ECLI:NL:GHSHE:2026:666

ECLI:NL:GHSHE:2026:666

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 09-03-2026
Datum publicatie 11-03-2026
Zaaknummer 20-002228-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 21 augustus 2025, in de strafzaak met parketnummer 03-341857-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘opzettelijk en wederrechtelijk gebruik maken van een niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht’ veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep, omdat het hoger beroep niet conform de vereisten van artikel 450, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is ingesteld.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Uit de akte instellen hoger beroep blijkt dat het hoger beroep op 4 september 2025 is ingesteld door een griffiemedewerker van de rechtbank Limburg, die verklaarde daartoe gemachtigd te zijn blijkens een aan de akte gehechte brief, die beschouwd dient te worden als een bijzondere volmacht.

De aan de appelakte gehechte brief van raadsman mr. [advocaat] , advocaat te Beek, gedateerd 4 september 2025, houdt – voor zover hier van belang – in:

Tot mij wendde zich de heer [verdachte] geboren [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] en wonende te [adres] , met het verzoek om zijn belangen te behartigen in bovenvermelde aangelegenheid.

(…)

Cliënt kan zich niet verenigen met bovenvermelde uitspraak en wenst dan ook hoger beroep in te stellen tegen bovenvermeld vonnis. Cliënt heeft mij bepaaldelijk gevolmachtigd om hem in rechte bij te staan en om namens hem hoger beroep in te stellen tegen bovenvermelde uitspraak.

Namens client machtig ik u [naam] hierbij dan ook om hoger beroep in te stellen tegen bovenvermelde uitspraak en daartoe een akte rechtsmiddel op te -laten- stellen.

Ik verzoek u vriendelijk om het hoger beroep heden in te stellen in verband met het verstrijken van de hoger beroepstermijn d.d. 05 september 2025.

Tot slot verzoek ik u vriendelijk om een afschrift van de door u opgemaakte akte rechtsmiddel, zo spoedig mogelijk -bij voorkeur per mail- naar mijn kantooradres in Beek te zenden.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan een door de verdachte bepaaldelijk gevolmachtigde raadsman dan wel raadsvrouw schriftelijk hoger beroep doen instellen op de wijze als bedoeld in artikel 450, derde lid, Sv. De door de raadsman aan de griffie verzonden schriftelijke volmacht dient dan echter aan de in artikel 450, eerste en derde lid, Sv geformuleerde eisen te voldoen. Dat betekent dat de schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen moet inhouden:

Het hof stelt vast dat de brief van de raadsman, voor zover aan te merken als een schriftelijke volmacht, niet voldoet aan de laatstgenoemde eis en dat derhalve niet op de door de wet voorgeschreven wijze hoger beroep is ingesteld. Hoewel het woonadres van verdachte benoemd wordt in de brief, heeft de raadsman verzaakt om een (post)adres van verdachte op te geven ter toezending van het afschrift van de appeldagvaarding.

Volgens het arrest van de Hoge Raad van 22 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8357 bestaat onvoldoende grond voor niet-ontvankelijkverklaring van het appel wegens het niet voldoen van de volmacht aan de hiervoor onder (ii) en (iii) vermelde voorwaarden indien de verdachte of een door hem gemachtigde raadsman ter terechtzitting is verschenen. Het belang dat met die voorwaarden is gediend, is in zo een geval niet geschaad. Het verzuim kan dan voor gedekt worden gehouden.

In het onderhavige geval is noch de verdachte noch een door de verdachte op de voet van artikel 279 Sv gemachtigd raadsman ter terechtzitting in hoger beroep verschenen. Het hof is daarom van oordeel dat de geconstateerde verzuimen niet voor gedekt kunnen worden gehouden.

In het arrest van 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:156, heeft de Hoge Raad overwogen dat hoewel in een dergelijk geval (dat verdachte noch de gemachtigde raadsman niet ter terechtzitting zijn verschenen) in de regel geldt dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, daarvoor onvoldoende grond bestaat indien de oproeping van de verdachte voor de nadere terechtzitting in hoger beroep in persoon aan de verdachte is uitgereikt.

Naar het oordeel van het hof geldt dit evenzeer indien de dagvaarding in hoger beroep in persoon is betekend aan de verdachte. In het onderhavige geval is de dagvaarding in hoger beroep echter niet in persoon betekend aan de verdachte. De door de Hoge Raad benoemde situatie doet zich dan ook niet voor.

Gelet op het voorgaande is het hof, met de advocaat-generaal, van oordeel dat de verdachte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door:

mr. G.M. Goes, voorzitter,

mr. R. Lonterman en mr. J.C. Gillesse, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.C.F. Jansen en mr. A.D. van Zaalen, griffiers,

en op 9 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. R. Lonterman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. G.M. Goes
  • mr. R. Lonterman
  • mr. J.C. Gillesse

Griffier

  • mr. M.C.F. Jansen en mr. A.D. van Zaalen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?