ECLI:NL:GHSHE:2026:2531

ECLI:NL:GHSHE:2026:2531

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer 000550-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Schorsing ter fine van het uitzitten van een opgelegde onherroepelijke gevangenisstraf kan derhalve worden overgegaan indien sprake is van een zodanig zwaarwegend persoonlijk belang van verdachte dat een uitzondering dient te worden gemaakt op de hoofdregel van executie. Het hof ziet daartoe in deze zaak geen aanleiding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Raadkamerappelnummer: AVNR. 000550-26

Parketnummer 1e aanleg: 02-238524-25

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda van 17 juli 2026, waarbij door de officier van justitie in de zaak tegen:

[naam verdachte]

geboren [datum] te [plaats]

thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in [detentieplaats]

hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda van 15 juli 2026, bij welke beschikking het verzoek tot schorsing van de aan [naam verdachte] opgelegde voorlopige hechtenis werd toegewezen.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en raadsman mr. T. Roggenkamp.

Het hof heeft gezien een schriftelijke verklaring van de verdachte, waarin deze kenbaar maakt afstand te doen van de mogelijkheid om in raadkamer te worden gehoord.

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant d.d. 15 juli 2026 om de voorlopige hechtenis van verdachte te schorsen, met als doel dat hij zijn onherroepelijke gevangenisstraf van negen weken (parketnummer [nummer] ) kan uitzitten. De officier van justitie heeft zich daartegen verzet.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof overweegt dat de executievolgorde van de vrijheidsbenemende sancties is neergelegd in artikel 1:4 van de ministeriele regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beschikkingen (hierna: de Regeling). Uit die Regeling volgt dat de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis voorgaat op de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf en overige vrijheidsbenemende sancties. Artikel 1:9, eerste lid van de Regeling bepaalt dat van de executievolgorde niet wordt afgeweken, tenzij “uit een persoonsgerichte beoordeling volgt dat dit bijdraagt aan een persoonsgerichte invulling van de tenuitvoerlegging als bedoeld in artikel 1:2, tweede lid, onder a van het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen”. Gelet hierop, alsmede in aanmerking genomen dat het schorsen van de voorlopige hechtenis ter fine van de executie van een onherroepelijke gevangenisstraf in zijn algemeenheid gepaard kan gaan met een aantal praktische bezwaren, die in voorkomende gevallen ook (maatschappelijk ongewenste) risico’s met zich kunnen meebrengen, is het hof van oordeel dat als uitgangspunt dient te gelden dat de schorsing niet wordt bevolen ter fine van executie van een reeds onherroepelijke straf, tenzij er wederom sprake is van zwaarwegende persoonlijke belangen. Indien er wordt besloten om te schorsen, verdient het aanbeveling om de schorsing niet direct of op de volgende dag te laten ingaan, maar pas na een aantal dagen, ter voorkoming van uitvoeringsproblemen.

Schorsing ter fine van het uitzitten van een opgelegde onherroepelijke gevangenisstraf kan derhalve worden overgegaan indien sprake is van een zodanig zwaarwegend persoonlijk belang van verdachte dat een uitzondering dient te worden gemaakt op de hoofdregel van executie. Het hof ziet daartoe in deze zaak geen aanleiding.

Het hof heeft daarbij ook gelet op het feit dat de voorlopige hechtenis mede is gebaseerd op

een ernstig gevaar voor herhaling en het gaat om feiten waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt, is het hof van oordeel dat het onverantwoord is om thans de voorlopige hechtenis te schorsen ter fine van de executie van een de onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Het hof wijst toe het beroep.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst toe het hoger beroep.

Vernietigt de beschikking waarvan beroep.

Aldus gedaan op 3 september 2026

door mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter, mr. R. Lonterman en mr. R de Bree, raadsheren,

in tegenwoordigheid van S.J.H. van Beekveld en mr. K.K. Boudih, griffiers.

Mrs. R. Lonterman en R. de Bree zijn buiten staat deze beschikking mede ondertekenen.

De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.

's-Hertogenbosch, 20 augustus 2026

Gezien d.d.

De directeur van [detentieplaats]

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. O.M.J.J. van de Loo
  • mr. R. Lonterman
  • mr. R de Bree

Griffier

  • mr. K.K. Boudih

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand