ECLI:NL:GHSHE:2026:580

ECLI:NL:GHSHE:2026:580

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 03-03-2026
Datum publicatie 03-03-2026
Zaaknummer 200.362.293_01
Rechtsgebied Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

spoed kort geding – toewijzing vordering in bodemprocedure onvoldoende aannemelijk – geen spoedeisend belang bij vordering 194 Rv

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.362.293/01

arrest van 3 maart 2026

in de zaak van

Hankook Tire and Technology Co., Ltd.,

gevestigd te [vestigingsplaats] , Zuid-Korea,

appellante,

hierna aan te duiden als Hankook,

advocaat: mr. A.W.P. Marsman te Amsterdam,

tegen

Creventic B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als Creventic,

advocaat: mr. P.G.M. Brouwer te Amsterdam,

op het bij exploot van dagvaarding van 27 november 2025 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 30 oktober 2025, door de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen Hankook als eiseres en Creventic als gedaagde.

1. Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/345038 / KG ZA 25-340)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

3. De beoordeling

Het verloop van de procedure blijkt uit:

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

de feiten

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.

Hankook is een rechtspersoon naar het recht van Zuid-Korea. Hankook is bandenproducent.

Creventic is organisator van autoraces, waaronder de 24H Series. Creventic is een vennootschap naar Nederlands recht en richt zich daarbij op races binnen Europa.

Sinds 2014 heeft Hankook Creventic gesponsord. De laatste sponsorovereenkomst, door partijen genoemd "Creventic BV-overeenkomst" (hierna ook: de sponsorovereenkomst), die diverse malen is verlengd, had een looptijd tot eind 2025. In artikel 5.2 van de sponsorovereenkomst is een voorkeursrecht opgenomen, dat als volgt luidt:

"Hankook will be offered exclusive right of first refusal for renewal of this Agreement until June 30, 2025 with the intention of publicly announcing future years' partnership before the final race of 2025. If no confirmation of continuation is forthcoming from Hankook by this date, other opportunities for sponsor and tire supply can be pursued by ORGANIZER [hof: Creventic]. For the avoidance of doubt, ORGANIZER is keen to seek early agreement of a continuing partnership with Hankook for future years' activity'."

Op 15 april 2024 heeft Creventic aan Hankook een opzeggingsbrief gestuurd strekkende tot beëindiging van de tussen Creventic en Hankook bestaande sponsorrelatie met ingang van 31 december 2024. Bij brief van 30 mei 2024 heeft Hankook aan Creventic laten weten dat de beëindiging ongeldig was en dat de sponsorovereenkomst van kracht is gebleven. Op 30 mei 2024 heeft Creventic, zonder instemming van Hankook, de beëindiging van de sponsorovereenkomst in de pers aangekondigd en de nieuwe samenwerking met Michelin als exclusieve bandenleverancier en titelsponsor van de 24H Series vanaf 2025 aangekondigd.

In of omstreeks mei 2024 heeft Creventic een sponsorovereenkomst gesloten met Michelin (hierna: de Michelin-overeenkomst).

Partijen zijn vervolgens hierover in kort geding gaan procederen. In hoger beroep heeft dit hof op 27 mei 2025 (zaak 200.349.573/01) arrest gewezen. In dit arrest is bepaald dat de sponsorovereenkomst met Hankook niet rechtsgeldig is beëindigd en dat deze voortduurt tot eind 2025. Het hof heeft Creventic in rov. 4.4. van het arrest van 27 mei 2025 geboden om (hierna ook: het gebod van het hof):

"te voldoen aan het voorkeursrecht krachtens artikel 5.2. van de Creventic B.V.-Overeenkomst [hof: laatste sponsorovereenkomst], onder meer door Hankook de mogelijkheid te bieden deze overeenkomst vóór 30 juni 2025 te verlengen onder dezelfde voorwaarden als die welke aan of van derden, waaronder Michelin, zijn aangeboden of aanvaard."

Hankook heeft aangegeven dat zij de gehele Michelin-overeenkomst wil inzien. Creventic heeft daarop gereageerd dat dit haar niet toegestaan is, nu Michelin haar uitdrukkelijk heeft verboden Hankook inzage te verstrekken in de Michelin-overeenkomst, ook niet onder de voorwaarde dat Hankook een geheimhoudingsovereenkomst tekent. Vervolgens heeft Creventic op 17 juni 2025 een document aan Hankook gemaild, dat volgens Creventic de voorwaarden betreft die zij met Michelin is overeengekomen.

