctie en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 02-165459-21. Voor de goede orde merkt het hof op dat het beroepen vonnis ook wordt bevestigd ten aanzien van de bijkomende beslissing van de rechtbank op de inbeslaggenomen en niet teruggegeven GSM.

Op te leggen sanctie

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep aan het hof verzocht om te volstaan, evenals de rechtbank, met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, in combinatie met een forse voorwaardelijke gevangenisstraf en daaraan bijzondere voorwaarden te verbinden. Daartoe heeft de raadsvrouw van de verdachte naar voren gebracht dat het thans lopende kader waarbij een voorwaardelijke detentie boven verdachtes hoofd hangt, voldoende de veiligheid van anderen waarborgt en het recidiverisico beperkt. Inmiddels is de verdachte klinisch opgenomen bij de Forensische Psychiatrische Afdeling (hierna: FPA) bij [locatie 1] , heeft hij meerdere behandelingen positief afgerond en is hij ook gemotiveerd om zijn behandeling te laten slagen. Volgens de raadsvrouw ontbreekt in het TBS-maatregelrapportage van de reclassering d.d. 22 juli 2026 een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat oplegging van TBS met voorwaarden noodzakelijk is, temeer nu de toezichthouder van de verdachte heeft aangegeven dat het huidige kader goed verloopt. Tegen die achtergrond is het opleggen van TBS met voorwaarden niet noodzakelijk om het gevaar voor anderen af te wenden, aldus de verdediging. Indien het hof een kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke strafdeel niet stevig genoeg acht, kan het hof tevens een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM) aan de verdachte opleggen.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan grooming en poging tot verleiding van twee minderjarigen om naaktfoto’s en een -video van zichzelf te maken in ruil voor een paard. De verdachte heeft gereageerd op twee Marktplaatsadvertenties waaruit bleek dat een 14-jarig en een 13-jarig meisje een verzorgpaard zochten. Met het 14-jarige meisje, [benadeelde 2] , heeft hij ook daadwerkelijk afgesproken en voorgesteld om op een afgelegen plek de naaktfoto’s en de video van haar te maken. In beide gevallen hebben de ouders ingegrepen, het gesprek overgenomen en een melding gemaakt bij de politie waardoor de verdachte is opgepakt. Dit zijn feiten die schadelijk kunnen zijn voor de geestelijke en seksuele ontwikkeling van jonge slachtoffers. De verdachte heeft hierbij kennelijk nooit stilgestaan en zijn eigen belangen en verlangens vooropgesteld. Dat het uiteindelijk niet tot een ontmoeting is gekomen dan wel dat de minderjarigen geen naaktfoto’s hebben verstuurd, is niet aan de verdachte te danken, maar aan het tijdig en adequaat ingrijpen van de ouders. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.

Justitiële Documentatie

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof in strafverzwarende zin acht geslagen op een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 27 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte in 2022 nog onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke zedenfeiten, waarbij er eveneens sprake was van de verleiding van een minderjarige om ontuchtige handelingen te plegen in ruil voor geld of een goed, maar ook van het daadwerkelijk vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen. De verdachte liep nota bene in de proeftijd van de hiervoor genoemde voorwaardelijke veroordeling tijdens het plegen van de onderhavige feiten. Deze eerdere veroordeling heeft de verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen.

De persoon van de verdachte

In aanvulling op de eerdere gedragsdeskundige rapportages die over de verdachte zijn uitgebracht, heeft het hof in hoger beroep ook kennis genomen van de Pro Justitia rapportages opgemaakt door psychiater I. Maksimovic en gezondheidszorg en forensisch psycholoog P.E. Geurkink, van respectievelijk 5 december en 4 december 2025.

