ECLI:NL:GHSHE:2026:794

ECLI:NL:GHSHE:2026:794

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer 000018-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Het hoger beroep tegen het bevel tot gevangenhouding is afgewezen. Met betrekking tot de zogenoemde 12-jaarsgrond is onder meer het volgende overwogen: In dit licht is het hof van oordeel dat een eventuele invrijheidstelling van de verdachte zou kunnen leiden tot maatschappelijke onrust. Hoewel er niet noodzakelijkerwijs sprake hoeft te zijn van openlijke opstand of directe onrust, is de kans op dergelijke gevolgen voldoende aanwezig.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Raadkamerappelnummer: AVNR. 000018-26

Parketnummer 1e aanleg: 03-310488-22

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht van 24 december 2025, waarbij namens:

[naam verdachte]

geboren [datum] 1983 te [plaats]

wonende te [adres]

thans verblijvende in de P.I. [plaats]

hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht van 24 december 2025, bij welke beschikking de gevangenhouding van [naam verdachte] werd bevolen.

Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman

mr. B. Hartman.

Het hof heeft kennisgenomen van het dossier.

Uit het dossier blijkt dat verdachte -kort verwoord- wordt verweten het medeplegen van poging tot moord, dan wel het medeplegen van zware mishandeling met voorbedachten rade en het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Tijdens het onderzoek in raadkamer en uit het procesdossier is gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan het hof tot de slotsom is gekomen dat het dossier voldoende ernstige bezwaren bevat jegens verdachte ter zake hetgeen hem wordt verweten. De rechter-commissaris heeft de ernstige bezwaren jegens verdachte benoemd en het hof heeft aan de hand van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting in raadkamer zich ervan vergewist dat de ernstige bezwaren zoals destijds aangenomen nog onverkort van kracht zijn.

Op relevante plaatsen, zoals op de buitenzijde van een met een spanband gelegde knoop, een handschoen en rondom de scheur in een T-shirt van de aangever is DNA-materiaal aangetroffen dat matcht met dat van de verdachte. De verdachte heeft hierover verklaard dat zijn DNA op de spanband en de handschoen terecht zou zijn gekomen omdat die gebruikt zijn bij het uitvoeren van malafide praktijken door de aangever. Op het T-shirt zou het terecht kunnen zijn gekomen omdat hij wel vaker in de woning van de aangever heeft verbleven.

Het hof overweegt dat de omstandigheid dat een spanband en een handschoen, die eerder en naar alle waarschijnlijkheid op een ander plaats gebruikt zouden zijn, opduiken op de plaats van het delict en dat juist op de buitenzijde van een knoop DNA kleeft dat matcht met dat van de verdachte, opmerkelijk is. Datzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor de scheur in het

T-shirt. Juist op die plek wordt DNA aangetroffen dat matcht met dat van de verdachte.

De vraag die nu aan het hof voorligt is of er voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte aan de orde zijn voor de voortzetting van de voorlopige hechtenis. Gelet op de bovengenoemde feiten en omstandigheden acht het hof, met de rechtbank, in dit stadium van het onderzoek voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte aanwezig.

Hetgeen ter zitting in raadkamer door en namens verdachte is aangevoerd brengt het hof thans niet tot een ander oordeel.

Hetgeen verdachte wordt verweten, namelijk het medeplegen van poging tot moord, dan wel het medeplegen van zware mishandeling met voorbedachten rade, zijn strafbare feiten waar naar de wettelijke omschrijving 12 jaar of meer gevangenisstraf op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt.

Het hof overweegt dat het een bijzonder ernstige gewelddadige verdenking is. In deze zijn de daders immers gedurende de nachtelijke uren de woning van het slachtoffer binnengedrongen en hebben hem kennelijk langdurig en systematisch gemarteld, onder andere door hem met een hamer te slaan, een chemische vloeistof over zijn lichaam te gieten en hem met een strijkijzer te verbrandden. Thans zijn er voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte dat hij betrokken is geweest aan de voornoemde strafbare handelingen.

In dit licht is het hof van oordeel dat een eventuele invrijheidstelling van de verdachte zou kunnen leiden tot maatschappelijke onrust. Hoewel er niet noodzakelijkerwijs sprake hoeft te zijn van openlijke opstand of directe onrust, is de kans op dergelijke gevolgen voldoende aanwezig.

Voorts is het hof van oordeel dat het vluchtgevaar thans nog steeds een dragende grond is voor de voortduring van de voorlopige hechtenis.

Het hof overweegt dat verdachte kort na de huidige verdenking, ondanks een langdurige internationale signalering en navraag in Litouwen, onvindbaar is geweest voor de justitiële autoriteiten. Bij nader inzien is gebleken dat verdachte gedurende deze periode in Litouwen heeft verbleven. Bovendien is nog steeds niet gebleken van een vaste woon- of verblijfplaats van de verdachte en deze omstandigheid onderstreept de ernstige vrees voor vlucht, temeer verdachte zich nog dient te verantwoorden met betrekking tot de thans aan hem verweten ernstige strafbare feiten. Gelet op deze feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat er sprake is van een ernstig gevaar voor vlucht.

Voorts is het hof van oordeel dat er sprake is van acuut gevaar voor herhaling.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof overweegt dat uit het uittreksel uit het justitiële documentatieregister blijkt dat verdachte eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie ter zake de Opiumwet, en daarvoor ook is veroordeeld. Gezien de aanwijzingen in het dossier houdt de onderhavige zaak vermoedelijk verband met de handel of productie van synthetische drugs. Het hof constateert dat de eerdere veroordelingen kennelijk niet hebben geleid tot een substantiële gedragsverandering. Gelet op deze omstandigheden is het hof van oordeel dat er sprake is van een ernstig gevaar voor herhaling. Feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden, zijn het hof niet gebleken.

Alles overwegende wijst het hof af het hoger beroep.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep.

Bevestigt de beschikking waarvan beroep.

Aldus gedaan op 29 januari 2026

door mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter, mr. G. Tangenberg en mr. F. van Es, raadsheren,

in tegenwoordigheid van B. Yazi, griffier.

De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.

's-Hertogenbosch, 29 januari 2026

Gezien d.d.

De directeur van P.I. [plaats]

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. O.M.J.J. van de Loo
  • mr. G. Tangenberg
  • mr. F. van Es

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?