Bij e-mail van 27 juni 2025 heeft Hankook aan Creventic het volgende meegedeeld:

"Based on the information you have provided to us, Hankook understands that Creventic has offered Hankook the exclusive right of first refusal for renewal of the Creventic BV-Agreement in the sense of Article 5.2 of the Creventic BV-Agreement on the following terms: (…)"

Vervolgens somt Hankook voorwaarden op die grotendeels overeenkomen met de voorwaarden die Creventic in haar aanbod van 17 juni 2025 heeft genoemd, maar op een aantal punten wijkt de tekst van de opgesomde voorwaarden af. Hankook sluit haar e-mail daarna af met de mededeling dat zij de opgesomde voorwaarden heeft aanvaard en dat zij hiermee de sponsorovereenkomst heeft verlengd:

"Hankook hereby agrees to the abovementioned terms. Hankook hereby exercises its exclusive right of first refusal for renewal of the Creventic BV-Agreement based on Article 5.2 of the Creventic BV-Agreement. This email qualifies as a confirmation of continuation of the Creventic BV-Agreement in the sense of Article 5.2 of the Creventic BV-Agreement."

Bij e-mail van 29 juni 2025 heeft Creventic geantwoord dat Hankook de voorwaarden niet heeft aanvaard. Creventic stelt zich op het standpunt dat de sponsorovereenkomst niet is verlengd.

de procedure in eerste aanleg bij de voorzieningenrechter

In de procedure bij de voorzieningenrechter heeft Hankook gevorderd dat de voorzieningenrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, - samengevat:

Primair:

( a) Creventic gebiedt de verlengingsovereenkomst na te komen, althans Creventic gebiedt

de sponsorovereenkomst te verlengen onder de voorwaarden zoals overeengekomen op 27 juni 2025, op verbeurte van een dwangsom,

Subsidiair:

( b) Creventic gebiedt het voorkeursrecht op verlenging van de sponsorovereenkomst in artikel 5.2 van de sponsorovereenkomst na te komen door Hankook de mogelijkheid te

bieden deze overeenkomst te verlengen onder de voorwaarden zoals aangeboden op 17 juni

2025 maar met uitzondering van 'de betwiste voorwaarden', op straffe van een dwangsom,

In beide gevallen:

( c) Creventic gebiedt om Hankook afschrift van althans inzage in de Michelin-overeenkomst

te verstrekken, op straffe van een dwangsom,

( d) Creventic veroordeelt in de kosten van het geding, met nakosten en te vermeerderen met de wettelijke rente.

Hankook heeft aan deze vorderingen nakoming van de verlengingsovereenkomst dan wel nakoming van het voorkeursrecht in de sponsorovereenkomst ten grondslag gelegd. Ook stelt zij recht te hebben op afschrift van dan wel inzage in de Michelin-overeenkomst, zodat zij kan vaststellen of Creventic aan Hankook dezelfde voorwaarden heeft aangeboden als

waaronder zij met Michelin heeft gecontracteerd.

Creventic heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.

In het, uitvoerbaar bij voorraad verklaarde, bestreden vonnis heeft de voorzieningenrechter – kort samengevat – geoordeeld dat niet in hoge mate waarschijnlijk is dat in een eventuele bodemprocedure zal worden aangenomen dat een verlengingsovereenkomst tot stand is gekomen, nu Hankook op het aanbod van Creventic met betrekking tot duurzaamheid en facturatie/betaling heeft gereageerd met afwijkende voorwaarden, waar Creventic meteen afwijzend op heeft gereageerd. In kort geding kan voorts niet worden beoordeeld of het door Hankook gedane tegenaanbod inzake bandenkwaliteit en de RFID-chips met mobiele applicatie gelijkwaardig is.

De voorzieningenrechter heeft daarnaast geoordeeld dat Hankook onvoldoende belang heeft bij haar vordering tot inzage in de overeenkomst tussen Creventic en Michelin, nu niet aannemelijk is dat inzage tot een aanbod van Creventic met andere voorwaarden zal leiden en dus ook niet tot een nieuwe sponsorovereenkomst.

De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Hankook afgewezen en Hankook veroordeeld in de proceskosten inclusief nakosten, met wettelijke rente.

de procedure bij het hof

Hankook heeft in hoger beroep vier grieven aangevoerd tegen het bestreden vonnis en vordert thans dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, na wijziging van eis, voor zover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

( a) Creventic gebiedt om Hankook afschrift van, althans inzage te geven in (i) de Michelin-overeenkomst getekend in april of mei 2024 en, (ii) indien de (het hof begrijpt:) Michelin-overeenkomst na april of mei 2024 gewijzigd is of een nieuwe (het hof begrijpt:) Michelin-overeenkomst is gesloten, in die nieuwe of gewijzigde overeenkomst, zulks binnen twee dagen na de datum van het arrest,

op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500.000,-- voor iedere overtreding van dit gebod, te vermeerderen met een dwangsom van € 10.000,-- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat deze overtreding voortduurt;

( b) Creventic gebiedt om het gebod van dit hof in rechtsoverweging 4.4 van het arrest van 27 mei 2025 na te komen, onder meer door Hankook de mogelijkheid te bieden de Creventic BV-overeenkomst te verlengen onder dezelfde voorwaarden als die welke in april of mei

2024 althans voor aanvang van het eerdere kort geding althans voor het arrest van 27 mei 2025 door Michelin zijn aanvaard, zulks binnen zeven dagen na de datum van het arrest, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500.000,-- voor iedere overtreding van dit gebod, te vermeerderen met een dwangsom van € 10.000,-- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat deze overtreding voortduurt;

( c) Creventic veroordeelt in de kosten van het geding in beide instanties, alsmede in de gebruikelijke nakosten (zowel zonder als met betekening), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de datum van het arrest.

Creventic heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging van Hankook. Het hof ziet ook geen aanleiding de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Recht zal worden gedaan op de gewijzigde eis.

Creventic weerspreekt de grieven en concludeert – in de kern – tot bekrachtiging van het bestreden vonnis en afwijzing van de vorderingen van Hankook in hoger beroep, met veroordeling van Hankook in de kosten van het hoger beroep inclusief nakosten, met wettelijke rente.

rechtsmacht en toepasselijk recht

Deze zaak heeft internationale aspecten, nu Hankook is gevestigd in Zuid-Korea. De rechter moet, ook in hoger beroep, ambtshalve beoordelen of hij rechtsmacht heeft, ongeacht of tegen het oordeel van de eerste rechter daaromtrent een grief is gericht. Het hof is met de voorzieningenrechter van oordeel dat de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht heeft.

De voorzieningenrechter heeft op deze zaak Nederlands recht van toepassing geacht. Nu tegen dit oordeel geen grief is gericht, zal ook het hof bij de beoordeling Nederlands recht tot uitgangspunt nemen.

de grieven

De door Hankook aangevoerde grieven komen in de kern neer op het volgende.

In de voorgaande kort geding-procedure heeft dit hof in het arrest van 27 mei 2025 Creventic geboden om het in de sponsorovereenkomst opgenomen voorkeursrecht na te komen door aan Hankook een aanbod voor verlenging van de sponsorovereenkomst te doen, dat inhoudelijk overeenstemt met de voorwaarden waaronder Creventic de overeenkomst met Michelin heeft gesloten. Hankook stelt zich op het standpunt dat het aanbod dat Creventic na het arrest van 27 mei 2025 aan Hankook heeft gedaan, niet overeenstemt met de aan Michelin aangeboden voorwaarden (grief 1). Daarom dient Creventic nogmaals geboden te worden om aan Hankook een aanbod te doen met voorwaarden die overeenstemmen met de voorwaarden waaronder Creventic met Michelin heeft gecontracteerd, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Creventic mag daarbij het voorkeursrecht niet frustreren door een aanbod te doen dat Hankook redelijkerwijs niet kan nakomen, om zo onder haar verplichtingen uit artikel 5.2. van de sponsorovereenkomst uit te komen (grief 3). Hankook vordert daarnaast inzage in alle tussen Creventic en Michelin gesloten overeenkomsten. Hankook stelt er belang bij te hebben om de Michelin-overeenkomst(en) te kunnen inzien, om zo te kunnen nagaan of het nieuwe aanbod van Creventic overeenstemt met de voorwaarden waaronder Creventic met Michelin heeft gecontracteerd (grief 2). Het hof moet in dit kort geding niet beoordelen of toewijzing van de vorderingen van Creventic in een bodemprocedure hoogst waarschijnlijk is, maar zich richten naar de waarschijnlijke uitkomst van een bodemprocedure (grief 4), aldus Hankook. de beoordelingsmaatstaf (grief 4)

Het hof stelt het volgende voorop. Het gaat in deze zaak om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. In dit kort geding dient het hof te oordelen op basis van alle omstandigheden van het geval, naar de actuele toestand en een afweging van de belangen van partijen, mede in het licht van de aard van de zaak en een voorlopige beoordeling van de zaak. Daarbij leent het beperkte kader van dit kort geding zich in beginsel niet voor (nader) feitenonderzoek en/of bewijslevering.

het voorkeursrecht en het aanbod (grieven 1 en 3)

Het hof ziet aanleiding de grieven 1 en 3, die zien op de vordering onder (b), gezamenlijk te behandelen.

Met betrekking tot de in kort geding voorliggende vordering onder (b) tot nakoming van het gebod van het hof volgt het spoedeisend belang al uit de door Hankook ingeroepen bescherming tegen een handelen van Creventic in strijd met verplichtingen uit de sponsorovereenkomst die Hankook financiële en reputationele schade berokkent, terwijl de eerstvolgende race al op 20 maart 2026 plaatsvindt en daarna nog meerdere races in 2026 volgen. Dit alles rechtvaardigt (nog steeds) toegang tot de kortgedingrechter. De toewijsbaarheid van de in kort geding voorliggende vordering onder (b) van Hankook is evenwel een andere kwestie en zal het hof hierna behandelen.

Het hof is van oordeel dat – zonder nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet leent – onvoldoende aannemelijk is dat het door Creventic gedane aanbod van 17 juni 2025 materieel niet gelijkwaardig is aan de voorwaarden zoals zij met Michelin is overeengekomen. Het hof licht dat als volgt toe.

In de eerdere kortgedingprocedure heeft Hankook nakoming gevorderd van artikel 5.2. van de sponsorovereenkomst. In het arrest van 27 mei 2025 heeft het hof Creventic daarop geboden om dit voorkeursrecht na te komen, door Hankook de mogelijkheid te bieden de sponsorovereenkomst te verlengen onder dezelfde voorwaarden als welke aan Michelin zijn aangeboden. Ter nakoming van dit gebod diende Creventic dus aan Hankook een aanbod te doen voor verlenging van de sponsorovereenkomst onder dezelfde voorwaarden als Creventic met Michelin is overeengekomen. Op 17 juni 2025 heeft Creventic aan Hankook een aanbod gedaan met daarin 28 voorwaarden. Zij stelt dat dit aanbod overeenkomt met de voorwaarden die Creventic met Michelin is overeengekomen. Creventic heeft daarna een brief van 8 oktober 2025 van Michelin overgelegd, waarin Michelin weergeeft welke voorwaarden tussen haar en Creventic zijn overeengekomen.

Hankook stelt dat Creventic met het aanbod van 17 juni 2025 niet heeft voldaan aan het gebod van het hof en daarom is tekortgeschoten in de nakoming van het voorkeursrecht. De door Michelin weergegeven voorwaarden stemmen volgens Hankook op verschillende punten niet overeen met het aanbod van 17 juni 2025 van Creventic aan Hankook. Hankook heeft het aanbod van Creventic en de brief van Michelin naast elkaar gelegd en de verschillen in kaart gebracht in een tabel (productie H36). Om te voldoen aan het gebod van het hof, zouden beide kolommen volgens Hankook dezelfde inhoud moeten hebben, hetgeen echter niet het geval is.

Zo zijn er volgens Hankook eisen die van haar worden verlangd, maar die niet met Michelin zijn overeengekomen, zoals de voorwaarde met betrekking tot de 'allocation of tires', de voorwaarde dat Hankook uitsluitend banden levert die gelijk zijn aan of beter dan de H1 banden en de voorwaarde dat alle banden van Hankook moeten zijn uitgerust met RFID chips. Daarnaast zijn er standaardvoorwaarden die niet volgen uit de brief van Michelin, maar die Creventic wel heeft verlangd van Hankook (bijvoorbeeld een vertrouwelijkheidsclausule, hardship-clausule, force majeur-clausule). Ook zijn er voorwaarden die Creventic volgens de brief van Michelin is overeengekomen met Michelin, maar die zij niet heeft aangeboden aan Hankook (bijvoorbeeld met betrekking tot een 'digital ordering system', minimale/maximale hoeveelheid races per seizoen).Ten slotte zijn verschillende voorwaarden in een andere vorm overeengekomen met Michelin dan ze zijn aangeboden aan Hankook (bijvoorbeeld met betrekking tot betalingstermijnen, validatie van variabele contributie, jaarlijks (start)budget). Het aanbod van Creventic aan Hankook wijkt volgens Hankook in totaal op achttien punten af van de voorwaarden die blijkens de brief van Michelin tussen Creventic en Michelin zijn overeengekomen. De verschillen hebben betrekking op wezenlijke elementen van de sponsorovereenkomst en zijn niet ondergeschikt. Creventic heeft niet voldaan aan het gebod van het hof en is daarmee haar verplichtingen uit artikel 5.2. van de sponsorovereenkomst niet deugdelijk nagekomen, aldus nog steeds Hankook. Hankook vordert in dit hoger beroep dat Creventic haar een nieuw aanbod doet, zonder enig verschil met de met de door Michelin aanvaarde voorwaarden.

Creventic betwist dat het aanbod dat zij op 17 juni 2025 aan Hankook heeft gedaan, niet overeenstemt met de voorwaarden waaronder zij met Michelin heeft gecontracteerd. Michelin heeft in haar brief van 8 oktober 2025 ondubbelzinnig bevestigd dat het aanbod van Creventic overeenkomt met de voorwaarden die met Michelin zijn overeengekomen. Dat Michelin, gelet op haar wens tot geheimhouding, de gemaakte afspraken in haar brief in andere bewoordingen formuleert, of niet elk detail of standaardvoorwaarde schriftelijk bevestigt, maakt niet dat niet dezelfde voorwaarden met Michelin zijn overeengekomen; de aangeboden voorwaarden houden materieel gezien hetzelfde in. Uit het arrest van 27 mei 2025 vloeit niet voort dat het aanbod aan Hankook een woordelijke, één-op-één kopie van de overeenkomst met Michelin moet zijn. Hankook zelf heeft betoogd dat aan haar juist niet exact dezelfde voorwaarden mogen worden aangeboden als die met Michelin zijn overeengekomen, omdat Hankook de exacte voorwaarden niet zou kunnen matchen. Creventic is met haar aanbod op 17 juni 2025 zo dicht mogelijk bij de bewoordingen van de overeenkomst met Michelin gebleven. De verschillen zijn veelal tekstueel of semantisch Op een aantal punten heeft zij de met Michelin overeengekomen voorwaarden 'vertaald' naar een vergelijkbaar en voor Hankook haalbaar aanbod.

Creventic heeft toegelicht waarom bepaalde door Hankook geïdentificeerde verschillen volgens haar geen verschillen betreffen. Sommige met Michelin overeengekomen technische aspecten zijn ingehaald door de praktijk en worden door Michelin inmiddels anders ingevuld. Dit betreft bijvoorbeeld de voorwaarden met betrekking tot de H1 banden, die inmiddels niet meer worden geproduceerd, waardoor Michelin nu H2 banden gebruikt. Creventic heeft het aanbod aan Hankook daaraan aangepast. Daarnaast heeft Creventic toegelicht waarom en op welke wijze zij de voorwaarden met betrekking tot de 'allocation of tires', de RFID chips, het 'digital ordering system', de minimale/maximale hoeveelheid races per seizoen, betalingstermijnen, validatie van variabele contributie en jaarlijks (start)budget heeft vertaald naar voorwaarden die voor Hankook uitvoerbaar zijn. Verder zijn bepalingen als een vertrouwelijkheidsclausule, hardship-clausule en force majeur-clausule standaardbepalingen in commerciële relaties. Dat deze bepalingen vanwege hun standaardkarakter niet door Michelin zijn benoemd, betekent niet dat ze niet met Michelin zijn overeengekomen. Dat blijkt reeds uit het feit dat Michelin Creventic aan haar geheimhoudingsverplichting houdt.Creventic is nog mondeling een beperking van de prijsstijging met Michelin overeengekomen. Omdat deze voorwaarde niet is opgenomen in de uiteindelijke schriftelijke overeenkomst, heeft Creventic deze – voor Hankook ongunstige – beperking ook niet opgenomen in het aanbod aan Hankook.Creventic heeft Hankook aldus een gelijkwaardig aanbod gedaan en daarmee volledig voldaan aan het gebod van het hof, aldus Creventic.

Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft Hankook desgevraagd het volgende toegelicht. Een redelijke uitleg van het voorkeursrecht in artikel 5.2. van de sponsorovereenkomst en van het gebod in het arrest van 27 mei 2025 brengt volgens Hankook mee dat Creventic aan haar een aanbod moet doen dat gelijkwaardig is aan de voorwaarden zoals die met Michelin zijn overeengekomen. Daar waar het kan moeten de voorwaarden exact gelijk zijn aan de met Michelin overeengekomen voorwaarden. Op enkele mineure punten zal dat niet mogelijk zijn, omdat Hankook geen Michelinbanden kan leveren en zich in een andere positie dan Michelin bevindt. Op die punten dient Creventic een aanbod te doen dat gelijkwaardig is aan de met Michelin overeengekomen voorwaarden, maar dan wel 'vertaald' naar voorwaarden die Hankook kan aanvaarden en redelijkerwijs kan nakomen, aldus Hankook.

Partijen zijn het erover eens dat de voorwaarden zoals die door Creventic aan Hankook zijn aangeboden niet (woordelijk) gelijk zijn aan de voorwaarden zoals die volgens Michelin met Creventic zijn overeengekomen. Anders dan Hankook meent, kan daaruit niet zonder meer worden afgeleid dat het aanbod ook materieel inhoudelijk niet overeenstemt met de voorwaarden waaronder Creventic met Michelin heeft gecontracteerd. Immers mag het voorkeursrecht niet illusoir gemaakt worden, door een aanbod te doen dat dusdanig is toegesneden op een derde partij (in dezen Michelin), dat het aanbod voor Hankook onmogelijk is om te aanvaarden of na te komen. Er is dan ook op verschillende punten een 'vertaling' nodig van de voorwaarden in de overeenkomst met Michelin, naar voorwaarden die gelijkwaardig zijn en door Hankook redelijkerwijs kunnen worden aanvaard en nagekomen. Beoordeeld zal moeten worden of het aanbod van Creventic aan Hankook een gelijkwaardige vertaling is van de voorwaarden zoals die door Michelin in de brief van 8 oktober 2025 zijn weergegeven, zoals Creventic stelt en Hankook bestrijdt. Of daarvan sprake is, is niet eenvoudig vast te stellen, maar vergt een gedegen en diepgaand nader (deskundigen)onderzoek. Daarvoor leent zich deze procedure niet.

Zonder nader onderzoek, naar de huidige stand van zaken, heeft Hankook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het door Creventic aan haar gedane aanbod niet materieel gelijkwaardig is aan de voorwaarden in de overeenkomst met Michelin. Daarmee is voorshands onvoldoende aannemelijk dat het door Hankook gevorderde in een eventueel te entameren bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat, vooruitlopend daarop, toewijzing daarvan gerechtvaardigd is. In het licht van al het voorgaande en waar Creventic reeds uitvoering geeft aan de al in of omstreeks mei 2024 gesloten Michelin-overeenkomst terwijl de gevolgen van een toewijzing niet voldoende zijn te overzien zodat terughoudendheid in zoverre geboden is, komt het hof bij een afweging van de belangen van partijen niet tot een ander oordeel dan dat het gevorderde onder (b) zal worden afgewezen.

het inzagerecht (grief 2) 3.18. Hankook vordert inzage in de tussen Creventic en Michelin gesloten sponsorovereenkomst(en) (rov. 3.4. onder (a)). Nu de procedure na 1 januari 2025 aanhangig is gemaakt, is op de vordering tot inzage de nieuwe regeling voor het inzagerecht (artikel 194 e.v. Rv) van toepassing. In spoedeisende gevallen kan het verzoek om inzage ook als vordering in kort geding worden ingesteld (artikel 197 lid 1 Rv).

Met betrekking tot de in kort geding voorliggende vordering onder (a) tot afschrift of inzage van bescheiden beroept Hankook zich op dezelfde bescherming als die zij heeft ingeroepen ter onderbouwing van haar vordering onder (b) tot nakoming van het gebod, namelijk haar bescherming tegen een handelen van Creventic in strijd met verplichtingen uit de sponsorovereenkomst die Hankook financiële en reputationele schade berokkent, terwijl de eerstvolgende race al op 20 maart 2026 plaatsvindt en daarna nog meerdere races in 2026 volgen. Reeds nu blijkens het voorgaande haar vordering onder (b) tot nakoming van het gebod zal worden afgewezen, rechtvaardigt dat voor het gevorderde onder (c) als zodanig niet de toegang tot de kortgedingrechter.

Ter mondelinge behandeling bij het hof heeft Hankook desgevraagd toegelicht dat, hoewel zij van mening is dat de door haar ingestelde vorderingen los van elkaar kunnen worden toegewezen, beide vorderingen samenhangen in die zin, dat de inzagevordering door haar is ingesteld om te kunnen controleren of een nieuw aanbod door Creventic ook daadwerkelijk aan het gebod van het hof en deugdelijke nakoming van het voorkeursrecht is voldaan. Uit oogpunt van transparantie en 'closure' heeft zij inzage in de overeenkomst(en) met Michelin nodig om een nieuw aanbod van Creventic te kunnen beoordelen.

Voor Hankook hangt de vordering tot inzage dus nadrukkelijk samen met vordering tot het verkrijgen van een nieuw aanbod. Nu het onder (b) gevorderde is afgewezen, heeft Hankook geen concreet zicht op een nieuw aanbod, en daarmee ook geen zicht op de mogelijkheid tot verlenging op korte termijn en op tijd voor het raceseizoen van 2026. Daarmee heeft Hankook op dit moment geen spoedeisend belang bij de in kort geding voorliggende inzagevordering onder (a). Het hof neemt daarbij in aanmerking dat Michelin heeft bevestigd dat Creventic contractueel aan geheimhouding is gebonden. Bij een eventuele toewijzing van de inzagevordering heeft Creventic er belang bij dat de inzage wordt uitgevoerd op een wijze die zoveel mogelijk tegemoet komt aan het belang van Michelin, dat door het geheimhoudingsbeding wordt gediend. Mogelijkheden om op de voor Michelin minst bezwarende wijze te voldoen aan het recht op inzage – zoals het tekenen van een non disclosure agreement, het weglakken van bepaalde gegevens of inzage verlenen aan een advocaat of deskundige – dienen eerst nader te worden onderzocht. Deze kort geding-procedure leent zich niet voor een dergelijk onderzoek. Dit alles afwegend komt het hof tot het oordeel dat het belang van Hankook bij inzage op dit moment wegens de onevenredigheid van de betrokken belangen in redelijkheid niet tot toepassing van die bevoegdheid in dit kort geding dient te leiden. Het gevorderde zal daarom worden afgewezen.

conclusie

De conclusie van het voorgaande is dat de gevraagde voorzieningen zullen worden afgewezen.

bewijsaanbod

Als uitgangspunt geldt, gelet op de aard van de procedure, dat in een kort geding in het algemeen geen plaats is voor uitgebreide bewijslevering. Het hof gaat dan ook voorbij aan het door Hankook in algemene bewoordingen gedane bewijsaanbod.

Slotsom

De grieven kunnen niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis. Het hoger beroep faalt en het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.

Het hof zal Hankook als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Creventic zullen worden vastgesteld op:

griffierechten € 827,00

salaris advocaat € 2.580,00 (2 punt(en) x tarief € 1.290,00)

nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

totaal € 3.596,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 30 oktober 2025;

veroordeelt Hankook in de proceskosten van het hoger beroep van € 3.596,00, te betalen binnen veertien dagen na heden. Als Hankook niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het arrest daarna wordt betekend, dan moet Hankook € 98,00 extra betalen vermeerderd met de kosten van betekening;

veroordeelt Hankook in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na heden zijn voldaan;

verklaart de veroordelingen in dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. F.C. Alink-Steinberg, M.G.W.M. Stienissen en H.A.W. Vermeulen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 3 maart 2026.

griffier rolraadsheer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand