ECLI:NL:GHSHE:2026:799

ECLI:NL:GHSHE:2026:799

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 12-02-2026
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer 000075-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

Het hoger beroep tegen het afgewezen verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis is afgewezen. Ter zitting heeft de verdediging de aanwezigheid van de ernstige bezwaren jegens verdachte betwist en in dat verband aangevoerd dat er geen sprake is van een aanmerkelijke kans op de dood van de verdachte. Het hof heeft met betrekking tot dit verweer het volgende overwogen: Het oordeel met betrekking tot het aanvaarden van de aanmerkelijke kans op de dood van de aangever is voorbehouden aan de zittingsrechter, die zich dient uit te laten over de vraag of sprake is van een situatie waarin de verdachte zich daadwerkelijk bewust was van deze kans en deze bewust heeft aanvaard. Dit is een vraag die zorgvuldig dient te worden beoordeeld, waarbij de concrete feiten en omstandigheden van het geval een doorslaggevende rol spelen. De vraag die nu aan het hof voorligt is of er sprake is van voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte die de voortzetting van de voorlopige hechtenis rechtvaardigen. Gezien de ernst van het aan de verdachte verweten feit en de mate van het geweld dat is toegepast, zijn de ernstige bezwaren vooralsnog nog onverkort aan de orde. Uit het procesdossier blijkt immers van toepassing van fysiek geweld in de vorm van steken met een mes, hetgeen duidt op een daad met een aanzienlijke kans op levensbedreigend letsel.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Raadkamerappelnummer: AVNR. 000075-26

Parketnummer 1e aanleg: 03-047798-25

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht van 20 januari 2026, waarbij namens:

[naam verdachte]

geboren [datum] 1986 te [plaats]

wonende te [adres]

thans verblijvende in de P.I. [plaats]

hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht van 20 januari 2026, bij welke beslissing het verzoek tot opheffing van de aan [verdachte] opgelegde voorlopige hechtenis werd afgewezen.

Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. B.M.A. Jegers.

Het hof heeft kennisgenomen van het dossier.

Uit het dossier blijkt dat verdachte -kort verwoord- wordt verweten het medeplegen van gekwalificeerde doodslag (primair), dan wel het medeplegen van poging tot doodslag (subsidiair), dan wel het medeplegen van zware mishandeling (meer subsidiair).

Tijdens het onderzoek in raadkamer en uit het procesdossier is gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan het hof tot de slotsom is gekomen dat het dossier voldoende ernstige bezwaren bevat jegens verdachte ter zake hetgeen hem wordt verweten. Het hof heeft aan de hand van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting in raadkamer zich ervan vergewist dat de ernstige bezwaren zoals destijds aangenomen, nog onverkort van kracht zijn. Het hof heeft in dit verband in het bijzonder acht geslagen op het proces-verbaal van aangifte, de processen-verbaal van bevindingen met betrekking tot de identiteit van de verdachte en de mogelijke bijnaam [naam] ’, alsmede de camerabeelden van de portiek van de flat en de verklaring van de verdachte ter zitting, inhoudende dat hij de aangever in de been heeft gestoken.

Ter zitting in raadkamer heeft de verdediging de aanwezigheid van de ernstige bezwaren jegens verdachte betwist en in dat verband aangevoerd dat er geen sprake is van een aanmerkelijke kans op de dood van de verdachte.

Het oordeel met betrekking tot het aanvaarden van de aanmerkelijke kans op de dood van de aangever is voorbehouden aan de zittingsrechter, die zich dient uit te laten over de vraag of sprake is van een situatie waarin de verdachte zich daadwerkelijk bewust was van deze kans en deze bewust heeft aanvaard. Dit is een vraag die zorgvuldig dient te worden beoordeeld, waarbij de concrete feiten en omstandigheden van het geval een doorslaggevende rol spelen. De vraag die nu aan het hof voorligt is of er sprake is van voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte die de voortzetting van de voorlopige hechtenis rechtvaardigen.

Gezien de ernst van het aan de verdachte verweten feit en de mate van het geweld dat is toegepast, zijn de ernstige bezwaren vooralsnog nog onverkort aan de orde. Uit het procesdossier blijkt immers van toepassing van fysiek geweld in de vorm van steken met een mes, hetgeen duidt op een daad met een aanzienlijke kans op levensbedreigend letsel.

Hetgeen verdachte wordt verweten, namelijk het medeplegen van gekwalificeerde doodslag, dan wel het medeplegen van poging tot doodslag, is een strafbaar feit waarvoor volgens de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 12 jaar of meer op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt.

Gedurende de voor de nachtrust bestemde uren in een flatgebouw, een openbare ruimte waar meerdere personen woonachtig zijn, is tijdens een ruzie fysiek geweld jegens de aangever toegepast, waarbij de aangever met een mes is gestoken.

Het zou voor de samenleving niet te begrijpen zijn en het zou door die samenleving ook niet worden geaccepteerd wanneer degene ten aanzien van wie voormelde ernstige bezwaren bestaan niet onverwijld in voorarrest zou worden genomen en voorlopig gehouden, temeer het aan de verdachte vermeende strafbare feit in een openbare ruimte -flatgebouw- waarin meerdere mensen verblijven heeft plaatsgevonden.

In dit licht is het hof van oordeel dat een eventuele invrijheidstelling van de verdachte zou kunnen leiden tot maatschappelijke onrust. Hoewel er niet noodzakelijkerwijs sprake hoeft te zijn van directe onrust, is de kans op dergelijke gevolgen voldoende aanwezig.

Voorts is het hof van oordeel dat er sprake is van acuut gevaar voor herhaling.

Het hof heeft in dit verband acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit het justitiële documentatieregister, waaruit onder meer blijkt dat de verdachte eerder vaker in aanraking is gekomen met politie en/of justitie ter zake [meerdere strafbare feiten] . Er bestaan thans ernstige bezwaren dat verdachte zich wederom schuldig heeft gemaakt aan een geweldsdelict in combinatie met diefstal in vereniging. De eerdere veroordelingen, alsmede de opgelegde straffen, hebben kennelijk niet geleid tot de beoogde gedragsverandering, aangezien verdachte, wederom in aanraking is gekomen met politie en justitie. Dit alles doet ernstig vrezen voor herhaling.

Alles overwegende wijst het hof het hoger beroep af.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep.

Bevestigt de beschikking waarvan beroep.

Aldus gedaan op 12 februari 2026

door mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter, mr. J.T.F.M. van Krieken en mr. J.C. Gillesse, raadsheren, in tegenwoordigheid van B. Yazi, griffier.

De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.

's-Hertogenbosch, 12 februari 2026

Gezien d.d.

De directeur van P.I. [plaats]

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. O.M.J.J. van de Loo
  • mr. J.T.F.M. van Krieken
  • mr. J.C. Gillesse

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?