Uit deze rapportages volgt dat bij de verdachte sprake is van een neurobiologische ontwikkelingsstoornis, c.q. een licht verstandelijke beperking, die zich uit in de vorm van beperkte intellectuele en contactuele vaardigheden, een laag sociaal-emotioneel ontwikkelingsniveau en, in de kindertijd, aandachtsdeficiëntie/hyperactiviteitsstoornis (ADHD). Verder is er bij de verdachte sprake van een ernstige stoornis in alcoholgebruik, momenteel in remissie in een gereguleerde omgeving, en een lichte stoornis in cannabisgebruik, ook momenteel in remissie in een gereguleerde omgeving. Op grond van onderhavig onderzoek kan een parafiele stoornis niet kan worden aangetoond, maar ook niet uitgesloten. De deskundigen hebben geadviseerd om het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen.

Het hof is van oordeel dat bovengenoemde rapportage van de psychiater en de psycholoog op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en dat de conclusies van het onderzoek met betrekking tot de toerekenbaarheid worden gedragen door een deugdelijke en inzichtelijke gemotiveerde onderbouwing. Het hof neemt de conclusies van deze deskundigen, dat het bewezenverklaarde de verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend, dan ook over. Het hof houdt hier rekening mee in de strafoplegging.

Voor wat betreft de beoordeling van het risico op seksueel grensoverschrijdend dan wel gewelddadig gedrag, hebben de gedragsdeskundigen meegewogen dat de verdachte binnen de proeftijd van een eerdere veroordeling is gerecidiveerd, alsook dat er sprake is van ruis binnen het lopende kader onder de omstandigheden dat de verdachte onbeperkt toegang heeft tot het internet. Zo verbleef de verdachte van augustus 2024 tot en met 25 september 2024 binnen FPA [locatie 2] en vond eind september 2024 een incident plaats, waarbij de verdachte een fotograaf zou hebben gedwongen tot seksuele verzoeken. Op 16 april 2025 is besloten de behandeling op de FPA [locatie 2] stop te zetten omdat de verdachte herhaaldelijk niet open was over zijn (seksuele) gedachten en gevoelens en hield zich herhaaldelijk

niet aan de afspraken omtrent internet en telefoongebruik. Op 10 april 2025 is er tijdens een telefooncontrole een schermtijd van 15 uur aangetroffen, met meerdere foto’s van vrouwen en kinderen. Na een huiszoekingsbevel op 31 juli 2025 door de zedenpolitie, gaf de verdachte toe dat hij facebookcontacten had en dat hij zich naakt had aangeboden. Gelet op het voorgaande, in samenhang met het feit dat verdachtes problematiek nog niet in voldoende mate is bewerkt door middel van behandeling, hebben de gedragsdeskundigen het risico op seksueel hands-off gedrag als hoog ingeschat. Het risico op hands-on gedrag is moeilijker in te schatten, omdat het feitelijk nog niet is voorgevallen en mede omdat er nog onvoldoende zicht is op verdachtes seksualiteit en bronnen van zijn seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Volgens de gedragsdeskundigen heeft de verdachte klinische behandeling nodig in een instelling waar expertise is op het gebied van licht verstandelijke beperking en zedenproblematiek (zoals FPA [locatie 1] , of een vergelijkbare instelling). Ook zal de verdachte moeten werken aan zijn verslavingsproblematiek, zodat de kans op terugval beperkt wordt. Na de klinische fase is het nodig om de verdachte ambulant te blijven begeleiden en toezicht te houden in de context van beschermd of begeleid wonen.

