ECLI:NL:GHSHE:2026:339

ECLI:NL:GHSHE:2026:339

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 12-02-2026
Zaaknummer 20-002599-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Vrijspraak. Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (meermalen) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 13 september 2024, in de strafzaak met parketnummer 01-027894-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats 1] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het primair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. In het kader van het voorwaardelijke strafdeel zijn – kort gezegd – de volgende bijzondere voorwaarden gesteld:

De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] is toegewezen tot een bedrag van € 12.681,55, bestaande uit € 181,55 aan materiële schade en € 12.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening. De benadeelde partij is voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De verdachte is veroordeeld in de proceskosten, tot dan toe begroot op nihil. Ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde] is tot slot de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen met uitzondering van de opgelegde straf en maatregel en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, waarbij de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden gesteld. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] zal toewijzen tot een bedrag van € 20.291,37, te vermeerderen met de wettelijke rente, en dat het hof de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering. Tot slot heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld in de proceskosten en dat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde] de schadevergoedingsmaatregel zal worden opgelegd.

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd. Tevens heeft de verdediging verweer gevoerd ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] .

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat hij:

op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 oktober 2017 tot en met 31 december 2020 te [woonplaats 2] en/of elders in Nederland, in elk geval in Nederland, met [benadeelde] , geboren op 20 oktober 2005, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] , immers heeft verdachte meermalen, althans eenmaal,

- zijn penis in de vagina van die [benadeelde] geduwd en/of gebracht en/of

- zijn vinger(s) in de vagina van die [benadeelde] geduwd en/of gebracht en/of

- een dildo/vibrator, althans een voorwerp, in de vagina van die [benadeelde] geduwd en/of gebracht en/of

- zich door die [benadeelde] laten pijpen en/of

- zich door die [benadeelde] laten aftrekken en/of

- aan de vagina van die [benadeelde] gelikt en/of

- die [benadeelde] ge(tong)zoend en/of

- die [benadeelde] meerdere naaktfoto’s van haar borsten en/of vagina laten maken en/of deze naar hem laten sturen,

(terwijl die [benadeelde] aan zijn, verdachtes, zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd);

subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 oktober 2017 tot en met 31 december 2020 te [woonplaats 2] en/of elders in Nederland, in elk geval in Nederland, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [benadeelde] , geboren op 20 oktober 2005, door meermalen, althans eenmaal,

- zijn penis in de vagina van die [benadeelde] te duwen en/of te brengen en/of

- zijn vinger(s) in de vagina van die [benadeelde] te duwen en/of te brengen en/of

- een dildo/vibrator, althans een voorwerp, in de vagina van die [benadeelde] te duwen en/of te brengen en/of

- zich door die [benadeelde] te laten pijpen en/of

- zich door die [benadeelde] te laten aftrekken en/of

- aan de vagina van die [benadeelde] te likken en/of

- die [benadeelde] te (tong)zoenen en/of

- die [benadeelde] meerdere naaktfoto’s van haar borsten en/of vagina te laten maken en/of deze naar hem te laten sturen;

meer subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 oktober 2017 tot en met 31 december 2020 te [woonplaats 2] en/of elders in Nederland, in elk geval in Nederland, met [benadeelde] , geboren op 20 oktober 2005, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft verdachte meermalen, althans eenmaal,

- zijn penis in de vagina van die [benadeelde] geduwd en/of gebracht en/of

- zijn vinger(s) in de vagina van die [benadeelde] geduwd en/of gebracht en/of

- een dildo/vibrator, althans een voorwerp, in de vagina van die [benadeelde] geduwd en/of gebracht en/of

- zich door die [benadeelde] laten pijpen en/of

- zich door die [benadeelde] laten aftrekken en/of

- aan de vagina van die [benadeelde] gelikt en/of

- die [benadeelde] ge(tong)zoend en/of

- die [benadeelde] meerdere naaktfoto’s van haar borsten en/of vagina laten maken en/of deze naar hem laten sturen,

(terwijl die [benadeelde] aan zijn, verdachtes, zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd).

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof stelt voorop dat het in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering neergelegde bewijsminimum, de zogeheten ‘unus testis, nullus testis’-regel, volgens bestendige jurisprudentie inhoudt dat het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Deze bepaling betreft de tenlastelegging in haar geheel; niet is vereist dat elk onderdeel daarvan ook in ander bewijsmateriaal steun dient te vinden.

Het voorgaande brengt met zich mee dat als van elkaar te onderscheiden beslissingen moeten worden aangemerkt enerzijds het oordeel dat de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar is en anderzijds het oordeel dat de verklaring van het slachtoffer in ander bewijsmateriaal voldoende steun vindt. Het steunbewijs zal voorts dienen te zien op feiten en omstandigheden die niet in een te ver verwijderd verband staan tot de aan de verdachte verweten gedragingen.

Met de verdediging is het hof van oordeel dat het dossier onvoldoende steunbewijs bevat voor de verklaring van aangeefster. Het hof oordeelt dienaangaande als volgt.

Als uitgangspunt in de onderhavige strafzaak geldt de verklaring van aangeefster [benadeelde] . Zij heeft verklaard zij vanaf haar negende levensjaar tot eind 2020 wekelijks seks heeft gehad met de verdachte op de camping in [woonplaats 2] waar de verdachte werkzaam en woonachtig was. Volgens aangeefster hadden de verdachte en zij gedurende bijna vijf jaren een relatie. Aangeefster heeft verklaard dat de verdachte haar heeft gezoend, gevingerd, gebeft, zijn penis in haar vagina heeft gebracht en dat aangeefster de verdachte heeft afgetrokken en gepijpt. Tot slot zou de verdachte een roze met witte vibrator, die in zijn nachtkasje lag, in haar vagina hebben gebracht.

Naar het oordeel van het hof kunnen de hierna te noemen door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen niet als steunbewijs voor de verklaring van aangeefster worden aangemerkt.

In de eerste plaats biedt de verklaring van de verdachte dat er zeker een kus is geweest en dat hij aangeefster ook wel op de mond heeft gekust, naar het oordeel van het hof geen ondersteuning voor de verklaring van aangeefster dat er sprake is geweest van seksueel contact. Eerder in hetzelfde verhoor verklaarde de verdachte immers: “Wat ik bij haar (het hof begrijpt: aangeefster) deed dat deed ik ook bij mijn zus” en “bedoel daarmee te zeggen dat als ze toentertijd weggingen, zowel [zus verdachte] (het hof begrijpt: de zus van de verdachte) als [benadeelde] (het hof begrijpt: aangeefster), er een knuffel werd gegeven en een kus op de wang of op de mond. Het gebeurde ook als iedereen er bij was, haar moeder, mijn moeder, opa en oma.” (dossierpagina 521). Het hof is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat het kennelijk de bedoeling van de verdachte was om te verduidelijken dat hij aangeefster behandelde als een familielid en dat de kus voor hem geen seksuele strekking had. Aan de essentie van die verklaring dient geen geweld te worden gedaan door in weerwil van de bedoeling van de verdachte daaraan een andere betekenis te geven.

Voorts is het hof van oordeel dat de enkele omstandigheid dat onder de verdachte een roze met witte dildo/vibrator is aangetroffen, geen ondersteuning biedt voor de verklaring van aangeefster. Daarbij merkt het hof in het bijzonder op dat aangeefster ten tijde van het informatief gesprek zeden noch tijdens de politieverhoren over een dildo/vibrator heeft verklaard. Dit is pas gebeurd nadat zij door verbalisanten werd geconfronteerd met de verklaring van haar moeder hieromtrent.

Tot slot is het hof van oordeel dat ook het in het dossier aanwezige berichtenverkeer niet als steunbewijs kan worden aangemerkt. Het in het dossier aanwezige WhatsAppberichtenverkeer, dat door de rechtbank gedeeltelijk als bewijs is gebezigd, beslaat een periode van circa veertien maanden (20 augustus 2019 tot en met 18 oktober 2020) en betreft berichten die zijn verstuurd op in totaal 18 verschillende dagen. Van al deze berichten is het hof van oordeel dat slechts één bericht, te weten “Daarna doen wij t ook nog he”, mogelijkerwijs zou kunnen worden opgevat als een verwijzing naar seksueel contact tussen de verdachte en aangeefster. Dat enkele bericht, dat gestuurd is op één moment in een langdurige periode, is naar het oordeel van het hof echter onvoldoende om te kunnen concluderen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan hetgeen hem ten laste is gelegd. De Snapchatberichten die de verdachte in 2021 naar aangeefster stuurde (dossierpagina’s 35 t/m 37) kunnen naar het oordeel van het hof evengoed passen bij de verklaring van de verdachte over het (niet seksuele) contact dat hij met aangeefster had en maken niet dat het hof tot een andere conclusie komt.

Ook voor het overige acht het hof in het dossier geen bewijs aanwezig waaruit voortvloeit dat de verdachte, zoals aangeefster heeft verklaard, gedurende meerdere jaren een liefdesrelatie heeft onderhouden met aangeefster waarbij er wekelijks seksueel contact heeft plaatsgevonden. De in het dossier aanwezige getuigenverklaringen houden niet meer in dan wat zij van aangeefster over het tenlastegelegde hebben gehoord (zogenaamde de-audituverklaringen) en zijn niet toereikend om als steunbewijs te dienen, nu zij afkomstig zijn uit één en dezelfde bron, te weten aangeefster.

Gelet op het vorenoverwogene heeft het hof uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het primair, subsidiair of meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij [benadeelde] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 20.861,92. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 12.681,55, bestaande uit € 181,55 aan materiële schade en € 12.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening. De benadeelde partij is voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

De benadeelde partij [benadeelde] heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.

Nu aan de verdachte ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [benadeelde] in haar vordering niet worden ontvangen.

Het hof dient ook in geval van een vrijspraak een beslissing te nemen over de proceskosten, voor zover die kosten betrekking hebben op de vordering van de benadeelde partij. Het hof zal de benadeelde partij veroordelen in de proceskosten van de verdachte. Door of namens de verdachte is niet naar voren gebracht dat zulke kosten zijn gemaakt, zodat die kosten worden begroot op nihil.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht;

verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Aldus gewezen door:

mr. S.V. Pelsser, voorzitter,

mr. M.C.C. van de Schepop en mr. J.J. Peters, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Burgmeijer, griffier,

en op 17 februari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.V. Pelsser
  • mr. M.C.C. van de Schepop
  • mr. J.J. Peters

Griffier

  • mr. A. Burgmeijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?