GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.375.169/01
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 30 september 2026 in het hoger beroep en in het incident ex artikel 223 Rv
in de zaak van
1. Oostappen Groep B.V.,statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. Oostappen Vakantiepark Prinsenmeer B.V.,statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. Oostappen Vakantiepark Brugse Heide B.V.statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
4. Stadsresort Valkenburg B.V.,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
5. [geïntimeerde sub 5] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellanten, eisers in het incident,
hierna: Oostappen c.s.,
advocaat: mr. E.C.M. Braun te 's-Hertogenbosch,
tegen:
M2R Invest B.V.,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde, verweerster in het incident,
hierna: M2R,
advocaat: mrs. B. Martens en B.C. van Schaik te Amsterdam.
Tegenwoordig zijn:
mr. M.G.W.M. Stienissen, voorzitter,
mrs. C.N.M. Antens en P.P.M. Rousseau, leden
mr. S.C.J. Bouwman-Wagemakers, griffier.
Na uitroeping van de zaak zijn verschenen:
[geïntimeerde sub 5] , mede namens appellanten sub 1 tot en met 4,
mr. E.C.M. Braun, advocaat van appellanten,
[persoon A] namens M2R, geïntimeerde,
mrs. B. Martens en B.C. van Schaik, advocaten van geïntimeerde.
Bij beschikking van 29 september 2026 (zaak 200.375.143/01) is aan Oostappen c.s. toestemming verleend om M2R op verkorte termijn te mogen dagvaarden met inachtneming van de in die beschikking opgenomen voorwaarden en is een mondelinge behandeling in de provisionele vordering (houdende schorsing executieveiling) bepaald. Oostappen c.s. hebben vervolgens, conform de beschikking, op 29 september 2026 de appeldagvaarding aan M2R betekend. Deze appeldagvaarding in turbo spoed appel met grieven en een incidentele vordering ex artikel 223 Rv is - onder bijvoeging van het bestreden vonnis - op 30 september 2026 bij dit hof aangebracht. M2R heeft op diezelfde datum een schriftelijke memorie van antwoord in de hoofdzaak en antwoord in het incident ten behoeve van de mondelinge behandeling met producties, genummerd 1 tot en met 12, genomen.
De spreekaantekeningen van mr. Braun zijn op de zitting aan het procesdossier toegevoegd.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht.
Vervolgens heeft het hof na een schorsing bepaald dat in de hoofdzaak en in het incident vandaag arrest zal worden gewezen. Na een tweede schorsing heeft het hof op de zitting in aanwezigheid van partijen en de griffier mondeling uitspraak gedaan in de hoofdzaak en in het incident.
1. De gronden van de beslissing
i n de hoofdzaak en in het incident:
Het geschil in de hoofdzaak en incident spitst zich toe op de vraag of de executieveiling van 1 oktober 2026 (voor de duur van drie maanden) moet worden geschorst. Partijen hebben al hun standpunten tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht. Het hof ziet geen reden om terug te komen op de beslissing om tevens de hoofdzaak te behandelen.
Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering.
Vaststaat dat sprake is van een opeisbare vordering aan de zijde van M2R van inmiddels ruim € 27 miljoen.
Sinds januari 2025 worden daarop geen rentebetalingen gedaan en er vinden ook geen aflossingen meer plaats.
Voorop staat het recht van de hypotheekhouder om over te gaan tot parate executie. Dit voornemen is al aan Oostappen c.s. kenbaar gemaakt in augustus 2025.
Partijen zijn het eens over de te hanteren van maatstaf voor schorsing van een dergelijke executieveiling zoals weergeven onder rov. 4.2.van het bestreden vonnis.
De grieven spitsen zich toe op de afweging van belangen van partijen.
Het hof is met de voorzieningenrechter in eerste aanleg van oordeel dat M2R een zwaarwegend belang heeft bij executie op korte termijn, met het oog op de voldoening van de aanzienlijk opeisbare vordering, de oplopende rente van € 70.000 per maand, en de waardedaling van de verhaalsobjecten die (deels) niet geëxploiteerd en/of goed onderhouden worden.
Oostappen c.s. hebben aangevoerd dat het onrechtmatig is om nu te executeren op grond van de evident ondeugdelijk en te lage taxatierapporten, maar tussen partijen is niet in geschil dat deze geen formele functie hebben in het kader van de executieveiling en ook niet als informatie worden aangeboden aan geïnteresseerde partijen.
Het hof volgt Oostappen c.s. niet in haar stelling dat de rapporten evident ondeugdelijk zijn. Daartoe wordt overwogen dat het gaat om erkende gecertificeerde taxateurs, terwijl onvoldoende concrete feiten en omstandigheden zijn gesteld op grond waarvan moet worden aangenomen dat die rapporten ondeugdelijk zijn en de taxaties te laag zouden zijn. De bezwaren van Oostappen c.s. zijn doorgeleid aan de taxateurs en de taxateurs hebben daarin geen aanleiding gezien om de taxatie te herzien.
Voor zover de reactie van de taxateurs over de laatste twee rapporten (Brugse Heide en Stadsresort Valkenburg) niet naar Oostappen c.s. is teruggekoppeld, leidt dat niet tot een ander oordeel.
Dit alles betekent dat onvoldoende aannemelijk is dat Oostappen c.s. of andere schuldeisers benadeeld worden.
Voorts acht het hof van belang dat Oostappen c.s. reeds in maart 2026 door de advocaat van M2R schriftelijk is gewezen op de mogelijkheid om een tegentaxatie te laten uitvoeren. Bovendien konden Oostappen c.s. al vanaf augustus 2025 rekening houden met de mogelijke parate executie.
De keuze van Oostappen c.s. om tot op heden zelf geen taxatie te laten uitvoeren, komt voor hun eigen rekening en risico. Dat Oostappen c.s. stellen dat partijen in minnelijk overleg waren en dat zij in afwachting waren van de reactie van de taxateurs op hun bezwaren ten aanzien van Brugse Heide en Stadsresort Valkenburg, leidt niet tot een ander oordeel.
Verder weegt het hof mee dat Oostappen c.s. geen enkele zekerheid stellen voor oplopende kosten vanwege uitstel van de executie.
In het licht van het hiervoor overwogene is niet aannemelijk dat M2R onzorgvuldig handelt door nu over te gaan tot de executieveiling.
Het recht van de parate executie en het belang van M2R om de executieveiling nu door te laten gaan, wegen naar het oordeel van het hof zwaarder dan het belang van Oostappen c.s. bij schorsing van de executieveiling. Anders gezegd: het belang van Oostappen c.s. bij schorsing van de executieveiling weegt niet op tegen het belang van M2R bij de parate executie.
Voor nadere bewijslevering leent dit kort geding zich niet.
Het vorenstaande leidt ertoe dat de voorzieningenrechter in eerste aanleg de primaire vordering terecht heeft afgewezen. Tegen de afwijzing door de voorzieningenrechter in eerste aanleg van de subsidiaire vordering is geen kenbare grief gericht.
Uit het vorenstaande volgt dat er geen belang meer is bij een beslissing in het incident.
Het hof zal het bestreden vonnis bekrachtigen en Oostappen c.s. veroordelen – als de in het ongelijk gestelde partij – in de proceskosten, zoals in het dictum bepaald.
2. De beslissing
Het hof:
in de hoofdzaak en in het incident:
het hof wijst de vorderingen af;
bekrachtigt het bestreden vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 29 september 2026 in zaak C01/429679/KG ZA 26-260;
veroordeelt Oostappen c.s. in de proceskosten in hoger beroep, welke kosten aan de zijde van M2R tot de dag van deze uitspraak worden begroot op € 851,- aan griffierecht en € 2.580,-
(2 punten x tarief II) aan salaris advocaat;
wijst af wat meer of anders is gevorderd.
Deze mondelinge uitspraak is heden gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, C.N.M. Antens en P.P.M. Rousseau en is in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
de griffier voorzitter
(is buiten staat om dit
proces-verbaal mee te ondertekenen)