In de rapportage is geconcludeerd dat het beloop van de behandeling in FPA [locatie 2] heeft laten zien dat de verdachte gemotiveerd is voor behandeling en dat de nodige klinische behandeling, alsook het traject binnen beschermd of begeleid wonen kunnen worden gewaarborgd binnen een voorwaardelijk kader. Hetzelfde geldt voor het beloop van de behandeling tot nu toe binnen FPA [locatie 1] , ook wat beperkende interventies betreft op het gebied van internetgebruik. Volgens de gedragsdeskundigen is het van groot belang dat het voorwaardelijke kader lang genoeg is, zodat binnen dat kader zowel de klinisch behandeling als het traject binnen beschermd of begeleid wonen kunnen plaatsvinden. Dit mede vanwege het feit, dat mensen met een licht verstandelijke beperking tijd nodig hebben om nieuwe (coping)vaardigheden in patronen in te laten slijten. Maksimovic meent dat zowel het lopende kader van een voorwaardelijke veroordeling in combinatie met een GVM alsmede het kader van TBS met voorwaarden voldoende mogelijkheid bieden voor het klinische en na-klinische traject, met dien verstande dat het kader van TBS met voorwaarden ‘steviger’ is qua mogelijke duur en interventiemogelijkheden. Ook Geurkink heeft gerapporteerd dat behandeling in het lopende kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke strafdeel met een lange looptijd, in combinatie met een GVM, toereikend moeten zijn gezien het feit dat de verdachte zich inzet voor zijn behandeling. Als echter lopende de behandeling blijkt dat de verdachte ook aan parafilie lijdt en/of predelictgedrag vertoont, is meer dwang, behandelintensiteit en tijd nodig en ook garanties dat de behandeling tot een vermindering van de kans op een recidive leidt. In dat geval is een TBS met voorwaarden mogelijk meer passend.

Het hof heeft ook acht geslagen op de reclasseringsrapporten van 24 april 2024, 5 juli 2024 en 22 juli 2026. Uit deze rapporten blijkt, in lijn met de Pro Justitia rapportages, dat de verdachte gemotiveerd is om mee te werken aan behandeling en begeleiding, maar dat de grootste risicofactoren betreffen zijn verstandelijke beperking, de eerdere veroordeling voor een zedenfeit en zijn verslavingsproblematiek. In afwijking van hun eerdere advies van 5 juli 2024, heeft de reclassering in het TBS-maatregelrapport d.d. 22 juli 2026 geadviseerd om een TBS met voorwaarden aan de verdachte op te leggen. Daarbij heeft de reclassering gewezen op het feit dat de verdachte eerder recidiveerde in een lopend toezicht en het wellicht moeilijk wordt om behandeling en begeleiding langere tijd vol te houden en omdat de verdachte weinig ziekte inzicht heeft en de gevolgen van zijn gedrag niet kan overzien. Het doel is om de verdachte zijn klinische behandeling af te laten maken op FPA [locatie 1] . Blijkens de door de verdediging overgelegde e-mailbericht van 17 augustus 2026, afkomstig van de reclasseringstoezichthouder van de verdachte, werkt de verdachte weliswaar goed mee aan het huidige traject, maar is na een interne casuïstiekbespreking door de reclassering besloten om desondanks TBS met voorwaarden te adviseren gelet op de risico’s en risicofactoren bij de verdachte.

De op te leggen sanctie

Naar het oordeel van het hof kan – gelet op de aard en ernst van de onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan – niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Bij de strafoplegging weegt het hof enerzijds als strafverzwarende omstandigheid mee dat de verdachte in 2022 reeds onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Anderzijds weegt het hof als strafverminderende omstandigheid mee dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar wordt geacht door de gedragsdeskundigen. Alles afwegende acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen met aftrek van het voorarrest, in beginsel passend en geboden.

Ten aanzien van de berechting binnen een redelijke termijn overweegt het hof nog het volgende.

Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een afdoening van zijn strafzaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.

Namens de verdachte is op 16 augustus 2024 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof op 9 september 2026 – en derhalve niet binnen twee jaren na het instellen van hoger beroep – arrest wijst. De redelijke termijn in hoger beroep is hierdoor met bijna 1 maand overschreden. Niet is gebleken dat deze overschrijding aan de verdediging is te wijten.

Zoals hiervoor is overwogen zou zonder overschrijding van de redelijke termijn een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen met aftrek van voorarrest, passend en geboden zijn geweest. Het hof zal de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep verdisconteren in de straftoemeting, in die zin dat het hof de duur van de op te leggen gevangenisstraf zal matigen tot een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen met aftrek van het voorarrest.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of naast de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden, zoals door de advocaat-generaal is gevorderd, dient te worden gelast of dat kan worden volstaan met een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden, zoals al in gang is gezet. Vooropgesteld dient te worden dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van de bewezenverklaarde feiten sprake was van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis en dat de bewezenverklaarde feiten hem in verminderde mate zijn toe te rekenen. Het hof heeft verder geconstateerd dat het onder 2 bewezenverklaarde feit een misdrijf is waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld.

