ECLI:NL:GHSHE:2026:669

ECLI:NL:GHSHE:2026:669

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 11-03-2026
Zaaknummer 24/423
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Wet WOZ. Het geschil beperkt zicht tot de vraag of de heffingsambtenaar in de bezwaarfase op grond artikel 40, lid 2, Wet WOZ de indexeringspercentages van de referentiewoningen had moeten verstrekken. Naar het oordeel van het hof heeft de heffingsambtenaar de toegepaste indexering inzichtelijk gemaakt met het weergeven van de door hem gehanteerde gegevens, aangeduid als ‘Verkoopdatum (overdracht bij notaris)’, ‘Verkoopprijs’ en ‘Vastgestelde WOZ waarde’. Alhoewel belanghebbende terecht stelt dat de verkoopdatum ten onrechte is gebaseerd op de datum van overdracht bij de notaris, is dat wel de datum die de heffingsambtenaar heeft gehanteerd. De gegevens die ten grondslag hebben gelegen aan de vastgestelde waarde, zoals benoemd in artikel 40, lid 2, Wet WOZ, zijn dus verstrekt.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 24/423

Uitspraak op het hoger beroep van

de heffingsambtenaar van de gemeente Veldhoven,

hierna: de heffingsambtenaar,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 13 februari 2024, nummer SHE 22/2596 in het geding tussen de heffingsambtenaar en

[belanghebbende] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: belanghebbende.

1. Ontstaan en loop van het geding

De heffingsambtenaar heeft in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) een beschikking gegeven (hierna: de WOZbeschikking) en daarbij de waarde van [adres] in [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak) vastgesteld. Tevens zijn de aanslagen onroerendezaakbelastingen, rioolheffingen en afvalstoffenheffingen voor het jaar 2022 bekendgemaakt.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard.

De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de andere partij.

De zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari 2026 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen [gemachtigde] , als gemachtigde van belanghebbende, en, namens de heffingsambtenaar, [heffingsambtenaar 1] en [heffingsambtenaar 2] .

Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten.

2. Feiten

Belanghebbende is op 1 januari 2022 eigenaar van de onroerende zaak.

De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op € 381.000.

Ter onderbouwing van deze waarde heeft de heffingsambtenaar in de bezwaarfase aan belanghebbende een taxatieverslag overgelegd, waarin de waarde van de onroerende zaak is vastgesteld door middel van een methode van systematische vergelijking met woningen waarvan marktgegevens beschikbaar zijn (de referentiewoningen).

De verkoopprijs en de naar de peildatum geïndexeerde waarde van de referentiewoningen is in het taxatieverslag steeds als volgt weergegeven:

Verkoopdatum (overdracht bij notaris) [datum]

Verkoopprijs [€ bedrag]

Waardepeildatum 01-01-2021

Vastgesteld WOZ-waarde [€ bedrag]

Vorige vastgestelde WOZ-waarde [€ bedrag]

De rechtbank heeft de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op € 379.000 en de aanslag onroerendezaakbelastingen overeenkomstig verminderd. De rechtbank heeft daarnaast geoordeeld dat de heffingsambtenaar op grond van artikel 40, lid 2, Wet WOZ in ieder geval was gehouden te voldoen aan het verzoek van belanghebbende om hem een afschrift van de indexeringspercentages te verstrekken. Nu deze indexeringspercentages niet waren verstrekt, heeft de rechtbank geoordeeld dat de heffingsambtenaar niet heeft voldaan aan de eisen van het genoemde wetsartikel. De rechtbank heeft tot slot bepaald dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50 aan belanghebbende moet vergoeden, evenals de proceskosten tot een bedrag van € 2.498,26.

3. Geschil en conclusies van partijen

Het hoger beroep van de heffingsambtenaar richt zich tegen de oordelen van de rechtbank dat de WOZ-waarde van de onroerende zaak te hoog is vastgesteld en dat de heffingsambtenaar in de bezwaarfase op grond artikel 40, lid 2, Wet WOZ de indexeringspercentages van de referentiewoningen had moeten verstrekken.

De heffingsambtenaar concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Belanghebbende concludeert tot bekrachtiging van de uitspraak van de rechtbank.

