ECLI:NL:GHSHE:2026:583

ECLI:NL:GHSHE:2026:583

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 03-03-2026
Datum publicatie 03-03-2026
Zaaknummer 20-000990-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Veroordeling voor zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren (het als houder van dieren onthouden van de nodige verzorging aan die dieren).

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 4 april 2025, in de strafzaak met parketnummer 03-108892-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en haar schuldig verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van het aan haar tenlastegelegde feit.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is blijkens de akte instellen hoger beroep onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de partiële vrijspraak van het als houder van dieren, onthouden van de nodige verzorging aan een dwergpapegaai, een alpaca, een konijn en meerdere paarden (met uitzondering van een zwarte shetlandpony genaamd [pony] ).

Het hof stelt vast dat sprake is van een impliciet cumulatieve tenlastelegging. Het hof is met de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte derhalve van oordeel dat de hiervoor genoemde partiële vrijspraken als beschermde vrijspraken dienen te gelden.

Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar hoger beroep, voor zover dit tegen voormelde partiële vrijspraken is gericht.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep nog van belang, tenlastegelegd dat zij:

in of omstreeks de periode van 6 november 2022 tot en met 24 januari 2023, te Spaubeek, gemeente Beek, althans in Nederland, als houder van een dier, te weten

- een pony,

de nodige verzorging aan dat dier heeft onthouden, door

- die pony onvoldoende te voorzien van voedsel, vers drinkwater en vers hooi, en/of

- die pony te laten verblijven in smerige, natte stallen en onvoldoende zorg te dragen voor schone, droge ligplaatsen, en/of

- die pony te laten staan op/in een zeer modderige/blubberige ondergrond, en/of

- die pony niet, althans onvoldoende, te behandelen voor luizen-/vlooienbesmettingen, en/of

- de vacht en het gebit van die pony onvoldoende te verzorgen.

Het hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep geconstateerd dat in de tenlastelegging uitsluitend het onthouden van zorg aan ‘meerdere paarden’ is opgenomen, terwijl de opsteller van de tenlastelegging kennelijk voor ogen heeft gehad om tevens het onthouden van zorg aan een pony (te weten: [pony] ) aan de verdachte ten laste te leggen.

Het hof zal de tenlastelegging verbeterd lezen door, met instemming van de advocaat-generaal en de verdediging, in het eerste gedachtestreepje ‘meerdere paarden’ te vervangen door ‘een pony’. De verdachte is door de verbeterde lezing niet in haar belangen geschaad.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is ook daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat zij:

in de periode van 6 november 2022 tot en met 24 januari 2023 te Spaubeek, gemeente Beek, als houder van een dier, te weten een pony, de nodige verzorging aan dat dier heeft onthouden, door die pony onvoldoende te voorzien van voedsel, vers drinkwater en vers hooi en het gebit van die pony onvoldoende te verzorgen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Limburg, op ambtsbelofte opgemaakt onder registratienummer PL-2441-2022173725 door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent van politie, gesloten d.d. 20 april 2023, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde dossierpagina’s 1-160. Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 februari 2023, dossierpagina’s 3-8, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :

(pagina 3)

Op 6 november 2022 hoorden wij dat het Operationeel centrum een melding uitgaf aan de noodhulppatrouille over een paard op [adres 2] . Ik, [verbalisant 1] , zocht vervolgens in het politie informatiesysteem wie er woonachtig was op [adres 2] . Ik zag dat er twee personen op het adres stonden ingeschreven, waaronder [verdachte] . Wij kwamen een kwartier later aan op het adres.

(pagina 4)

In twee van de drie stallen stond een shetlander, een donkergekleurde (foto 6) en vosgekleurde. Wij zagen dat de stallen dicht waren waardoor de shetlanders die in de stal stonden niet het weide/paddock perceel konden oplopen. Wij zagen dat deze shetlanders erg mager waren. Wij zagen dat van beide shetlanders de ruggengraat en heupbeenderen uitstaken.

Met [verdachte] werden afspraken gemaakt dat de paarden beter gevoerd moesten worden. Ik, [verbalisant 1] , deelde aan [verdachte] mede dat wij op hercontrole zouden komen en dat als zaken niet verbeterd waren, wij melding zouden doen bij de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming en dat zij dan tevens een proces verbaal kon verwachten voor het onthouden van de nodige zorg. Wij hoorden dat [verdachte] zei dat het duidelijk was en dat ze het beter ging onderhouden.

(pagina 6)

Op 2 januari 2023 voerden wij, [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , omstreeks 15.15 uur een hercontrole uit op [adres 2] . Wij zagen geen hooi/krachtvoer in de stallen of daarbuiten, ondanks het advies van de dierenarts [getuige] . Ik, [verbalisant 1] , zag dat er in de automatische drinkbak in de stal mest lag (foto 18). Deze automatische drinkbak was bovendien niet toegankelijk voor de shetlanders. Ik zag dat de andere (drink)bakken leeg waren.

Wij zagen dat aan het einde van het weide/paddock perceel nog een schuilstalletje. Wij zagen dat hier de zwarte shetlander stond. Wij zagen dat de shetlander toegang had tot drinkwater en wij zagen dat er een voerbak stond met daarin hooi. Ik, [verbalisant 1] , zag dat het hooi nat en vies was.

Op 24 januari 2023 om 11.30 uur kwamen wij ter plaatse op [adres 2] voor een hercontrole op de Wet dieren. De opgelegde maatregelen waren als volgt:

- Zorg dragen voor onbeperkt toegang tot hooi en water voor de shetlanders.

(pagina 7)

Wij, verbalisanten, zagen dat bij de stallen het voskleurige paard en de zwarte shetlander stonden. Ik zag dat er diverse lege bakken in de stal stonden en/of omlagen.

Omstreeks 11.45 uur kwam inspecteur [inspecteur] van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming ter plaatse. [inspecteur] beoordeelde dat bepaalde opgelegde maatregelen niet hersteld waren. De opgelegde maatregelen waaraan niet was voldaan:

- onbeperkt toegang tot hooi en water.

Op 27 januari 2023 werd ik, [verbalisant 1] , gebeld door [inspecteur] . Ik hoorde dat zij op hercontrole was op [adres 2] en dat er wederom niet aan een aantal maatregelen was voldaan. [inspecteur] verklaarde dat zij het paard en de twee shetlandpony’s in bewaring ging nemen.

(pagina 8)

Verdachte

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Geboren : [geboortedag] 1998

Geboorteplaats : [geboorteplaats]

2. Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland d.d. 10 november 2022, getiteld ‘Opleggen last onder bestuursdwang’, dossierpagina’s 40-43, voor zover inhoudende:

(pagina 40)

[verdachte]

[adres 2]

Uw zwarte shetlandpony, die tijdens de controle op 6 november 2022 in de stal stond, is zeer mager. De heupen en de ruggengraat van de pony steekt uit. U heeft geen dierenarts geraadpleegd voor uw shetlandpony. U heeft uw shetlandpony niet de nodige (medische) zorg gegeven.

(pagina 41)

U neemt de volgende maatregel voor 18 november 2022:

Ga met uw shetlandpony naar een dierenarts voor onderzoek naar de algemene gezondheidstoestand of laat uw shetlandpony ter plaatse door een dierenarts onderzoeken, waarbij u vooral laat kijken de voedingsconditie. Volg het behandelplan van de dierenarts op.

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 17 maart 2023, dossierpagina’s 147-148, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige] :

(pagina 147)

Ik ben dierenarts van beroep en run al jaren een eigen praktijk in Sittard.

Op 17 november 2022 ben ik door mevrouw [verdachte] verzocht om naar haar adres te komen, [adres 2] , voor onderzoek van haar pony’s. Ik heb twee shetlanders beoordeeld. Ik zag dat deze een schrale tot magere voedingsconditie hadden. Bij de twee shetlandpony’s zag ik de ruggengraat en heupbeenderen scherp uitsteken.

Ik vermoed dat de shetlanders te weinig voer hebben gekregen waardoor ze zo vermagerd waren. Mijn advies aan [verdachte] was:

- onbeperkt hooi;

- twee shetlanders elk 2 kilogram krachtvoer per dag.

4. Een schriftelijk bescheid, getiteld ‘Toezichtsrapport hercontrole bestemd voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland’, opgesteld door rapporteur [inspecteur] van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming, d.d. 25 januari 2023, dossierpagina’s 112-114, voor zover inhoudende:

(pagina 113)

Op 24 januari 2023, kwam ik samen met [verbalisant 1] en diens collega’s ter plaatse op [adres 2] .

Ik zag dat het voskleurige paard en de zwarte shetlandpony samen op het perceel stonden.

Ik zag dat de voskleurige shetlandpony in een stal stond.

Ik zag dat de paarden alle drie geen beschikking hadden over hooi of ander voer. De dierenarts [getuige] had op 18 november 2022 aan mij aangegeven dat het behandelplan voor alle drie de paarden onder andere was dat de paarden twee keer per dag krachtvoer met maïsvlokken moesten krijgen en dat de paarden te allen tijde onbeperkt hooi ter beschikking moesten hebben. De paarden hadden nu helemaal niets te eten. Ik zag dat er op het terrein helemaal geen hooi aanwezig was voor de paarden.

Ik zag dat de pallet, waarop ik tijdens de controle op 18 november 2022 hooi had aangetroffen, nu leeg was.

Ik heb hierop een ruime hoeveelheid hooi gehaald, om ervoor te zorgen dat de paarden weer voldoende hooi ter beschikking hadden. Toen ik het hooi aan de zwarte pony verstrekte begon deze direct gulzig te eten.

5. Een schriftelijk bescheid, getiteld ‘Verslag dierenartsverklaring paarden en paardachtigen’, inhoudende een verklaring na diergeneeskundig onderzoek in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, d.d. 28 januari 2023, dossierpagina’s 132-137, voor zover inhoudende:

(pagina 133)

(pagina 134)

(pagina 136)

VRAGEN

LET OP! DEZE VRAGEN ZIJN ALLEEN VAN TOEPASSING BIJ EEN DIERENARTSCONTROLE IN DE EERSTE 48 UUR

2) IS ER SPRAKE (GEWEEST) VAN:

DORST, ONVOLDOENDE / ONJUISTE VOEDING, FYSIEK ONGERIEF, FYSIOLIGISCH ONGERIEF, PIJN OF LETSEL?

Ja

Te mager

3) HAD DE CONDITIE / TOESTAND VAN HET DIER DOOR DE HOUDER VAN HET DIER VOORKOMEN KUNNEN WORDEN?

ja

5) ALGEMENE CONCLUSIE:

IS, GELET OP UW BEVINDINGEN ALS VETERINAIR DESKUNDIGE, AAN DIT DIER (VETERINAIRE) ZORG ONTHOUDEN?

Ja. Algehele verzorging (voeding, gebit)

6. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 april 2023, dossierpagina 139, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :

Op 13 april 2023 ontving ik om 15.30 uur een e-mail van inspecteur [inspecteur] van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming. Op 27 januari 2023 werden door LID inspecteurs twee shetlandpony’s van verdachte [verdachte] in bewaring genomen vanwege het herhaaldelijk niet voldaan hebben aan de opgelegde maatregel: onbeperkt ruwvoer aanbieden aan de shetlanders. De shetlandpony’s werden op 28 januari 2023 beoordeeld door een dierenarts van Rijksdienst voor ondernemend Nederland. De zwarte shetlander had toen een body condition score van 1,5. Op 16 maart 2023 werden de shetlandpony’s opnieuw beoordeeld door een dierenarts. De zwarte shetlander was in conditie toegenomen.

7. De door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 17 februari 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Het klopt dat mijn zwarte shetlandpony genaamd [pony] aan de magere kant was. Op pagina 14 van het procesdossier is op foto 6 inderdaad te zien dat de ruggengraat iets uitsteekt. U, voorzitter, houdt mij voor dat dierenarts [getuige] mij heeft geadviseerd om [pony] twee kilogram krachtvoer per dag te voeren en vraagt mij of ik iets met dit advies heb gedaan. Ik heb [pony] wel wat krachtvoer gegeven, maar niet de twee kilogram die de dierenarts adviseerde. Ik denk niet dat ik met de dierenarts heb besproken dat ik het oneens was met zijn advies.

Bewijsoverwegingen

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde. Daartoe is, op gronden zoals nader in de pleitnota verwoord, in de eerste plaats aangevoerd dat de verdachte haar shetlandpony [pony] altijd heeft voorzien van voldoende vers drinkwater, hooi en voedsel. [pony] verbleef ten tijde van de controles en inbeslagname nog geen jaar bij de verdachte en verkeerde in zeer slechte en vermagerde staat toen zij door de verdachte werd overgenomen. Ten tijde van het verblijf van [pony] bij de verdachte zouden het gewicht en fysieke gestel van [pony] zijn verbeterd, hetgeen bevestiging zou vinden in de verklaring van de vaste hoefsmid van de verdachte en de door de verdediging overgelegde foto’s. Voorts was [pony] een wat oudere pony, reden waarom zij geen spiermassa meer ontwikkelde op de rug en dijen. Omdat [pony] in het verleden hoefbevangen is geweest, heeft de verdachte haar niet zomaar suikers verstrekt, aangezien dit de hoefbevangenheid zou uitlokken of verergeren. Weliswaar is [pony] ten tijde van de inbeslagname in gewicht toegenomen, maar door de RVO werd daarmee in de visie van de verdediging een groot gezondheidsrisico genomen. Bovendien zou [pony] ten tijde van de inbeslagname mogelijk minder beweging hebben gekregen dan tijdens het verblijf bij de verdachte. Tot slot heeft de verdediging aangevoerd dat de verdachte voldoende voeding en hooi inkocht en dat [pony] dezelfde verzorging kreeg als de overige paarden, die volgens de rechtbank wel voldoende voeding, hooi en water kregen. Dat de verdachte niet constant een grote hoeveelheid vers hooi in de stal liet liggen, betekent niet dat [pony] geen toegang had tot vers hooi, aangezien er een vierde stal was die de politie over het hoofd zou hebben gezien.

In de tweede plaats heeft de verdediging betoogd dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot de conclusie te komen dat de verdachte het gebit van [pony] onvoldoende heeft verzorgd. Shetlanders zouden door hun bouw kleine kaken hebben, waardoor gebitsproblemen ontstaan, en het gebit van een pony neemt af naarmate de pony ouder wordt. Dit zou echter niet te wijten zijn aan de verdachte.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit het procesdossier volgt dat op 6 november 2022 door verbalisanten is waargenomen dat [pony] zeer mager was en dat de ruggengraat en heupbeenderen van de pony uitstaken. Dierenarts [getuige] heeft [pony] op 17 november 2022 onderzocht, waarbij hij constateerde dat [pony] een schrale tot magere voedingsconditie had en dat de ruggengraat en heupbeenderen sterk uitstaken. Het vermoeden van [getuige] was dat [pony] onvoldoende voer had gekregen, reden waarom hij de verdachte adviseerde om [pony] onbeperkt hooi en twee kilogram krachtvoer per dag te geven. Het hof stelt vast dat de situatie nadien niet verbeterde. Tijdens een hercontrole op 2 januari 2023 werd door verbalisanten wederom geconstateerd dat in de stallen, in weerwil van het advies van dierenarts [getuige] , geen hooi of krachtvoer aanwezig was. Voorts waren de drinkbakken leeg en/of niet toegankelijk voor de pony’s. Ook op 24 januari 2023 stonden er diverse lege bakken in de stallen en was er geen hooi aanwezig. Uit het diergeneeskundig onderzoek dat bij [pony] is verricht op 28 januari 2023 volgt dat de pony te mager was, een BCS (het hof begrijpt: een Body Condition Score) had van 1,5 en dat dit door de houder van het dier voorkomen had kunnen worden. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat zij zich (om haar moverende redenen) niet heeft gehouden aan het advies van dierenarts [getuige] om [pony] twee kilogram krachtvoer per dag te geven en dat zij hierover geen nader overleg heeft gepleegd met dierenarts [getuige] .

Nu uit het verslag dierenartsverklaring paarden en paardachtigen blijkt dat de verdachte aan haar pony [pony] de algehele verzorging heeft onthouden en uit het dossier tevens blijkt dat tijdens alle controles werd geconstateerd dat [pony] over onvoldoende hooi, vers voer en water beschikte, de verdachte welbewust de adviezen van [getuige] omtrent de voeding van [pony] naast zich neer heeft gelegd en de verdachte nimmer met [getuige] in overleg is getreden over eventuele alternatieven voor krachtvoer, is het hof, anders dan de verdediging, maar met de advocaat-generaal, van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de verdachte in de tenlastegelegde periode haar pony [pony] de nodige verzorging heeft onthouden. De overtuiging van het hof wordt gesterkt door de omstandigheid dat de conditie van [pony] blijkens het proces-verbaal van bevindingen op pagina 139 reeds in de ruim anderhalve maand waarin [pony] in bewaring was genomen, was toegenomen. De stellingen van de verdediging dat het gewicht van [pony] gedurende het verblijf bij de verdachte zou zijn verbeterd en dat er een vierde stal zou zijn geweest met hooi die door verbalisanten over het hoofd is gezien, doen – nog daargelaten de vraag of die stellingen aannemelijk kunnen worden geacht – niet af aan de conclusie van de veterinair deskundige dat [pony] te mager was en dat dit met ingrijpen van de verdachte voorkomen had kunnen worden.

Het hof is tevens van oordeel dat op basis van het procesdossier voldoende is komen vast te staan dat de verdachte het gebit van [pony] onvoldoende heeft verzorgd. Uit het hiervoor bedoelde verslag van de veterinair deskundige leidt het hof immers af dat [pony] haken op de tanden had en dat aan [pony] de algehele verzorging is onthouden, waaronder (blijkens het verslag) ook het gebit valt. Het hof kan op basis van het procesdossier niet vaststellen dat de verdachte [pony] op enig moment heeft laten onderzoeken door een paardentandarts. Voor zover de verdediging heeft betoogd dat shetlanders door hun bouw veelal gebitsproblemen ervaren en dat de kwaliteit van het gebit van [pony] door ouderdom kan zijn afgenomen, overweegt het hof dat, wat daar ook van zij, die omstandigheden de verdachte niet ontsloegen van de verplichting om zorg te dragen voor het gebit van [pony] . Integendeel: dat bij (oudere) shetlandpony’s vaker gebitsproblemen voorkomen, zou juist meebrengen dat regelmatige controle en zo nodig behandeling is aangewezen.

Het hof verwerpt het tot vrijspraak strekkende verweer in al zijn onderdelen.

Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Meer in het bijzonder overweegt het hof het navolgende.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het als houder van haar pony [pony] aan dit dier de nodige verzorging onthouden door [pony] onvoldoende te voorzien van voedsel, vers drinkwater en vers hooi en het gebit van [pony] onvoldoende te verzorgen. Daarmee heeft de verdachte het welzijn van de pony ernstig benadeeld en de gezondheid van het dier in gevaar gebracht. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat zij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard, temeer nu zij er ter terechtzitting geen blijk van heeft gegeven het verwijtbare van haar handelen in te zien maar juist volhardt in haar overtuiging goed te hebben gehandeld.

Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 29 december 2025, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van enig strafbaar feit is veroordeeld.

Het hof heeft tevens acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. De verdachte heeft in dit verband naar voren gebracht dat ze werkt in de horeca en een bijbaan heeft in een supermarkt. De verdachte is gestopt met haar opleiding, nu zij wegens het ontbreken van een VOG niet kon beginnen bij de door haar gewenste stageplek. De eerdere veroordeling vormt voor de verdachte tevens een belemmering bij het vinden van een nieuwe baan. Gelet op het voorgaande wordt een veroordeling door de verdediging niet proportioneel geacht.

Het hof gaat, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, uit boven de eis van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof, met de politierechter, de verdachte schuldig zal verklaren zonder oplegging van straf of maatregel. Het hof is evenwel van oordeel dat daarin de ernst van het bewezenverklaarde onvoldoende tot uitdrukking komt.

Alles afwegende acht het hof oplegging van een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis passend en geboden. Met oplegging van deze voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging, met name gelet op haar opvattingen, ook dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2.2 en 8.12 van de Wet dieren, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor zover gericht tegen de vrijspraak van het onthouden van de nodige verzorging aan een dwergpapegaai, een alpaca, een konijn en meerdere paarden (met uitzondering van de zwarte shetlandpony genaamd [pony] );

vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht;

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis;

bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Aldus gewezen door:

mr. S. Riemens, voorzitter,

mr. J. Platschorre en mr. K.J. van Dijk, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Burgmeijer, griffier,

en op 3 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S. Riemens
  • mr. J. Platschorre
  • mr. K.J. van Dijk

Griffier

  • mr. A. Burgmeijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?