Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 14 december 2021, in de strafzaak met parketnummer 01-879158-19 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte ter zake van:
[-] feit 1: medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen:
zich of een ander gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen,
voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
[-] feit 2: om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen:
zich gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en
voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit,
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte integraal zal vrijspreken van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.
De verdediging heeft eveneens integrale vrijspraak van het onder 1 en 2 tenlastegelegde bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 22 november 2018 te [ pleegplaats 1] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen van amfetamine en/of MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen
een of meer ander(en) heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of
voorwerpen en/of stoffen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en)
hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)
een bedrijfspand/opslagruimte, gelegen aan de [adres] te [ pleegplaats 1] , gehuurd en/of laten huren en/of ter beschikking gesteld en/of ter beschikking laten stellen en/of
(een) hoeveelhe(i)d(en) (laboratorium)benodigdheden voorhanden gehad, waaronder: een grote hoeveelheid jerrycans en/of emmers en/of vaten en/of blikken en/of meerdere centrifuges en/of een pers en/of diverse slangen en/of een trechter en/of diverse rondbodemkolven en/of een pH meter en/of een scheitrechter en/of een maatcilinder en/of een koeler en/of meerdere filters en/of koppelstukken en/of 2 IBC’s en/of 2 glasflessen en/of 2 frequentieregelaars en/of
(een) grote hoeveelhe(i)d(en) chemicaliën/grondstoffen voorhanden gehad, waaronder: methanol en/of zoutzuur en/of formamide en/of methylamine en/of BMK en/of BMK-glycidezuur en/of mefedron en/of natriumhydroxide en/of PMK en/of PMK-glycidezuur;
2.hij in of omstreeks de periode van 22 november 2018 tot en met 22 februari 2019 te [pleegplaats 2] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen van amfetamine en/of MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen
een of meer ander(en) heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of
voorwerpen en/of stoffen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en)
hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)
een bedrijfspand/opslagruimte, gelegen aan de [adres] te [pleegplaats 2] , gehuurd en/of laten huren en/of ter beschikking gesteld en/of ter beschikking laten stellen en/of
(een) hoeveelhe(i)d(en) (laboratorium)benodigdheden voorhanden gehad, waaronder: dopvaten en/of schroefdekselvaten en/of
(een)grote hoeveelhe(i)d(en) chemicaliën/grondstoffen voorhanden gehad, waaronder: methanol en/of zoutzuur en/of formamide en/of tetrahydrofuraan en/of BMK.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Integrale vrijspraak
Op 22 november 2018 werden in het bedrijfspand op het adres [adres] te [ pleegplaats 1] grote hoeveelheden (laboratorium)benodigdheden en chemicaliën/grondstoffen voor de productie van synthetische drugs aangetroffen. De politie constateerde dat sprake was van een (het hof begrijpt: gedeeltelijk) ontmanteld drugslaboratorium. De verdachte beschikte op voornoemde datum over de sleutels van het betreffende pand en had daartoe toegang.
De verdachte was voorts in het bezit van een sleutel van de door hem gehuurde garagebox aan de [adres] te [pleegplaats 2] , alwaar op 22 februari 2019 door de politie tonnen met synthetisch drugsafval werden aangetroffen. De verdachte heeft verklaard dat hij vaten uit de bedrijfsruimte aan [adres] in [ pleegplaats 1] heeft gehaald en deze heeft vervoerd naar de garagebox in [pleegplaats 2] .
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat hij, kort gezegd, opzettelijk voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen van de productie van en de handel in amfetamine en/of MDMA (lijst I-middelen) heeft (mede)gepleegd.
Volgens de Hoge Raad past het niet bij het karakter van artikel 10a van de Opiumwet als zelfstandig voorbereidings- of bevorderingsdelict om daaronder ook handelingen te rubriceren die zijn verricht na afloop van het voltooien van het voor te bereiden of te bevorderen delict. Voor een bewezenverklaring is vereist dat de bestemming van de voorwerpen, chemicaliën en grondstoffen ten tijde van het tenlastegelegde nog actueel is en dat de verdachte daarvan weet (vgl. ECLI:NL:HR:2016:743 en ECLI:NL:HR:2018:328).
Het hof overweegt dat ten aanzien van hetgeen in de garagebox in [pleegplaats 2] is aangetroffen sprake lijkt te zijn van drugsafval en dat uit het dossier niet kan worden opgemaakt dat de aangetroffen stoffen (ook) kunnen worden gebruikt in het productieproces van synthetische drugs.
Het hof overweegt dat ten aanzien van het bedrijfspand in [ pleegplaats 1] sprake was van een gedeeltelijk ontmanteld drugslaboratorium. Uit de verklaringen van de verdachte noch overigens uit de in het dossier aanwezige stukken kan worden afgeleid dat het de bedoeling was dat dat drugslaboratorium opnieuw zou worden opgebouwd en (dus) dat de in het pand in [ pleegplaats 1] achtergebleven voorwerpen en stoffen op 22 november 2018 nog bestemd waren voor (de voortgang van) het productieproces van synthetische drugs.
Daarmee is naar het oordeel van het hof zowel ten aanzien van de in het bedrijfspand in [ pleegplaats 1] als in de garagebox in [pleegplaats 2] aangetroffen voorwerpen en stoffen, niet aan het voornoemde bestemmingsvereiste voldaan.
Het hof heeft derhalve uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde voorbereidingshandelingen heeft begaan, zodat hij daarvan in hoger beroep integraal zal worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door:
mr. S.V. Pelsser, voorzitter,
mr. M.C.C. van de Schepop en mr. J.J. Peters, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,
en op 20 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.