Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 3 mei 2024, in de strafzaak met parketnummer 71-008437-22 tegen:
[verdachte] ,
geboren te ' [geboortegegevens] ,
wonende te [adresgegevens] .
Hoger beroep
De rechtbank heeft verdachte ter zake van:
feit 1:
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen,
-een ander trachten te bewegen of om daartoe inlichtingen te verschaffen; en
-vervoermiddelen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
feit 2:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 3:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 4:
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen,
-een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of;
-zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;
Feit 5 (primair):
van het plegen van witwassen een gewoonte maken;
veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaren met aftrek van voorarrest.
Tevens heeft de rechtbank beslist omtrent het beslag.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de beslissing omtrent het beslag en met dien verstande dat het hof de voorlopige hechtenis van de verdachte zal opheffen.
De verdediging heeft in hoger beroep ten aanzien van de ten laste gelegde feiten integrale vrijspraak bepleit op dezelfde gronden als in eerste aanleg. Het hof ziet in hetgeen door de verdediging naar voren is gebracht geen reden anders te beslissen dan de rechtbank heeft gedaan zoals weergegeven op de pagina’s 6 tot en met 15 van het vonnis. De door verdediging in het hoger beroep ingebrachte stukken brengen het hof niet tot andere afwegingen en beslissingen dan de rechtbank.
Op te leggen sanctie
De verdediging heeft primair verzocht te volstaan met een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk is aan de duur van het voorarrest met daarnaast een geldboete. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf te matigen. In dat verband is gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en is verwezen naar de strafoplegging in andere rechterlijke uitspraken.
Het hof ziet in hetgeen door de verdediging in hoger beroep naar voren is gebracht geen reden anders te beslissen dan de rechtbank heeft gedaan zoals weergegeven op de pagina’s 19 tot en met 21 van het vonnis.
Aanvullend overweegt het hof dat de verdachte door het plegen van de onderhavige bewezenverklaarde feiten bewust het risico heeft genomen dat bij ontdekking ervan een langdurige gevangenisstraf zou kunnen volgen.
In de door de verdediging aangehaalde rechterlijke uitspraken ziet het hof evenmin aanknopingspunten om tot een andere strafoplegging te komen. Er zijn bovendien ook rechterlijke uitspraken te vinden in vergelijkbare zaken waarin de rechter tot eenzelfde of zelfs hogere straf is gekomen.
Verder is van belang dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM eveneens in de fase van het hoger beroep is overschreden. De aanvang van deze termijn stelt het hof op 13 mei 2024 zijnde de datum waarop door de verdachte hoger beroep is ingesteld. Het einde van deze termijn stelt het hof op de datum van dit arrest zijnde 8 oktober 2026. Daardoor is de redelijke termijn van twee jaren met ruim 4 maanden overschreden. Het hof volstaat met de enkele constatering van deze overschrijding en zal daaraan geen verdere consequenties verbinden. Daarbij wordt betrokken dat deze overschrijding deels te wijten is aan de verdediging door het doen van verzoeken waardoor een tussentijdse regiezitting nodig was en doordat de inhoudelijke behandeling op 30 oktober 2025 geen doorgang kon vinden vanwege ziekte van de raadsvrouw.
Beslag
Anders dan de rechtbank beveelt het hof de teruggave aan de verdachte van 1 GSM, kleur blauw, van het merk Samsung, (omschrijving: PL2600-LEFCG19013) nu daarvan niet is vastgesteld dat met behulp van dit voorwerp de bewezenverklaarde feiten zijn begaan of zijn voorbereid.
Voorlopige hechtenis
Anders dan de rechtbank zal het hof overgaan tot opheffing van het bevel voorlopige hechtenis.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a, 47, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van het beslag en doet in zoverre opnieuw recht.
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- GSM (Omschrijving: PL2600-LEFCG19013 702480, blauw, merk: Samsung).
Heft op de voorlopige hechtenis van verdachte.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Het dictum van het bevestigde vonnis luidt:
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straffen en maatregel:
• Een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren met aftrek overeenkomstig
artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.
•
Verklaart verbeurd de navolgende in beslag genomen goederen:
-1 GSM (Omschrijving: PL2600-LEFCG19013 702455, wit, merk: Apple);
-1GSM (Omschrijving: PL2600-LEFCG19013 702457, zwart, merk: Apple);
-1 GSM (Omschrijving: PL2600-LEFCG19013_702482, rood, merk: Samsung).
•
Onttrekt aan het verkeer de navolgende in beslag genomen goederen:
-2 blokjes hash (Omschrijving: PL2600-LEFCG19013_702474);
-1 zak drugs (702481, klein zakje met diverse verdomi);
-verkeerssignaalbak (Omschrijving: PL2600-LEFCG19013 702479, baken (zelf gemaakt)).
• Beveelt de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen goed, te weten
-1 STK USB-stick (memorykaart) (Omschrijving: L2600-LEFCG19013 702475, zilver)
Aldus gewezen door:
mr. A.C. van Campen, voorzitter,
mr. C.P.J. Scheele en mr. G.M. Goes, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. van der Meijs, griffier,
en op 8 oktober 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.