ECLI:NL:GHSHE:2026:934

ECLI:NL:GHSHE:2026:934

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 07-04-2026
Zaaknummer 20-000690-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Samenvatting

De vordering van de advocaat-generaal tot verlenging van de gevangenhouding is toegewezen. Het verzoek van de verdediging tot schorsing van de voorlopige hechtenis ter fine van executie van een ander openstaande straf is eveneens toegewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

[naam verdachte]

BESCHIKKENDE:

Parketnummer 1e aanleg : 02-226922-25

Parketnummer hof : 20-000690-26

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal van

5 maart 2026 strekkende tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van

geboren te [plaats] op [datum]

thans gedetineerd te [detentieplaats] .

Dit bevel is gegrond op artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en van kracht tot 20 april 2026.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en de waarnemend raadsman van verdachte

mr. S.J. Nijssen.

Het hof heeft gezien een schriftelijke verklaring van verdachte waaruit blijkt dat hij niet op de vordering wenst te worden gehoord.

Het gerechtshof is na onderzoek gebleken dat de verdenking, bezwaren en gronden die tot het laatstelijk verleende bevel tot gevangenhouding van verdachte hebben geleid, ook thans nog bestaan. De vordering van de advocaat-generaal zal dus worden toegewezen, met dien verstande dat de voorlopige hechtenis ook komt te berusten op de grond dat in het bestreden vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg van 19 februari 2026 een vrijheidsbenemende straf is opgelegd voor de duur van 2 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan de tenuitvoerlegging langer duurt dan de periode van het op grond van artikel 66, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering verlengde bevel tot gevangenhouding.

Namens verdachte is bij verzoekschrift van 1 april 2026 en in raadkamer verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis. In dat verband is aangevoerd dat bij arrest van dit hof van [datum] een ISD-maatregel is opgelegd aan verdachte voor de duur van 2 jaren. De verdediging heeft aangevoerd dat de licht verstandelijke beperking van verdachte in combinatie met de verslavingsproblematiek van verdachte ertoe nopen dat de reeds onherroepelijke vrijheidsbenemende maatregel, te weten de ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren, zo spoedig mogelijk wordt tenuitvoergelegd in het kader van een schorsing.

Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof echter wel aanleiding om de voorlopige hechtenis van verdachte te schorsen ter fine van executie van de reeds onherroepelijke straf inzake het parketnummer [nummer] en overweegt in dit verband als volgt.

De verdachte heeft in beginsel het recht zijn berechting in vrijheid af te wachten. Dat kan anders zijn wanneer, zoals in de onderhavige zaak, er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte, wanneer hij zich niet in voorlopige hechtenis bevindt, een strafbaar feit zal plegen als bedoeld in artikel 67a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. In een dergelijk geval zal de rechter, op grond van het subsidiariteitsbeginsel, dienen na te gaan of niet ook op een andere, voor de verdachte minder bezwarende manier, tegemoet kan worden gekomen aan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis. Dat belang is gelegen in het verschoond blijven van een of meer strafbare feiten, gepleegd door verdachte.

Het hof overweegt voorts dat de executievolgorde van vrijheidsbenemende sancties is neergelegd in artikel 1:4 van de ministeriële regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (hierna: de Regeling). Uit die Regeling volgt dat de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis voorgaat op de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf en overige vrijheidsbenemende sancties. Artikel 1:9, eerste lid, van de Regeling bepaalt dat van de executievolgorde niet wordt afgeweken, tenzij “uit een persoonsgerichte beoordeling volgt dat dit bijdraagt aan een persoonsgerichte invulling van de tenuitvoerlegging als bedoeld in artikel 1:2, tweede lid, onder a, van het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen”. Gelet hierop, alsmede in aanmerking genomen dat het schorsen van de voorlopige hechtenis ter fine van de executie van een onherroepelijk opgelegde gevangenisstraf in zijn algemeenheid niet zelden gepaard gaat met een aantal zwaarwegende praktische bezwaren, die in voorkomende gevallen ook (maatschappelijk ongewenste) risico’s met zich kunnen brengen, is het hof van oordeel dat als uitgangspunt dient te gelden dat de schorsing niet wordt bevolen ter fine van executie van een reeds onherroepelijke straf, tenzij er wederom sprake zijn van zwaarwegende persoonlijke belangen.

Het hof acht, in hetgeen namens de verdachte is aangevoerd, thans wel de zwaarwegende persoonlijke belangen van de verdachte aanwezig, die de schorsing van de voorlopige hechtenis rechtvaardigen.

Met de verdediging is het hof van oordeel dat het belang van de voortgang van de tenuitvoerlegging van de onherroepelijke straf in dit geval zwaarder weegt dan het belang bij de voortduring van de voorlopige hechtenis in onderhavige zaak. Het hof heeft in dit verband in het bijzonder gelet op de persoon van verdachte in combinatie met de forse verslavingsproblematiek. Tevens heeft het hof mede in ogenschouw genomen dat er nog geen zicht is op een inhoudelijke behandeling van deze zaak in hoger beroep.

Het hof zal overigens wel bepalen dat de voorlopige hechtenis herleeft op het moment dat verdachte in aanmerking komt voor verlof en/of strafonderbreking en/of detentiefasering dan wel om welke reden dan ook uit de penitentiaire inrichting zou worden vrijgelaten.

Alles overwegende schorst het hof de voorlopige hechtenis met ingang vanaf het moment waarop de executie van de bovengenoemde onherroepelijke straf kan worden tenuitvoergelegd totdat de executie van de voornoemde straf eindigt dan wel tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor verlof of strafonderbreking of detentiefasering, om welke reden dan ook wordt vrijgelaten uit de penitentiaire inrichting.

Verlengt de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van verdachte voor een termijn van honderdtwintig dagen.

Wijst toe het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Beveelt dat de voorlopige hechtenis van verdachte zal worden geschorst met ingang van het moment waarop de executie van de onherroepelijke straf inzake het

parketnummer [nummer] kan worden tenuitvoergelegd totdat de executie van de voornoemde straf eindigt dan wel tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor verlof of strafonderbreking of detentiefasering, om welke reden dan ook wordt vrijgelaten uit de penitentiaire inrichting.

Stelt aan verdachte als voorwaarden der schorsing:

Bepaalt dat de voorlopige hechtenis herleeft op het moment dat verdachte in aanmerking komt voor detentiefasering, verlof en/of strafonderbreking, dan wel andere vrijheden.

Aldus gedaan op 2 april 2026

door mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,

in tegenwoordigheid van I.M. Jansen, griffier.

De advocaat-generaal gelast de tenuitvoerlegging van vorenstaande beschikking en brengt deze ter kennis van verdachte.

’s-Hertogenbosch, 2 april 2026

De advocaat-generaal,

Gezien d.d.

De directeur van de P.I. [detentieplaats]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. O.M.J.J. van de Loo

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?