GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Wrakingskamer
registratienummer: 200.375.780/01
datum beslissing: 28 oktober 2026
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingsverzoeken
op het verzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van
[verzoekster] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: verzoekster.
strekkende tot wraking van de raadsheren/de kamer, belast met de behandeling van
klaagschriften op de voet van artikel 12 Sv in het team strafrecht van het gerechtshof te
’s-Hertogenbosch (hierna: artikel 12 Sv-kamer).
1. Het procesverloop
Het wrakingsverzoek is bij e-mail van 12 oktober 2026 ter griffie van dit hof ontvangen. Op meerdere momenten daarna heeft verzoekster herhaaldelijk e-mails gestuurd, gericht aan onder meer de wrakingskamer. Deze e-mails houden niet rechtstreeks verband met het door verzoekster gedane wrakingsverzoek.
De coördinator van de wrakingskamer heeft verzoekster bij e-mail van 12 oktober 2026 bericht dat het verzoek is ontvangen en in behandeling is genomen.
De wrakingskamer heeft het verzoek heden zonder een voorafgaande zitting behandeld in raadkamer. De wrakingskamer heeft bepaald dat als volgt zal worden beslist op het verzoek.
2. Het standpunt van verzoekster
Verzoekster heeft ter onderbouwing van haar verzoek – kort en zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de artikel 12 Sv-kamer van het gerechtshof te
’s-Hertogenbosch weigert haar klaagschrift in behandeling te nemen, zodat het vertrouwen van verzoekster in een objectieve en onpartijdige behandeling van haar zaak door dit gerechtshof definitief en onherstelbaar is vernietigd en de rechtsorde in ernstige mate is geschonden. Verzoekster heeft de wrakingskamer verzocht om haar klaagschrift, de bijbehorende wrakingsincidenten en alle daaraan verbonden politiedossiers (met name registratienummer [registratienummer] en rechtbanknummer [rechtbanknummer]) per direct te onttrekken aan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch en deze op grond van artikel 462 Sv te verwijzen naar een ander, onafhankelijk gerechtshof buiten de regio, teneinde een eerlijk proces, als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM), te waarborgen.
3. De beoordeling
De wrakingskamer stelt voorop dat ingevolge artikel 512 Sv elk van de rechters of raadsheren die een zaak behandelen (cursivering wrakingskamer), kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Op grond van artikel 515 lid 3 Sv kan de wrakingskamer beslissen een wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting af te doen, indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.
Uit navraag van de coördinator van de wrakingskamer bij de griffie van de artikel 12 Sv-kamer van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch is gebleken dat er thans (nog) geen raadsheren zijn aangewezen die het klaagschrift van verzoekster zullen behandelen. De wrakingskamer constateert aldus dat het wrakingsverzoek van aangeefster geen betrekking heeft op met de behandeling van de zaak belaste raadsheren (cursivering wrakingskamer). Gelet op hetgeen hiervoor onder 3.1. is overwogen, is verzoekster naar het oordeel van de wrakingskamer dan ook kennelijk niet-ontvankelijk in haar verzoek. Dat is in vergelijkbare gevallen al eerder beslist, zie bijvoorbeeld de uitspraak van de wrakingskamer van dit hof van 2 september 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2356.
Voor zover het wrakingsverzoek betrekking heeft op het gehele gerechtshof te
‘s-Hertogenbosch, overweegt de wrakingskamer dat een rechterlijk college als geheel niet kan worden gewraakt. Het hof verwijst hiervoor ook naar bovengenoemde uitspraak van de wrakingskamer van dit hof.
De wrakingskamer kan een zaak ook niet ter behandeling en beslissing verwijzen naar een ander gerechtshof.
Gelet op het voorgaande kan de wrakingskamer zonder behandeling ter zitting en
zonder verzoekster te horen beslissen als hierna volgt. Aan een inhoudelijke behandeling van het wrakingsverzoek wordt niet toegekomen.
4. De beslissing
Het hof (de wrakingskamer):
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek;
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekster.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.P. de Haan (voorzitter), A.M. Bossink en R. Lonterman, in tegenwoordigheid van mr. S. Kerssies, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2026.