Het hof stelt voorop dat verdachte zich bereid heeft verklaard tot naleving van de voorwaarden die momenteel als bijzondere voorwaarden aan de door de rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf zijn verbonden. Daarnaast heeft de verdachte ten overstaan van het hof ook verklaard dat hij mee zal werken aan die voorwaarden indien deze worden opgelegd in het kader van een TBS met voorwaarden.

Tegen die achtergrond, alsmede de beschikbare deskundigenrapportages over het geestesvermogen van de verdachte, acht het hof het noodzakelijk dat de verdere ontwikkeling van de verdachte plaatsvindt binnen een kader van TBS met voorwaarden. Het hof is van oordeel dat oplegging van de modaliteit van een voorwaardelijke gevangenisstraf te weinig grip gedurende een te korte periode biedt in het licht van de aard en ernst van de problematiek van verdachte. Het hof overweegt daarbij dat het algemeen belang groot is dat verdachte niet recidiveert en begeleiding bij zijn problematiek krijgt, ook voor een langdurige periode indien dit geïndiceerd is. Uit de rapportages alsmede de verklaring van de verdachte in hoger beroep, leidt het hof af dat de verdachte gemotiveerd is voor de behandeling en dat hij erg zijn best doet en al de nodige stappen heeft gemaakt. Echter is het hof ook gebleken dat de verdachte gedurende zijn klinische opnames (nog) geneigd is om terug te vallen in zijn grensoverschrijdende gedragspatroon en dat zijn zelfsturende vermogen beperkt is. Ondanks de ontwikkeling die de verdachte naar het lijkt heeft doorgemaakt, leidt het hof uit het voorgaande af dat de verdachte ongeacht zijn motivatie thans nog onvoldoende stevig genoeg in zijn schoenen staat de behandeling met ‘slechts’ een langdurige voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur te kunnen voltooien. Het hof neemt in de beoordeling ook mee dat de deskundigen hebben ingeschat dat de behandeling van verdachte, die is gestart op 26 augustus 2024, meerdere jaren zal gaan duren nu mensen met een licht verstandelijke beperking tijd nodig hebben om nieuwe (coping)vaardigheden in patronen in te laten slijten. Het hof acht een behandeling als voorwaarde bij een voorwaardelijke gevangenisstraf derhalve niet passend. Een gevangenisstraf is weliswaar een stok achter de deur, maar als verdachte zich niet aan de voorwaarden houdt, dan zal hij tijdens een detentie niet die (intensieve) behandeling krijgen die de onderzoekers noodzakelijk achten. Nu deze behandeling noodzakelijk is voor verdachte teneinde op enig moment met zijn problematiek het leven het hoofd te bieden acht het hof oplegging van TBS met voorwaarden passend en geboden. Het hof acht het dan ook van vanuit oogpunt van de beveiliging van de maatschappij onverantwoord te volstaan met een lichter juridisch kader, zoals door de verdediging is bepleit.

De maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden wordt opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten de onder 2 bewezenverklaarde poging tot verleiding van een minderjarige tot ontuchtige handelingen.

Dadelijke uitvoerbaarheid

Het hof is van oordeel dat de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden dient te worden bevolen. Zoals hiervoor overwogen spreken de deskundigen in de meest recente rapporten van een hoog risico op seksueel hands-off gedrag en is het risico op seksueel hands-on gedrag moeilijker in te schatten. Gelet op de aard van het bewezenverklaarde en het recidiverisico, is het hof van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Het zal daarom de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden bevelen, op de voet van artikel 38, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel

Het hof zal, in navolging van het advies van de reclassering zoals vermeld in het TBS-maatregelrapport van 22 juli 2026, bepalen dat aan de verdachte de gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd, om, gelet op de licht verstandelijke beperking en de complexe problematiek van de verdachte, ook na afloop van de TBS, indien nodig, de mogelijkheid van intensief toezicht en controle te kunnen behouden.

De gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel wordt opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten de onder 2 bewezenverklaarde poging tot verleiding van een minderjarige tot ontuchtige handelingen.

Conclusie

Samengevat acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 300 dagen met aftrek van voorarrest, TBS met voorwaarden en een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel, passend en geboden.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 16 weken, opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 oktober 2022 onder parketnummer 02-165459-21. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Op grond van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 37a, 38, 38a, 38z, 45, 57, 248a en 248e van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde sanctie en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 02-165459-21, en doet in zoverre opnieuw recht:

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 300 (driehonderd) dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld, waarbij als algemene voorwaarde geldt dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en stelt daarbij ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde:

Geen strafbaar feit plegen

De ter beschikking gestelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit.

Meewerken aan reclasseringstoezicht

De ter beschikking gestelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:

- de ter beschikking gestelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;

- de ter beschikking gestelde laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van de ter beschikking gestelde vast te stellen;

- de ter beschikking gestelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de ter beschikking gestelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden;

- de ter beschikking gestelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn/haar gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;

- de ter beschikking gestelde werkt mee aan huisbezoeken;

- de ter beschikking gestelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

- de ter beschikking gestelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;

- de ter beschikking gestelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de ter beschikking gestelde, als dat van belang is voor het toezicht.

Meewerken aan time-out

Als de reclassering dat nodig vindt en de ter beschikking gestelde daarmee instemt, kan de ter beschikking gestelde voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of ter beschikking gestelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.

Niet naar het buitenland

De ter beschikking gestelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.

Opneming in een zorginstelling

De ter beschikking gestelde laat zich, zolang als de reclassering dit nodig vindt, opnemen in en behandelen door FPA [locatie 1] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start meteen na de uitspraak. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De ter beschikking gestelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de ter beschikking gestelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.

Ambulante behandeling

De ter beschikking gestelde laat zich behandelen door een polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt en aansluitend aan de klinische behandeling. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, seksueel grensoverschrijdend gedrag. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de ter beschikking gestelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.

Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang

Dat de ter beschikking gestelde zolang als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een RIBW of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan de klinische behandeling. De ter beschikking gestelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.

Verbod verdovende middelen

Dat de ter beschikking gestelde geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De ter beschikking gestelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

Alcoholverbod

Dat de ter beschikking gestelde geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De ter beschikking gestelde moet meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.

Dagbesteding

De ter beschikking gestelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.

Aflossing schulden

De ter beschikking gestelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden en blijft meewerken met de reeds aangestelde bewindvoerder en mentor.

Vermijden contact met minderjarigen

De ter beschikking gestelde zoekt op geen enkele wijze contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt de veroordeelde dat reclassering hiervan op de hoogte is. De contacten met zijn zoon worden begeleid door de begeleidende jeugdzorginstantie.

Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik

Dat de ter beschikking gestelde:

1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;

2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;

3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);

4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verloopt in gesprekken met de reclassering.

Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de ter beschikking gestelde in gebruik heeft.

De ter beschikking gestelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de ter beschikking gestelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de ter beschikking gestelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.

De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar, meenemen.

De controles mogen maximaal (circa) drie keer per jaar worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de ter beschikking gestelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de ter beschikking gestelde.

geeft de reclassering opdracht aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

beveelt dat de opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is;

legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;

wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket Oost-Brabant van 8 februari 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 oktober 2022, in de strafzaak met parketnummer 02-165459-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 16 weken;

bevestigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door:

mr. S.V. Pelsser, voorzitter,

mr. S.C. van Duijn en mr. C.C.H.T. Coert, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. L. van Harskamp, griffier,

en op 9 september 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. S.C. van Duijn is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.V. Pelsser
  • mr. S.C. van Duijn
  • mr. C.C.H.T. Coert

Griffier

  • mr. L. van Harskamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand