ECLI:NL:GHSHE:2026:585

ECLI:NL:GHSHE:2026:585

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 03-03-2026
Datum publicatie 04-03-2026
Zaaknummer 20-000244-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Medeplegen van diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 23 januari 2025, in de strafzaak met parketnummer 01-284390-24, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 09-030898-22, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2006,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte ter zake van:

medeplegen van diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

en waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking,

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de rechtbank ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging bevolen dat de bij eerder vonnis voorwaardelijk opgelegde en niet ten uitvoer gelegde straf, te weten een jeugddetentie van 40 dagen, alsnog ten uitvoer zal worden gelegd in de vorm van een gevangenisstraf van 35 dagen.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.

Door de verdediging is primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis met verbetering van de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft:

Vervanging van de bewijsoverwegingen

Het hof vervangt het hoofdstuk getiteld “B. Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs” op pagina 9 en 10 van het vonnis door het navolgende.

De verdediging heeft betoogd dat de verdachte niet betrokken is geweest bij de tenlastegelegde diefstal met braak. Daartoe is een alternatief scenario opgeworpen, te weten dat de verdachte het in de bewijsmiddelen bedoelde clownsmasker eerder, met Halloween 2023, heeft gedragen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Gelet op hetgeen uit de bewijsmiddelen naar voren komt, is het hof van oordeel dat als vaststaand kan worden aangenomen dat het clownsmasker dat in de Audi is aangetroffen het masker is dat bij de tenlastegelegde diefstal met braak is gebruikt. Voorts stelt het hof aan de hand van de beschrijving van de camerabeelden vast dat de drager van het clownsmasker bij het plegen van het tenlastegelegde aanzienlijke fysieke inspanningen heeft verricht, hetgeen aannemelijk maakt dat daarbij DNA op het masker is terechtgekomen. Het hof stelt aan de hand van de bewijsmiddelen vast dat op het masker een DNA-hoofdprofiel van de verdachte is aangetroffen. Dit hoofdprofiel is slechts korte tijd, te weten een aantal uren na het tenlastegelegde, voor onderzoek veiliggesteld. Opgemerkt zij dat er ook additionele DNA-kenmerken zijn aangetroffen, maar die waren minder prominent aanwezig en niet geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek.

Naar het oordeel van het hof dient het DNA-hoofdprofiel van de verdachte, gelet op het vorenstaande, te worden aangemerkt als een daderspoor. Het hof is van oordeel dat het om die reden, behoudens contra-indicaties, niet anders kan zijn dan dat de verdachte tijdens het tenlastegelegde de drager was van het clownsmasker. Hierbij acht het hof eveneens redengevend dat blijkens het onderzoek in de politiesystemen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] – die betrokkenheid bij de tenlastegelegde diefstal met braak heeft bekend en daarvoor ook is veroordeeld – elkaar kennen, door de politie meermalen in verdachte omstandigheden samen zijn aangetroffen en ten tijde van het ten laste gelegde kennelijk deel uitmaakten van dezelfde hanggroep. Daarbij valt op dat beiden woonachtig zijn in [woonplaats] , 140 kilometer van de plaats delict. Ten slotte kent het hof in dit kader betekenis toe aan de omstandigheid dat [medeverdachte] , gehoord door de raadsheer-commissaris op 19 november 2025 op een moment dat hij reeds onherroepelijk was veroordeeld en zich derhalve niet meer op zijn zwijgrecht kon beroepen, geen de verdachte ontlastende verklaring heeft gegeven.

Contra-indicaties zoals hiervoor bedoeld zouden kunnen zijn gelegen in een aannemelijke verklaring van de zijde van de verdachte dat het DNA-spoor van hem op het masker op een andere wijze dan bij die inbraak op het masker terecht is gekomen. De verdachte heeft daarover ter terechtzitting verklaard dat hij met Halloween 2023 een clownsmasker heeft gedragen.

Naar het oordeel van het hof is het alternatieve scenario van de verdachte op grond van het navolgende niet aannemelijk geworden:

Het hof merkt, gelet op het vorenstaande, de verdachte aan als degene die bij het tenlastegelegde het clownsmasker heeft gedragen.

Geheel ten overvloede merkt het hof op dat de verdachte de deur dichthoudt voor elk onderzoek dat zijn alternatieve scenario zou kunnen ondersteunen. Zo heeft hij het nummer en de toegangscode van zijn telefoon niet gegeven. Ook geeft de verdachte geen enkel concreet inzicht in de vrienden met wie hij omgaat en als hem gevraagd wordt of hij de medeverdachten kent wil hij daar niets over verklaren. Ook op de vraag van wie het masker dan wel zou zijn, geeft de verdachte geen informatie. Deze proceshouding, die de verdachte overigens volkomen vrij staat, heeft evenwel tot gevolg dat hij het justitie onmogelijk maakt zijn scenario nader op geloofwaardigheid te onderzoeken.

Vervanging van de kwalificatie van het bewezenverklaarde

De kwalificatie behoort te luiden als hieronder vermeld.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Aanvullende strafmaatoverwegingen

Het hof schaart zich achter de overwegingen van de rechtbank in het hoofdstuk “Oplegging van straf” in het vonnis, met uitzondering van de slotzin (“Alles afwegend, acht de rechtbank voor het bewezenverklaarde feit een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden passend en geboden.”) en vult deze aan met het navolgende.

Het hof heeft bij de bepaling van de straf gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor

straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden, en bij straffen die door dit hof in gevallen vergelijkbaar met het onderhavige worden opgelegd. Gelet op het karakter van het bewezenverklaarde kan het naar het oordeel van het hof gelijkgesteld worden aan een zogeheten ramkraak. Voor een ramkraak is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. Het hof acht echter, gelet op de omvang van de schade en de omstandigheid dat de verdachte reeds eerder ter zake van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld en bovendien nog in de proeftijd van een eerdere veroordeling liep, een hogere straf dan het hiervoor geformuleerde oriëntatiepunt aangewezen.

Alles afwegend, acht het hof voor het bewezenverklaarde een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Het hof schaart zich met betrekking tot de vordering tot tenuitvoerlegging achter de beslissing van de rechtbank .

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast, in plaats van het bevelen van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 december 2022 met parketnummer 09-030898-22 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van veertig dagen, de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van 35 (vijfendertig) dagen.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Aldus gewezen door:

mr. J.J. Peters, voorzitter,

mr. M.M. Koevoets en mr. J.C. Gillesse, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R.J. Gras, griffier,

en op 3 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. M.M. Koevoets is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.J. Peters
  • mr. M.M. Koevoets
  • mr. J.C. Gillesse

Griffier

  • mr. R.J. Gras

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?