Belanghebbende heeft ter zitting bij het hof uitdrukkelijk en zonder voorbehoud bevestigd dat de heffingsambtenaar de beschikte waarde in hoger beroep alsnog aannemelijk heeft gemaakt. De waarde van de onroerende zaak is daarmee niet meer in geschil.

4. Gronden

Ten aanzien van het geschil

Belanghebbende betoogt dat de heffingsambtenaar tijdens de bezwaarprocedure de voor de vergelijkingswoningen gebruikte indexeringspercentages had moeten verstrekken, nu hij daar naar had gevraagd. Belanghebbende stelt verder dat de verstrekte gegevens ten aanzien van de waarde op de verkoopdatum en de geïndexeerde waarde op de waardepeildatum niet voldoen, omdat de heffingsambtenaar voor de verkoopdatum ten onrechte aansluit bij de datum van overdracht bij de notaris.

De heffingsambtenaar stelt dat de indexering volgt uit de opgegeven waardes die in het taxatieverslag zijn aangegeven met de aanduiding ‘Verkoopprijs’ en ‘Vastgestelde WOZ waarde’. Dat voor de verkoopdatum abusievelijk is aangesloten bij de overdracht bij de notaris, hetgeen in de regel een latere datum is dan de verkoopdatum, is volgens de heffingsambtenaar niet in het nadeel van belanghebbende geweest.

Artikel 40, lid 2, Wet WOZ luidt:

“De in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar verstrekt uitsluitend aan degene te wiens aanzien een beschikking is genomen, op verzoek een afschrift van de gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde.”.

Naar het oordeel van het hof heeft de heffingsambtenaar de toegepaste indexering inzichtelijk gemaakt met het weergeven van de door hem gehanteerde gegevens, aangeduid als ‘Verkoopdatum (overdracht bij notaris)’, ‘Verkoopprijs’ en ‘Vastgestelde WOZ waarde’. Alhoewel belanghebbende terecht stelt dat de verkoopdatum ten onrechte is gebaseerd op de datum van overdracht bij de notaris, is dat wel de datum die de heffingsambtenaar heeft gehanteerd. De gegevens die ten grondslag hebben gelegen aan de vastgestelde waarde, zoals benoemd in artikel 40, lid 2, Wet WOZ, zijn dus verstrekt. Weliswaar kunnen onjuiste gegevens vervolgens wel invloed hebben op het antwoord op de vraag of de heffingsambtenaar de vastgestelde waarde aannemelijk heeft gemaakt, maar de waarde van de onroerende zaak is in hoger beroep niet meer in geschil (€ 381.000).

Naar oordeel van het hof bestaat in dit geval geen dwingende reden voor de heffingsambtenaar om de toegepaste indexering ook weer te geven in de vorm van een indexeringspercentage. Gesteld noch gebleken is dat de daarvoor geldende wet- en regelgeving daartoe zou nopen. Bij dit oordeel heeft het hof betrokken dat belanghebbende met de ontvangst van het taxatieverslag voldoende gegevens heeft verkregen om desgewenst zelf het indexeringspercentage vast te stellen en te beoordelen.

Het hof komt op grond van het vorenstaande tot de conclusie dat de stelling van belanghebbende, dat de heffingsambtenaar de indexeringspercentages had moeten verstrekken, niet slaagt.

Tussenconclusie

De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is.

Ten aanzien van de proceskosten

Aangezien het hof geen aanleiding ziet om te oordelen dat de heffingsambtenaar artikel 40, lid 2, Wet WOZ heeft geschonden en de waarde van de onroerende zaak volgens partijen (alsnog) aannemelijk is gemaakt, bestaat geen grond voor de door de rechtbank toegekende proceskostenvergoeding. Het hof oordeelt dat er ook voor het overige geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Algemene wet bestuursrecht.

5. Beslissing

Het hof:

De uitspraak is gedaan door E.P.A. Brakeboer, voorzitter, M.E. Smorenburg en W.W. Monteiro, in tegenwoordigheid van E.A.D. Dockx, als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.

De griffier, De voorzitter,

E.A.D. Dockx E.P.A. Brakeboer

Het aanwenden van een rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand