ECLI:NL:GHSHE:2026:641

ECLI:NL:GHSHE:2026:641

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 09-03-2026
Zaaknummer 20-002112-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Bewezenverklaring bedreigingen aan advocaat en journalist en plaatsen en achterlaten van voorwerpen voor de ambassade van Saudi-Arabië met het oogmerk anderen te doen geloven dat hierdoor een ontploffing teweeg kon worden gebracht. Volledig ontoerekeningsvatbaar. Ontslag van alle rechtsvervolging zonder oplegging van maatregel.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 19 juli 2023, in de strafzaak met parketnummer 02-139416-21 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,

BRP-adres: [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het onder 1, 2 en 3 primair tenlastegelegde bewezenverklaard en dat gekwalificeerd als:

de verdachte daarvoor niet strafbaar verklaard en hem ontslagen van alle rechtsvervolging.

De rechtbank heeft gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld met verpleging van overheidswege en heeft bepaald dat sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling. Tevens heeft de rechtbank de verdachte de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en opnieuw rechtdoende, zal bewezen verklaren hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd onder 1, 2 en 3 primair, de verdachte daarvoor niet strafbaar zal verklaren en hem zal ontslaan van alle rechtsvervolging zonder dat aan de verdachte een maatregel wordt opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de opgelegde tbs-maatregel en de opgelegde maatregel van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is ten tijde van de behandeling bij de rechtbank onderzocht in het [GGZ] (hierna: [GGZ] ). Hieromtrent hebben [psychiater 1] , arts in opleiding tot psychiater, onder supervisie van [psychiater 2] , psychiater, en [psycholoog] , GZ-psycholoog, allen verbonden aan het [GGZ] , op 18 juli 2022 een Pro Justitia rapport uitgebracht. Hierin concludeerden de deskundigen als volgt. Bij de verdachte is sprake van een ongespecificeerde psychotische stoornis. Deze stoornis maakt dat er sprake is van een vertekening van de realiteit en van oordeels- en kritiekstoornissen. Er is sprake van paranoïde wanen die maken dat de verdachte situaties verkeerd interpreteert en verkeerde conclusies trekt. Hij is ervan overtuigd dat zijn voormalig compagnon hem iets aan wil doen en daarvoor ook andere mensen inschakelt. Daarnaast zou er ook een uitgebreid systeem, bestaande uit diverse organisaties en personen, hun fouten proberen te verdoezelen of bewust achter de verdachte en zijn gezin aanzitten om hen iets aan te doen. De verdachte zou daarom moeten vechten om terug te krijgen wat van hem zou zijn. Dit beïnvloedt het functioneren en gedrag van de verdachte op alle levensgebieden waarbij hij geen inzicht heeft in het inadequate en dysfunctionele van zijn ideeën en gedrag. De psychotische stoornis was ook aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Op basis van het algeheel functioneren van de verdachte dat tot tenminste 2018 ongestoord lijkt, kan naar het oordeel van de deskundigen worden aangenomen dat zijn gedrag ten tijde van de bewezenverklaarde feiten veroorzaakt werd door deze stoornis en niet passend is bij verdachtes normale functioneren van voordien. De verdachte was niet in staat tot gezonde overwegingen. Hij werd op alle overwegingsmomenten sterk beïnvloed door de beschreven functiestoornissen: zijn realiteitstoetsing was ernstig verstoord, er was sprake van oordeels- en kritiekstoornissen, en zijn zelfregulatie was dusdanig gestoord dat er geen keuzevrijheid meer bestond. Bovenstaande in ogenschouw nemend adviseren de deskundigen de verdachte alle ten laste gelegde feiten in het geheel niet toe te rekenen.

Ten tijde van de behandeling in hoger beroep hebben [psychiater 1] en [psycholoog] , voornoemd, op 11 juni 2024 en op 7 augustus 2025, beide keren na aanvullend klinisch onderzoek met opname in het [GGZ] , aanvullend gerapporteerd. De bevindingen en conclusies van de deskundigen in deze twee aanvullende rapportages komen in belangrijke mate overeen met bovengenoemde bevindingen en conclusies, met dien verstande dat de ongespecificeerde psychotische stoornis van de verdachte ten tijde van het onderzoek in 2024 gedeeltelijk in remissie was en ten tijde van het onderzoek in 2025 volledig in remissie was. In de aanvullende rapportages d.d. 11 juni 2024 en 7 augustus 2025 wordt door de deskundigen opnieuw geadviseerd om de verdachte alle ten laste gelegde feiten in het geheel niet toe te rekenen.

Het hof neemt voormelde conclusies en adviezen van de deskundigen over en maakt die tot de zijne. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het bewezenverklaarde niet aan de verdachte kan worden toegerekend. Daarmee is de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde niet strafbaar en dient hij te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Op te leggen maatregel

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie ernstige strafbare feiten. Hij heeft misdaadjournalist [slachtoffer] bedreigd met zware mishandeling en hij heeft de advocaten van het kantoor [advocatenbureau] met de dood bedreigd. Daarnaast heeft de verdachte voor de ambassade van Saudi-Arabië in Den Haag een open rugtas met daarin zichtbaar een munitiekist neergelegd met het doel om anderen te doen geloven dat de rugtas met daarin de munitiekist zou ontploffen. De impact van deze drie strafbare feiten was groot.

Omdat het bewezenverklaarde niet aan de verdachte kan worden toegerekend, kan aan de verdachte geen straf worden opgelegd. Straffen zijn alleen op hun plaats als verdachten verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor hun daden. Hier heeft de verdachte echter zijn daden volledig onder invloed van zijn geestesziekte gepleegd. Wel kan het hof aan de verdachte een maatregel opleggen. Een maatregel is bedoeld om anderen en de samenleving in het algemeen te beschermen tegen nieuwe strafbare feiten van de verdachte. Dit gebeurt door de verdachte te plaatsen in een beveiligde omgeving en hem te behandelen. Die behandeling heeft tot doel het herhalingsgevaar te verminderen. Bij de beantwoording van de vraag of een maatregel is aangewezen, kan de rechter niet alleen betekenis toekennen aan het belang van de veiligheid, maar ook aan de duur en de mate waarin een maatregel inbreuk maakt op de vrijheden van de verdachte.

De rechtbank heeft de verdachte in eerste aanleg voor het bewezenverklaarde de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs-maatregel) met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd. Tevens heeft de rechtbank de verdachte de maatregel van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking opgelegd.

De advocaat-generaal heeft op de terechtzitting in hoger beroep van 24 februari 2026 gevorderd te volstaan met een kaal ontslag van alle rechtsvervolging, waarbij de verdachte in vrijheid wordt gesteld zonder verplichte behandeling en begeleiding.

Het hof betrekt hierbij opnieuw de hierboven genoemde rapporten van deskundigen [psychiater 1] , [psychiater 2] en [psycholoog] .

De deskundigen hebben in hun rapportage van 18 juli 2022 geconcludeerd dat indien de stoornis van de verdachte in combinatie met de narcistische afweer onbehandeld blijft, dit in de toekomst van grote invloed zal zijn op het algehele functioneren van de verdachte en dus op het recidivegevaar. In combinatie met het middelengebruik zou het psychiatrische beeld en daarmee het recidivegevaar mogelijk nog verder toenemen. De verdachte heeft volgens de deskundigen geen ziekte-inzicht, weigert de inname van medicijnen en heeft zich aan eerdere behandelingen onttrokken. Ook de leefomstandigheden van de verdachte zijn op alle gebieden problematisch. De verdachte zal vanuit zijn overtuigingen doorgaan met zijn missie om zijn woning terug te krijgen en hiervoor alles in het werk stellen. De kans op herhaling van feiten als tenlastegelegd is daardoor groot. De kans op escalatie wordt echter laag ingeschat. Op basis van de beschikbare informatie zijn er geen aanwijzingen voor agressieregulatie problematiek. De verdachte heeft immers geen patroon van agressieve incidenten in zijn leven laten zien en er worden geen stoornissen in de gewetensfunctie vastgesteld. Het recidivegevaar wordt uitsluitend bepaald door de bij de ongespecificeerde psychotische stoornis passende waandenkbeelden en het gevaar kan voldoende worden beteugeld door deze stoornis te behandelen.

In het eerste aanvullende rapport van het [GGZ] d.d. 11 juni 2024 wordt het volgende gerapporteerd:

Concluderend kan op basis van het klinisch beeld gesteld worden dat betrokkene geen primair agressieve man is, maar verbaal dreigend kan worden als hij psychotisch ontregelt. De kans op recidive neemt toe naarmate de psychose meer invloed krijgt op zijn denken, voelen en handelen. De psychose is momenteel gedeeltelijk in remissie waarbij er sprake is van een stabiel beeld en sociaal aangepast functioneren. Betrokkene zet zich in voor het sociaal welzijn van zijn gezin en het opbouwen van een gezamenlijke toekomst. Hij richt zijn focus niet meer op waangerelateerde doelen of personen. Het recidiverisico wordt zowel op basis van het klinisch oordeel als op basis van het risicotaxatie-instrument als laag ingeschat.

Weliswaar is er sprake van een stoornis, maar deze stoornis veroorzaakt geen recidivegevaar. Ondergetekenden zien daarom geen noodzaak meer voor een specifiek risicomanagement. Ondergetekenden zijn van mening dat een tbs-maatregel niet in de rede ligt aangezien er geen primair agressieve dreiging van betrokkene uit gaat. Het recidivegevaar wordt uitsluitend bepaald door de bij de ongespecificeerde psychotische stoornis passende denkbeelden en wordt als laag ingeschat. De kans op escalatie wordt tevens laag ingeschat. Gelet op het feit dat de stoornis momenteel gedeeltelijk in remissie is en daarmee het handelen van betrokkene niet langer (negatief) beïnvloedt, het feit dat betrokkene al geruime tijd laat zien dat hij zich kan handhaven zonder incidenten en zonder toename van risico's, en betrokkene herhaaldelijk te kennen heeft gegeven dat hij op vrijwillige basis open zou staan voor eventuele behandeling en/of begeleiding indien dit (in de toekomst) nodig geacht wordt, is niet goed te onderbouwen dat er een behandelkader nodig is. Behandeling zal niet meer leiden tot verdere veranderingen in betrokkenes functioneren. Betrokkene heeft sinds de ten laste gelegde feiten geen nieuwe delicten meer gepleegd en is evenmin tot fysieke agressie gekomen. In het tweede aanvullende rapport van het [GGZ] d.d. 7 augustus 2025 wordt het volgende gerapporteerd:

Tijdens het huidig onderzoek worden bovenstaande conclusies bevestigd: wanneer betrokkene onder (grote) druk komt te staan zal hij afwijkend en inadequaat gedrag vertonen waarbij hij (wanneer hij tot het uiterste gedreven wordt) (verbaal) dreigend kan worden. Betrokkene is echter geen primair agressieve man. Er is geen patroon van gewelddadig gedrag en betrokkenes gewetensfuncties zijn intact. Het feit dat betrokkene nu hij onder grote (en reële) spanning en existentiële dreiging staat op een inadequate doch vreedzame manier aandacht vraagt voor zijn problemen, onderschrijft de risicotaxatie zoals beschreven in het pro Justitia rapport in 2024. Zoals beschreven zien ondergetekenden tijdens het huidig onderzoek een overeenkomstig toestandsbeeld als gedurende het pro Justitia onderzoek in 2024.

De diagnostische conclusies en de risicotaxatie blijven ongewijzigd: er wordt opnieuw een laag recidivegevaar en geen escalatiegevaar vastgesteld. Nogmaals geeft betrokkene te kennen op vrijwillige basis open te staan voor eventuele behandeling en/of begeleiding. Ondergetekenden zien daarom geen noodzaak voor een specifiek risicomanagement. Vanuit zorgoogpunt kan nog worden opgemerkt dat ondersteunende sociaalmaatschappelijke factoren doorslaggevend zijn in de psychische stabiliteit van betrokkene. Gelet op de bevindingen van de deskundigen in met name de aanvullende rapporten van

11 juni 2024 en 7 augustus 2025, die het hof overneemt en tot de zijne maakt, acht het hof oplegging van een maatregel niet op zijn plaats. Bij de oplegging van een maatregel wordt niet alleen gekeken naar de ernst van de bewezenverklaarde feiten, maar met name naar het gevaar dat uitgaat van een verdachte en de wijze waarop dit gevaar kan worden ingeperkt. Het hof stelt vast dat de deskundigen van het [GGZ] geen aanwijzingen zien voor escalatiegevaar, waarbij verdachte daadwerkelijk van bedreigingen zal overgaan tot fysiek agressief gedrag. Hierbij hebben de deskundigen onder andere in aanmerking genomen dat de verdachte geen primair agressieve man is en het in de bewezenverklaarde delicten noch daarna is gekomen tot fysieke agressie. Het risico op recidive wordt daarnaast als laag ingeschat. Gelet hierop en gelet op de overige omstandigheden van het geval is het hof van oordeel dat in dit geval de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen oplegging van een maatregel thans niet eist.

Het vorenstaande brengt met zich dat het hof de verdachte geen maatregel zal opleggen.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde tbs-maatregel en de opgelegde maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;

bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Aldus gewezen door:

mr. M.C.C. van de Schepop, voorzitter,

mr. S.V. Pelsser en mr. J.J. Peters, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C.J.G. Streutjes, griffier,

en op 10 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.C.C. van de Schepop
  • mr. S.V. Pelsser
  • mr. J.J. Peters

Griffier

  • mr. C.J.G. Streutjes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?